Webloggers kunnen het zo móói zeggen….

ik slijm even, moet kunnen!

Omdat ik voor veel webloggers een grote waardering heb, omdat zij wat ik denk, beter kunnen uitdrukken dan dat ik dat zelf kan en ik het van sommigen gewoon jammer vind, dat hun “publiek” dagelijks uit vrijwel dezelfde mensen bestaat, tenminste dat dénk ik, terwijl ze eigenlijk een groter publiek verdienen, ga ik vandaag maar eens slijmen. Dat doe ik eigenlijk nooit, want de beslijmde persoon wordt daar doorgaans niet beter van, maar omdat ie zelf bovenaan zijn site al zegt dat hij een arrogant weblog heeft, valt er, dacht ik, weinig te bederven. Ik weet, dat Actiereactie, want die bedoel ik, in het hoge Noorden woont. Dat zal wel Groningen zijn, waar wij zelf negen jaar “in stad” hebben gewoond en waar drie van onze vier kinderen geboren zijn.

Ik bewonder hem om zijn uitspraken, die je zó in een citatenboek zou kunnen onderbrengen. Ik moet soms zijn verhalen vaker lezen dan één keer om de diepere bedoeling te snappen, maar dat ligt aan mij en niet aan hem. Ik ga een paar van zijn uitspraken citeren. Ik heb ze door de maanden heen in willekeurige volgorde opgeschreven, ze nog net niet aan de muur geprikt of geborduurd op een stramientje, maar lees en denk erover na.

Het eerste dat mij trof was “Als er iets is, waar ik slecht mee overweg kan is het wel het niet lukken van het willen”. (Wie niet?) “Men moet niet eten van andermans bord” .(Valt in de gras-is-elders-groener-categorie!) “Het is beter te zwijgen dan te liegen”.(Deden dat maar meer mensen) Maar ook: “Zwijgen kan oorverdovend zijn!” (Ik weet van knallende stiltes!) “Ik ga liever dood, dan dat ik het eeuwige leven zou hebben!” (Eeuwig is érg lang, denk ik….) “Woorden in herhaling verliezen hun geloofwaardigheid”.(Hoe vaak zeg je niet : laat maar, als je weer eens niet bent verstaan of begrepen…) “U kunt mij het best achteraf spreken, want ik ben geweldig met woorden, wanneer het moment van belang voorbij is”. (Denk aan sollicitaties, examens, uitpraten van misverstanden, als je thuis bent weet je exact wat je hád moeten zeggen…) “Het is een misverstand te denken, dat de lengte van een dag afhankelijk is van tijd”.(Dagen kunnen kruipen, vliegen, te kort of te lang zijn, dezelfde 24 uur, gek toch?) En de laatste en een hele goeie in de context waar ik hem oppikte: “Het is een groot jammer, wanneer hij, die wel deuren wil openen, de tocht niet kan verdragen”. Ik bedoel maar, een weblogger, die van mij arrogant mag zijn, want hij zegt het toch maar érg mooi! Vind ik.


De laatste loodjes…..

blij dat ik rij...??

In onze regio krijgen de kinderen van de basisschool deze week vakantie. In de krant verschijnen dan ook foto’s van kinderen, die meehelpen de school “zomerklaar” te maken. Dat betekent opruimen, kastjes leegmaken en je eigen stoel en tafel soppen. Nuttige kinderarbeid en zo te zien vinden ze het nog leuk ook.

Het was altijd wel gezellig op school zo vlak voor de vakantie. De juffen en de meesters in een goeie bui, omdat ze bijna voor een tijdje van al die kinderen verlost waren ( in mijn tijd had je gróte klassen!) en in gedachten al in hun tentje op de hei zaten. Vroeger ging het onderwijzend personeel net als wij nog eenvoudig op vakantie. Naar Drenthe of zo. De plantjes werden verloot uit logeren gestuurd en dat vond je een hele eer, in de vakantie een schoolplant verzorgen. Het waren altijd siernetels of van die planten met lange sprieten, waar aan het eind dan weer kleine plantjes aankwamen. Vaderplanten zijn dat, geloof ik. Ik ga het niet opzoeken, hoor! In ieder geval planten van gewapend beton, niet stuk te krijgen.

