Home zweet home…..

verbouwen geeft troep en stof

We zijn druk geweest. De verbouwing bij L-rs is klaar en mooi geworden. Nadat de vloerbedekkers zijn geweest liggen de kamers er maagdelijk bij. Zonde om er van alles in te zetten, maar dat moest natuurlijk toch gebeuren. De ouwelui zijn dus maar even gaan helpen. Het blijft je kind, hè?

Er moesten gordijnen genaaid en opgehangen en de bouwvakkers hadden een ongelooflijke hoeveelheid stof doen opwaaien, dat zich ook op de verdieping waar ze niet eens bezig waren geweest in alle hoeken en gaten had genesteld. Ik ben thuis niet zo’n fanatieke sopper, maar als het de moeite waard is bij iemand anders (en dat wás het bij Lars) dan ben ik niet te houden.

Samen met z’n, weliswaar blinde, maar wel sterke pa, heeft Lars zware bedden en kasten naar boven gesjouwd. Zoiets gaat altijd heel leuk. “Nu een eindje naar die kant, Pa!””Wélke kant?” Want je moet tegen iemand, die het niet ziet, wel even duidelijk maken waar je heen wilt met de handel. Dat doet Lars ook meteen, getraind als hij is: naar rechts, naar links. Die mannen wéten dan ook, dat links links is en rechts rechts, ook als ze tegenover elkaar staan. Veel vrouwen hebben dat niet zo, deze vrouw in ieder geval niet. Als we op straat lopen en er ligt een regenplas, dan zeg ik:”Pas op, daar ligt een plas, iets naar rechts!” Jouke doet dan vanzelf al een stap naar links, omdat hij weet dat ik het wel verkeerd zal hebben gezegd en elf van de tien keer is dat ook zo. Je moet er mee leren leven met zo’n afwijking en hij doet dat al vele jaren.

Vandaag hebben Lars en ik allerlei boodschappen gedaan voor de finishing touch. O.a. planten gehaald, want je huis kan nóg zo mooi geworden zijn, zonder planten is het niks. De pré-verbouwingsplanten hadden vrijwel allemaal het loodje gelegd als gevolg van het ongeregelde huiselijk leven van Lars en zijn groene vrienden de afgelopen maanden. Maar nu komt alles weer goed. De lente komt er aan, het zonnetje schijnt (tussen de buien door) en de vogeltjes fluiten alweer!


versus

bwm
fiat

Laatst schreef ik over het feit, dat je je buren zo weinig ziet in de winter. Nou, ik heb ze allemaal gesproken, hoor, vanmiddag. We kwamen namelijk terug van het doen van de wekelijkse boodschappen toen bleek, dat iemand zijn auto in onze voortuin had geparkeerd. Hij had bij het van rechts komen geen voorrang gekregen en stond met de neus van de auto, of wat daarvan over was, richting onze voordeur. Hij had zo door kunnen rijden. Ik ben hem wel dankbaar, dat hij in de tuin is gestopt, want op rommel zat ik zo vlak voor het weekend nou niet direct te wachten. Ik had trouwens net gestofzuigd.

De schade in de tuin is minimaal, dat is erg netjes gedaan, de mensen zijn nog heel, en ach, verder is het maar blikschade, wel véél blikschade, want geen van de twee auto’s kon op eigen kracht verder. De van rechts komende chauffeur klaagde wel over pijn in z’n heup en wou nog even langs de eerste hulp. Toen kwamen bij de omstanders natuurlijk de verhalen los over whiplashes, die járen later nog problemen gaven enzovoort.

Waar al die mensen zo gauw vandaan komen! Alle voordeuren open, er werd uit ramen gehangen, oma’s die op vrijdag op de kleinkinderen passen en die natuurlijk niet iedere week zoiets moois kunnen bieden, de buurtkinderen die crocusvakantie hebben. Het was bovendien prachtig weer. Als je dan toch moet crashen: idealer omstandigheden kun je niet hebben met een dankbaar publiek, dat met je meeleeft. Gek was wel, dat de enigen, die nog geen contact met elkaar hadden gehad ( hoewel…..?!!) de hoofdrolspelers waren in dit stuk: de automobilisten. Er vormden zich rondom ieder apart
groepjes toeschouwers en ik zag buurmannen heen en weer lopen van de een naar de ander als een soort intermediair. De politie was snel ter plaatse, zoals dat heet. Sprak eerst met de mevrouw, die geen voorrang had verleend. Ze reed in een BMW-cabrio, waar je dus een open auto van kunt maken, maar dan moet je het wel anders doen dan zij het nu deed. Ik moet zeggen, ze had het type auto niet mee bij de beoordeling door de buurt. Ze hád ook geen voorrang gegeven, maar als zíj met het oude Pandaatje had gereden, waarin nu haar slachtoffer reed, had ze op z’n minst het voordeel van de twijfel gehad.

