Typen op de piano…..

zo zagen de typemachines er uit toen....

Gisteravond zagen we in “Het uur van de wolf” een documentaire, uit 1999, over Frieda Belinfante. Een in 1904 in Amsterdam geboren celliste, die later dirigent werd. Een heel bijzondere positie voor een vrouw in een ongeëmancipeerde tijd. Als je leider bent van een orkest als vrouw moet een heel stel mánnen doen wat jij wilt! Nu was ze, zoals uit de film bleek, gezegend met een groot aantal mannelijke hormonen, zodat ze , na een huwelijk geprobeerd te hebben zoals gebruikelijk, verder alleen maar relaties heeft gehad met vrouwen.

Omdat ze half-joods was heeft ze in de tweede wereldoorlog behoorlijk wat meegemaakt. Ze hief haar orkest op omdat ze weigerde lid te worden van de Kulturkammer en werd actief in het verzet. Ze vluchtte na veel omzwervingen in haar eentje naar Zwitserland, waar ze in een vluchtelingenkamp terechtkwam. Na de oorlog en na een weinig enthousiaste “ontvangst” terug in Holland emigreerde ze in 1947 naar Amerika. Daar zijn haar in haar culturele loopbaan door haar vrouwzijn én haar geaardheid flink wat (mannen-)voeten dwars gezet. De vrouwenbeweging hield haar overeind. Ze is 91 geworden en in 1995 overleden. Een boeiend verhaal over een boeiende vrouw, die zich niet liet onderschoffelen!

De naam Belinfante is mij zeer bekend, want mijn eerste pianolessen kreeg ik op de muziekschool van Martha Belinfante in de Watergraafsmeer. Volgens mij waren ze geen familie. Maar éigenlijk kreeg ik de allereerste lessen van Tootje Jansen, een op het accountantskantoor van mijn vader werkend meisje. Zij speelde tussen de middag ( het kantoor was bij ons aan huis gevestigd) altijd zo prachtig op onze piano, dat ik als tienjarige niet bij haar was weg te slaan.

Mijn vader vond, dat ze voor mijn muzikale educatie de typemachine wel even kon verruilen voor de piano en zo kreeg ik twee keer in de week, als het werk het toeliet natuurlijk, ’s middags na school een uurtje les. Totdat Tootje zei, dat ik nu maar écht les moest krijgen en toen ging ik naar de Belinfante-muziekschool. Maar zo gezellig les als bij Tootje heb ik nooit meer gehad…….!


Hou je in……

ach, hier wil ik wel huppelen....

Mijn echtvriend is een spontane man. Dat is een leuke eigenschap, maar soms ook ergerlijk. Het is als vrouw van een dergelijk spontaan figuur moeilijk om hem in bedwang te houden als hij midden in de Apeldoornse Hoofdstraat zegt: “Zullen we even huppelen?”. Dan heeft hij het naar z’n zin en dat moet er dan even uit. Ik vind dan dat hij dat maar anders moet uiten en in ieder geval niet mij er bij moet betrekken. Ik ben daar te oud voor. Hij ook, maar hem kan ’t niet schelen.

Bij concerten is hij na afloop soms zo enthousiast over de uitvoering, dat hij zijn applaus het liefst zou begeleiden met een krachtig “bravo!” of zoiets. Dat hoor je via de radio nog wel eens als ze iets uitzenden vanuit zuidelijke regio’s, omdat het daar heel gewoon is. Vooral bij opera’s! Hij weet van mij, dat ik dat niet zo leuk vind dus heeft hij zijn reactie al wat teruggedraaid, maar eigenlijk is dat zot. Van mij dan. Dat ik hem daartoe aanzet, omdat ik het te opvallend vind.

We waren in de jaren zeventig eens bij een optreden van Miel Cools. In die tijd een populaire luisterliedjeszanger. Hij is nog ouder dan wij dus het is “ouwe hap”, hoor! Wie kent hem nog?

toen was ie niet grijs...!

Niet veel mensen, denk ik. Maar enfin, we zaten op de voorste rij van de Groningse Schouwburg. We hadden in die dagen weinig geld dus Miel zal het wel waard geweest zijn. Mijn man vond het een geweldige voorstelling en applaudisseerde na elk nummer erg enthousiast. Miel had dat snel in de gaten en “speelde” een beetje op hem. Liep steeds zijn kant op en keek dan naar ‘m. Dat mijn man hém niet zag vanwege zijn blindheid viel niet op, het was gewoon erg leuk, die interactie. Als ik hem toen meteen had verteld over dat “oogcontact” had ie zich misschien ingehouden en dat was niet leuk geweest. Dat vertellen deed ik dus pas na afloop van de voorstelling! Ik hield me bij die gelegenheid dus in.