Anders was het met de levende have van school. De vissen of de hamster. Je moeder was daar doorgaans niet zo blij mee, want het was wel de bedoeling dat die beesten in leven bleven. Een paar dagen , nou ja, dat ging nog wel, maar hier ging het om wéken! Bij onze eigen kinderen is het met zo’n schoolhamster een keer niet zo goed afgelopen…. Ik snap trouwens toch niet, hoewel ik het hele leuke beestjes vind, wat een hamster, die de hele dag verstopt ligt te pitten, voor aardigheid geeft in die paar schooluren, maar dat terzijde.

Ik las ook in onze krant, dat er erg veel gevonden voorwerpen tevoorschijn komen bij het opruimen op school. Dat varieert van handschoenen, jassen zelfs, sleutels, sjaals en mutsen tot sportschoenen, ook enkele! De directeur van een school zei : “Toch wel een teken van welvaart, dat je een linkersportschoen niet eens mist…!”

Het zal wel rustig worden in onze buurt. Deze regio is laat dit jaar. De caravans staan klaar om gepakt te worden, op het laatste ogenblik, want anders is ie met alles d’r op en d’r aan gejat. Dat is ook al heel gewoon tegenwoordig. Met zoveel rust is het lekker thuisblijven voor ons. Moet dan altijd denken aan dat liedje van Jasperina de Jong: “Dobbe, dobbe, dobbe, niet meer over tobben, wij gaan lekker nerreges naar toe…” Hoewel, Australië was dit voorjaar niet “nerreges”, natuurlijk!


Kleren raken de man…..

goeie handel!

Er bestaan kleine drama’s. Ik las er net een bij Henk, die gedwongen afscheid moet nemen, niet van zijn gestorven hond, maar van zijn favoriete spijkerbroek. Iedereen heeft vast wel eens zoiets meegemaakt. Normaal doe je kleding en/of schoeisel, die of dat je niet meer draagt naar een humaan doel (hoewel Humana nou niet direct positief in het nieuws was!) maar sommige stukken verdienen het dat je ze tot op de draad verslijt. Omdat ze zo lekker zitten. Wat nou mode? Doet er toch niet toe?

Schoenen, die je zo lekker zitten, dat je er op je gemak de Nijmeegse Vierdaagse mee zou kunnen lopen, die doe je toch niet weg omdat ze er niet zo flitsend meer uitzien? Gáten moeten er in vallen en wel zodanig, dat je ze zelfs niet meer naar de schoenmaker dúrft te brengen. Pas dan kunnen ze weg, met moeite. Een broek, waarin je er maten slanker uitziet dan je eigenlijk bent en die ook nog eens prima zit, die doe je niet weg. Even in de was en je hebt zonder hongeren je lijn weer terug.

Ik heb ooit eens, in de tijd dat dat mode was, een tweed overgooier (iedereen onder de veertig moet maar even iets voor zichzelf gaan doen!) gehad, waar ik zo ongeveer in wóónde. Er zaten gekleurde spikkels in, waardoor er heel veel bloezen en truien bij pasten en hij zat gewoon lekker. Mijn moeder heeft ‘m moeten verdonkeremanen, omdat er “knieën” in kwamen, die er bij het wassen niet meer uit gingen. Zij besliste dat het écht niet meer kon. Getreurd heb ik en gezocht naar iets nieuws van gelijke strekking, maar nooit meer gevonden natuurlijk.

Zo gehecht kun je raken aan kleren, die je je jaren later zonder foto’s nog kunt herinneren. En waarvan een ander je moet vertellen, dat “je toch zélf wel kunt zien, dat ’t bijna uit elkaar valt”. Zoals die spijkerbroek van Henk. Wij hebben ook na de dood van onze hond geen nieuwe willen hebben….


Valse echtheid of echte valsheid?

mascara-de

Gisteren zag ik een reclame, waar ik erg om moest lachen. Het ging over mascara, dat spul dat vrouwen op hun wimpers doen om ze mooier en langer te laten lijken. Het sterke punt van dit product zou zijn, dat je wimpers de indruk geven, dat ze váls zijn! Laat ik nou altijd gedacht hebben, dat make up-artikelen bedoeld waren om iets, dat je niet of in onvoldoende mate bezit, écht te laten lijken. Dus: een beetje bleekjes vandaag? Hup, de blusher d’r over ( “rouge”, zei mijn moeder altijd) en je ziet er met blozende wangen weer uit als Hollands welvaren. Dunne bleke lippen bewerk je met een leuk kleurtje lipstick en het lijkt weer ergens op. Vanessa van de vrije-platen-winkel weet nog meer trucjes, maar dié vind ik zo eng! Vals eigenlijk, net als die wimpers, waarmee je aan de gang moet om ze van echt vals te laten lijken. Mag ik dat erg raar vinden?

