Oorzaak …..

We zijn de afgelopen weken nogal eens in het ziekenhuis geweest. Niks ernstigs, hoor, maar mijn kloris had wat last van zijn linkeroor, dat minder informatie doorgaf dan de bedoeling was. Hij was de laatste tijd ook wat verkouden dus we dachten dat het daarvan kwam. Even in je neus knijpen, een trucje om je trommelvlies in een andere stand te zetten, hielp niet dus we gingen toch maar es even naar de huisarts.

Die wou hem naar zo’n ‘hoorwinkel’ hebben om een audiogram te laten maken. Maar we hadden niet zoveel vertrouwen in de onbaatzuchtige, maar logische, commerciële belangen van zo’n zaak, dus vader wou liever meteen naar een KNO-arts. Hij maakte een afspraak in het Gelre-ziekenhuis en we werden ontvangen door dokter De Cock (met cee-oo-cee-kaa. Wat zal die man daar veel opmerkingen over hebben gekregen de laatste weken, zeg!). Hij keek kloris in z’n oren en vond, dat hij toch maar even in het MRI-scanapparaat moest worden geschoven. Dat leverde ons ’n tweede bezoek aan het ziekenhuis op.

Daarna kreeg hij een uitnodiging om een audiogram te komen maken en ik mocht weer mee. Die test is zeer uitgebreid en heel interessant om er als toeschouwer/-hoorder bij te zijn. Een half uur later konden we weer terecht bij dokter De Cock, die vertelde dat hij de MRI-scan van vaders hersenen had bekeken en gezien had dat die er prachtig uitzagen. Niks mis mee. Onze dochter zei later dat je op zo’n scan niks kunt zien over de inhoud ervan, maar dat bleek een grapje.

Hij zit wat z’n oren betreft op de grens van wel of niet een gehoorapparaatje. Vooral voor het linkeroor dus. De dokter zei, dat hij hem daar eigenlijk niet in kan raden, omdat per persoon de gehoorbeleving heel verschillend kan zijn.

Uiteraard hebben we in de auto naar huis daarover gepraat, maar kloris heeft er geen zin in. Hij is vooral bang dat het beluisteren van muziek ‘vervorming’ zal geven en dat wil ie natuurlijk niet. Hij wil ’n keer naar zo’n hoorshop om het vrijblijvend uit te proberen. Als het niks of weinig
toevoegt laat ie het er voorlopig bij. En financieel schijnt het ook nogal eens uit de hand te kunnen lopen, ondanks de reclame van “0 euro”. Onze buren hadden ’t over duizend euro en meer en die zijn ervaringsdeskundig.

Maar het gaat eigenlijk helemaal niet zo slecht ook. Ik heb een duidelijke stem, letterlijk dan, en dat is natuurlijk mooi meegenomen in een huwelijk. Vooral als ik me aan zijn beste kant bevind en me van míjn beste kant laat horen is er weinig mis. Wát ik zeg is natuurlijk ook van belang, maar ach, ik heb best een aardig karakter. Komt helemaal goed…….


Kraakbeweging……

‘k Beweeg mij thans door dit pand als was ik nóg ouder dan ik al ben. Gisteren was ik namelijk, doorverwezen door mijn fysiotherapeute, die nu lekker aan ’t skiën is in Zwitserland, want zij is zo’n vijftig jaar jonger dan ik, bij haar collega, die manueel therapeut is. Op de website van de praktijk staat heel eerlijk, dat zo’n iemand in de volksmond een ‘kraker’ heet.

Ik heb gisteren niks daadwerkelijk horen kraken, maar hij heeft me wel zo godsgruwelijk te pakken genomen, dat voor mijn gevoel mijn hele bottenhuishouding aan barrels zou moeten liggen. “Hier gaat u wel een paar dagen last van krijgen, hoor!”, zei hij troostend. Het is een heel aardige jongeman, die best wel met mij en mijn klachten begaan is (hij is zelfs Master in zijn specialisatie) maar ondertussen…..

Nou ja, als het maar helpt en de aanvullende verzekering, die we voor dit soort activiteiten bij onze nieuwe ziektekostenboer per 1 januari hebben afgesloten, maar voldoende dekking geeft. Zoals het nu voelt, wel helemaal volgens de voorspelling van de kraker natuurlijk, hoop ik daar maar het beste van. Volgende week moet ik nog ’n keer……


Brabantse efficiëntie……..

