Rust roest…..

de ouwetjes doen het nog best...!

Als we even Apeldoorn in zijn geweest en we gaan de auto weer ophalen uit de parkeergarage, dan komen we altijd langs een uitzendbureau voor senioren. “Oudstanding” heet het en als je geen zin hebt in geraniums dan kun je er even binnenlopen om te informeren of ze wat voor je hebben. Je mag tegenwoordig, als je het niet te gek maakt, bijklussen als ouw knar, dus wat let je? In dat kantoor hangt een poster waarop staat: “Weet u al wat u later worden wilt?” en dat is leuk gevonden. Het klinkt leuker dan “Weet u nog wat u vroeger was?”.

Gisteravond zagen we een programma over de vergrijzing in Japan, waar ze hartstikke jaloers zijn op onze pensioenregeling, want daar kun je niet leven van de oudedagsvoorziening. Je werkt daar tot je er bij neervalt, van de ouderdom dus, maar bij navraag bleek niemand het echt erg te vinden, dat werken. Een dochter vertelde, dat ze haar winkel wel sluiten kon, als ze haar moeder van 75 niet meer had als arbeidskracht.

Wij hebben hier op het winkelpleintje een electronicawinkel. Geavanceerd spul allemaal, waar de zonen/verkopers heel veel verstand van hebben, maar waar moeder ook nog meewerkt. Van al die plugjes, snoertjes en stekkertjes bakt ze niet veel en als het te hoog hangt kan ze d’r ook nog eens een keer niet bij, maar ze weet alles van strijkbouten en fritespannen! Zij en haar man zijn de winkel begonnen en zij is er zo een, die in drukke tijden en tegen de feestdagen niet gemist kan worden. En ze geniet, dat kun je zien! Goeie therapie, hoor, werken……is oma-zijn eigenlijk ook werken? Genieten in ieder geval!


Even wachten……

...voor al die mensen die toch nog buiten de boot vallen....

Wat heb ik me zitten schamen, zeg, toen ik in het journaal zag, hoe een Bosnische mevrouw de minister van vreemdelingenzaken, Rita Verdonk, om haar nek vloog om haar te bedanken voor de verblijfsvergunning waar zij en haar familie ZEVEN EN EEN HALF JAAR op hebben moeten wachten! Die mensen hadden wel een werkvergunning, want ze werkten allemaal bij de posterijen en die kon hen goed gebruiken destijds. Dus hebben ze al die tijd belasting betaald, premies betaald, een sofinummer gehad en verder alle rechten en plichten van Nederlanders. En dan tóch laten ze zulke mensen zo lang in onzekerheid of ze hier mogen blijven. Ik snap daar helemaal niks van.

Natuurlijk moet iedereen beoordeeld worden, logisch, en er zullen haken en ogen zitten aan zo’n beoordeling, twijfelgevallen zullen er ook altijd zijn, maar dat het zó lang heeft moeten duren! En er dan na zoveel tijd zo’n happening van maken met pers en televisie erbij. Ik vond het beschamend en niks om trots op te zijn.

De gemiddelde Nederlander maakt zich al druk als z’n ADSL-aansluiting een beetje lang wegblijft of de loodgieter drie dagen op zich laat wachten of de trein heeft vertraging, waardoor je moet wachten. Je hebt wachten en wachten, dat blijkt.

Iemand heeft de terechte term “pardon”-regeling bedacht. Maar die benaming zal wel niet richting asielzoekers bedoeld zijn…….


Zwartewoudlopers…..

hier waren we, het is er rustiger dan de vangrail doet vermoeden! Geen kip.....

Weer terug uit het Schwarzwald, waar we alle soorten weer gehad hebben, die voorhanden waren. Bij aankomst in ’n t-shirtje op het balkon, volgende dag pijpenstelenregen, harde wind, onweer zelfs (niet erg, we hadden genoeg te eten en spelletjes!), daarna fris herfstweer met zon en wolk. Een dag om op bezoek te gaan in het Haus der Natur in Feldberg, een prachtig museum, waar ze met behulp van de nieuwste technieken de geschiedenis van het Schwarzwald uit de doeken doen. We troffen de ranger, een enthousiaste gids, die vertelde hoe men behouden wil wat er is overgebleven, nadat er in het verleden is gevochten, verkeerd beheerd en gekapt in het gebied.Hij deed dat erg humoristisch.

