Normaliter…..

…..erger ik me niet zo gauw, maar de uitdrukking “het nieuwe normaal” begint me nogal te irriteren. Want het “oude normaal” was al behoorlijk abnormaal zo hier en daar, dus waar heb je het dan over? Wat is normaal? Ik noem de noodzakelijke maatregelen liever tijdelijk en tot nut van iedereen die z’n verstand gebruikt en niet ziek wil worden. En dat dan zolang als het nodig is. Om er achter te komen wat er sowieso allemaal te normaliseren valt!

Ik drink normaal per dag een paar liter bij mekaar aan water, zerofris, koffie, thee. Al dat vocht is goed voor je, zeker als je op leeftijd bent. Allemaal normaliters, mooi hè…..?


Het kapverbod is opgeheven…..!

‘k Ben nog nooit zo blij geweest dat ik naar de kapper mocht! Doorgaans vind ik zoiets een noodzakelijk kwaad, maar vandaag een regelrechte zegen. Het was namelijk erg lang geleden en dan ga ik er behoorlijk noodlijdend uitzien. Een hoop werk en versterkende middelen nodig om een en ander qua kapsel, dat die naam dan allang niet meer verdient volgens mij, er nog enigszins uit te laten zien.

We maakten altijd al een afspraak, dat kon dus weer en we waren als duo welkom, maar niet meer met z’n drieën zoals voorheen omdat er anders overbevolking dreigde in de kapsalon. Onze zoon moest een uur later. We wonen vlakbij de kapper dus wij wandelden getweeën vanmorgen vroeg derwaarts.

We mochten onze hand ophouden en kregen een beetje ontsmettingsvloeistof en dat hebben we ijverig staan inwrijven. De twee kapsters droegen een mondkapje, maar dat was voor ons niet nodig, hoewel ik er wel twee in m’n tas had, voor het geval dát. Dure dingen, 5 euro per stuk, maar wel met certificaat. Made in China, zag ik. Nou ja, alles op z’n tijd. Made in Holland komt nog wel.

Nou, en daar zaten we dan. Aan Kloris z’n baard mochten ze nog niks doen, dus dat wordt huisvlijt voor mij. Dat heb ik gelukkig al eerder gedaan, want als we dat niet bijhouden gaat ie d’r uitzien als een profeet. Ook leuk, maar bij het tondeusehoofd dat hij sinds vanmorgen weer heeft, past dat niet zo.

Bij mij ging ook de schaar erin, zodat er weer wat van een coupe ontstond na de verplichte wasbeurt, terwijl ik die thuis net zelf had gedaan, maar wat moet dat moet nou eenmaal. Ik was veel te blij met m’n knipbeurt. Ik vroeg mijn knipster hoe of ze het dragen van dat mondkapje vond. “Verschrikkelijk!” zei ze. Ze werken in ploegen, de kapsters, van 8 tot 8.

Toen ik zei, dat ik blij was dat ik nog wist hoe ze d’r uitzag, moest ze erg lachen. Dat hóórde ik, want het was niet te zien. Maar wat moet van de baas, dat moet. Bij de kapper van onze oudste dochter dragen ze geen mondkapjes dus het is overal verschillend geregeld.

Maar we zijn weer toonbaar, hebben gewandeld zonder jas, want het is lekker weer en de nieuwgeplante rozen bloeien. Morgen Hemelvaartsdag met beloofd warm weer. Als we toch al die maanden regenweer hadden gehad! Dan was het dodental meer gestegen, zeker weten. Toch nog iets gunstigs misschien, hoewel boeren het daar niet mee eens zullen zijn…..


Foetsie…..

‘k Hoorde dat er uit een haven een boot was gestolen. De politie vroeg of eventuele langsvaarders naar ‘m wilden uitkijken. De naam van de boot? De “Noorderzon”. Tja, dan vraag je d’r om natuurlijk…..


De druk…..

