Haken en ogen

eerst zien dan geloven.....

Onder vier ogen hebben we besloten toch maar niet te gaan sparen voor het bionische oog, dat Tonie met zijn onnavolgbare oog voor speciale items opduikelde in een in het oog springend artikel. In tegenstelling tot Frank W.Ockenfels, die pas 39 is en er zo op ’t oog langer plezier van zal kunnen hebben dan mijn blinde oogappel, wil die geen sores aan z’n lijf en al helemaal niet aan z’n kop.

Hij vindt 115.000 dollar ook teveel. In zijn ogen een exorbitant bedrag en dat is het ook. Maar dat er, zoals met zoveel, dat vroeger niet mogelijk was en nu wel, een zeer interessante ontwikkeling gaande is waar het oog van de wereld nog van zal opkijken, dat is wel zeker. Maar niet voor mij, zegt Jouke.

Het proces van het “leren” kijken vindt in je allervroegste levensfase plaats en lees er Oliver Sachs’ boek “De man, die zijn vrouw voor een hoed aanzag” maar op na, dat haal je niet meer in. Afstanden schatten, diepte zien, kleuren zien, dat ontwikkelt zich tegelijkertijd met je hersenen. Ik ben benieuwd of ze dat met dat bionische oog ’n beetje goed kunnen regelen. De man uit het boek was blij, dat ie weer blind was. Wat een rust. Zegt mijn man ook, hij heeft liever bionische oren als er dan toch iets bionisch moet. Daar zijn z’n hersens al helemaal klaar voor!


Tegenvallers……

Ik blijk een angsthaas te zijn. Mijn schoonzusje is ernstig ziek en als de telefoon gaat ben ik blij als iemand anders hem opneemt. Dat had ik niet gedacht van mezelf, dacht dat ik flinker was.’n Beste tegenvaller.Ze is geen moment uit mijn gedachten. Gisteren was ze nog jarig ook, we hebben een bloemetje naar het ziekenhuis gestuurd, ze is helemaal in Leeuwarden en ik heb gisteren nog een brief geschreven. Ik ben er constant mee bezig, maar de hele toestand werkt verlammend op mijn activiteiten.Mijn andere zus is bij mijn broer om hem en m’n schoonzus te supporten namens ons allen en te zorgen dat hij niet alleen is. Ze is daar goed in, lief en praktisch en dat heb je nodig in zulke omstandigheden.

Ik weet, dat we moeten afwachten. Ze is dinsdag geopereerd, maar ze heeft hoge koorts en die wil maar niet weg. Misschien moet ze morgen weer geopereerd, dat wordt nog beslist. We hebben slecht geslapen vannacht en we kunnen verder niks doen dan afwachten.Afleiding helpt niet echt. het zware gevoel in mijn hoofd en in mijn maag blijft. Ik ben ongerust, onrustig en rusteloos en dat allemaal tegelijk. Daar gáát mijn mooie theorie van laatst over die vrolijke kijk op de dingen. Daar klopt nu toevallig even helemaal niks van…….


Memoires

bloemetje voor Walters moeder

Het groot uitgevallen plaatje hiernaast herbergt een bloem, die, je zult het niet geloven, “Walter’s Gift” heet. Het is een geranium oxonianum en ook dat moet je maar geloven. Ik vond ‘m toevallig en vind het eigenlijk mooi passen bij Walters opgetekende herinneringen van zijn moeder, die om allerlei redenen ook bij mij beelden oproepen.

Ten eerste omdat Walters moeder van hetzelfde bouwjaar is als ik en omdat haar herinneringen zich afspelen in Amsterdam, waar ik tot mijn twintigste heb rondgelopen en rondgefietst vooral. Bovendien stond de MMS, die ik na de oorlog bezocht, in de Euterpestraat, later omgedoopt in Gerrit van der Veenstraat vanwege de slechte herinneringen, die vele Amsterdammers aan die naam en dat gebouw hadden. En vanwege verzetsheld Gerrit van der Veen natuurlijk. In mijn latere schoolgebouw verzamelden de bezetters mensen die opgepakt waren en over wie nog beslist moest worden wat er verder met hen moest gebeuren. Mijn vader heeft er ook nog een halve dag vastgezeten, nadat een tram was leeggehaald bij een razzia. Mijn vader was doordat hij moeilijk liep wegens kinderverlamming niet zo interessant voor de arbeitseinsatz dus was ie snel weer thuis. Nog een overeenkomst met Walters moeder is, dat er ook bij ons thuis in 1943 een kind werd geboren, mijn broer en ook onze joodse buren werden weggehaald.

