Januariblues…..

Daar kun je na twee keer een uitvaart binnen veertien dagen uiteraard last van hebben. Met bovendien een zus en een neef die in een brandend werelddeel wonen. En als je een hevig verlangen hebt naar de sneeuwklokjes en de krokusjes. Maar dat heb ik elk jaar.

Hoewel de natuur al weken voor ligt op “normaal” om deze tijd van het jaar. Knoppen in de struiken, vogels die het eigenlijk ook niet precies meer weten. Volgende week zitten we qua temperatuur weer in de dubbele cijfers. Ja, klimaatverandering, net wat u zegt. Mijn kloris wil wel weer een lekker warme zomer, zegt ie. Laat het dan eerst maar even flink regenen.

We wachten het maar af, hoe alles loopt. Er is altijd wat. Maar met de economie komt het gelukkig wel goed, want de koning is naar Oman. Vanwege de goede betrekkingen. Ja, naar een uitvaart, die al geweest is. Kan ook. Zo is er altijd wat, waar je de blues van kan krijgen.

Kloris kwam met een uitdrukking, die hij zijn Friese pleegmoeder vroeger hoorde zeggen. ” ’t Is altijd wat. Kriebel aan de benen en jeuk aan ’t gat!” Nou, daar is nog wel overheen te komen. ’n Mooiere relativering van een januariblues kun je niet bedenken…..!


Vooruitkijken…..

Onze krant komt vandaag met een vooruitblikkend artikel. Dat gaat over hoe over honderd jaar deze regio eruit ziet. Héél anders, dat staat vast. Er wonen om te beginnen veel meer mensen, want de zeespiegel stijgt dus de Randstad wordt onveiliger omdat het daar laag is. En wij zitten hier hoog. Nu al. Hoeven we weinig aan te doen. Nou ja, de rivieren moeten breder, de IJssel bijvoorbeeld moet twee keer zo breed worden. En het IJsselmeer moet uitgediept, want dat moet het Randstadwater opvangen.

Bovendien gaan de naaldbomen vervangen worden door loofbomen, want die houden water beter vast. De kerstbomen worden hartstikke duur, daar kun je op rekenen. Akkerbouw gebeurt op de Flevolandse klei. Veeteelt alleen nog mondjesmaat, dus weinig tot geen belasting van het milieu. Vanwege al die mensen die hier naar toe komen, ze rekenen op een aanwas tot 20 miljoen, worden de steden hier groot. Apeldoorn ook. Niemand zal meer zeggen: “Ik moet nog even naar ’t dorp”, als ze naar het centrum willen.

Groen wordt en blijft het hier wel. Dat vind ik een geruststelling voor mijn nazaten. Hoeven ze niet meteen te verkassen naar die nieuwontdekte planeet TOI 700 d, die nogal op de aarde lijkt, zeggen ze. Het openbaar vervoer zal d’r wel niet op vliegen, want hij is 100 lichtjaar verwijderd, maar je weet het niet. ‘Beam me up’ kan misschien inmiddels ook wel over 100 jaar !

Leuk om te lezen, hoor, zo”n verhaal, dat door de Wageningse Universiteit een wetenschappelijk tintje krijgt. Regeren is vooruitzien. Maar tjee, wat zullen er veel vergunningen en regeltjes nodig zijn om het zover te krijgen. Alleen al zoveel huizen die ze voor al die mensen moeten bouwen, want in een plaggenhut zullen ze wel niet meer willen. Ik ben blij, dat ik dat niet hoef mee te maken, want dat lijkt me het enige feit dat vast staat.

We moeten morgen alweer naar een uitvaart. Een vriend van ons is in zeer korte tijd aan het eind van zijn leven gekomen. Een te laat ontdekte kanker is hem na ‘vage klachten’ fataal geworden. Hij was iets jonger dan wij, maar zo gaat het met generaties mensen. Het is de natuur die het regelt. En dat ‘beam me up’ is een kwestie van geloof en vertrouwen voor veel mensen Onze vriend had beide…..