Het was ook een dag om Schwarzwalderkirschtorte (scrabbelen ze ook in het Duits?) te eten in een Schwarzwalderrestaurant aan een meer, dat ze daar see noemen en andersom, bediend door een Schwarzwalder meisje in een, volgens kenners, nep-Schwarzwalder costuumpje, dat haar niettemin beeldig stond omdat het gewoon een mooi meisje was.

De volgende dag was het goed weer om een eind te lopen en spierpijn in je kuiten te kweken, want ze hebben mooie Wanderwegen.Een dagje Freiburg, dat in een dal ligt, waardoor het er droog was, terwijl het onderweg ernaartoe plensde van de regen. Mooie stad, met als enig minpunt wat mij betreft, dat ze het bestaan hebben om op een eeuwenoude prachtige stadspoort met grote letters een reclame van MAC DONALDS te zetten, omdat die ernaast huist. Hoe verzin je het.

Toen we weer thuis waren begon het te sneeuwen! Binnen de kortste keren een pak van 15 tot 20 centimeter! Dus nu weten we hoe het er daar in de winter uitziet. Kerstkaartfoto’s gemaakt natuurlijk. Heel apart, terwijl de bloembakken met de geraniums nog overal aan het huis hingen! De volgende dag was er alweer veel verdwenen, maar ze hadden het toch even leuk voor ons geregeld!

De laatste dag zijn we naar de Resenhof geweest in Bernau, een museumboerderij, die, nadat de laatste bewoner die op 97-jarige leeftijd in 1976 horizontaal had verlaten, in de oorspronkelijke staat werd aangetroffen. Prachtig om te zien hoe “boerenslim” ruimten en materiaal werden gebruikt. Hoe vanuit de centraal gelegen keuken de tegelkachels elders in het huis werden voorzien van warmte en de rook van het verstookte hout zodanig werd geleid, dat het op weg naar buiten ook nog even de hammen en spekzijden rookte. Alle gereedschappen voor het boerenbedrijf werden zelf gemaakt met hout als basis voor alles.

In de slaapkamer zagen we hoe het jongste kind in een schommelwieg naast het ouderlijk bed lag, met een touw aan de wieg waaraan moeder (vader zal er behalve zorgen dat het kind er kwam weinig aan gedaan hebben) bij geblèr kon trekken om het kind op andere gedachten te brengen. Ideetje, jongelui? Hoef je je bed niet meer uit en daar was dat maar goed ook, want mein Himmel, wat was het kóud in dat grote huis! Je wordt evengoed 97 blijkbaar.

Na dit bezoek zijn we ook nog in de Dom in St.Basien geweest, een replica van de St. Pieter in Rome. Een mooie kerk, waar veel concerten worden gegeven, die prachtig moeten klinken in die marmeren koepel. Het zal wel raar zijn , maar ik moet altijd denken aan wie die marmeren vloeren moet dweilen en die beelden moet afstoffen. De banken voor de kerkgangers zijn ook wit, dus dat is ook soppen. Maar daar hebben ze vast een devote Putzfrau voor, die ook voor die mooie bloemboeketten zorgt. Mooi om te zien en dat in zo’n klein dorp!

We hebben een paar keer heerlijk gegeten in het Bierhäusle, waar ons Ferienhaus bij hoorde en waar ze perfect kunnen koken. De terugweg naar huis was probleemloos en vrijwel fileloos, ondanks de frequente aankondigingen op de radio over Stau hier en Stau daar, hebben die ons niet getroffen. Wat ik zo aardig vind in Duitsland is, dat ze na een enorme toch deprimerende reeks filemeldingen, je altijd “Gute Fahrt” of ” Kommen Sie gut an” wensen. Dat hoor je hier nou nooit! “Dat was het” en daar moet je het mee doen. Nou ja, dat geldt voor onze vakantieweek ook…….