Dat Fiatje stond in onze voortuin erg zielig te wezen. De koplampen eruit, wat ik altijd een naar gezicht vind. Net of iemands ogen er aan draadjes uithangen. De afwikkeling duurde erg lang. Na het verhaal van de mevrouw moest ook nog het verhaal van de jongen van de Panda genoteerd en pas daarna kwam het eindelijk tot een handdruk.Na de afkoelingsperiode. Er kwam een grote wagen van de sleepdienst. Die kleinkinderen van oma hadden écht de dag van hun leven, hoor! Wij zaten natuurlijk eerste rang en wat me opviel : de man van de sleepdienst veegde ook nog eens met een grote bezem al het glas van de plek des onheils en nam het in een emmer mee. Hoefde ik niet eens te doen, hoewel het ónze voortuin was. Maar ik zal wel voorzichtig wieden dit voorjaar!


Zwartwerken

dit toepasselijke plaatje komt van de officieuze strippagina www.xs4all.nl/-rslegt/home.htm

In ’n overdekt winkelcentrum, waar we wel eens komen, zitten op de bankjes die daar staan niet alleen oude mannen, die weinig meer te doen hebben, maar ook jónge mannen van Afrikaanse origine. Ze komen naar het winkelcentrum om dezelfde reden als die oude mannen: ze hebben niks te doen. En het is er allicht gezelliger dan in hun nabij gelegen asielzoekerscentrum. Ze zitten op de voorste rij bij de voorstelling die “Welvarend Nederland” heet.

Volle boodschappentassen, dozen met dure electronica, tassen met merkkleding ( oké, d’r zit ook een winkel van Zeeman….), het trekt allemaal aan ze voorbij. En de meisjes zijn zomaar aan te roepen en die vinden die donkere jongens nog best leuk ook, aan hun reactie te zien. Het is dus helemaal niet gek, dat ze daar zitten, die jongens. Als ze tóch niks anders mogen doen. Zoals werken bijvoorbeeld. In afwachting van hun procedure, die vaak erg lang duurt, leren ze geen Nederlands, want je weet niet of je mag blijven en mogen ze niets zelf verdienen.Dat lijkt me slecht voor de moraal en voor hun imago. Want er zijn inbraken geweest in de buurt. Daar krijgen ze, hoewel het niet hardop wordt gezegd, de schuld van of op z’n minst de twijfel. Niets is bewezen, maar toch.

Ik zag laatst op een middag ’n televisieprogramma over een stichting in een van de grote steden, die Zwart?Werk heet, waar asielzoekers worden ingezet (en dat allemaal clandestien onder grote geheimzinnigheid, handje contantje en geen rekening) om klusjes te doen bij welwillende Nederlanders. Wasmachine aansluiten, zware dingen versjouwen, muurtje verven, dat soort dingen. Waar je dus geen Nederlander voor krijgt zonder huizenhoge nota. Waarom wordt dat niet legaal gemaakt? Sorry, geen vaste baan zolang je geen status hebt, maar wel je eigen geld mogen verdienen. Zoals ze dat in Afrika gewend zijn.

Dan hoeven ze niet met een wollen muts over hun oren getrokken te zitten kleumen in een winkelcentrum. Of ben ik nou gek als ik denk, dat het principe van “je eigen geld verdienen en het niet cadeau krijgen” mensen als de heer Fortuyn de wapens uit handen slaat met hun racistisch gepraat? Het zijn nou eenmaal niet allemaal getalenteerde voetballers, de enige Afrikanen, die wél met gejuich worden binnengehaald. En die al “werk” hebben nog voordat hun verblijfsvergunning zelfs maar is aangevraagd……


Borstbeeld

uit volle borst

Van Nederlanders is bekend, dat ze goed kunnen kankeren. Op van alles en nog wat. De bekeuring, die absoluut niet terecht was, sportlui, die niet doen wat er van ze wordt verwacht, de regering die maatregelen wil nemen, die ons niet welgevallig zijn, de trein die niet op tijd rijdt en niet te vergeten het wéér! Waar zouden onze gesprekken over moeten gaan als we niks te kankeren hadden? Nee, het is wel goed zo. Reactiescripts worden er zeer levendig van.