…..en de drukte! In de winkelstraten vooral. Persoonlijk heb ik helemaal geen redenen om te willen gaan winkelen. Die heb ik trouwens haast nooit. Ook niet toen alles nog ‘normaal’ was. Winkelen betekent in mijn beleving winkel in, winkel uit, kijken, kijken en al dan niet kopen. Wij moeten iets per se nodig hebben op een speciaal adres en als dat zich in de binnenstad bevindt, nou ja, dan komen we er. Dat is dus een rustig idee en zal zeker te maken hebben met onze gevorderde leeftijd. Dan ben je een Specsaverstype.

De foto’s die in de krant staan van die overbevolkte winkelstraten laten dan bij het winkelend publiek veel jongelui zien. Ik kan me dat wel voorstellen, ze hebben niet zo veel buitenshuisvertier. En de winkeliers zijn blij met wat drukte, want die voelen de druk van het omzetverlies. Hebben keurig en creatief gezorgd dat ze zich aan de opgelegde regels houden door looppaden en afstandsstrepen aan te brengen. En dan maar hopen dat de mensen zich d’r een beetje aan houden en zich niet in drommen komen aanbieden, terwijl de neringdoende dat nou juist prima zou vinden!

De kinderen weer naar school, maar ik las over een familie met drie kinderen, die op verschillende dagen naar school moeten, terwijl de moeder, zelf juf, geacht wordt haar werk ook weer te gaan doen. De kinderen zijn van een leeftijd, dat ze niet alleen thuis kunnen blijven dus dat wordt een hele organisatie, want vader zal ook moeten werken. Hoe organiseer je dat allemaal? Ze stonden lachend op de foto met z’n allen, maar vrolijk worden ze er niet van en het geeft veel druk.

Wij hebben geen klagen, want we hoeven niks. Het huis en de was bijhouden en wat mensen regelmatig bellen. Al weken. Zo nu en dan komen er wat kinderen en/of kleinkinderen langs. Mooi weer dus dat kan allemaal in de tuin en op afstand. Onze zoon heeft zo nu en dan wel een afspraak buiten de deur. Ook op afstand. Hij doet sowieso de boodschappen en let nog op prijzen ook. We zitten niet in een verpleeghuis en zijn niet ziek. Tel uw zegeningen. We zingen het lied niet, maar weten het wel. Geen enkele druk. De telefonische Luisterlijn, dié heeft het druk.

Mijn kloris heeft wat druk in zijn darmen en is daardoor wat winderig. Kan gebeuren als je iets nuttigt dat iets dergelijks opwekt. Dat deed ie gisteren wat luidruchtig. Toen ik er wat van zei, zo van : “Gáát het?” zei hij: “Ach, dat haalt de druk wat van de keutel….”


Missen…..

De krant, die ik in vroeger tijden vaak snel doorbladerde vanwege alle andere dingen die ik te doen had, wordt heden ten dage door mij ‘gespeld’ vanwege het feit dat ik alle tijd heb. De onderwerpen zijn uiteraard zeer vaak gerelateerd aan het virus en vandaar dat we wel blij mogen zijn met zo’n man als Henk Krol.

Zeer goed gebekt, geen mediatraining nodig, die weet ie te vinden en soms lachwekkend ook, kunnen we als ouderen veel plezier van hebben als je van goedbetaald cabaret houdt. Ik wacht met mijn oordeel verder nog even af hoe hij de Toekomst precies ziet, maar als versiering heeft ie d’r alvast een vrouwtjesmerel bij, die wel van afwisseling schijnt te houden, dus we wachten af.

Vandaag las ik een colomn van een journalist, die zelf thuis zit omdat ie tot een risicogroep behoort. Hij werkt dus op afstand en ziet zijn collega’s op zijn beeldscherm. Dat gaat op zich allemaal best goed en efficiciënt, maar hij mist ze toch. Als levende mensen. Even praten aan je bureau, bij de koffieautomaat, ze tegenkomen op de werkvloer. Dat soort missen duurt dus al erg lang.

