Stembuiging…..

Mijn blinde kloris doet uiteraard veel met spraakprogramma’s. Op z’n telefoon, computer en allerlei apparaten die hij dagelijks gebruikt. Op zijn telefoon had ie altijd een zeer eigenwijs vrouwenstemmetje, waar hij zich aan ging ergeren. Ze heeft ook een naam, geloof ik. En ze bemoeit zich met van alles, ook als je d’r niet om vraagt. Maar hij heeft ‘m veranderd, die stem, in een mannenstem. Die heet Daan, als ik me niet vergis.

Ik kan het me goed voorstellen, die antipathie. Zo irriteren die reclamemeisjes met hun schelle aanbevelingen voor van alles, snel uitgesproken in zo weinig mogelijk dure seconden, mij ook enorm. Allemaal jonge aankomende actrices, denk ik, voor wie zulk reclamewerk ze financieel overeind houdt totdat ze ontdekt worden via hun heldere stemgeluid. Het is een vak. De jongens doen het weer anders, ook snel en vooral hip en met jingles erbij. Ik ben te oud, want waar het dan over gaat is me vaak ontgaan.

Maar we hadden het over stemmen. In de auto hebben we voor de navigatie wel een vrouw omdat die boven motor-en verkeersgeluid beter te verstaan is, denk ik. Hoewel ze niet zo vaak nodig is, want het scherm geeft voldoende informatie. Op vakantie is ze vaak wel handig omdat ze overal de weg weet. En haar stemmetje is niet zo eigenwijs, dat scheelt ook.

Vrouwenstemmen, die een lager timbre hebben, irriteren minder. Docenten, politici en nieuwslezers hebben daar baat bij. Er blijft meer hangen bij de toehoorders. Een wetenschappelijke stem-spraak-en taaldeskundige heeft dat uitgezocht. Ook dat je als vrouw met je stem van alles kunt doen qua hoog en laag. En volume, niet te vergeten. Je moet je man bijvoorbeeld niet roepen alsof je de hond roept. Wij hebben geen hond (meer) maar ik heb bij mijn weten nooit verschil gemaakt. Ze deden allebei wel wat ik graag wilde. Ik heb beslist de kinderen wel eens met een octaaf hoger toegesproken en of ze dán deden wat de bedoeling was, daar weet ik gelukkig niks meer van.

Laag schijnt ook sexy te zijn en een beetje hees d’r bij helemaal. Verleidelijk dus. Dat heeft niet iedereen in huis uiteraard. De uitdrukking “op hoge toon” moet je ook thuis laten als je gaat solliciteren. Gewoon je eigen stem in een rustig middenregister is dan het beste, zegt de deskundige. Ik, als ondeskundige, zou alles wát je zegt belangrijker vinden, maar goed. Mijn kloris zegt altijd, dat ie op mijn stem gevallen is, zo’n 58 jaar geleden en dat die niet zoveel is veranderd. Nou ik weet wel beter, een zingende Els wil ik niemand aandoen. “Lang zal ze leven” gaat nog net, laag en hees. Hartstikke sexy dus…..

.....ja,hè.....?

…..ja,hè…..?


Wie(t), wat, waar…..

In de nieuwe kabinetsplannen zit er één, die het gemeenten mogelijk moet maken in een proef mee te doen met het legaal telen van wiet. Dat zou de drugscriminaliteit doen verminderen, want in die sector zou dan de malaise toeslaan, denkt men in Den Haag. De overheidsjoint wordt dan een rokertje waar je zonder meer high van wordt, alleen al omdat ie beter van kwaliteit is en geteeld met toestemming. Mooi toch?

Onze burgemeester voelt er alvast veel voor om Apeldoorn aan te melden als proefstation. Die van Deventer, Zutphen en Zwolle voorzichtig ook. Als de diverse gemeenteraden er ook mee instemmen natuurlijk. En waar ze die kweek hier in Apeldoorn dan gaan doen? Nou, we hebben hier de Stadsakkers, waar al van alles wordt geteeld dat voor de menselijke consumptie bestemd is. Ze bedienen van daaruit met succes van alles, de voedselbank ook bijvoorbeeld. Diverse afnemers.