Mijn vader was accountant, hoewel hij in die tijd nog studerend was en een administratiekantoor had. De mensen voor wie hij de administratie deed noemden hem nog gewoon “de boekhouder”. De Apollolaan, waar Walters moeder woonde, daar fietste ik dagelijks over naar school vice versa, dus dat klonk ook al bekend.

Ik ben benieuwd naar het vervolg van de memoires, maar vind het erg jammer, dat ze zo ziek is. Ik ben me, ook al vanwege datzelfde “bouwjaar”, zeer bewust van mijn voorrecht nog in goede gezondheid te verkeren. Ga zo wel even zoeken naar ongeverfd hout om af te kloppen…..


Vrolijk op weg naar de finish!

nou ja, zó hoeft 't nou ook weer niet....

Een artikel in Trouw vertelt ons, dat het verstandig is om je een optimistische kijk op het leven aan te schaffen en om, als je die niet van nature hebt, er toch maar even je best voor te doen, want dan leef je langer als je dat leuk vindt. Een positieve instelling rekt je leven zelfs meer dan wanneer je besluit te stoppen met roken of om dieet te gaan houden vanwege je lijn.

Ik rook niet, dus dat is al makkelijk en aan de lijn heb ik nooit gedaan, omdat dat weinig uithaalt bij mij, vind ik dus. Het zet geen zoden aan de dijk, want die zitten er al aan. Er onder hoef ik niet, want ik ga als het zover is op in rook volgens plan. Dan neem ik helemaal geen plaats meer in, slanker kan niet. Maar dit alles duurt nog een poosje als ik Trouw mag geloven en dat doe ik natuurlijk graag, positief als ik ben.

Ik ben er trouwens wel van overtuigd dat een beetje vrolijke kijk op de dingen je vrijwaart van veel ellende. En dat heeft niks met oppervlakkigheid te maken, meer met prioriteiten stellen en mentale en emotionele energiehuishouding. Ik probeer te schiften, maak me best wel zorgen over van alles en nog wat, maar als ik er minder dan niks aan kan veranderen en dat probeer je eerst natuurlijk, dan heeft het ook weinig zin me er extreem druk over te maken. Een kwestie van behoud en ik blijf wat prettiger in de omgang. Daarin ben ik niet makkelijk te beïnvloeden, geloof ik.

Vroeger op mijn werk hadden we eens een collega, die zéér makkelijk te beïnvloeden was. Als je tijdens de koffie tegen haar zei: “Je ziet een beetje bleek!” zei ze: “Oh ja?”, liep naar de spiegel en was binnen het kwartier ziek naar huis. Je kon het haar zó aanpraten! Bron van veel vermaak en ja, dat kon toen nog. Het is maar hoe je tegen jezelf aankijkt, letterlijk en figuurlijk.

Bij een ander bedrijf waar ik heb gewerkt kwam altijd een vrolijke oude baas, die de advertentie-acquisitie deed voor de krant van de tbc-bestrijding, de Emmabloem of zo. Hij was 86 jaar en kwam op de fiets een paar maal per jaar zijn zaken doen. Er werkte toen ook een portier, die toen hij 65 was werd gepensioneerd en vertrok. Toen onze acquisiteur bij zijn volgende bezoek de portier miste zei hij: “Waar is toch die ouwe man gebleven, die hier altijd zat?” Terwijl hij dus 21 jaar ouder was zag hij zichzélf absoluut niet als een oude man en eerlijk gezegd zag de portier er ook ouder uit dan hij!

Er was dan ook veel verschil tussen die twee. De portier was een sombere “van 9 tot 5-man”, waar eigenlijk niet veel aan te beleven viel. Hij had geen hobby’s en viel na zijn pensionering in een diep zwart gat. Hij heeft zich letterlijk doodverveeld, want hij is niet veel ouder geworden.