Kerstwens met ’n wolk erboven…..

Natuurlijk wens ik iedereen een goede kerst. Vier het zoals je zelf vindt dat ’t goed is. Dat doen wij ook met onze club. Ik verklaar even die wolk . In de nacht van zaterdag op zondag jongstleden overleed mijn jongste broer.

Hij had Parkinson, was lichamelijk zeer beperkt, zijn situatie was niet best en werd, ondanks liefdevol veel moeilijk geregel rond huisvesting, alleen maar slechter. Hij is in zijn slaap overleden en dat heeft ons getroost. Ik vind het heel naar, maar ik kan niet treuren. Rouwen wel, hij was mijn kleine broer, we schelen zeven jaar en als je kinderen bent is dat best veel. Later niet meer, maar dan gaat inmiddels ieder zijn weg.

De uitvaart wordt over de kerstdagen heen getild naar de volgende week. Iedereen van de familie viert dus kerst met zo’n wolk erboven. Praten over hem, halen herinneringen op en dat zijn goede herinneringen.

Dat een oud mens nou eerst zo moet aftakelen is slecht geregeld, maar het leven van mijn broertje heeft een vredig eind. Doe mij ook maar zoiets over tig jaar…..


Drukwerk…..

Gisteren, zaterdag, was ik met onze oudste dochter op stap, want voor m’n verjaardag had ik een kussentje voor de bank gevraagd en ze vond dat ik maar zelf mee op jacht moest ernaar. Het is een grijze hoekbank en we zijn zelf al zo grijs, dus hij kon wel wat opleuk gebruiken. Geslaagd, hoor! Yysk had ze. Ik zeg “ze”, want ik kreeg er drie! Grote bank, dus dat staat prima.

Maar toen wilde ik ook nog graag even naar de Intratuin! Dat was op deze zaterdag misschien een iets minder goed idee. Tjee, zó druk! Lars, onze Utrechtse zoon, die even een ’t loodje gelegde plant wilde vervangen daar, vertelde dat er verkeersregelaars bij de Utrechtse vestiging ingevlogen waren! Hier in Apeldoorn niet, maar de winkelkarretjes waren wel schaars.

Ja, Sint het land uit, dan is het kerst. Wen d’r maar aan. Nou, er was op dat gebied weer heel wat te zien en te koop. Kerstbomen in soorten en maten, echt of kunst, zoek maar uit. Ik ben blij dat ik al zoveel kerstspul heb, bijeengegaard in vele, vele jaren. Met herinneringen en al. Dus ik hoefde niet zoveel. Heb een boompje met ledlampjes gekocht voor in de voortuin en wat sneeuwachtige vloerbedekking voor m’n kerstdorpje, ’n trappetje voor het kerkje, want dat staat altijd boven op een ‘ingepakte’ speakerbox, die moeilijk weg kan, en hoe de kerkgangers dan naar boven moesten was al jaren een probleem. Ja, al klunend, maar nu dus niet meer met die treedjes.

Een paar nieuwe slingers voor de kerstboom ook, want de ouwe bestonden uit stukken die moeilijk te leiden waren en dat was geen gezicht. Dus we vernieuwen nog wel iets, hoor. Komende week wordt dus wel kerstfrutselweek, ben ik bang. Ik zag dat de familie aan de overkant van ons huis, de kerstboom ook al aan het versieren waren. Ze liepen met de slinger brandende lampjes door de kamer daardoor zag ik ‘t. Ik ben dus niet de enige met een kerstafwijking.

Bij Intratuin stond buiten trouwens ook een oliebollenkraam. Die staat als erg goed bekend, dus stond daar een lange rij mensen op hun beurt te wachten. Vroeger kon je er alleen maar contant betalen, flappen voor de flappen, maar ze gaan met hun tijd mee, de oliebollenbakkers. Pinnen kan ook. Graag zelfs. Onze andere dochter kreeg vanavond visite van een paar collega’s in haar nieuwe flat en had ons gevraagd of we wat oliebollen voor haar wilden meenemen van die goeie “Oudhollandsche” oliebollenkraam, dat woord staat er op . Dat deden we dus. Oudjaar is ook niks speciaals meer. Zelfs niet als ’t oudhollands is.