Spontane opwellingen zijn leuk. Niet altijd en zeker niet bij iedereen, want ze pakken wel eens verkeerd uit. Maar meisje Webkim moet vooral onder die spetterende fontein doorlopen, net als haar buurkinderen. Tuttige vrouwen, die niet willen huppelen, dat zijn de enigen die dat niet doen……..


Gevorderden…..

conceptcar/rollator voor de toekomst...

Er is weer veel te doen over de bejaarde automobilist. Ik moet eerlijk toegeven niet ten onrechte. Ze doen soms rare dingen. En beperkten ze zich nou maar tot racen op Zandvoort in een scootmobiel, zoals ik gisteren op het Journaal zag. Een beetje slalommen om oranje pilonnen, bejaardenhuizen tegen elkaar strijdend om het kampioenschap van Nederland. Dan kan het allemaal geen kwaad.

Maar er gebeuren teveel ongelukken, waarbij je leest, dat er bestuurders van vergevorderde leeftijd bij betrokken zijn. Als slachtoffer, maar ook als veroorzaker.

Of ze rijden het huis van de overbuurman binnen, omdat de rem ineens op de plaats van het gaspedaal lijkt te zitten. Hoewel, op ons pleintje vond vorig jaar een van onze buren een, nét z’n rijbewijs behaald hebbende, buurjongen met auto en al in de schuur. Had ook wat moeite met gas en rem. “Ach”, zei de buurvrouw, “dan ruim je weer es op”.

In Friesland had een bejaarde man, die al drie maal voor zijn verplichte herexamen was gezakt, eigenhandig het geldigheids-jaartal van zijn rijbewijs veranderd. Hij dacht het wel tot 2006 te kunnen volhouden. Maar hij viel op door zijn ruime bochtenwerk en het niet kunnen volgen van de rechte lijn op de snelweg. Toen was ie z’n rijbewijs én z’n auto kwijt en zijn familie mocht ‘m komen halen op het politiebureau.

Nederland vergrijst en grijs Nederland hecht aan zijn mobiliteit, net als iedereen. En aan zijn zelfstandigheid en onafhankelijkheid en dat kun je ze niet kwalijk nemen. Ik ben ook op leeftijd en zal over een jaar of wat ook moeten bewijzen, dat ik nog meekan in het verkeer en geen gevaar ben op de weg. De auto is voor ons vrijheid en die opgeven zal niet meevallen. Toch hoop ik voldoende gezond verstand te hebben tegen de tijd, dat ik dat moet gebruiken.

Maar ze zeggen, dat de oplossing voor het probleem zal liggen in het uitdenken van veilige, slimme auto’s! Die je waarschuwen voor van alles en nog wat en dan liefst tijdig dus. Daar kunnen al die krasse heren en dames hun voordeel mee doen dan. En zij niet alleen, dacht ik zo. Nou, kom maar op met die toeters en bellen…..!


Het grijze circuit….

inderdaad....grijs

Vanmiddag was mijn ega weer een paar uur fietsen met een voorrijder, die zo’n vijfentwintig jaar jonger is dan hij. Dat is een feit, maar hij doet qua uithoudingsvermogen beslist niet voor ‘m onder, dat moet gezegd. De conditie valt lang niet tegen! Transpireren en verlangen naar een verkoelend drankje doen ze allebei na zo’n rit en ik zorg dan ook snel voor de ravitaillering. Dat heet zo bij wielrenners, toch?

Ze kwamen vanmiddag op de terugweg ter hoogte van het woonwagencentrum De Haere tussen Vaassen en Apeldoorn langs een man, die met een fles drank naast zich aan de kant van de weg zat. Die man riep tegen mijn echtgenoot: “Hé, val d’r niet af, opa!”. Nou had mijn man vandaag een grijs shirtje aan en dat bij een grijze baard, ja, dan krijg je dat. Ik zal er op letten de volgende keer, want hij heeft best wel rooie en blauwe shirts dus dat kleurt wat beter. Een oranje zelfs, maar daar staat “Hup Holland” op en dat klopt niet meer zo.

Hij vertelde het voorval vanmiddag als een grapje en ik moest er erg om lachen, maar de boer met kiespijn was niet ver bij ‘m uit de buurt! Maar verder moet dat drankorgel daar langs de weg maar naar zichzelf kijken. Waar bemoeit ie zich mee? Laat ie gaan fietsen……..


Wat is er dan, schatje….?

úrenlang...!