Ik had een oproep voor een kankeronderzoek. Voor dat doel staat er op het parkeerterrein bij het buurtwinkelcentrum een soort stacaravan, waarin radiologisch onderzoek wordt gedaan bij alle vrouwen uit de wijk, die tussen de 50 en 75 jaar zijn. Ze worden gescand op beginnende borstkanker. Dat gebeurt elke twee jaar.

Ik doe er al jaren aan mee en het is best een gezellig gebeuren. Vrouwen, die elkaar anders groetloos voorbij lopen, omdat ze elkaar alleen maar vagelijk van gezicht kennen, raken aan de praat en soms denk je: “Gôh, die is dus ook de vijftig al voorbij? Ziet er goed uit, zeg! Dat tennissen helpt dus wel….”. Mijn naaste buurvrouw tref ik ook wel eens en we zijn eens de caravan uitgezet omdat we te lang bleven kletsen! Dat borstkankeronderzoek is eigenlijk maar bijzaak. Zo hoort het natuurlijk ook, je gaat er niet van uit dat je wat hebt.

Maar uit de folder, die bij de oproep zat, blijkt, dat er toch bij ruim 10.000 vrouwen per jaar iets wordt geconstateerd en dat is de moeite dus meer dan waard! In onze familie is de aandoening ook bekend, niet direct via de genen , aangetrouwd, maar dat maakt toch, dat je er iets minder onbevangen tegenaan kijkt bij zo’n onderzoek. Mooi, dat we deze preventieve zorg hebben. Mij hoor je daar niet over kankeren!


Kassa!

oud geld

Kom, nog maar eens ’n verhaaltje over een kassa. Daar kom je vrijwel elke dag en je beleeft er toch van alles, nietwaar? En je kunt er in allerlei gemoedstoestanden verzeilen. Van vertedering om een leuk kindje, waar je je even mee kunt bezighouden, terwijl zijn meestal dankbare moeder even de financiën regelt, tot ergernis om een ander kind, dat beslist geen kindje meer is en met de winkelwagen tegen je hielen staat te raggen, terwijl zijn moeder dat kennelijk heel gewoon vindt. Van medelijden met die erg oude mevrouw, die probeert wijs te worden uit al die glimmende muntjes in haar portemonnee en tenslotte dan toch maar betaalt met een biljet, waarop ze nóg meer van die glimmende muntjes terugkrijgt van de steeds vlotter wisselende caissière, tot ongeduld omdat het dan toch wel erg lang duurt allemaal.

Ik pin zoveel mogelijk, zodat ik niet teveel los geld krijg. Maar ook ik had de neiging om als het me te lastig wordt en de rij erg lang is, net als voorheen in het buitenland ( en ik met name in Frankrijk moeite had de kassajuffrouw bij te houden als ze ratelend het eindbedrag noemde), maar met papiergeld te betalen. Nou, dat hebben we gemerkt! Toen we de mandjes, de bakjes, de vaasjes en de doosjes hadden nagelopen bleek, dat Coins for Care wel een héél erg goeie aan ons had!

We wonen op een hoek, bij ons begint ook de postbode z’n ronde en vandaar dat ook de dame met het witte emmertje van Coins for Care bij ons huis begon. Ze was erg blij met de buitenlandse munten, die we in de loop van zeker 25 jaar hadden verzameld. Ik hoop van harte, dat alles nog geldig is! Door alleen al bij ons te beginnen was het emmertje halfvol en loeizwaar!

En dan zat het Engelse en Zwitserse geld er nog niet eens bij, want zulke knieperds zijn we dan wel. Die doen niet mee en daar komen we nog wel eens. Ja kóm, goedheid kent z’n grenzen tenslotte……..


Karnemelksegortepap

Er zijn een paar dingen, die mijn kinderen nooit geproefd hebben in de tijd dat ze wegens internering in het ouderlijk huis veroordeeld waren tot mijn kookkunsten. Dat was alles, dat ik zelf niet lustte en daarom ook niet klaarmaakte. Zoveel macht heeft een moeder. Ze hebben dus nooit de geneugten gesmaakt van karnemelksegortepap ( het opschrijven alleen bezorgt me al rillingen!), koolraap, postelein en gekookte zuurkool. Die weerzin tegen karnemelksegortepap werd later nog eens twintigvoudig versterkt als ze in de zuivelfabriek, waar ik aan de receptie zat, eens per week tijdens het productieproces die zurige lucht verspreidden. Je moest over een loopbrug door de fabriek als je tijdens de pauzes naar de kantine wou. Nou, ik ging met liefde buitenom, een heel eind lopen.