’n Halfje casino…..

hoge ogen....

We gaan donderdag een weekje herfstig doen in Duitsland. In het Zwarte Woud, dat mij doet denken aan de Gebroeders Grimm. Vraag me niet waarom, want misschien kwamen die sprookjesfiguren wel uit een heel ander deel van Duitsland. Als ik terug ben en ik weet het dan nog niet, dan zoek ik het op.We gaan met nog ’n stel, van wie wij met de mannelijke helft daarvan een langdurig arbeidsverleden delen. Met z’n vieren delen we een spelletjesgekte.

Dus we vinden het helemaal niet erg, dat het wat vroeger donker wordt, want we hebben genoeg te doen! Overdag lekker lopen, van het natuurlijk, daar rekenen we gewoon op, aanhoudende mooie weer genieten, we gaan musea bekijken, trein-en/of boottochtjes maken, ons verlustigen aan de mooie natuur, want zo zwart kan dat woud toch niet wezen, wie weet kopen we wel een koekoeksklok en Schwarzwalderkirschtorte en dan ’s avonds…há! Spelletjes doen! Ze gaan ook proberen mij klaverjassen te leren. Ik kan de volgorde van de kaarten nooit onthouden en doe dingen waar mijn partner in het spel dan niet blij van wordt en dat moet maar es veranderen.

In dat verband: gisteravond zag ik op RTL4 een stel BN-ers. Brandsteder met z’n ex, Wendy zonder haar ex, René Froger en nog een jongen met een bekend gezicht van wie ik geen idee heb wie het was. Ik kijk geen soaps en dan mis je veel, gezichten dan, hè? Die BN-ers waren onder leiding van Martijn Krabbé in Las Vegas bezig in een casino om allerlei casinospelletjes te leren. Dat moest allemaal voor een uitzending op 4 oktober a.s. als ze vanuit het Casino in Scheveningen, de bank willen laten springen. Het zag er heel moeilijk uit met strategieën en zo. Nou daar hoef ik dus helemaal niet aan te beginnen! Dat onthou ik nooit, als dat rijtje kaarten van het klaverjassen al moeilijk wordt!

Trouwens, ik hoorde, dat die uitzending waarschijnlijk niet doorgaat. Van staatswege wordt er een stokje voor gestoken. De staat zou een belang hebben in het Casino. Wist je dat? Daar komt natuurlijk dat gegok vandaan in Den Haag en dat schuiven met geld. Zalm als croupier. De uitzending zou op losse schroeven staan.

Onze uitzending naar het Schwarzwald niet, gelukkig….tot de 9e!


Mijn pantoffelheld……

pantosloffen....

Vanwege een verjaardag was onze familie weer eens bij elkaar, inclusief de vier kleine neefjes, die uitstekend met elkaar door één deur kunnen. Ook qua afmeting en dat scheelt natuurlijk.

Onze oudste kleinzoon herkende al op zeer jeugdige leeftijd alle letters van het alfabet. Z’n moeder had toen zijn broer nog niet en had alle tijd om hem dat te leren en met hem te oefenen en dat vond ie leuk. Ik koop boekjes, die de jongetjes wat leeftijd betreft een beetje volgen, dus heb ook boekjes met plaatjes, waar het desbetreffende woord onder staat.

Ik dacht dat Stijn dus woorden als “vis”, “bed”, “bad” en “wekker”ook wel echt las. Hij zegt het woord dan op leestoon, de letters een beetje afzonderlijk uitsprekend en dan knalt “vis” er in één keer uit. Gisteren was er ook een plaatje met pantoffels en dat woord stond er ook onder. Hij wees ’t plaatje aan en zei:”S-l-o-ff-e-n”..”Slóffen! Hij zit zijn oma dus grotelijks te beduvelen! Heerlijk! ’t Gaat toch al hard genoeg…….


Passiespel……

Ook hij kan RSI krijgen....