Ik denk, dat veel mensen dat zullen hebben. Bij de zorginstellingen, verpleeghuizen is dat een drama, waar de mensen zo afhankelijk zijn van knuffels en aanrakingen. Niet alleen van degenen die ze verzorgen, maar juist van familie en bekenden. Verzin daar maar es wat op. Het blijft behelpen. Aan dat missen gaan ook mensen dood zonder coronavirus, daar ben ik zeker van.

Weet je, toen we met pensioen gingen, alweer bijna twintig jaar geleden, hebben we het werk dat we deden eigenlijk niet zo gemist, tenminste ik persoonlijk niet. Ik miste wel de mensen. De collega’s en de mensen voor wie we werkten en waar we onze motivatie en energie uit haalden als we zagen dat het ze beter ging. Natuurlijk was het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar dat zie je wel vaker. Heel menselijk is dat…..!


Lintje…..

Onze zoon zag vanuit zijn kantoor de burgemeester ( met ambtsketen !) zijn auto parkeren naast de onze. Hij stapte uit, had bloemen bij zich en liep tussen onze huizen door naar de voordeur van de “gelukspoppetje-familie”, waarover ik al eerder schreef.

Onze buurman, lazen we in de krant, heeft een lintje gekregen! Waarschijnlijk niet al opgespeld, want zo dichtbij mag ook een burgemeester niet komen natuurlijk, maar het was omdat hij al 23 jaar verbonden is aan de vrijwillige brandweer. Hij is daar hoofdbrandwacht en nu dus Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Daar feliciteren we hem natuurlijk mee. Met de lintjesregen hebben we niet zoveel, maar het is best goed als mensen worden beloond voor hun meestal vrijwillige inzet voor de gemeenschap. Dat zoiets ook eens wordt gezien. Van ons had ie ook wel Ridder mogen worden, maar we hebben hier in de buurt al genoeg ridders zonder lintje, dus da’s niet zo erg. Hij is eigenlijk ook nog veel te jong voor het Ridderschap, dat zijn vaak ouwe knarren. Dat komt dus nog wel.

En onze dochter heeft ons toepasselijk voorzien van oranje tompoezen! Er lag trouwens in onze voortuin gisteren een zwart-witte poes te pitten. Zag er zo schattig uit, we hebben hem niet weggejaagd en hij zal ook wel geen Tom heten…..


Burengerucht…..

Dat is een woord dat doorgaans alleen maar verbonden wordt met ergernis. Nou, dat gaat bij ons in de buurt niet op, hoor! Onze achterbuurvrouw werd gisteren 80 en haar familie heeft een draaiorgel met verjaarsrepertoire voor haar besteld ! Opeens een parkeerplaats vol met vrolijke klanken!

De jarige is een rasechte Amsterdamse en daar hoort natuurlijk een draaiorgel bij. Jammer, dat er geen paard voor stond, zoals vroeger de orgelman had, die bij ons door de Amsterdamse straten kwam.

Alle buren stonden buiten in de zon, zongen allemaal mee en het hiep-hiep-hoera! klonk geweldig! Buurvrouw danste met de muziek mee en was heel blij met de verrassing. De familie had ook de tuinpoort versierd, het zag er feestelijk uit. Zo wil je wel tachtig worden! En nog veel jaren meer ook.

Leuk, hoor, om zoiets te verzinnen. Gezellige orgelman ook. Als laatste boek draaide hij “Walk on, walk on, with hope in your heart!” Nou, toepasselijk of niet? “Fijne dag verder!” riep ie, toen hij wegreed met zijn door een pruttelende motor aangedreven draaiorgel. Hij hoeft niet meer zelf te draaien en een paard pruttelt niet. Voor alles is een tijd. Soms wel tachtig jaar.

Leuk burengerucht…..!


Bevrijd…..