Dus….moraal van dit verhaal: wil je een lang en liefst ook nog gelukkig leven : positive thinking is a selffulfilling prophecy! Zullen we maar hopen. Begin d’r jong mee, zou ik zeggen!


Samen in een tent, ja gezellig!?

ook wel es te heet!

Na mijn Sterspotje van gisteren over kamperen wil ik toch wel even verklaren, dat we ook ervaringen hebben met: kou, regen, hittegolf, zieke kinderen, brand(je) en lekkage. Het zou een onjuiste weergave van de realiteit zijn om deze feiten niet te vermelden. Hoewel nog steeds de positieve kant van kamperen bij mij de overhand heeft. Hoe dat bij mijn familieleden ligt weet ik niet of eigenlijk weet ik het wel, want er wordt erg weinig gekampeerd door ons nageslacht. Onze oudste dochter gaat dit jaar met haar gezinnetje naar Frankrijk, naar een tent die al ingericht klaarstaat. Dat telt dus eigenlijk niet mee, dat is geen afzien.

Nou, wat de kou betreft is zes graden boven nul ’s nachts op slaapzakhoogte behoorlijk koud. Dan wil je wel een trainingspak aanhouden, mét sokken graag. En een fles Beerenburg, stiekem meegesmokkeld door de heer des tents, helpt dan ook wel . Je kunt je kinderen moeilijk zo’n borrel geven, maar die sliepen toch wel, ingepakt als ze waren.

Regen is op z’n zachts gezegd ook vervelend. Het beste is dan om niet neerslag-tig in je tent te blijven zitten, maar opgewekt iets overdekts te gaan doen. Een museum of naar een kasteel, winkelen of, ook een hele goeie, lekker naar huis. Tent laten staan tot het weer droog is. Toen de kinders klein waren gingen we nooit zo ver van huis om bovengenoemde reden.

Ook viel er wel eens een ijsje verkeerd en hebben we een keer mazelen moeten laten constateren door de dorpsdokter.En als er iets is dat je op een camping waar nog meer kinderen zijn niet kunt hebben is het mazelen.Dus toen waren we ook weer zo thuis. Een bijkomstigheid was toen, dat we ons huis hadden uitgeleend aan vrienden, die het niet erg vonden, tenminste dat zéiden ze, dat we d’r weer waren. Het huis was erg vol, maar we hebben het erg gezellig gehad. Wij hadden oppas voor onze mazelaar en zij konden hun kinderen bij ons laten om er met z’n tweeën op uit te gaan.We kookten om beurten, leuke vakantie.

Ja, en dan dat brandje….’s Morgens water opgezet voor thee, onderwijl even naar ’t toilet voor het ochtendplasje en terugkomend constateren, dat een overhangend flapje had vlamgevat. Gelukkig een bedauwde tent en medekampeerders die snel ter plekke waren met jerrycans, vooral als er een kind luidkeels “brand!” staat te roepen. Was gelukkig allemaal niet zo erg, we hadden er een artistiek raampje bij op een handige plaats. Bij volgende keren opzetten van de tent wist je meteen welke kant je beet had. Elk nadeel heb ze voordeel.

Hitte bij kamperen is ook moeilijk. Kinderen kunnen en willen niet slapen. Afmatten door te gaan wandelen is dan de enige remedie. Tenslotte lekkage. Steeds gillen :”denk om het tentdoek!” als dat nat was en de naadjes waar het stiksel van los was en ons bij de controle waren ontgaan. Bij wind liggen luisteren naar het flapperen van tentdoek en verwachten dat je de lucht ingaat met je hele handel!

Nou kijk, als je tegen al deze kommer en kwel bestand bent blijft kamperen erg leuk, doordat je het leven terugbrengt tot het niveau van simpele eenvoud, waarbij je niet meer nodig hebt dan het hoogstnoodzakelijke. Hoewel….er moest altijd wel een transistorradiootje mee voor het nieuws. Stel je voor, dat je in al die simpelheid wat mist van het “echte” leven!