Over écht echt gesproken: gisteravond laat bij de KRO Microcosmos gezien? En franse natuurfilm uit 1997, met mooie intromuziek, vrijwel zonder gesproken commentaar, waar ik bijna vijf kwartier ademloos naar heb gekeken. (Daarbij aan Elisa’s foto’s gedacht en dat mag ze gerust als een compliment beschouwen!) Een prachtige film, waarvan gelukkig een dvd bestaat, dus ze hoeven dit jaar niet naar een verjaarscadeautje te zoeken voor mij.

De hoofdrolspelers: kevers, lieveheersbeestjes, wespen, mieren, rupsen, vlinders, libellen en nog veel meer diertjes, die wij moeilijk waarnemen en nu mensgroot in beeld kwamen. Wat er gebeurt, zeg, als een lieveheersbeest één regendruppel op z’n knar krijgt, je houdt het niet voor mogelijk! Er gaat een wereld open door deze film. Echt waar.


Strijkages….

zittend strijken!

Er lag een behoorlijke strijkwas op mij te wachten en ik vond dit een mooie dag om te gaan gladstrijken. Ze waren in Den Haag ook zo lekker bezig de boel glad te strijken. Gelukt, hoorde ik in het journaal, iedereen tevreden, de kluiven zijn verdeeld. De LPF nam er in hemdsmouwen een borrel op. Nou, bij mijn wasje zaten ook heel wat hemdsmouwen! Ik heb geen hekel aan strijken, want het is dankbaar werk omdat je zo lekker het verschil van vóór en ná de behandeling ziet en dat heb je niet bij elk huishoudelijk karwei.

Ik sta altijd te strijken, zoals ik ook altijd de aardappels stá te schillen. Net of het dan vlugger gaat. Dat is onzin, maar dat krijg je er bij mij niet meer uit. Stamt nog uit de tijd dat ergonomie in het huishouden niet nodig was, of eigenlijk vonden de vrouwen dat zelf. Het is ze echt moeten worden aangepraat.

Nou ja, ik stónd dus te strijken vanmiddag. Dat doe ik altijd op onze slaapkamer boven met uitzicht op de overkant van de straat. Omdat het raam altijd openstaat, hoor je flarden van gesprekken van voorbijkomende fietsers. Moeder met kinderen:…”nee, dat doen we als papa thuis is”… Wat ‘dat’ is, hoor je dan niet meer, twee opgeschoten jongens:”..gááf, man, wanneer ga je?”…. en waar naar toe, ja dat weet je dan niet, drukwerkbezorgers:….”ik begin wel bij vijfnegenendertig”….Vakantiebaantje dus.

Aan de overkant zijn de bewoners van ’n huis op vakantie met hun twee jongens. Onderwijl schildert opa de kamers in huis. Zo te zien is hij vroeger schilder geweest, z’n spullen zijn net wat professioneler, hij heeft een overall met een logo en de sporen van een vervend bestaan. Hij mengt en roert de blikken verf in de achterbak van zijn auto, die voor de deur staat. Ik gun iedereen zo’n opa, zeg!

Zo gaat het straatleven al strijkend aan mij voorbij, ik bedoel: ik strijk en het straatleven gaat voorbij.Entertainment uit het leven gegrepen. Zo, klaar. Even alles wegbergen.


Voor alles is een eerste keer….

d'r was er een jarig, hoera!hoera!

Gisteren met de hele familie dus de eerste verjaardag van Niek gevierd. Zijn vader en moeder hadden, nadat ze eerst mekaar versierd hadden, anders was er tenslotte geen jarige geweest, zich nu op de versiering van het huis gestort: slingers en ballonnen all over the place. De jarige zelf vond het allemaal reuze gezellig en interessant. Als je riep:”Hiep, hiep, hiep?”….stak ie zelf zijn armpjes in de lucht voor het “hoera”-gedeelte. Op afstand te bedienen!