Nee, bevrijd van de beperking van onze bewegingsvrijheid dat zijn wij nog even niet. Maar op 17 april 1945 werd Apeldoorn door de Canadezen daarvan wél bevrijd. Er hangen dan ook Canadese vlaggen in onze straat omdat het einde van de bezetting van onze stad en omgeving, 75 jaar geleden, wel herdacht moet worden natuurlijk.

Als je de verhalen leest over hoe dat ging en hoe er gevochten is, ook bijvoorbeeld in het gebied, waar nu de wijk De Maten ligt, ging dat allemaal niet zonder slag of stoot. Het heeft veel levens gekost. Canadese levens ook. Dat mag dus best herdacht worden. Er zijn nog maar weinig veteranen over uit die tijd.

Veel oude mensen vertellen, dat de huidige coronabeperkingen hen doen denken aan die tijd. Het was toen niet handig om de straat op te gaan om eens even te gaan kijken hoe het er voor stond met die bevrijding. Maar toen ze met tanks over de Deventerbrug aan kwamen daveren de Canadezen was het hek van de dam! Onze overbuurman met z’n Canadese vlag heeft dat vast zelf meegemaakt.

Wij niet. Kloris was in Friesland, waar het naar hij vertelt relatief rustig was. Maar hij had op een gegeven moment als zesjarig jongetje wel een Canadese vriend, soldaat Jack, aan wie hij goede herinneringen heeft. Ik woonde zelf in Amsterdam, dat toen nog niet bevrijd was.

Wij moesten nog wachten tot mei. Maar ook de intocht via de Berlagebrug weet ik nog goed! De hongerwinter van ’44 herinner ik me nog heel goed. Naar school gaan was zeer onregelmatig. Dan weer hier dan weer daar. In mijn school zaten Duitsers. Kinderen waren vrij en konden aardig hun gang gaan.. We zochten elkaar op en speelden. En we zongen veel: “Op de grote stille heide” en “In ’t groene dal”, dus keurig repertoire waar je eenvoudig de tweede stem bij kon zingen.

En mijn ouders waren eigenlijk voortdurend bezig met het verzamelen van voedsel. Ik weet nog, dat ik met mijn moeder door de stad liep met een kinderwagen zonder kind er in, maar wel met de kap omhoog en opgemaakt alsof dat wel zo was. We waren op weg naar het Centraal Station, waar mijn broer, die ‘uitgezonden’ was geweest naar een familie in Drente, op het perron zat te wachten gezeten op een soort zak, waarvan iedereen dacht dat het zijn kleren waren. Maar het waren aardappels, die hij meegekregen had van zijn pleegfamilie. Mijn moeder wist dat kennelijk, waarom anders die kinderwagen? Ik vond het wel spannend eigenlijk. En mijn broer was er dus weer.

En toen was de oorlog voorbij. Er moest veel opgebouwd worden en niet alleen huizen en gebouwen. Nee, een heel land, dat geordend moest worden en dat moest gebeuren door kundige mensen, eerlijke mensen met verstand van zaken. Letterlijk. Mijn vader had een soort spaarpot in de vorm van het hoofd van minister Lieftinck van Financiën op zijn bureau voor “Het tientje van Lieftinck” waar iedereen na de oorlog weer mee moest beginnen!

Als de coronacrisis voorbij is, moet zoiets misschien wel weer. Wel ’n beetje vergelijkbaar, toch…..?


Spraakmakend…..

Dat ene eendje zwemt in zijn eentje. Leg zo’n zin maar es uit aan iemand die onze taal aan het leren is. Zulke qua klank op elkaar lijkende woorden maken een taal moeilijk. En het Nederlands zit daar natuurlijk vol mee. Ik vind dat wel leuk. Mijn Australische, dagelijks alleen maar Engels sprekende, zus mist daarom het Nederlands enorm en is blij met onze mailtjes. Ze schrijft het trouwens nog foutloos, gelardeerd uiteraard met Engelse woorden, als ze d’r even niet op kan komen wat het ook alweer in het Hollands was. Helaas gebruiken wij dan inmiddels vaak hier ook al het Engelse woord, want, oh, we zijn zo mondiaal!