In “Het Uur van de Wolf” deze week een documentaire over “De passie en de pijn”. Over musici, die dertig jaar in een orkest zitten en door vele repetities, zware concerten en een overladen programma blesssures oplopen, waar niet overheen te voelen is, al wil je nog zo graag spelen. Ze lieten even een stukje Mahler horen en zien, nou, ga er maar aan staan! Véél spelen ook, want er moet in deze subsidieloze en kommervolle tijden geld verdiend worden om een orkest in stand te kunnen houden, het is een bedrijf.

We hoorden het verhaal van een cellist, die vrijwillig meedeed aan een routine-onderzoekje onder de orkestleden naar eventuele gehoorschade. Hij kreeg te horen, dat zijn gehoor aan één kant vrijwel naar de Filistijnen was. Had hij niet gemerkt, niet willen merken misschien en er in ieder geval nooit bij stilgestaan, dat hem dat zou kunnen gebeuren. De arts raadde hem aan gehoorbeschermers te dragen in het orkest. “En dat kán helemaal niet”, zei hij, “want muziekmaken is nuances aanbrengen en als je die niet hoort, moet je ermee uitscheiden”. Hij was 51 en wilde dat niet. Dus speelt hij zijn gehoor helemaal naar de ratsmodee en wacht op het moment, dat een ander het gaat merken. Dat hij niet meer goed intoneert of zo. Maar muziek is zijn passie! Drama, drama.

Violisten, die ernstige schouderblessures hebben vanwege bewegingen, die langdurig herhaald dezelfde zijn. Minder werken is een redelijke oplossing, maar voor de helft in de AOW lukt ze niet, want de uitkerende en beoordelende instantie zegt, dat de werkgever zich onvoldoende aan de Arbowet heeft gehouden en z’n werknemers onvoldoende heeft beschermd tegen de risico’s van hun vak. En er is weinig te doen tegen die risico’s! Violisten zitten doorgaans voor een indrukwekkende rij toeteraars, die met z’n allen behoorlijk wat decibellen produceren met daar weer achter de trommelaars met hun batterij. Daar is vaak niet tegenop te strijken en je zit er middenin.Met passie ook nog. En met pijn.

Vreselijk, als je niet meer kunt doen wat je het liefste doet op de wereld: muziek maken. Ik heb net “Het geheim”van Anna Enquist uit. Waarin de hoofdpersoon Wanda haar hele leven opoffert aan haar passie: de piano. Ze wordt er beroemd mee, maar wordt geveld door artritis en kan en wil niet meer spelen. Haar zwarte vleugel wordt een monster, waarmee ze worstelt. Als ergens passie pijn betekent, is het in dit boek.

Ook in sport is passie. Ik weet nog hoe geraakt ik was toen Marco van Basten vanwege die verprutste enkel er mee moest ophouden. Hoe hij afscheid nam van het Italiaanse voetbalpubliek. Tranen bij zijn toenmalige trainer om het verloren talent en nou weet ik wel, dat bij Italianen de tranen los zitten, maar het beeld zal ik nooit vergeten!

Ik ken mensen, die vroeger een instrument hebben bespeeld en nog goed ook, die als je ze later naar hun activiteiten vraagt, zeggen: “Nee, ik doe d’r niks meer aan”. Instrument verkocht. Ik begrijp dat niet. Daar was duidelijk geen passie dus ook geen pijn! Ik speel piano, ben alles behalve gepassioneerd, maar ik zou het echt heel erg vinden als ik dat niet meer zou kunnen doen. En dat is pianissimo uitgedrukt…….


Het rijke roomse leven…..

je kunt niet zeggen, dat ie niet met z'n tijd meegaat, maar hoe lang nog....?

We waren vandaag in het Catharijneconvent in Utrecht, waar de tentoonstelling “Pracht en Praal van de Paus. Schatten uit het Vaticaan” te zien is. We hebben ons verbaasd over die pracht en praal, die de Katholieke kerk met name in het verleden ten toon spreidde. Goudgeborduurde kazuifels ( een niet-katholiek mens leert nog eens wat op zo’n dag!), tiara’s met flonkerende edelstenen, hoewel sommige replica’s waren dus de stenen waarschijnlijk niet zo edel. We hebben een hele portrettengalerij gezien van pausen en zelfs een uitstalling van de “souvenirs” die toeristen, tegen betaling uiteraard, bij een bezoek aan Vaticaanstad mee naar huis kunnen dragen. Niet om ze te laten beoordelen door deskundigen van “Tussen Kunst en Kitsch”, want die lui heb je daar niet voor nodig.