Kunnen ze er vast wel een akkertje vrijmaken of ’n gemeentelijke kas neerzetten voor de wiet. Schoolklassen op rondleiding uitnodigen om ze laten zien hoe wiet er eigenlijk uitziet, want dat weten die kinderen natuurlijk niet. Wel even wijzen op de gevaren uiteraard betreffende het gebruik. Kan toch een mooi educatief project zijn, dacht ik zo. En nuttig.

In een achteraf schuurtje kunnen ze, in het kader van de werkgelegenheidsaanpak, dan meteen de beveiligers opleiden, die nodig zijn om te zorgen dat de penoze geen overvallen pleegt en te letterlijk afneemt…..

.....kijk, kinderen...dit is nou wiet.....

…..kijk, kinderen…dit is nou wiet…..


Deventer…..

.....in die kerk aan het eind van dit beeldige straatje waren we dus.....

…..in die kerk aan het eind van dit beeldige straatje waren we dus…..

Jongens, wat heeft Deventer toch een mooie historische binnenstad! We waren gisteren met onze soosclub, die leuke dingen voor ons organiseert in deze regio, in de Sint Nicolaas-of Bergkerk, gebouwd in de jaren 1198 tot 1209. Deventer was een Hanzestad met een haven. Sint Nicolaas (ik snap nu die stoomboot!) was de beschermheilige van de schippers en de kerk werd aan hem gewijd. En was dus RK, maar werd in 1580 (na de beeldenstorm in 1566!) protestants en ontdaan van alle katholieke kenmerken. Fraaie wandschilderingen, zelfs uit 1300, verdwenen onder de witkalk. Die zijn o.a.vanaf de twintiger jaren weer tevoorschijn gehaald en prachtig gerestaureerd. In het gebouw wordt niet meer gekerkt. Het is nu van de gemeente, die het samen met de verplichting tot onderhoud overnam voor ’n symbolisch bedrag. Een gulden.

Maar eigenlijk, we waren blij met de rondleiding natuurlijk, kwamen we voor het prachtige nog aanwezige orgel. Als je iemand hebt als begeleider van je club, die toevallig buurman is van de organist van o.a. de Bergkerk, dan bof je uiteraard.

Hans van Dijk heet die organist, die van alles weet over het orgel, hoe het instrument in elkaar zit, hoe oud het is, gebouwd tussen 1841 en 1843 door een Deventenaar nota bene, Johann Heinrich Holtgräve, die zijn voorvaderlijke roots waarschijnlijk wel over de grens heeft liggen. (Die voorvader kan natuurlijk best op een Hanzeschip zijn meegelift en zo in Deventer terecht zijn gekomen!)

Hans van Dijk vertelde ook over de muziek die hij in zijn concertje voor ons ging spelen. Sweelinck, Buxtehude, Haydn, een Franse componist van wie ik de naam even kwijt ben omdat ik geen kerkorganist ben en ook niet RK, maar zijn ‘Prière á Notre Dame’ klonk schitterend! En Herman Strategier van wie Van Dijk nog les had gehad. Muziek uit periodes waar steeds zo’n honderd jaar tussen zit.

En wat een órgel, zeg! We zijn het zeer smalle trappetje, alleen geschikt voor slanke artiesten die, zoals wij ook moesten, er om moeten denken dat ze hun kop niet stoten tegen een balk uit de 12e eeuw, opgeklommen naar het orgel en hebben de klavieren en pedalen in actie kunnen zien en horen. De organist is een gepassioneerd musicus, die ook zo over zijn vak praat. Zó leuk! We hebben genoten.

En we moeten beslist terug naar Deventer, liefst met mooi weer, hoewel het Dickens Festival in December in de sneeuw ook wel iets zou zijn…..

.....1728 orgelpijpen zitten er in weten we nu.....!

…..1728 orgelpijpen zitten er in weten we nu…..!