Ik heb in mijn dorpje ook een oliebollenkraampje. Staat leuk. Ik heb wel wat met oliebollen, zolang ik ze niet meer zelf hoef te bakken. De kinderen vroegen vroeger altijd: “Ga je nog oliebakken bollen?” Toen waren ze nog klein, hoor. Ze zeggen nu gewoon: “Waar haal je de oliebollen, dit jaar?”…..


Verjaard…..

Dat ben ik weer eens. Iedereen mag best weten, dat dat gisteren voor de 82e keer was. Ik ben nu dus 83. Niet alleen ver-jaard, maar ook nog eens behoorlijk be-jaard. Dat kan me trouwens geen moer schelen. Met een moertje hier of daar had ik misschien een beetje minder last van mijn rug, maar zolang ik in beweging blijf en zoals dagelijks gebeurt zo’n keer of zes á acht de trap op en af ga, valt dat eigenlijk best mee.

Op zaterdag wordt er door de familie ook gewerkt en gesport, maar we hebben met elkaar gegeten en dat is altijd gezellig. En kleinzoon Stijn, die keeper is van zijn voetbalelftal, had met 8-1 gewonnen en was heel tevreden, dat ie d’r maar één had doorgelaten. Kijk, dat zijn leuke dingen voor de mensen. Oma heeft iedereen dus weer gezien en is uitgebreid gezoend, geknuffeld en verwend met leuke verrassingen.

Dan ben ik ook vele malen telefonisch gefeliciteerd. Door wat-verder-weg familie. Die vaak ook op leeftijd is. Daar is Fries stamboek bij. Oud, wat stram, maar helder van geest. Ik heb ook familie gesproken waar het niet zo goed mee gaat, hetgeen logisch is als je hoort wat men allemaal mankeert. Daar word je niet vrolijk van, zelfs op een verjaardag niet. Maar het is niet anders en het is geweldig dat men, ondanks alles, aan je denkt op je verjaardag. Ik stuur good vibrations die kant op, wat vaak het enige is dat wij er aan kunnen doen. En contact houden, ook belangrijk.

Ik was op zaterdag jarig en vierde het ook op die dag en niet op zondag. Dus heeft iedereen lekker kunnen uitslapen. Cadeautje, hè, jongelui? En ik had gisteren mijn nieuwe trui aan. ’n Oud-roze uiteraard…..!


Koud, hè…..?

Kwaliteit en plezier!

Nee, het vroor niet gisteravond, maar het was toch wel een beetje kleumen geblazen toen onze oudste dochter en ik naar de wintermarkt, die je nog geen kerstmarkt kunt noemen, hoewel er al wel veel glitter te zien was, in Beekbergen gingen.

Onze jongste dochter trad daar op met haar koor, dat heel toepasselijk “Ons- Koor” heet. Het was voor haar een verrassing dat we er waren en dat vond ze leuk. We wisten hoe laat ze zouden zingen en waren keurig op tijd. Konden zelfs de auto goed kwijt.

Het was redelijk druk en gezellig. Overal vuurpotten voor de koukleumen, maar dat hebben wij niet nodig natuurlijk. Het is een goed koor en het is een plezier om naar ze te luisteren. Allemaal gemotiveerde vrouwen, die mede door hun ‘strenge’ dirigent Lex van Diepen tot prima resultaten komen. En dat is te horen.

Alleen vind ik dat optreden wat ondankbaar op zo’n avond. Iedereen loopt op zo’n markt langs, blijft soms even staan, er zijn veel kraampjes waar etenswaar en bier wordt verkocht en het wordt naarmate de avond vordert steeds lawaaiiger. En echte aandacht voor wat die dames staan te doen is er maar sporadisch. Ze hadden nog wel een opwekkend praatje om nieuwe leden te werven. Er had zich al één iemand gemeld!