We kregen trouwens bij de balie een apparaat mee, waar je gerelateerd aan een in te toetsen nummer, een gesproken uitleg kreeg van hetgeen je op dat moment stond te bekijken aan wijwaterbakken, montstransen en andere attributen die ze in de mis gebruiken. Erg handig en het is daardoor heel rustig, want iedereen loopt met zo’n ding aan z’n oor en praat niet, hetgeen de sfeer ten goede komt. Er stond ook een draagstoel, waar de pausen vroeger in werden rondgedragen. En ach, kunnen ze dat ding voor de huidige paus niet weer even van stal halen? Want zoals er met die man wordt rondgezeuld, ik vind het zó zielig! Waarom zetten ze ‘m niet ergens lekker in de zon. Daar kan hij de lieve God toch ook eren?

Ik kwam vroeger met m’n ouders nog wel eens in een kerk, het is er later niet meer zo van gekomen, maar wat was ’t daar toch eenvoudig! Ik heb m’n ogen uitgekeken vandaag naar al die extravagantie en daar doet het feit, dat bisschop Simonis op de fiets was, toen ie kwam kijken, niks aan af. De tentoonstelling past heel goed in de Utrechtse historische omgeving van het Convent met z’n kloosterachtige tuinen en gangen. En wat kan ik me goed voorstellen hoe iemand verslingerd kan raken aan de stad, waar het vanmiddag met al die studenten op terrasjes (wórdt er niet meer gestudeerd tegenwoordig?) en al die ouderen op terrasjes, die naar de 50+-beurs waren geweest in de Jaarbeurs ( móeten jullie niet naar huis?) met dat mooie weer erg gezellig was. Leuk dagje Utrecht, mooie tentoonstelling en moeten stáán in de trein natuurlijk……..


Gast aan tafel….

 'n vorkje geprikt!.....

Gisteravond hebben we met kennissen op een heel bijzondere plek gegeten. We hadden hier vroeger een Middelbare Hotelschool in Apeldoorn. Die opleiding is onder de paraplu gegaan van een ROC (Regionaal Opleidings Centrum). In de school is een praktijksituatie gecreëerd, met een ontvangstbalie, garderobe, lounge, bar en een gezellig restaurant. Het personeel bestaat uit leerlingen van de opleiding, waarbij docenten vrijwel buiten beeld blijven, hoewel je als gast natuurlijk nooit weet of er niet eentje ergens staat te loeren. De eerstejaars worden op de werkvloer begeleid door ouderejaars. Het is leuk om te zien hoe ze dan discreet op hun “fouten” worden gewezen. Allemaal jongens en meisjes, keurig in het pak en allemaal supercorrect. Wie z’n geloof in de jeugd van tegenwoordig een beetje kwijt is moet gewoon hier eens even gaan kijken. Het is de buitenkant waar je tegenaan kijkt, maar toch.

Je wordt, als je een week van tevoren gereserveerd hebt, een half uur voor aanvang verwacht voor een drankje en dan keurig met een “Wilt u mij maar volgen?” naar je tafel gebracht. Een jongen, die jou als gast toegewezen heeft gekregen, staat je op te wachten met een servet over z’n arm, stelt zich netjes voor als je gastheer en dan kan het grote verwenarrangement beginnen. Je bent oefenmateriaal als gast, maar voelt je beslist geen proefkonijn. Nou ja, dat “proef” hou je d’r natuurlijk wel graag in! Voor wat hoort wat.

Ik heb m’n ogen uitgekeken, want wat kun je veel leren op zo’n avond, zeg! Ik schenk m’n hele leven de wijn al verkeerd in! Die jongen hield de fles aan z’n achtereind vast en slaagde erin geen druppel te morsen. Dat doe ik heel anders en nog gaat er van alles naast. Maar dat ligt aan het uur van de dag en aan de staat waarin je verkeert, logisch.

