Hokken……

wel 'n beetje op de tijd letten.......

Omdat mijn man en ik AOW-ers zijn, dat klinkt altijd een beetje armoedig, maar dat valt in ons geval best mee, vind ik, krijgen we zo nu en dan een tijdschriftje van de uitkerende instantie, de Sociale Verzekeringsbank. Daarin kunnen we lezen wat onze rechten en plichten zijn en wat er verandert in wet- en regelgeving ten aanzien van onze uitkering. Want dat moet zo nu en dan.

Er is een rubriek met “meest gestelde vragen” en er staan artikelen in over een actueel onderwerp. Deze keer was de vraag: “Wanneer is er sprake van samenwonen?”. En in dit geval van mensen met AOW. Daar moeten duidelijke regels voor komen, zeggen ze bij de SVB, dan weten de mensen waar ze aan toe zijn en of ze een boete kunnen verwachten. Als je namelijk meer dan 35 tot 50% van je tijd bij elkaar zit, dan word je geacht samen te wonen. Ook al heb je nog een eigen onderkomen.

Dat samenwonen hoeft dan nog niet eens met een partner te zijn. Ook een familielid of iemand aan wie je de bovenetage van je te groot geworden huis hebt verhuurd. Als je geen commercieel opgesteld contract kunt overleggen, dan woon je samen en heeft dat gevolgen voor je AOW. Ook al heb je een gloeiende hekel aan je bovenbuurman en peins je niet over een relatie met de man.

De SVB is van plan om streng te gaan controleren op situaties die tegen fraude aanhangen, al dan niet opzettelijk gepleegd. Ergens kan ik me dat ook wel voorstellen, want er zijn 2,5 miljoen mensen die AOW ontvangen ten bedrage van ruim 21 miljard euro. Ik schrok van dat aantal en dat bedrag. Dan mag je wel een beetje opletten of er niet gesjoemeld wordt. Maar volgens de regels zouden ook mantelzorg en burenhulp commercieel contractueel moeten worden vastgelegd. Voor je het weet woon je samen!

Hoe stel je trouwens nou precies vast hoeveel procent van je tijd je bij elkaar bent geweest? Dat moet je dan wel even bijhouden! “Nee Mien, we kunnen niet naar Artis vandaag, want ik heb al drie keer koffie bij je gedronken deze week!”. Of: “We zijn al aan de limiet, meid, deze maand. Ik ga morgen wel aan de overkant van de straat op dat bankje zitten. Kun je naar me zwaaien, zijn we toch nog een beetje bij mekaar!”.

En hoe doen ze dat met mensen in een bejaardenhuis, die een relatie met elkaar hebben, dat hoor je toch vaak genoeg. Die wonen al samen, weliswaar ieder in een eigen kamer, maar die zitten veel te veel bij elkaar, hoor! Bij de maaltijden, bij de bejaardengym, de zang- en de bridgeclub. Dat wordt prikklokken en een hele administratie! En ach, ze hébben het al zo druk in dat soort huizen…….


Sprookje……

in het enge bos.....

Mijn kleinzoon van 5 weet alles van computerspelletjes. En ik weet er niks van. Van de week zijn we er eens even voor gaan zitten om dat verschil in kennis op te heffen. Hij heeft me uitgelegd wie Keizer Cusco was, verteld over de jungle waar hij in dat spel doorheen moet en de rivieren die hij moet oversteken. Die rivieren hebben geen naam, maar heten rivier 1, rivier 2 en zo verder tot 4. Hij heeft het over “levels” en zo. Het is een gevaarlijk spel, als ik het zo bekijk, en soms moet je weer helemaal overnieuw beginnen, omdat je dood gaat als je niet snel genoeg bent of iets verkeerds doet.

Hij kan er boeiend over vertellen en snappen doe ik het niet. Je moet het in actie zien, denk ik. Ik vind mijn kleinzoon veel boeiender, zoals hij met een ernstig gezichtje en zijn mooie blauwe ogen wijd open over zijn avonturen in de jungle vertelt. Hij slist een klein beetje en ik kan hem wel opvreten dan!