Het zou om negen uur afgelopen zijn, het winterfestijn. Dus toen Karin en ik de markt nog even over wilden na het concertje, ook om de kleum er even uit te lopen, waren veel kraamvrouwen al aan het opruimen. Jammer maar helaas. Mijn dochter zei, dat haar echtgenoot heel trots op haar zou zijn: ze had niks gekocht.

Maar het was leuk om er te zijn, zoals ik zulke dingen in een dorp sowieso mooi vind. In de zomer draait alles om de toeristen. Ook mooi, maar toch anders. Dan hebben ze wekelijks, zes weken lang, een Veluwse markt met oude ambachten en zo. Voor bijenkorven vlechten was het nu te koud. Voor hamburgers niet…..


Nooit te oud om te leren…..

Procrastinatie…..ik had er nog nooit van gehoord. En ik blijk er nota bene kampioen in te zijn! Ik las het woord bij Irene, van Anderzijds en moest het dus opzoeken. Wikipedia legt uit, dat het woord in het Nederlands te maken heeft met “uitstelgedrag”. Als je dat vertoont verwacht je, dat een taak die eigenlijk wél moet, de oorzaak zal zijn van stress en sowieso moeilijkheden. Daarom stel je ‘m uit.

Bij mij slaat het eigenlijk alleen maar op kasten, zolder en schuur opruimen en dingen wegdoen. Hoe ouder je wordt, hoe meer last je krijgt van procrastinatie. Goh, dat er zo’n mooi woord voor is…..


Gezellig…..!

Daar heeft volgens de krant Petra Vethman een boek over geschreven. Dat gaat er dus over wat we hier in ons kleine ‘kikkerlandje’ van bloembollen, molens en klompen gezellig vinden. Zo blijken wereldburgers ons doorgaans nogal eens te bekijken. Alsof wij geen wereldburgers zijn, zeg! Ik denk, dat er veel meer van oorsprong Nederlanders buiten de grens wonen dan erbinnen. Gezellig, toch?

Maar het boek, dat ik (nog) niet heb gelezen, hoor, gaat over de binnenlandse gezelligheid. Dan rekenen we de vakanties even niet mee, want dat is de gezelligheid die we veertien dagen lopen uit te dragen in het buitenland. Toen wij in Devon waren noemde onze cottagemevrouw ons “the lovely people from Holland”. We lieten het huis zo netjes achter, zei ze. Gezellig, toch?

Petra noemt de gezelligheid in huis. We houden van frutsels en kaarsjes. Nou, bij mij klopt dat wel. Dus ik ben een Nederlander. Dan het gezellig samen eten. Dat doen wij ook best vaak en dat is ook gezellig. Maar zoals die Italiaanse families dat doen, hele volksstammen rond de tafel, daar moet hier toch minstens een buurtfeest voor georganiseerd worden of een schoolontbijt. Of er iemand moet 80 worden, zoals Kloris laatst!

Verjaardagen gaan hier eigenlijk ook altijd wel gezellig. Hoewel de familie lang niet altijd compleet hoeft te zijn. Even gezellig bellen is ook prima. De ‘herinnering’van Facebook, daar erger ik me wezenloos aan. Alsof je zelf niet aan iemands verjaardag hoort te denken. ‘Kringverjaardagen’ hebben we wel eens bezocht, hoor. Ook bij niet-familie. En die waren lang niet altijd zonder meer gezellig. Er werden dan aangeschafte autos besproken of vakanties in verweggistan. Allebei in een prijsklasse waarvan wij dachten: (zonder jaloezie, hoor, dat moet je maar geloven) Gezellig?