Mijn moeder was niet zo’n toetjes-type.

toetje

Dit was het enige Mona-toetje dat ze kende. Die flessenpap was makkelijk, dus we kregen het vaak. Voor mij dus iets té vaak. Het assortiment dessertjes, dat er tegenwoordig is is natuurlijk ook niet te vergelijken met wat m’n moeder tot haar beschikking had. Ze had ook niet zoveel fantasie op dat gebied.

Koolraap, ook zoiets. Ik vond het afschuwelijk smaken, de lucht tijdens het koken (zonder afzuigkap!) voorspelde al weinig goeds. Bleef trouwens, net als de spruitjeslucht, de hele avond hangen. Op avonden, dat er visite werd verwacht, werd dergelijk voer dus ook niet gekookt.Ook postelein hebben mijn kinderen nooit te eten gekregen, omdat ik me dat herinner als glibberige zooi, waarvan men wél beweerde dat het barstensvol vitaminen en ijzer zat. Dus goed was, maar niet lekker, volgens mij dan. Zuurkool lust ik niet vanwege de constructie. Rauw wel aardig, maar gekóókt! Brrr. Misschien werd er te weinig werk van gemaakt, ik weet het niet.

Wat dat betreft hebben we het tegenwoordig ook een stuk makkelijker. Keuze uit vele buitenlandse keukens en er gaan weken voorbij, dat wij geen aardappel, het bij uitstek Hollandse product, op ons bord krijgen. Dat maakt koken ook veel leuker om te doen. Wij experimenteren wat af, terwijl het klaarmaken van eten voor mijn moeder gewoon een huishoudelijke bezigheid was, opdat man en kinderen niet het loodje legden. Mijn moeder was ook niet van de sausjes en zo. Rechttoe, rechtaan, gezónd, absoluut, maar eten wat de pot schaft!

Als ik nu zie, wat mijn kleine kleinzonen in hun potjes Olvarit hebben zitten! Het meest exotische voedsel vanaf je zesde levensmaand! Háp! En daar gaat de spaghetti bolognese,njammie, njammie! Maar dat is goed voor de multiculturele samenleving waarin ze groot zullen groeien!


Het Mheenpark blijft!

gewoon vanaf een bruggetje in het park....foto gemaakt door Niels Pasveer

Een poosje geleden (zie archief 15 oktober 2001) schreef ik over het mooie park, dat vlak bij ons huis een grote recreatieve functie heeft en dat de gemeente wilde bebouwen met woningen. En waarschijnlijk van een soort, die niet bedoeld is voor mensen, die uit een, ook gepland, af te breken flatgebouw komen. Je hoort het niet zo vaak, dat protesten echt gevolgen hebben. Vooral oudere mensen hoor je nogal eens zeggen, gewend als ze zijn, dat er voor en over hen beslist werd in het verleden: “Nee, ik ben het er niet mee eens, maar ja, wat doe je er aan? Het zal al wel beslist zijn door “de hoge heren”!” En jongeren zijn moeilijk warm te krijgen voor een protest als er geen verfbommetjes of eieren aan te pas mogen komen. En dit ging “maar” over ’n park.

Het is maar goed, dat er mensen zijn die er anders over denken, zoals de Actiegroep Behoud Mheenpark. Die de buurt mobiliseerde en de gemeente hónderden protesten liet toekomen. De actievoerders benaderden wethouders en gemeenteraadleden, nodigden hen uit om daadwerkelijk te komen kijken in het park en zelf bezochten ze de raadsvergaderingen waar uiteindelijk de beslissingen moesten worden genomen. En hun alom aanwezig zijn heeft zin gehad! Er zijn geen optochten met spandoeken aan te pas hoeven komen, want de gemeente heeft haar plannen ten aanzien van het park teruggedraaid. Mede doordat de groep wel accoord is gegaan met het bebouwen van een terrein aan de rand van het park, dat nu nog dienst doet als inzamelplaats van gesorteerd afval en dat moest verdwijnen. Dat zal dus een verbetering zijn, die zinvol is.

Hoewel ik mijn activiteiten slechts heb beperkt tot een adhesiebetuiging op mijn weblog, een protestposter op de voordeur ( en die was wel knálgeel!) en een gedownloade protestbrief aan de gemeente (ik ben geen protesttype in de ware zin des woords!) ben ik de actiegroep zeer dankbaar, dat ze zich mede namens mij en mijn familie, heeft sterk gemaakt om dit prachtige stukje natuur voor onze buurt te behouden. Wát er eventueel verandert zal verbétering zijn. Protesteren heeft dus toch zin! Klasse!