Hij mag van zijn moeder maar een beperkt gebruik maken van de computer en hij zou best langer willen. Maar grappig, ergens weet hij zelf wel, dat gewoon buitenspelen ook verstandig is en dat zijn moeder gelijk heeft, want het zijn best enge verhalen. Je gaat een paar keer per dag dood, als je niet uitkijkt! En dan te bedenken, dat ik Roodkapje met die wolf en Sneeuwwitje met die verderfelijke stiefmoeder al te eng vond voor mijn kinderen, toen ze 5 waren……..


Ouderwets vermaak…..

is daar iemand....?

Gôh, ik wist niet dat kinderen dat vandaag de dag nog deden: “belletje trekken”. Het is trouwens geen trekken meer, druk, toets of draai is het tegenwoordig. Ja, vroeger toen we nog in Groningen woonden hadden we een echte trekbel, met zo’n ijzerdraadje naar de bel, die nog echt “klingelingeling”deed. Als je maar stevig trok. Tegenwoordig hebben we een elektrisch gestuurd ding-dong-model met van die hangende metalen buizen.

Daar kun je ook uitstekend mee belletje trekken, zoals al vele malen is gebleken deze week, als we voor nop de voordeur opendeden en er niemand stond. Vooral voor mijn blinde man is dat bijzonder geestig, want hij zegt altijd vriendelijk gedag in de veronderstelling dat degene die voor de deur staat wel teruggroet. Eigenlijk best wel lullig als je dan ins Blaue hinein praat. Hij vindt het gelukkig helemaal niet erg en hopelijk hebben de kinders er veel lol van. Je moet wát als je ouders onderwijl de caravan staan in te pakken om naar verre oorden te vertrekken.

Maar sportief vind ik het niet, want wij wonen op een hoek en dan kun je als belletjetrekker eigenlijk te makkelijk en te gauw verdwijnen. Middenin een huizenrij en dán maken dat je wegkomt, dat is pas spannend! Zo deden wij het vroeger. Wij bonden zelfs creatief deurknoppen aan elkaar. Nee, het belletjetrekken is niet meer wat het geweest is……..


Afd. prietpraat (5)…..

inderdaad....

Als ik, zoals gisteren, oppas bij mijn kleinzoons, is het samen “boekje lezen” een van de favoriete bezigheden. We kwamen een plaatje tegen van een schepnet. En zo kwamen we op de hengelsport.

Mijn kleinzoon zei, dat hij helaas nooit zou kunnen vissen, want hij was niet in het bezit van een “vissenhanger”. Hij zal dus lid moeten worden van een vissenhangersportvereniging…..


Zomer in de winter of winter in de zomer…..

all season.....

Wehkamp was weer de eerste met de wintercatalogus. In een handzaam pocketformaat. De zomer is nog geen twee weken oud. Verkopen is vooruitzien. Ik heb de folder even doorgebladerd en vastgesteld dat deze vrouw, in ieder geval wat de kleding betreft, geen doelgroeplid is. Nou geeft dat niet, want ik ben allesbehalve modebewust. Aankleden noem ik ’s morgens: “lappen aan m’n lijf doen”. Dan weet je wel hoe ik over kleren denk. En over mijn lijf.

Bovendien zag ik, dat “de jaren zeventig” weer terug zijn in het modebeeld. Strokenrokken, die in mijn tijd etagerokken heetten, echte júrken, ballerinaschoentjes, queeniehakjes. Dat wekt bij iemand, die jóng was in de jaren zeventig, alleen maar nostalgische gedachten, terwijl je weet, dat je dat soort kleding niet meer zult dragen. Voor alles is een tijd. Dat betekent overigens niet, dat ik donkerblauw met witte bloemetjes draag, hoor! Zo erg is het nou ook weer niet ! Het is alleen, dat het voor mensen van mijn leeftijd lastig is, want er wordt niet op ons gerekend. En dan verval je al gauw in lange broeken met poloshirts, want dat zit lekker.

Weet je wat mij ook opvalt? Dat er eigenlijk geen seizoenen meer bestaan in het kledingaanbod. De blote topjes met spaghettibandjes staan ook in de wintercatalogus. Bikini’s en shorts en zomerschoenen ook. Dat zal wel komen doordat je makkelijk in een vliegtuig stapt tegenwoordig, de zomer tegemoet of achterna. Wat dat betreft is de wereld zo groot als je portemonnee.