Brabanders zijn gezellige mensen, dat is bekend. Met dat bier en dat carnaval. Ongetwijfeld zitten er ook eikels tussen, maar die heb je overal dus dat is niks bijzonders. Maar het schijnt, dat ze het meest efficiënte taalgebruik hebben van heel Nederland, zeg!

Als bewijs daarvan kreeg ik een lijstje onder ogen dat ik degenen die daar nog geen kennis van hebben genomen niet wil onthouden. Leest u maar even mee. Als iemand zegt:

– Dit behoort tot de mogelijkheden, dan zegt een Brabander: Da ken.

– Hieromtrent kunnen wij u geen enkele zekerheid bieden: Ge wit noit nie.

– Zou u dat eens willen herhalen?: Wa?

– Zulks ben ik geenszins van plan: Da den’k toch nie.

– Ligt dat in de lijn der verwachtingen? : Zou da?

– Hiermee denk ik geen probleem te ondervinden: Hendig zat.

– Dit wordt door mij als bijzonder spijtig ervaren: Da’s sund.

– Hetgeen u mij vertelt verbaast mij ten zeerste: Wa zedde nou?

– Deze informatie is geheel nieuw voor mij: Daor wit ‘k niks van.

– Ligt dat binnen het kader van uw bevoegdheden: Meude gaai da wel?

– Ik heb hierover een enigszins afwijkende mening: Da’s nie.

– Het leven van een Brabander gaat niet over rozen: Tis wa.

Conclusie: Met het Brabants als voertaal kunt u tot 80% bezuinigen op de tijd die u doorbrengt met werkvergaderingen!

Ik vraag me alleen af of al die spraakzame gezellige Brabanders nou op zó’n bezuiniging zitten te wachten. De nachten zijn d’r toch al lang dus ’t maakt ze waarschijnlijk niks uit…….


Voorkennis……

Onze overburen hebben een ‘landingsplaats’ neergezet in hun voortuin. In de hoop dat vogels kunnen lezen dacht ik: “Gôh, leuk zo’n voedertafel voor onze geverdere vriendjes!” Maar ondanks het feit dat onze overburen beiden aan de lange kant zijn leek het geheel me toch wat hoog om er gemakkelijk voer op te kunnen leggen. Tot ik gisteren onze buurvrouw uit de auto zag stappen. Aan haar omvang was te zien, dat de landingsplaats bedoeld was voor een ooievaar!

Leuk idee misschien, maar vroeger deden wij dat toch anders. Het geboortekaartje was de eerste officiële aankondiging van de komst van een nazaat. (Ons eerste kind was gisteren trouwens hartstikke jarig!) Maar aan een publiekelijk voortraject deden we niet.

Ik wens de mama en papa natuurlijk alle goeds en voorspoed bij de klus die ze te wachten staat, maar weet helaas, dat de ooievaar soms wel landt, maar……. Nou ja, zoiets is hier natuurlijk niet aan de orde. We wachten met spanning het naambord af in de voortuin…….


Back to the future……

Onze jongste zoon mopperde al twitterend dat ie al de hele dag zat te wachten op een pakje, dat door Post.nl moest worden bezorgd. Daar zaten via internet bestelde schoenen in. Natuurlijk vervelend als je met dat wachten zoveel tijd kwijt bent, terwijl je wat anders te doen hebt buiten de deur.

Onze oudste zoon vertelde hem over een dienst, waar je zelf je schoenen kon ophalen. “Gôh, dat is handig!” zei z’n broer. “Hoe heet dat bedrijf?” “Winkel” was het antwoord……..


Van de sokken……

‘k Heb weer es wat. Ik las dat eigengebreide kleding en ook woonacessoires hevig in de mode zijn. Dat is op zich natuurlijk mooi. Breien is leuk. Hoewel de Libelle in grote letters heel jolig boven het artikel had staan: insteken, doorhalen, omslaan, af laten glijden. Dat zou ik toch anders adviseren. Je kunt beter eerst omslaan en dan doorhalen, maar misschien zijn die redactrices te jong en kúnnen ze helemaal niet breien.

Maar waarom zeggen ze ‘eigengebreid’ ? Ik zou zeggen: ‘zelfgebreid’. Of als iets niet door jouzelf is gebreid: handgebreid. Ja, ja, je hebt gelijk, natuurlijk weer pietluttig. Maar ik vraag me dan af of het ’n dialectische oorzaak heeft dat, zoals zoveel van die eigenlijk niet kloppende woorden, in ons taalgebruik geslopen is. Ik heb wel een appeltaart gegeten die volgens de aankondiging ook eigengebakken was en die smaakte erg lekker. En eigengemaakte soep wil d’r ook best in. Een eigengebreide trui zal best lekker warm zijn. Dus wat maakt het uit. Niks. Ik zeur.