Angsthazen?

sorry, ik ben al weg......

In onze krant stond een bericht, dat een bejaarde man op het Marktplein met een mes was bedreigd door een gast, die geld van hem wou hebben. Waar ieder ander waarschijnlijk met respect voor dat mes bang was geweest, werd deze man alleen maar kwáád en niet zo’n beetje ook! Hij informeerde of de overvaller helemáál belazerd was en riep: “Sodemieter op!” En…dat dééd ie! Het mes hebben ze later in een container terug gevonden. Kijk, zo doe je dat.

Een poosje geleden werd in een supermarkt hier in de omgeving een caissière gesommeerd de inhoud van haar kassa over te dragen aan een gemaskerd figuur. Het enige dat het meisje deed was heel hard lachen. En of dat nou van de zenuwen was of niet, de crimineel was daardoor zo van slag, dat hij spoorslags verdween!

In de Libelle van deze week stond een column van een redactrice, die het verhaal vertelde over haar vader, die getuige was van het jatten van een tas uit een auto. De dief zag dat hij gezien was en zette het op een lopen, waarop de getuige, zich realiserend dat een achtervolging op zijn leeftijd weinig effect zou hebben, een bulderende stem opzette, schallend door de hele straat: “Blijf staan of ik schiet!” ’n Onzinnige kreet natuurlijk, we zijn hier niet in Amerika, maar de onverlaat liet zijn buit vallen en maakte dat ie de hoek om kwam.

Dan het meisje, dat een paar weken geleden twee NS-conducteurs ontzette, die bedreigd werden door een groep jongeren op een perron. Sprong er gewoon tussen en intimideerde met veel vertoon een stel van die knapen. Ik geloof wel dat ze aan een vechtsport deed of zo, maar ze was toch pas 15 en die lui waren met meerderen. Ze had er niet over nagedacht, zei ze, kreeg alleen maar de pest in.

Ik vind het toch wel van moed getuigen, hoor, want eerlijk, ik weet niet wat ik zou doen. Die bejaarde man op het Marktplein was nog aardig wat ouder dan ik, in principe een makkelijk slachtoffer. Maar hij werd ouderwetsch kwaad.

Ik weet nog hoe ik jankend van kwaadheid rondliep toen de fiets van mijn oudste dochter gepikt was. Terwijl zij er allang laconiek over deed, was ik nog steeds van slag. Dat iemand iets jat wat van jóu is! Ik kon het maar niet begrijpen. Inmiddels zijn we vijf gepikte fietsen verder en ik moet zeggen, dat went.

Bij een collega van ons is op klaarlichte dag ingebroken, terwijl ze éven weg was. Sieraden weg, pasjes weg en vooral die sieraden hadden emotionele waarde. Ze is er lichamelijk ziek van geweest, heeft haar hele huis schoongemaakt, omdat er iemand in haar spullen was geweest. Je begrijpt niet hoe dat inslaat en dát went nooit.

Apeldoorn begint trouwens naam te maken op crimineel gebied. We hebben dan ook het politiemuseum binnen onze grenzen, waar ze ( even lachen!) onlangs politieuniformen hebben gestolen en dat was vast niet vanwege carnaval, denk ik zo. Maar er zijn hier vijf vrouwen mishandeld op klaarlichte dag. Een Apeldoornse man is al sinds 4 december spoorloos, niemand weet waar hij is, een hele gewone burger met hele gewone antecedenten, maar van wie de politie vermoedt, dat ie niet meer leeft. Gezellig hier, hè?

Maar voorlopig denk ik, dat we met z’n allen maar eens meer kwaad moeten worden in plaats van bang. Of héél hard lachen, dat schijnt echt te helpen!


Poffertjes

stijn is twee jaar

Zaterdag was onze oudste kleinzoon jarig. Twee jaar werd ie. Zijn ouders hadden de kamer uitbundig versierd met slingers en ballonnen en hadden taart laten aanrukken, de hele familie- en kennissenkring laten weten dat ze welkom waren om de jarige uitgebreid te feliciteren. Dat hebben ze dan ook gedaan, rekeninghoudend met het slaapuurtje van de jarige, want een dreinerig feestvarken, dat is natuurlijk helemaal niks.