Vroeger breide ik wintertruien. Nou, dat hoeft niet meer, want bijna niemand kleedt zich nog tegen de kou. Het enige verschil tussen de seizoenen is lange of korte mouwen. Dat is best verwarrend, want van een kastenbeleid komt ook niks terecht. Wat berg je weg en wat laat je hangen?

Toen mijn moeder over onze kleren ging bepaalde ze zo rond Pasen, als de schoonmaak geweest was, dat het wintergoed werd opgeborgen. In de mottenballen. Als het dan nog koud was kreeg je wel een extra, door je moeder zelf in ribbeltjes gebreid, hemmetje aan.

Erwin Kroll zei laatst, dat de weersomstandigheden vergeleken bij vroeger praktisch niet veranderd zijn. Statistisch bewezen. Waarom lijkt dat dan tóch zo? Ik denk, dat we het door onze verwarmde huizen, nooit meer echt koud hebben. Warm wel, kijk maar naar de vorige week. Poeh, zwéten! Maar toen was ik weer verkouden. Door de airco, ja. Ik hou het niet meer bij, hoor…….


Jubileumhapje……

...dat is te hopen.....

Gisteravond zijn we met onze buren uit eten geweest. De aanleiding was, dat we deze week 20 jaar naast elkaar woonden. Dat onze omstandigheden in die tijd aan beide zijden van de schutting zeer aan verandering onderhevig zijn geweest was uiteraard uitgebreid onderwerp van gesprek. Toen wij ons met drie van onze vier kinderen, de oudste was toen het huis al uit, naast hen nestelden, hadden zij er ook nog twee thuis.

Onze buurman was in die tijd, behalve een strenge vader, ook best wel een lastige buurman. Hij had altijd last van de muzikale bezigheden binnen onze familie, want hij hield niet van muziek. Of die nou ambachtelijk of anderszins werd uitgevoerd, hij vond het nodig om geregeld op de tussenmuur te tikken. We hebben ons nooit laten ringeloren, hielden rekening met tijd en volume, daar kon ie nooit wat van zeggen en verder vonden we ‘m gewoon een zeikerd, qua muziek dan.

Want verder was ie heel hulpvaardig als we hulp nodig hadden met een klusje of zo, niets was hem dan te veel. Maar hij had ook de rare gewoonte om op de (grote) parkeerplaats het voorste parkeervak te claimen als het zijne, dicht bij zijn huis. Als hij met zijn auto vertrok, reed hij achteruit, zette zijn fiets op de plek van de auto neer, zodat niemand daar kon parkeren en deed dat andersom als ie weer terug kwam. De hele buurt lachte zich blauw, want behalve de buurman kon het verder niemand wat schelen om een paar stappen verder te lopen. Als je je auto maar kwijt kon en tot op de dag van vandaag kan dat nog steeds hier. Nooit parkeerproblemen ondanks dat veel families nu meerdere auto’s hebben. Jaren-zeventig-ruimte hebben we!

Onze buurman doet ook niet meer zo gek nu, hoor! Hij parkeert z’n auto waar plaats is, net als iedereen. Onze buurtjes zijn allebei ook wat dovig geworden en dat heeft, behalve voor hen natuurlijk, uit muzikaal oogpunt voor ons zo z’n voordelen. Vroeger maakte hij zelf trouwens ook best herrie omdat het een klusser was en dat ging ook niet bepaald geruisloos. Tegenwoordig snijdt hij hout. Maakt erg mooie dingen en van die hobby daar hoor je niks van!

Onder het eten hebben we gepraat over de kinderen, bij hen zijn er drie geëmigreerd (daar moet ik toch even niet aan denken!), de diverse inmiddels gestorven huisdieren, de veranderingen in de buurt, die dreigde te vergrijzen maar nu weer bruist door de jonge gezinnen die er zijn komen wonen en hoe leuk dat is! We dachten na over de woonomstandigheden in de toekomst, nu we ouder worden. Onze buren vertelden over hun avontuurlijke leven met hun zes kinderen. Ze hebben overal gewoond: Australië, Engeland, Curaçao, Amerika. Maar nergens waren natuurlijk zulke leuke buren als hier! En dan je eigen parkeervak, waar vind je dat nog? Nee, flauw, want dat gekke gedoe met die fiets is inmiddels alweer jaren geleden. Onze buurman is een lieve, milde, gezellige opa geworden in die twintig jaar. Van muziek houdt ie nog steeds niet, maar we hebben ‘m er mee leren leven………..