Samen in een tent, ja gezellig!

vrijheid blijheid

Kamperen is echt leuk, al zou je dat na Luna’s “lofzang” moeilijk geloven. Voor kinderen is het ’t leukste dat bestaat. Voor kinderen van een bepaalde leeftijd, want er komt een tijd dat ze het gebrek aan privacy zo op mekaars lip in een tent onoverkomelijk gaan vinden. Maar onze kinderen hebben zelfs wel eens in onze eigen achtertuin gekampeerd. Geen oog dichtgedaan, want ’s nachts zijn er toch rare geluiden, hoor, als de buurtkatten aan de wandel zijn en er meer beesten rondscharrelen dan je overdag weet dat er zijn. En moeder deed ook geen oog dicht, want de achterdeur op slot, dat ging me toch te ver. ’s Ochtends bleek de tent leeg en lag ieder kind weer in z’n eigen bed. Maar het avontuur op zich was geslaagd.

We hebben in vakanties veel gekampeerd met ons kroost.Het was een goedkope manier van vakantiehouden en op het kampeerterrein troffen ze nieuwe vriendjes, die precies leuk genoeg waren voor veertien dagen. We zijn veel op campings geweest waar in principe niks te doen was, geen bingo of recreatieteam, maar wel midden in de natuur. Dat waren zoals dat vroeger heette paspoortcampings. Je werd geacht de natuur te respecteren en je tevreden te tonen met minimale voorzieningen. Dat is ons altijd goed bevallen.

Onze jongste heeft zelfs op een camping leren lopen. Omdat ie de jongste kampeerder was, waren er altijd wel mensen en mensjes die met hem wilden oefenen en waarschijnlijk om daar vanaf te zijn ( leer mij Lars kennen!) dacht ie: “Laat maar, ik doe het zelf wel!” en daar ging hij!

Kamperen heeft veel leuks. Huishouden b.v. bestaat uit het rechtleggen van slaapzakken, al dan niet even gelucht, bezem door de tent en klaar! Je kunt aan de koffie en het zetten daarvan ruikt nergens zo lekker als bij een tent. De kinderen gaan hun eigen gang en omdat ze niet bezig gehóuden worden zoeken ze hun eigen vertier.

Wij hadden op het laatst een wat grotere bungalowtent, die met gemerkte stokken in elkaar moest worden gestoken. We oefenden voor de vakantie altijd even op een buurtgrasveldje of het sportveld bij ons werk, keken of alles er nog was, de elastieken en scheerlijnen nog in goede conditie en de haringen niet te zeer verbogen waren. Als we dan aankwamen op de camping zochten we onze plek en gingen aan de slag.

Een kind, dat eens even een stok aangaf bij die grote tent, zou handig zijn geweest, maar ze waren allemaal zó verdwenen om “de omgeving te verkennen”. En wij stonden dan ieder aan een kant naar elkaar te roepen en te wijzen (wat bij een blinde echtgenoot weinig effect heeft) met een tentstok in de hand. Je kon niks loslaten want dan stortte de hele zooi weer in elkaar, maar al ging het met hindernissen, we kregen het altijd weer voor elkaar en je relatie was weer eens op zijn bestendigheid getest.

Als de kinderen kwamen kijken “of ze nog wat konden doen” zaten wij alweer aan de verzoenende koffie en konden zij ons inlichten over waar de toiletten waren, de waterkraan en of “ze” een winkeltje hadden. Meestal hadden ze dan al de nodige konijnen en eekhoorns gezien.

Echt, kamperen is leuk. We willen niet meer zo laag bij de grond en een caravan vinden we vreselijk, maar kamperen….nostalgia de luxe!


Terug naar wat we gewend zijn….

daar stop je toch graag voor!

Mijn zolderkamertje. waar het de laatste dagen niet uit te houden was vanwege de hitte, ondanks een fanatiek draaiende ventilator, is weer normaal van temperatuur. Gisteravond hebben onweer en regen de thermostaat in de natuur weer bijgesteld. Het regent nog steeds, maar ik moet zeggen, dat dat heel gezellig klinkt op een schuin zolderraam. Rob de Nijs-achtig.