Ik herinner me van vroeger vaak leuke woorden of uitdrukkingen van mensen die er allang niet meer zijn. We hadden een overbuurvrouw, die nooit ‘altijd’ zei, maar ‘altoos’! Vond ik altoos leuk. Een andere buurvrouw zei altijd als ze iets niet open, los of voor elkaar kon krijgen: “Dooie dingen zijn geen baas!” en dan ging ze net zo lang door tot ze het wél open, los of voor mekaar had ! Groningse buurvrouwen waren dat.

Mijn moeder was ook wel creatief soms. Als je als kind in de weg zat, zei ze altijd: “Ga uit m’n ‘beriere!” Lijkt me een verbastering van ‘ barrière’. Als je vroeg wat we zouden eten die avond zei ze: “Hussen met je neus ertussen!” of: “Spring om de haard”. Wist je nog niks. We hadden wel een haard, maar je kon er niet omheen. Laat staan springend.

Dat ik dat allemaal onthouden heb, vind ik wel aardig. Zo is er wel meer dat ik qua taal leuk vind om me te herinneren. Dat er zo nu en dan iets komt bovendrijven zal wel iets zijn dat samenhangt met mijn ouderdom. Het schijnt dat dat erbij hoort. En ik ben gevoelig voor taalgrapjes. Die vind ik doorgaans het allerleukst.

Nou, ik ga maar weer even in de zon, want die schijnt niet voor niks . Of was het nou dat ie wél voor niks opgaat…..? Die gekke taal ook…..


Digitaal knutselen…..

Daar zijn mensen op allerlei manieren mee bezig. Leuke manieren dan. Ik reken de figuren die alleen maar digitaal knutselen om dingen in de war te schoppen voor het gemak maar even niet tot het menselijk ras. Nee, anders dus.

Onze dochters zingen allebei in verschillende koren. Het koor van onze jongste dochter heet toepasselijk “Ons-Koor” uit Beekbergen. Het is niet zo’n groot koor van allemaal enthousiaste vrouwen en ze hadden bedacht iedereen maar eens een leuke paaswens te sturen. Ze hadden allemaal een woord gekregen en samen met dat ene woord maakte iedereen een foto van zichzelf. Al die foto’s met elkaar vormde één grote wens.

Ingrid had zelf het woord ‘VOOR’. Dat had ze aan haar 10-hoog balkonhek geplakt met het Mheenpark als achtergrond, terwijl ze zelf om een hoekje keek. Ze stond er maar half op, maar dat vond ze meer dan genoeg.

Hun dirigent had trouwens ook iets moois gedaan! Hij leidt 5 verschillende koren en die heeft ie thuis hetzelfde lied laten zingen. Van al die stemmen heeft ie digitaal één koor gemaakt en dat klonk geweldig leuk! De vrouwen hadden er ineens ook mannenstemmen bij! Mijn dochter zei, dat het wel raar was om in je eentje thuis je partij te kwelen, maar na drie verschillende opnames, vond ze de eerste eigenlijk het meest geschikt voor verzending.

Lex van Delden, de ( strenge !) dirigent van haar koor, is dus wel een poosje druk geweest met zijn 5 koren tegelijk. En ook thuis natuurlijk. Maar hij zal er wel een professionele knutselruimte voor hebben, denk ik. Hij is geen onbekende op dat gebied.

Ik kan niks laten horen of zien van al die activiteiten, want mijn dochter liet het op afstand even horen en zien op haar telefoon, niet zo duidelijk voor mij, maar al die idieeën vind ik erg leuk. En ik heb diep respect voor de kundigheid van de mensen die zo kunnen knutselen.

Ik ben mijn knutselvaardigheden een beetje kwijt, ik heb verdorie overal een vergrootglas bij nodig…..!