Hij was écht jarig, de cadeautjes vond hij een aardige uitvinding en die werden gedoseerd aangeboden om hem niet onder te sneeuwen. Hij had een verjaarsmuts en daar had hij zo z’n eigen idee over: niét op! Daar hou ik wel van, je kunt je wel van alles laten aansmeren. Wij hadden een poppenkast voor hem, die van stof is en in een deuropening bevestigd kan worden. Valt hij ook niet om. Er zat een, volgens ons, aardig, onschuldig kijkend narrenfiguurtje op de voorkant, maar dat vond Stijn maar niks. Hij was er bang voor. “Néé! Klaar,” zei hij. We hebben ‘m maar opgerold. Op een rustiger moment moeten ze het maar weer eens proberen. Hij heeft speelgoed, dat bij de lichtste aanraking brult, bromt, rinkelt, loeit, maar dat is kennelijk niet zo eng als ons eenvoudige clowntje!

Op de peuterspeelzaal, waar hij twee dagen per week heengaat had z’n verjaardag al een try-out gehad en daar was een video-opname van. Zo’n 10 peutertjes van zijn leeftijd rond de tafel, met een zingende leidster als animeermeisje, alle verjaardagsgerelateerde liederen ten gehore brengend.(Ze verdienen die salarisverhoging écht, hoor!) De kindjes zingen op twee-jarige leeftijd nog niet echt mee. Stijn mocht de tractatie, die zijn moeder met veel gevoel voor creativiteit had ingepakt in de late avonduren, ronddelen en wat zijn die kleintjes nog geduldig afwachtend, zeg! Dat is volgend jaar wel anders, reken maar. Maar het was leuk om te zien.

Kinderverjaardagen, ze zijn anders dan toen onze kinderen klein waren. Ik hoorde, dat je ze zelfs door McDonalds kunt laten regelen! Ik zie mezelf nog in de keuken staan, poffertjes bakkend voor een hele horde. Als je de laatste had gehad stond de eerste alweer naast je met z’n lege bord! Slopend was het, maar wel leuk. Ik moet mijn kinderen toch eens vragen of ze zich hun verjaardagen eigenlijk nog wel herinneren. ‘k Heb genoeg moeite gedaan destijds..denk ik….geloof ik…tóch?


Vluchtgedrag

vlieg op!

We gaan op reis, zeg! En niet zomaar iets dichtbij’s, nee, meteen maar naar Australië! Een heel etmaal in een vliegtuig. Mijn enige en eerste keer vliegen was naar Londen, toen we een weekendje weggingen met de familie. Dan is dit wel andere koek. Toen we naar Londen gingen stegen we op en begonnen zo ongeveer meteen weer aan de landing. ’n Kippenendje. Ik ben dus een vliegleek en dat staat vast niet in Van Dale. Báng om te vliegen ben ik gelukkig niet. Het lijkt me heel vervelend om daar last van te hebben.

Hoewel, ik zit hier op Lars z’n ouwe zolderkamer en omdat het zo waait, buldert het hier behoorlijk. Dat lijkt me nou weer niks als je in een vliegtuig zit. Of zou dat er geen moeite mee hebben als ’t stormt? Wind tégen kan de vliegduur wel aardig verlengen, heb ik gehoord. Nou ja, we zien het wel. Verhalen over luchtzakken of zo ( of ze moeten de piloot bedoelen, dan vind ik het wel aardig gevonden) zijn nu even niet aan mij besteed.

Ik heb trouwens meer zorgen over wat er allemaal mee moet. We gaan begin maart, dan is het daar herfst, niet koud en niet zo warm. In ieder geval niet zo warm als waar die arme (nou ja, zo arm zijn ze meestal niet) tennissers last van hadden tijdens het Australian Open. Dus het moeten maar kleren worden, waarmee je kunt pellen. Mijn zus in Sydney, die we dus gaan bezoeken, vind het erg leuk dat we komen en is al van alles aan het verzinnen waar we naar toe gaan. Ook nog naar familie in Melbourne.

Op de terugweg in april zijn we een dag lang in Washington, omdat we de volgende avond pas weer verder gaan. Kunnen we mooi eens kijken of het Pentagon alweer opschiet, of Kennedy er mooi bijligt en of het Witte Huis zo wit is als op de plaatjes. Ze zullen toch wel een tour hebben langs alle rampgebieden, inclusief Bush?

Ik ben nog niet zenuwachtig voor de reis voorlopig, dat komt vast nog wel. In Amsterdam geboren, een wéreldstad, maar een provinciaal van het zuiverste water, dát ben ik!