Terwijl wij vanmiddag even lekker achter het huis in het zonnetje zaten, vond een naburig kleuterkind het nodig om langdurig te drenzen. We zijn lang genoeg ouders en grootouders om het gehuil te herkennen van een kind, dat écht iets mankeert of van één dat z’n zin niet krijgt. En dan zijn toevlucht neemt tot de tactiek van de langste adem. Die van hun moeder of die van henzelf. Ik had vanmorgen de vader al horen roepen: “En nú hou je op!!!”. ’t Kind had dus duidelijk zijn dag niet.

Ik kan me van vroeger niet zo goed herinneren of wij met onze kinderen dergelijke krachtmetingen hadden. Verdrongen misschien, weet je veel. We hádden d’r eentje, die altijd zei, dat ze “baas van zichzelf” was. Dat heb ik op zich altijd een uitstekende gedachte gevonden: iedereen baas van zichzelf. Dat had ze zelf zo verzonnen.

Onze andere dochter deed het weer anders. Toen die een jaar of drie was had ze ook eens zo’n dag, dat er geen land met haar te bezeilen was. Blèren om niks! Urenlang, echt om niks. Tot ze ineens ophield en met van die traanoogjes zei: “Wat doe ik gék, hè?”. Ze moest vréselijk lachen, rolde om van de pret en het was over. En toen zijn we maar samen boodschapjes gaan doen.

Ik heb er nog wel eens aan moeten denken als ik zelf wel eens zo’n dag had. Stampij maken om…ja, wát eigenlijk? “Wat doe ik gék, hè?”. Want ik heb ook nog eens ’n man, die nou nooit es zal roepen: “En nú hou je op!”. Tsja, baas van mezelf, dan moet je het ook helemaal zelf doen……..


Op een klein stationnetje……

inderdaad....service

Op het Apeldoornse station is geen reizigersloket meer. Als je een kaartje wilt kopen, zonder tussenkomst van een kaartjesautomaat, moet je aansluiten bij de rij mensen, die in de hal van het station bij de kiosk een bekertje koffie of een snackje koopt. Als bijproduct hebben ze daar dan ook spoorkaartjes. Dan moet je bestemming niet al te moeilijk zijn, want ze hebben meer verstand van koffie.

Het blijkt nog niet zo best te lopen met de vernieuwde vorm van dienstverlening van de NS, las ik in de krant. Zo was er een oude mevrouw uit Zoetermeer, die niet zo best met de kaartjesautomaat overweg kon en daarom aan het loket een kaartje wilde kopen, zoals ze dat altijd deed in het rustieke Apeldoorn. En die haar trein miste, omdat de koffie voorging. Er wordt dus gemord door de reizigers.

Er was ook een opgewonden verhaal van een man uit Epe, die met zeven man een evangelisatiereis ging maken naar Marokko. Ze wilden kaartjes vanaf de grens naar Brussel, want vanaf daar gingen ze vliegen. Tót de grens hadden ze al vervoersbewijzen. Bovendien wilden ze retourtjes, die bij terugkomst ook nog geldig zouden zijn. Een ingewikkelde bestelling, waar de kaartjesautomaat dan ook moeite mee had.

Dus óp naar de koffiedames. Die wisten het ook even niet en het evangelisatieclubje dreigde behalve de trein ook het vliegtuig te missen in Brussel. Dat is vervelend natuurlijk, maar hallo! Dat regel je toch van tevoren? Je reist niet naar Staphorst, maar naar Marokko! Daar ga je het evangelie brengen, nota bene! Dat is toch wel een beetje erg veel vertrouwen op de Heer, hoor! En op de service van de Nederlandse Spoorwegen………!


Zinvolle tijdsbesteding……

inderdaad....zinvol....

Als je iets nieuws aanschaft in je huis, zoals wij laatst die linnenkast, dan komt van het één het ander. Zo hebben we vervolgens er nog een paar kleine kastjes bijgeknutseld voor aan weerszijden van het bed. En we hebben een klein slaapkamerteeveetje gekocht en een beugel om hem aan de muur te kunnen bevestigen. Het wordt wel wat.

We zijn ook aan het opruimen en weggooien. De grofvuilwagen is al langs geweest tot vreugde van buren, die er ongevraagd ook maar het een en ander bij hadden gezet. Zelf zijn we naar de Kringloop geweest met bejaarde electronica. Het deed het allemaal nog, maar ja, ze zijn graag up to date in dit huis.

Nouja, het is toch een beetje een prutzomer en dan kun je maar beter je tijd goed besteden. Met vakantie gaan doen we toch niet en als je maar vaak genoeg tegen jezelf zegt, dat je van kasten en laden uitmesten de rest van het jaar meer plezier hebt dan van niksdoen op vakantie, dan is dat ook zo. Vanmiddag heb ik administratieve opruiming gehouden en o.a. jaargangen oude giroafschrijvingen weggegooid. Nog wel eens even gekeken en wat geeft een mens een géld uit in een jaar, zeg!