Z’n moeder had het ontbijt van die morgen op de video gezet en ook het nuttigen van zijn eerste slagroomgebak. De slagroom zat overal en véél zal hij er niet van binnen hebben gekregen, maar omdat z’n wat oudere neef aan de chips zat heeft hij er daar ook een paar van meegekregen, kortom genoeg spul om ’s middags even een demonstratie “over-je-nek-gaan-voor-beginners” te geven. Je moet natuurlijk van alles leren eten als kind, maar hier is ie toch wat te hard van stapel mee gelopen. Nou ja, kotsen na een avondje stappen hoeven ze hem alvast niet meer te leren.Hij is even lekker in bad gestopt en was toen met geplakte haartjes weer fris voor de rest van de festiviteiten.

Wij hadden een speeltafel voor hem, waar hij blokken op vast kan zetten en een glad blad erbij om op te tekenen en er kan in de tafel ook nog water en/of zand. Multifunctioneel, want dat vinden oma’s nuttig. Zelfs de ooms, die het hebben van kinderen bij hun zussen vanaf de zijlijn volgen en dat een prima positie vinden, hadden zich een cadeau voor de jarige aangeschaft, geheel verantwoord en passend bij de leeftijd. Hulde.

Het feestvarken was aan het eind van de middag total loss, werd lekker in bed gestopt, terwijl de rest van zijn familie aan de afhaalchinees ging. Daar was hij toch weer van over z’n nek gegaan. Wij niet, ’t was erg lekker.


Speledingetjes….

overdaad schaadt of niet...of wel....

Omdat onze jongste kleinzoon zondag één jaar wordt, waren we vanmiddag in een speelgoedwinkel van Toys’R Us”( als ik de naam goed heb). Moeilijk om iets te vinden voor een kind van die leeftijd! We hadden al een beetje geïnformeerd bij pa en ma, maar hij bleek al veel speelgoed te hebben. Ook dingen die wij nou net zo aardig vonden om als opa en oma te geven. Het was niet anders, dus nu hebben we iets waarvan we denken, dat hij het nog niet heeft. Ze lezen dit log dus hou ik het nog even voor me tot zondag.

Bij de kassa moest ik even wachten en dan zie je wat er in zo’n korte tijd aan euro’s over de toonbank gaat aan playstations, knuffelbeesten en allerlei spul waarvan ik niet kon ontdekken wat het was. Maar ja, ik ben er ook uit wat speelgoed betreft. Veel van het speelgoed dat ik ken is niet eens meer in de mode. ’n Diabolo? ’n Bromtol? Gewone tollen? Priktollen? Je zult er naar moeten zoeken, denk ik.

Al het speelgoed van tegenwoordig is verantwoord, van felgekleurd plastic, en voorzien van gerinkel, gerammel, getoeter en synthetische stemmetjes en gericht op de ontwikkeling van het kind. Het leert er van, daar ben ik zeker van, maar er is wel erg véél! En of het de fantasie prikkelt, daar twijfel ik wel eens aan.

Mijn moeder had toen onze oudste dochter een kleutertje was een knopendoos. Ik herkende de knopen en wist waar ze van waren geweest en voor Karin was de knopendoos een bron van speelplezier. De ene keer speelde ze, dat het geld was en speelde winkeltje, de andere keer was het eten, ze zocht kleuren bij elkaar, de diverse vormen, leerde de knopen tellen. Het zat allemaal in een Tjoklatblikje met zo’n knielend vrouwtje erop.Je bent “gedateerd” als je dit herkent, hoor!

Ons kind kon ook heel goed spelen met “niks”. Opende deuren, die er niet waren en deed ze ook weer achter zich dicht, we kregen eten uit onzichtbare pannen op denkbeeldige borden en je had het maar lekker te vinden! Veel fantasie had ze! Toch waren onze dochters geen echte poppenmoedertjes, want de Barbies later werden aangekleed door de weelderige hoofdjes er af te trekken, jurk aan en plóp de kop d’r weer op. Nou, dat doe je niet als je een gevoelig poppenmoederhartje hebt, toch? Zo waren ze dan weer wel.

De jongens hadden veel kleine autootjes, Die spaarden we bij het tanken van benzine. Het léken Dinkytoys, maar waren het niet. We hebben ze nog, een beetje verveloos, maar onze oudste kleinzoon vindt ze nog best leuk. We hebben één keer een echte Tonka-auto gehad, waarvoor op de televisie reclame werd gemaakt. Een olifant ging er op staan om de sterkte aan te geven. Dat zouden de heren Pasveer zelf eens even uitproberen. Ze waren zeer teleurgesteld en kwaad op meneer Tonka, omdat hún exemplaar zielig scheefverbogen uit de strijd kwam. Blauw was ie, weet ik nog.