Verder is het nog steeds komkommertijd en om in de groente -en fruitsfeer te blijven: van de week haalde ik bij de C1000 paprika’s. Ze waren per drie verpakt, een rode, een gele en een groene. Op de kassabon stond:”een stoplicht paprika’s”. Kijk, dat vind ik nou leuk verzonnen!

Hopelijk wordt het weer een beetje droog, het is hier ook altijd hollen of stilstaan. Nooit eens gewoon. Wat ik eigenlijk ook niet gewoon vind: een glazenwasser, die in de stromende regen de ramen komt wassen. Is dat nou ijverig of gewoon geschift? Ja, natuurlijk, ik heb wel betaald. Met fooi zelfs, want hij was zó nat, de ziel…..


Om te zoénen, nou…?

zo kan 't ook!

Hoe is dat er toch ingekomen, die gewoonte om elkaar drié keer te zoenen bij een al dan niet willekeurige ontmoeting? Ze zeggen, dat dat via de televisie gebeurd is. Maar in welk land was dat dan de gewoonte? En wanneer het precies begonnen is, weet ik eigenlijk ook niet meer. Ik was zeker even ergens anders of zo. Vroeger was het één kusje op de wang of als iemand je niet zo bekend was een hand. De “hug” van de Amerikanen zie je ook steeds meer, maar die gaat dan meestal zonder zoenen, meer met langdurig geklop op de rug bij mannen en gewrijf langs de rug bij vrouwen. Dat verschil dan weer wel.

Je hebt hier ook wel eens van die ontmoetingen waarbij je twijfelt wat er nou precies bij de situatie past. Die twijfel zie je ook bij de ander en dan komt er een “oplossing” in de vorm van toch maar een hand of gezoen, dat dan weer een beetje “overdone” overkomt. Moeilijk, moeilijk. Waar zijn de regels, die prettig zouden zijn in zo’n geval? In mijn jeugd had je mensen, die boekjes schreven over etiquette. Amy Groskamp-ten Have (1887-1959) was zo iemand. Amy wist hoe het moest en was een autoriteit.Haar boekje “Hoe hoort het eigenlijk?”is nu opgeborgen in de archieven van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis waar het nu ook hoort. Maar we hebben ook tegenwoordig nog een deskundige, Magda Berman die boeken heeft geschreven, met name voor het zakenleven, opdat er geen deal je neus voorbij gaat vanwege slechte manieren!

Er is nu iemand, die een button op de markt wil brengen, die je bij massabijeenkomsten zoals bruilofts- en nieuwjaarsrecepties op kunt spelden en die de dreigende zoeners vertelt, dat je één kusje of een hand meer dan voldoende vindt. Vooral bruidjes, die behalve de vrouwen ook de mannen nog moeten zoenen, terwijl de bruidegom zich kan beperken tot de vrouwen, hebben veel belangstelling.

Op de eerste werkochtend na nieuwjaar hadden wij altijd een be-appelflapte bijeenkomst op ons werk, waarbij je een ieder, afhankelijk van zijn of haar achtergrond een zalig, gezegend of gewoon gelukkig nieuwjaar kon wensen. Dan was je er in één keer vanaf en hoefde niet wekenlang nog….en nog de beste wensen,hè!…te roepen, al dan niet met gezoen. Een collega en ik staken tijdens die bijeenkomst altijd één (wijs!-)vinger op om aan te geven dat we één keer zoenden. Dat werkte goed, zonder button. Brildragers hebben het toch al zo moeilijk met die drie zoenen! Kletter-kletter-kletter, monturen tegen elkaar en maar hopen dat je er onbeschadigd vanaf komt, zowel je bril als jij.

In het bericht in de krant waar ik dat button-verhaal las stond ook nog, dat er een nieuwe trend op komst is: de vierklapper! Drie keer zoenen op de wang en de vierde op de mond. Nou, maak je borst maar nat, want er bestaan ook zevenklappers……


Toch maar weer ambachtelijk….

zonder electriek!