Ik heb ook een niks-nada-niente opleverende loterij opgezegd, want we zijn gelukkiger in de liefde blijkbaar. En zo rommelen we maar wat aan, ’t is net onweer……..


Kinderhand…..

genoeg reddingsboten....?

Wat een schuit, hè, die “Queen Mary 2”! Ik kreeg wel een beetje ’n “Titanic” déjà vu, toen ik ‘m zag op het Journaal. Ook bij deze boot moet je goed in je slappe was zitten als je mee wilt, bejaard zijn en liefst Amerikaan van beroep en dan hopen dat het beter met je afloopt. Een weekje meevaren kost maar liefst € 6.000,- per persoon en daar kun je een aardige badkamerrenovatie van bekostigen, van zo’n bedrag. Maar, eerlijk is eerlijk, ze is mooi om te zien.

Voor het Jeugdjournaal interviewden ze een paar jeugdige Rotterdammertjes, die het schip vanachter een hek stonden te bekijken. Of ze wel eens mee wilden met zo’n boot. Daar hadden ze wel zin in! “Wat zou je dan allemaal gaan doen tijdens de reis?”. “Nou, misschien hebben ze wel een tafelvoetbalspel!”, zei één van de jongetjes.

Vast wel, hoor, knul! In een hoekje van één van de casino’s………!


And the winner is……

 lots of luck.....

Kent iemand het woord tombola nog? Vroeger hield mijn korfbalclub eens in het jaar een feestavond met “bal na”. De kans om een nieuwe jurk te krijgen en je op dansles geleerde kunsten te vertonen met jongens, die beter korfbalden dan dansten. Tussen dat toneelstuk en het dansgebeuren was er altijd de tombola, waarvoor de jeugdleden altijd de lootjes moesten verkopen in de zaal. E.e.a. ten bate van de clubkas.

Mijn ouders waren de beroerdsten niet en kochten er minstens tien en als ik aan het eind van de rit niet alles kwijt was, nam mijn vader het restant. Dat hield wel in, dat mijn moeder altijd van alles won. Een vergiet of een vaas, ze heeft zelfs wel eens het hele bal met een schemerlamp op schoot gezeten, terwijl ook de taart en het fruitmandje haar ten deel waren gevallen, want de club werd gesteund door de middenstand uit de buurt.

Tombola, ik vind het een echt jaren-50-woord. Het hoort bij petticoats en queenies. (Die schoentjes zie ik trouwens weer in de winkels! Leuk, hoor!). De sportclubs zullen tegenwoordig wel een andere manier van fundraising hebben. Ik heb laatst tenminste rondjes gesponsord voor een club, die een letterlijke veldloop hield ten bate van de club. Dus die doen er wel wat voor!

Over lootjes gesproken: bij het postagentschap in ons winkelcentrum, waar ze ook tijdschriften, boeken, verslavende rookwaar en alle soorten (wellicht ook verslavende) loterij-briefjes verkopen, stond vanmiddag een bordje voor de deur, waarop geschreven stond: “Tulin had hier vandaag €500,–op haar kraslot!Ze gaat een tv’tje kopen!”. Nou, leuk toch, voor Tulin? Even krassen en tv-kijken is gelukkig ook niet zo vermoeiend……


Inburgeren op kleuterniveau……..

bob bouwt......

Gistermorgen deden we de wekelijkse supermarktboodschappen en toen was er een prachtig geklede Somalische mevrouw in de winkel. Ik vind dat zulke mooie mensen en daarom was het heel vervelend voor die mooie mevrouw dat ze een, om te zien, schattig jongetje van een jaar of vier bij zich had, dat op z’n Hollands gezegd strontvervelend was. Hij liep door de winkel te rennen, te schreeuwen, te klieren en zijn moeder was ten einde raad.

Ze liep nog net niet te huilen, maar holde achter het kind aan tussen de schappen door, in het Somalisch roepend, waarschijnlijk dat ie op moest houden met z’n getreiter. Het was een hele drukte. Hij liep ook te schreeuwen in het Somalisch tót……hij bij de schap met speelgoed Bob de Bouwer ontdekte. “Mama, Bob de Bouwer! Bob de Bouwer!”, riep hij. Dat klonk érg Nederlands. We hebben ‘m daarna niet meer gehoord, dus zal hij dat speelgoed wel gekregen hebben. Hollandse moeders lossen dat ook vaak zo op met strontvervelende kinderen. Dat joch komt er wel qua inburgering……