Ballonnetje oplaten…..

op weg naar de vakantiebestemming.....

Bah, ik ben een achterdochtig, argwanend mens! Waarom? Nou, toen een basisschool hier in Apeldoorn een ballonnenwedstrijd hield kwamen er twee ballonnen helemaal in Tsjechië terecht. Met een verschil van 722 kilometer tussen de een en de ander. Best een heel eind. Twee meisjes van 7 en 12 vonden een ballon en stuurden behalve het kaartje, dat eraan vast zat, ook een foto van henzelf en de omgeving waar ze woonden.

“Hartstikke leuk”, vond de moeder van de ballonnenoplater, “op één van de foto’s stond ook het vakantiehuisje van die familie. Wie weet zit er ook nog een vakantie in!”.

Sorry, hoor, maar ik vond dat zo naar en berekenend klinken. Of is het geen uitspraak van iemand die goedkoop op vakantie wil? Gewoon mooi Europees verbroederend bedoeld? Bah, wat ben ik dán achterdochtig en argwanend! Ik ga me schamen…..


Wat je ver haalt……

nationaal product....?

Dat de vader van deze familie graag een biertapje wou voor z’n heugelijke dag, had ik een paar postjes geleden al verteld. De overal in de aanbieding zijnde en vervolgens uitverkochte Beertender had niet zijn voorkeur. Wel de Perfect Draft van Philips, die alleen over de grens verkrijgbaar is.

Dus stapten wij gistermorgen vroeg in de auto (wat je allemaal niet dóet voor die man!) en reden richting onze zuiderburen. Turnhout leek ons de dichtstbijzijnde grote stad. Daar moesten ze ‘m wel hebben en dat was ook zo.

We zagen in de etalage van een winkel in huishoudelijke artikelen een reclame van de Perfect Draft, dus stapten we naar binnen. Op onze vraag of hij de Perfect Draft op voorraad had, trok de winkelier zijn wenkbrauwen op en zei : “De wát?”. We herhaalden de boodschap. “Ik kan u echt nie verstaan”, zei de man. “Nou, zo’n ding van Philips om bier mee te tappen!”, zei vader. “Oh! ‘ne biertap!”, riep de man verheugd. Ja, die had ie wel.

Ondertussen was van de bovenverdieping op blote patattekes , het was warm en nog vroeg tenslotte, zijn vrouw erbij gekomen. “D’r zijn ook nog glaaskes bij, man”, zei ze, “da’s reclame, dat weet gij allemaal niet!”. De winkelier vertelde, dat hij helaas het apparaat niet kon demonstreren, want “ha, ha!” dan had hij een tapvergunning nodig.

Zijn vrouw regelde de afrekening en ik had het idee, dat ze erg blij met ons waren. Het is ook een mooi begin van je dag: een stel Hollanders, dat iets komt halen, dat niet in hun eigen land te koop is. Van Philips nota bene.

Toen moesten we nog even op zoek naar het passende bier, want ook dat hebben ze (nog )niet bij ons. We vonden een “drankensuper”, waar ze Jupiler hadden. Ik heb geen idee, hoe vaak we nog naar België moeten om bier te halen, maar je krijgt zo wel mooie gedachten over de Europese eenwording.

Ik heb in mijn keuken, sorry, ónze keuken (ik heb zó’n ongelooflijke hekel aan met name vrouwen, die het over “me” keuken, “me” vloerbedekking, “me” gordijnen hebben en nou doe ik het zelf!) plaats moeten maken om het ding een vaste opstelling te geven. Dat was even puzzelen, maar ach, een paar gelukkige mannen in huis, je hebt geen idee, hoe móói dat is. Je wordt er als vrouw heel getapt van……


Om zeep…….

wast door en door schoon.....

De krant van vanmorgen had een berichtje over een vijfjarig Amerikaans meisje dat, toen ze met haar moeder in een wasserette was, in een wasmachine terecht was gekomen en dientengevolge overleden. De moeder had nog geprobeerd om de deur open te krijgen en had, toen dat niet lukte, met een steen het glas kapot geslagen, maar voor het kind was dat al te laat. Een absurd drama, want hoe kan zoiets nou gebeuren? ’n Dom kind, een domme moeder of een domme machine? Je weet het niet.