Wij waren in die tijd kampeerders. Dat schijnt ook iets typisch Nederlands te zijn. Men houdt hier van kamperen. Gezellige campings vinden de mensen leuk. Hele families verhuizen in de zomer naar een kampeerterrein, terwijl vader gewoon aan het werk gaat. Soms al jaren lang met daar steeds dezelfde buren. Het kleinschalige van een tent vonden wij vroeger sowieso leuk. Fijn voor de kinderen. ( Tot een bepaalde leeftijd, want dan vonden ze d’r niks meer aan!) Maar koffie zetten ruikt nergens zo lekker als bij een tent! Gezellig dus.

Ik kom er nooit, maar bruine café’s schijnen het gezelligst te zijn. Dat kan ik me wel voorstellen. De lokatie zal ook belangrijk zijn. Uit de dorpen is van alles verdwenen, de dokter, de dominee, de school, het postkantoor, politiepost, de winkels, maar de kroeg is er nog. En daar bloeit het dorpsleven dan. De harmonie oefent er, de biljart-en dartclub heeft er zijn competities. Tja, roken moet buiten, daar wordt het café niet bruin van, maar binnen is het gezellig!

Als er iets sportiefs op het nationale vlak gesteund of gevierd moet worden dan is Nederland landelijk érg gezellig. En érg oranje! We zijn ook best goed in sport. Met de nadruk op “we”. Dan zijn we familie van de helden en heldinnen die ons op de kaart zetten. We worden ineens zeer nationalistisch. Voor even, want als ze verliezen is het weer over. Dan zoeken we naar ‘hoe dat nou gekomen is” én wie we de schuld kunnen geven! Gezellig, toch?

Ik gebruik in mijn stukjes érg vaak het woord gezellig. Want ik hou wel van gezellig, ben nou eenmaal een frutselig mens. Zou best een euro per keer willen, dat het woord voorkomt in die achttien jaar bloggen. Daar kunnen we dan best iets leuks van gaan doen met z’n allen. Gezellig, toch…..?


D’r is iemand aan de deur…..

Oudere mensen, die nog zelfstandig en soms ook helemaal alleen wonen, hebben ondanks dat toch vaak hulp nodig omdat ze medisch niet zo best in elkaar zitten. Er komen dan allerlei mensen over de vloer en dat zijn lang niet altijd dezelfde mensen.

Het is niet zo gek, dat je dan in de war raakt en makkelijk iemand binnenlaat, die zégt met goede bedoelingen te komen, even bloed komen prikken bijvoorbeeld, maar van wie een collega onderwijl je hele huis leeghaalt en je pinpas en portemonnee achterover drukt. Smoezen worden soms erg makkelijk bedacht en ook geloofd.

Er zijn nogal wat slechte jongere mensen en ook veel te veel goedgelovige oudere mensen. Je leest er dagelijks over in de krant.Wij zeggen dan tegen elkaar, dat je niet snapt hoe het in godsnaam mogelijk is, dat je je mouw opstroopt en je klunzig laat prikken door een wildvreemd figuur, die tegen je zegt dat dat moet.

Of dat je sowieso de deur opendoet als je niemand verwacht. Wij kunnen door ons raam zien wie er voor de deur staat. Kloris, die blind is, kan dat niet en als hij alleen thuis is zou iemand, die zoon en mij heeft zien wegrijden met de auto, daar misbruik van kunnen maken. Een duw of een tik op z’n knar ziet ie letterlijk niet aankomen als hij de deur opendoet.

Daarom hebben wij een leuke bel aan de deur. Die belt om te beginnen een paar keer achter elkaar, waarop mijn kloris via een apparaatje kan vragen: “Wie is daar?”of iets van gelijke strekking, dat mag ie zelf verzinnen afhankelijk van z’n stemming. Als degene die voor de deur staat bekomen is van de schrik, moet hij (of zij) duidelijk maken waar men voor komt en kan kloris zelf beslissen of die persoon ‘m aanstaat.Dat lijkt allemaal wat overdreven misschien, maar ik vind het een prettig idee wanneer hij eens alleen is.