Onze gastheer deed weinig verkeerd. Wij vertelden, dat we er voor het eerst waren. “Ik ook, mevrouw”, zei hij. Schattig, toch? Hij had het dessertcouvert alvast neergelegd, doe ik ook altijd, scheelt een loopje, maar dat mocht niet. Moest ie weghalen. En later zette hij ook nog een rechaud verkeerd om, zodat een gast (en wat een oen moet dat dan wel niet wezen, neem me niet kwalijk!) zich eraan had kúnnen branden.

Nee mensen, het is geen spelletje, zo’n opleiding, want je moet aan veel dingen denken als mensen even een hapje bij je komen eten. En dan heb ik het nog niet eens over wat er in de keuken moet gebeuren! (We hebben trouwens ook nog ’n recept meegekregen van een heerlijke rode uienmarmelade! Welke kok doet dat?) Op het menu stond trouwens koffie-ijs toe, maar excuses namens de school: dat werd kaneelijs. Net zo lekker en even koud. Nog een kopje koffie, werkelijk zálig gegeten, verschillende soorten wijn geproefd, want bij elke gerecht wat anders, zo hoort het en we waren met z’n vieren met fooi zo’n € 90,- kwijt met nou werkelijk álles d’r op en álles d’r an. En ik heb echt wel eens gedacht:”Ah joh, láát maar!”. Maar als proefkonijn bij een hotelopleiding mág je absoluut niet denken, alleen maar proeven.

Ik realiseer me wel ineens, dat de titel van dit stukje niet zo slim gekozen is. Ik herinner me kartonnen spaarpotjes na elke maaltijd vroeger thuis…..


Sixty is the limit…..

weg....

Kwaad, nou nee, want ik zie het tafereel ook wel weer als humoristisch voor me, maar mijn kwaaie peer is wel eventjes Erha, die boven z’n weblog heeft staan, dat ie een scherpe blik heeft. In zijn verhaal slaat dat “scherpe blik” meer op zijn automobiel, dacht ik, in plaats van op zijn ge-of inzichtsvermogen. Hij had namelijk ruzie met een ouwe-lullige automobilist, die niet achteruit reed, toen dat nodig bleek om een vastzittende verkeerssituatie op te lossen. Het was nodig om de man stevig toe te spreken om hem tenslotte in de juiste richting in beweging te brengen. Als beloning kreeg hij Erha’s kauwgom tegen z’n voorruit. De zaak was opgelost. “Ouwe lullen moeten weg” is de scherpe conclusie van deze weblogger, die toen hij het stukje schreef toch allang afgekoeld had moeten zijn!

Hij is zelf duidelijk (nog) geen ouwe lul. Ik hoop van harte dat hij dat wel wordt, want ik gun iedereen een lang leven. Ik heb namelijk ooit eens een aflevering gezien van StarTrek, waarin één van die vreemde volkjes ( species noemen ze dat in StarTrektaal) die de serie bevolkten als gewoonte had om hun zestigjarigen te liquideren! Als ze d’r nog niet aan toe waren, jammer dan, maar het was hun tijd. Ze gingen dan in zo’n liftje, werden “upgebeamed” en dan niet ergens naar toe, maar gewoon foetsie, weg, verdwenen, niet meer te achterhalen.

Het ging wel met een mooi ritueel, daar niet van en het is zonder meer leuk, als je daar met je volle verstand nog bij bent als zestigjarige. Als ze het een beetje aardig doen, zo’n plechtigheid? In onze constructie heb je toch weinig aan je eigen begrafenis, zeg nou zelf! Maar ik vond zestig toch een beetje jong en dat vond Captain Jean-Luc Picard toen ook eigenlijk en hij wou het slachtoffer, dat aan de beurt was en toevallig bij ‘m op z’n schip, nog redden. Maar hoe het afgelopen is, weet ik niet meer, want ik heb nadien nog zoveel afleveringen gezien, dat het wat vervaagd is in mijn herinnering. Maar ik ben de zestig dan ook ruim voorbij, hè, vandaar.