Van veel mensen hoor ik de laatste tijd, dat ze aan het opruimen zijn in huis. Zal wel aan het weer liggen, wat moet je anders en zo kun je áls het mooi weer wordt “verdiend” niks doen! Zelf ben ik in de keuken bezig alle kastjes na te lopen op wat ooit is aangeschaft als zijnde “zó handig!” en dat ik nooit gebruik. Dan kom je meestal terecht in de sector keukenmachinerie. Ik heb een prima mixer, maar de cakes en appeltaarten die ik de laatste jaren heb gebakken zijn op de vingers van één hand te tellen en die hand mag nog van een lepralijder zijn ook. Slagroom klop ik in een “slagroomschudder”, jaren geleden gekocht op een Tupperware-bijeenkomst. Er past precies een kwartliter slagroom in en die kun je dan, terwijl je allerlei andere dingen doet ondertussen, al sambaballend stijfkloppen onder het motto “als het niet meer klotst is het klaar”. Werkt perfect op eigen spierkracht zonder electriciteit. Met de mixer wou het bij mij nog wel eens op boterkarnen uitlopen. Bovendien kun je op datzelfde ding een deksel doen en de slagroom er in bewaren. Er zitten bij die mixer ook deeghaken, die ik nooit gebruik, want als ik brood bak ( en ja, dat doe nog wel eens!) dan ben ik een handmatige kneder.

Ik ben ook in het bezit van een Kitchenmaster, een keukenmachine die kan raspen, snijden, hakken, kloppen en mixen en misschien nog wel meer, áls je er maar de juiste messen, schijven, raspen, garden en bekers op aanbrengt. Ik heb uitstekende messen en een ouderwetse garde, waarmee ik op mijn gemak hetzelfde resultaat bereik en veel minder heb schoon te maken. En zo hebben we een sapcentrifuge en een vruchtenpers, allemaal apparaten die gekocht zijn om tijd mee te besparen en gemak te geven, maar ik heb dat kennelijk anders ervaren, want ze staan in de kast te verouderen, terwijl het hygiënische kunststof uiterlijk er vanwege verkleuring niet meer zo uitziet.

Voor ons klein geworden woongemeenschapje is het so wie so de moeite niet om al die dingen vuil te maken. De supermarkt is ook steeds meer ingesteld op ons formaat huishouden. Ik ga dus schoon keukenschip maken. Terug naar het ambachtelijke keukenmes, het citroenpersje, de rasp, zoals mijn moeder die ook al had, ik was dat al tijden tot volle tevredenheid. Geldverspilling, die apparatuur, net wat u zegt. Maar koffiezetten, vaatwassen en de magnetron, ja, dát is natuurlijk een ander verhaal!


Hersengymnastiek…..

geen leesbril nodig!

Mijn tante maakt elke dag een kruiswoordpuzzeltje om haar hersencellen in actie te houden. Dat doet ze omdat ze op leeftijd is en graag bij wil blijven. Er is zelfs een website, waar je het Jong van Geest Koeienletterpuzzelboek kunt bestellen. L-rs schrijft in zijn Computer Planet dat webloggen goed is voor de geest. Ook Alzheimerpatiënten houden hun geest scherp met dagelijkse stukjes. Of dat te merken is aan de kwaliteit van het geschrevene, dat weet je natuurlijk nooit! Het zou veel verklaren soms.Ik heb, bij mijn weten, geen Alzheimer maar ik vind het een geruststellend idee, dat als je bezig bent met een stukje voor je log, je dus eigenlijk aan het fitnessen bent. Toch goed om te beseffen.

Mijn zus was jarig vandaag en we zijn even naar Ede gereden om haar te feliciteren. Bij onze binnenkomst bleek ze omringd door vriendinnen, van wie we eigenlijk niemand echt kenden. Wel over gehoord, maar dat was alles. De gesprekken gaan dan ook vaak over mensen, die je niet kent of gekend hebt. Zoals in het geval van de man, die ter sprake kwam en die bleek te zijn overleden. Ten gevolge van, naar ik aanneem diabetes, was hij zijn beide benen kwijt en was uiteindelijk overleden. Een man met humor, want ze vertelden, dat bovenaan zijn rouwadvertentie zijn zelfgemaakte rijmpje stond: “Ik had geen poot om op te staan en daarom ben ik heengegaan”. Ja, dan helpt fitnessen ook niet meer…..