Onze dochter, die nu in een appartement woont op de 10e etage van een flatgebouw, heeft in haar huis een telefoon waarmee ze er achter kan komen, wie het gebouw in wil en haar wil bezoeken.Wij zaten deze week even als oppas in haar flat, omdat een monteur haar internet in orde zou komen maken en ze zelf moest werken.

Er werd gebeld en ik zei dus door die huistelefoon: “Zegt u ’t maar!” en hij antwoordde heel jolig: “Uw T-Mobile-internetmonteur, mevrouw!” en ik drukte op het knopje om de deur beneden open te doen. Ik weet wel, iedereen die doemdenkend is kan zeggen: “Er kan tussen beneden en boven nog van alles mis gaan, want misschien is het helemaal geen monteur, die in de lift naar boven onderweg is!” Maar zo ben ik niet, al ben ik oud.

En terecht, want het bleek een ontzettend leuke, gezellige jonge man te zijn. (Mijn dochter vond ’t jammer dat ze ‘m gemist had!) Vertelde over z’n werk, leuke technische dingetjes, die kloris interesseren. Ruimde alles keurig op. Er zit al glasvezel in het huis dus was ie snel klaar. Dochter heeft de nieuwste generatie modem en hij vond het helemaal niet gek, dat ze alleen maar internet wilde en niks anders. Helemaal toen ie hoorde dat zoon in de IT-business zit en haar verder adviseert.

“Kan hij mooi voortborduren op mijn werk!”zei hij. “Fijne dag verder en bedankt dat u er was!”. Kijk, dat was nou es een leuke man aan de deur…..!


Heilwens…..

“Het Leger des Heils luidt de noodklok” stond er in de krant vanmorgen. Het kan, doordat op de subsidie die ze van de gemeenten ontvangen, zodanig wordt beknibbeld, in sommige gemeenten zelfs tot de helft teruggebracht, niet voldoende hulp meer bieden. Aan daklozen, waarvan er dus steeds meer zullen komen, en aan iedereen die hun ondersteuning hard nodig heeft.

Als het Leger er niet was, kwam er van de zogeheten reguliere hulpverlening niet veel terecht, laten we wel wezen. Die laagdrempelige, praktische hulp kan een officiële overheidsclub, de goede niet te na gesproken, hoor, toch minder bieden. Vanwege de regeltjes en financiën.

Nou, die financiën daar draait het bij het Leger des Heils nu dus ook om. Al de goedwillende mensen daar, heel veel vrijwilligers ook, die hun beste krachten geven aan mensen die hulp en begeleiding behoeven, die verdienen toch wel meer dan de vanzelfsprekendheid waarmee iedereen maar op ze rekent. Liefdewerk is mooi, maar kost geld in praktische zin. Soep kost ook geld.

Een telefonische hulpdienst, zoals de landelijke Luisterlijn, die honderden vrijwilligers heeft, die anoniem gesprekken voeren met mensen, 24 uur per dag bereikbaar is en ook wel gesubsidieerd wordt. Maar van wie veel bellers cliënten zijn van GGZ-instellingen en waardoor men heel veel opvangt voor die voorzieningen. Gewoon door er te zijn en geen 9 tot 5 -dienst, ook in het weekend bereikbaar voor iedereen. Dat is liefdewerk, waarvoor je in de wieg moet zijn gelegd. Voor opgeleid wordt ook.

Op al dat goeds mag bezuiniging toch geen roet in het eten gooien? Dan maar geen nieuwjaarsrecepties en dure afscheidsfeestjes als er een burgemeester of wethouder wat anders duurs gaat doen. Nou ja, in Apeldoorn mag vanaf volgend jaar geen vuurwerk meer worden afgestoken. Wat zal dát een geld schelen, zeg! Alleen is dat geen gemeentegeld natuurlijk, maar uit de eigen portemonnee. Je kunt het natuurlijk altijd nog in een kerstpot van het Leger doen. Ter inspiratie…..