Let op, nu laat ik mijn fantasie even de vrije loop. Want ’t zou wel een oplossing zijn voor veel problemen, zo’n mooi geregisseerd einde. Allereerst geen onzekerheid meer over hoe oud je wordt, je kunt je zaken daarnaar regelen, ’n euthanasiewet is overbodig, want vanzelf gaat dat al vanzelf, bejaardenhuizen zijn niet nodig, ziekenhuizen kunnen een stuk kleiner, moet je eens zien wat een geld dat scheelt, zeg! Al die bejaarden, die nu nog met 70 km over de snelweg rijden of niet achteruit willen, zoals bij Erha, wég zijn ze! Dat scheelt in de files, het wagenpark en de ergernis. Als je het zo bekijkt: waar wachten we nog op? Ouwe lullen en de vrouwelijke variant daarop, wég ermee! Het zijn dan wel je eigen vader en moeder, die ook de klos zijn, maar dat scheelt weer in de mantelzorg……..


Vrienden en kennissen…..

...een illusie...?

Moet ik me nou ongerust maken? Ben ik wel normaal? Voordat alle flauwe grappen van, met name, mijn verwanten losbarsten, leg ik het even uit. Al jaren lees ik de Libelle. Zo’n type ben ik. Lees veel anders ook, maar tevens de Libelle. Daarin hebben ze regelmatig enquêtes over relaties. Tussen moeders en zonen, moeders en dochters, of je het een beetje kon vinden met je oma en waarom niet en ook veel “vriendinnen”-verhalen. Ik zit met het probleem, dat ik nooit een echte vriendin heb gehad. Niet zo iemand, aan wie je je hele hebben en houden vertelt en die dat ook bij jou doet en dat zelfs al vanaf de kleuterschool of daaromtrent.

Ik had wel schoolvriendinnetjes, maar dat waren er altijd meer dan een. Ook op de middelbare school. Je fietste naar huis met mensen, die toevallig dezelfde route reden. Bij een kruispunt zei je :”Doei!” (Oh nee, het zal wel iets geweest zijn van : “prettige avond en tot morgen!”) en dan ging ieder een kant uit. Linea recta naar huis, waar je moeder meestal nog wel een boodschap voor je te doen had. Daarna huiswerk maken aan de huiskamertafel, terwijl de jongere kinderen in de kamer speelden. ’n Eigen kamer heb ik nooit gehad, dat was niet erg, want ik heb ’t niet gemist. Als de tafel gedekt moest worden voor het avondeten, moest je het veld ruimen. Mijn vader had een accountantskantoor aan huis en na kantoortijd was er altijd wel een bureau waaraan je verder kon leren, als je nog niet klaar was.

Het was altijd druk bij ons thuis. Misschien dat ik daarom eigenlijk niemand mee naar huis nam, want ’t kwam nooit gelegen. Geen bloeiende vriendschappen voor mij en ook dat heb ik niet gemist. Mijn lagere schooltijd viel precies in de oorlog, dat heeft er wellicht ook mee te maken, omdat toen niets normaal was. Later kende ik veel mensen: van school, van dansles, van de korfbalvereniging, nog later van het kantoor waar ik ging werken, maar het bleef allemaal aan de oppervlakte kennelijk.

Als ik dan in de Libelle lees over vriendschappen, die een leven lang blijven bestaan, door dik en dun, zelfs over grote afstand, dan denk ik, dat die in vruchtbare bodem zijn ontstaan en dat mensen er moeite voor hebben gedaan om ze in stand te houden. Vooral dat laatste en dat vind ik mooi.

Ik ben te vroeg geboren. Mijn jongere zussen hebben vele vriendinnen, met wie ze sporten, uitgaan, op vakantie gaan en van alles ondernemen. In die vriendschappen zitten ongetwijfeld gradaties wat “diepte” betreft. Het verschil tussen een kennis en ’n vriendin. Je hoort, met name mannen, wel eens zeggen: “Ja, ’n vriendje van me heeft een huis in Frankrijk!”. Daar zouden ze dan graag eens heen. Maar ja, dat vriendje is nét geen vriend genoeg, jammer…….