Op een regionale zender ( ik weet niet meer welke, hoor, want wij zappen ze allemaal langs!) zag ik een oude mevrouw in een scootmobiel. Ze had een bord aan haar karretje hangen waarop stond: “TE KOOP: HANDGEBREIDE SOKKEN”. Ze had haar hele handel uitgebreid zichtbaar bij zich en zo reed ze overal rond. Ze scheen goede zaken te doen, want wie wil dat nou niet? Lekker warme, ouderwets door een oma gebreide sokken. ’n Slimme oma ook nog, want je moet er zo maar opkomen! Zit je toch niet voor niks te breien bij de televisie. Leuk…….!


De ratelaar…….

Je hebt ‘gastsprekers’, maar sommige webloggers hebben ook ‘gastschrijvers’. Zo heeft Jan de Vries van Stroomopwaarts regelmatig een bijdrage van Ab Klaassens, die vertelt over de straat waarin hij is opgegroeid. Wat hij vertelt komt mij allemaal zeer bekend voor dus ik vermoed dat we weinig in leeftijd schelen. Bovendien klinken zijn verhalen Amsterdams dus ook die herken ik qua locatie.

Hij heeft het deze keer ook over de vuilnisman, die door middel van een ratel de komst van de vuilniswagen aankondigde. En nou had ik graag gewild, dat dat nóg zo was, want we zijn gisteravond faliekant vergeten om de container buiten te zetten deze week. We hadden gisteravond bezoek en hadden we die nou maar via de achterdeur uitgelaten, dan hadden we de bakken wel langs de stoep zien staan, maar dat was niet zo.

Dus we hebben ’n volle bak. Leuk als je artiest bent, maar er is weinig artistieks aan een vuilcontainer. Er kan nog wel wat in, hoor, zo rampzalig is het niet, maar veertien dagen tot de volgende ophaaldag is natuurlijk best lang. Die ratel hadden ze dus nooit moeten afschaffen en dan liefst voor ’n avond vantevoren…….


Afterparty…..

Iedereen doet het al meteen op de eerste januari, nou, ik gewoon op de tweede of de derde of misschien nog wel later: iedereen een gelukkig en gezond nieuw jaar wensen! We gaan d’r maar weer tegenaan met z’n allen. Sámen, zoals alle politici overal ter wereld zeggen. Dan zeg ik in m’n eentje: we zien wel wat het wordt. Maak er in ieder geval op je eigen plek maar het allerbeste van, dan ben je al een heel eind. Roeien met de riemen die je toebedeeld krijgt. En dan maar hopen dat het niet teveel gaat stormen.

Vandaag was het trouwens echt zo’n dag om de kerstboom en aanverwante spullen maar weer op te ruimen. Dat is namelijk minstens net zo’n karwei als om het spul te installeren. Ik was er vanmorgen eigenlijk helemaal nog niet zo zeker van of ik dat vandaag al wilde doen. Maar toen ik zag dat de zon scheen en mijn overbuurvrouw heel ijverig de ramen al aan het lappen was, toen sloeg het ‘defeestdagenzijnvoorbijvirus’ toch in alle hevigheid toe. En ja, het is weer hartstikke kaal, maar gelukkig houden die gezellige rode poinsettia’s de stemming er nog een beetje in en ’n kaarsje aansteken als het donker wordt mag ook nog wel es helpen tegen de overgangsverschijnselen.

Het is best rustig in de buurt. Ik denk dat er, nu de kinderen nog een week vrij zijn, veel mensen nog even weg zijn. Maar dat geknal van de puberjochies is gelukkig ook weer voorbij. Het leek soms wel oorlog, man. De rotjes zijn kennelijk weer op. Alle honden, katten, bejaarden en moeders met kleine kindjes weer blij.En de schades van het afgelopen weekend zijn weer bij mekaar opgeteld, iedereen heeft er zijn zegje weer over gedaan en commentaar geleverd in de media. De gewonden zijn verbonden en gerepareerd voor zover dat kon en de al dan niet aangestoken branden zijn weer geblust. Er is weer een heel jaar om nieuwe te stichten. Maar dat is een grapje, hoor……..!