Wat ik wel weet is dat we vroeger heel erg moesten opletten of de kat niet in de wasmachine lag te pitten. Hij vond dat wel een gezellig besloten huisje om bovenop de vuile was een uiltje te knappen. En er is bij een vriendinnetje van een van onze dochters wel eens daadwerkelijk een kat met de witte was meegedraaid. De kat was kaal, de was behaard. Beide konden als verloren worden beschouwd. Lugubere belevenis, waar het vriendinnetje behoorlijk van in de war is geweest.

Toen ik mijn eerste wasmachine kreeg, na jarenlang “op de hand” te hebben gewassen, was dat zo’n grote witte kuip op pootjes, waar van lichtblauwe kunststof een soort schoep in zat, die de was in beweging hield. Onze oudste was toen een peutertje en ze wou graag kijken naar het wasgebeuren. Ik tilde haar dan wel eens op om in de kuip te kijken hoe haar kleertjes werden gewassen. Ze vond dat prachtig en kreeg er nooit genoeg van. Ik wel.

Want ik kreeg vervolgens wilde dromen ’s nachts. Van dat ik haar in de machine liet vallen en ik het monster met geen mogelijkheid uit kon zetten. Ik zag tussen die blauwe schoepbladen dan weer een armpje, dan weer een beentje langskomen. Regelrechte nachtmerries waren het. Maar ik had wel meer onzekerheden met mijn eerste kind. Ik viel in mijn dromen ook regelmatig met haar van de trap en zo. Ik was dus een voorzichtige moeder, in mijn beleving niet overdreven, want dat het kind een beetje onbezorgd moest opgroeien dat wist ik ook wel zonder Spock.

Later kregen we een wasmachine met een deur, die dicht ging. Als haar beer gewassen moest worden, pakte Karin haar stoeltje en ging voor het raampje van de machine zitten kijken hoe hij gehuld in sop voorbijkwam. Ondanks dat ze zeer gehecht was aan haar beer was er geen spóór van “Ach, wat zielig, mijn beer zit in de wasmachine!”, niks hoor, práchtig vond ze het! Niet sentimenteel, dat kind. Gezegend met een flink aantal nuchtere genen van d’r vader: een schone beer ruikt lekkerder en ’n beer is gewoon een beer……..


Het nut van de sladroogzwierder…….

plasticbakkengeneuzel.....

Toen we vanmiddag met z’n allen onder de parasol zaten, nadat we Jong Oranje hadden zien winnen, kon iemand niet op de naam Tupperware komen. Hij zei: “Kom, je weet wel: dat plasticbakkengeneuzel!”. Ach ja, Tupperware….Dat waren van die “houseparty’s” waar je heen ging omdat je je collega, je vriendin of je buurvrouw niet voor gek wou laten zitten als er niemand kwam op de door haar georganiseerde happening.

Ik ging naar zoiets altijd met het vaste voornemen om niets te kopen, want ik had niks nodig. Mijn huishouden was compleet zonder al de bakjes, de doosjes, de bekertjes en de busjes van Tupperware. Dacht ik. Vooral de sladroogzwierder kon ik uitstekend missen.

Maar hoe ze het deden, die demonstratrices, ik weet het niet, maar op een gegeven moment hád ik gewoon zo’n sladroogzwierder. Die gebruikte ik drie keer, waarna hij eerst in een kast verdween, daarna naar zolder en vervolgens naar de Kringloop. En ik had dingetjes met stokjes om waterijsjes mee te maken voor de kinderen. En een slagroomschudder, die ik trouwens nog steeds heb, maar weinig gebruik, omdat we niet meer zo van de slagroom zijn.

De sla lekt tegenwoordig vanzelf wel uit en waar de waterijsvormpjes zijn gebleven? Waarschijnlijk de laatste verhuizing niet overleefd. Onze kleinkinderen zullen jammerlijk verstoken blijven van Tupperware-waterijsjes!

Het enige, dat we nog frequent gebruiken zijn de Tupperware-dienblaadjes met vakjes, die handig zijn als je buiten eet of als er bij sport of andere bezienswaardigheden op de televisie schootsgewijs wordt gegeten. Maar dat had natuurlijk ook best met een Blokker-blaadje gekund. Maar dat is achteraf plasticbakkengeneuzel natuurlijk……..