Nou, en toen kwamen de computerspelletjes, het begin van de computercarrière. Er werd driftig gespaard en de broertjes bekostigden samen het eerste exemplaar. En ze spelen nog steeds met computers, ’t is nooit meer overgegaan…….


Ach, je hebt zo je prioriteiten….

kwamkwammersloeg,verleden tijd van komkommersla, flaúw....ik weet 't.

Het is komkommertijd. Dat begrip stamt nog uit de tijd, dat alle groente van de kouwe grond kwam. Als de komkommers gaar waren in de zomer, was iedereen met vakantie en stond alle activiteit op een laag pitje. Tegenwoordig heb je komkommers bij het kerstdiner, al komen ze dan uit de kas of uit een ver buitenland, waar ze wel mooi weer hebben op dat moment. Dus eigenlijk slaat het nergens meer op: komkommertijd. Noem het dan slappe tijd, iedereen-doet-effe-wat-anders-tijd, voor mijn part de hele-afdeling-sabbatical-tijd, maar laat die komkommer d’r nou maar buiten.

Wat wel opvalt is, dat in onze krant De Apeldoornse Courant meer berichtjes staan van een kaliber, dat in “gewone” tijden zonder komkommer, zal ik maar zeggen, de krant niet gehaald zou hebben. En die zijn wél leuk. Bovendien staan er paginagrote artikelen in de krant over meest uiteenlopende onderwerpen, waarvoor in gewone tijden vanwege hun omvang geen plaats is en die leuk zijn om te lezen. Zo gaat het tenminste ergens over. Want van de voorpagina moet je het niet hebben. Van de onderwerpen die daar staan, de LPF-sores voorop, denk ik: “Nou, ik hoor wel hoe het afloopt.” En dat mevrouw Jorritsma tóch geen onoorbare dingetjes heeft gedaan, fijn voor d’r.

Maar ik vind het feit, dat het geen vakantieweer is en mijn tuintje helemaal verregent, terwijl we er zonaanbiddend van hadden moeten zitten genieten, erger en belangrijker. Dat onze kleinzoon van twee-en-half zo ontzettend leuk gaat kletsen, er dagelijks woorden bijleert, die hij ook nog goed gebruikt en mooie zinnen gaat bouwen, daar geniet ik van. Wat een wonder is dat! Het is net zo’n wonder als waarover de juf van de basisschool mij ooit vertelde: dat de kinderen van toen nog de eerste klas tussen de zomervakantie en kerst leerden lézen en dat ze daar elk jaar weer stil van was van dat proces. Er staat ons dus nog een wondertje te wachten over een paar jaar en die komkommervolle tijden, ach, die komen we wel door. We stellen prioriteiten.


Als je haar maar goed zit!

kapsalon

Het was weer eens hevig nodig, dat mijn haren werden gesnoeid. Als jong persoon kun je nog wel eens wat laten wapperen aan haar, maar er komt een tijd, dat je om je aanzien nog enigszins die naam te laten verdienen, op tijd naar de kapper moet. Kijk maar in het bejaardenhuis: keurige hoofdjes allemaal. Ik ga altijd zonder afspraak en soms zit het mee en soms zit het tegen. Vanmorgen een uur wachten dus zat het “gemiddeld” mee. Nou vind ik het doorgaans niet ongezellig, dat wachten, want er is koffie, wat te lezen en veel te zien.

Ik heb al heel wat kunst afgekeken van de kapsters, waardoor ik in staat ben om mijn ega min of meer vakkundig van zijn teveel aan haar af te helpen. Het valt niet op, dat het huisvlijt is. Nou heeft hij heel gemakkelijk haar met een slag erin, zodat een uit de hand gelopen knipje wel verdwijnt in een lief krulletje. Bovendien zegt hij, dat wij er tegenaan moeten kijken en niet hij. Een van zijn blindenmopjes.

Als ik de moderne prijslijst bekijk hebben we al heel wat geld uitgespaard. Bovendien heeft mijn salon “De hippe knip” geen sluitingsuren, zodat we rustig om twaalf uur ’s nachts kunnen besluiten, dat zijn haar toch wel érg artistiek zit, om er vervolgens iets aan doen. En dat doe ik dus allemaal óp als ik zit te wachten bij mijn kapsalon.

De zaak is al een paar maal veranderd van naam, er zijn al heel wat verbouwingen geweest, ook aan zwangere kapsters. De dames en de heren hadden eerst verschillende deuren, de heren ook een apart herenkniphok, maar tegenwoordig is het één grote gezellige huiskamer met wel ’n beetje veel spiegels, maar met een speelgoedhoek voor de kinderen (ga nóóit op woensdagmiddag naar de kapper!), televisie, koffie en de heren en dames zitten gewoon door elkaar. Gezellig, gezellig.Voor heren die nog ouderwets naar de barbier willen is er nog een “hygiënische herenkapper”, salon Gérard, bij ons op het pleintje en die heeft ook nog veel te doen.

Mijn knipster vanmorgen was een pas-afgestudeerde. Dat kon je zien aan hoe ze haar gloednieuwe koffertje met kammen en borstels met zich meedroeg, doordat ze nog zo erg jong was, het feit dat ze me niet van álles probeerde aan te prijzen en de hoofdmassage die ze gaf toen mijn haar werd gewassen. Met een hele uitleg erbij over de doorbloeding van de hoofdhuid en zo. Daar is ze vast op gepromoveerd. Het voelde heel liefdevol en ze heeft me net zo liefdevol geknipt, zonder geprietpraat over het weer en de vakantie. Een aanwinst voor het kappersgilde, deze van natúre blonde Tinkerbell. Een liefje!


Soortelijk gewicht…….

wat zal ik nu weer es gaan slopen?

Gistermorgen belde onze dochter, dat ze door haar rug was gegaan, zich vrijwel niet meer kon bewegen en er een acute situatie was ontstaan, doordat haar zoon, een zeer ondernemend jongetje van rond ’n jaar zich “los” in de kamer bevond. Hij heeft een oprechte belangstelling voor snoeren, stopcontacten, de wijnvoorraad, zakken aardappelen in de keuken, kortom alles dat zich op babykruiphoogte bevindt. Zijn moeder zag geen kans meer hem op te tillen en naar een veiliger oord als de box of de kinderstoel over te hevelen.

Normaal waren we in de auto gestapt en binnen korte tijd bij haar geweest, maar aangezien ons vehikel voor een reparatie in de garage was, kon dat niet. Erg vervelend. Ze moest haar echtgenoot bellen op z’n werk. Die was ook niet zo ver weg, kwam, zag en overwon, zo’n type jongen is het. Regelde bank-rust en paracetamol voor z’n vrouw, bed-rust voor z’n zoon, die was daar net aan toe, belde voor de zekerheid even de dokter, die zei, dat “rust” inderdaad het beste was wat ze kon doen, en haalde toen ons op om ons kind bij te staan in haar buk-en tilproblemen.

Rugklachten, ik kan me van mezelf niet zoveel meer herinneren, zal dus wel niet zo erg geweest zijn, maar ik geloof, dat erg veel jonge moeders er letterlijk mee zitten. Als ik zie hoe ze , ondanks buggy’s en supersonische wandelwagens dagelijks lopen te sjouwen met ettelijke kilo’s kind, soms ook nog de boodschappen erbij, geworstel om een ook nog tegenstribbelend kind in het autostoeltje te krijgen, dan moet het wel een keer mis gaan.

Vooral in de tijd, dat een kind wel kan kruipen, maar nog niet echt loopt, breng je (ook als oma!) heel wat tijd door met gekromde rug, want ze willen almaar “stappe stappe stappe”. In dat stadium is onze kleinzoon dus. En de keren, dat ik allebéi mijn dochters met hun kind op de heup éénhandig allerlei karweitjes zie doen……

Vorige week zag ik een moeder in een ver buitenland, ik volgde het programma op de televisie niet echt, dus in welk land weet ik niet, iets eetbaars fijnstampen in een grote kom. Dat deed ze met een stok, terwijl haar echt niet zo heel kleine kind in een draagdoek op haar rug zat. De beweging die ze maakte zou in een gemiddeld fitnessprogramma niet hebben misstaan en het kind hobbelde dan ook behoorlijk ruig heen en weer. Het sliep ook nog! Simpel. Geen box, geen kinderstoel, geen buggy, maar wel weer sjouwen voor mama, dat is internationaal.