Kringloop….

komt dat zien, komt dat zien!

In onze familie vindt een levendige ruilhandel plaats van kleding. Bij het vrouwelijke deel van de familie dan, want de mannen dragen wat de vrouwen voor ze uitzoeken en als die vinden, dat iets écht niet meer kan, dan verdwijnt het vanzelf. Het interesseert die mannen niet zo erg en ze vinden het prima geregeld zo. Lars is eigenlijk de enige, die het helemaal zelf regelt. Die heeft ons niet nodig. Zo nu en dan vinden er dus modesessies plaats, de plaats van handeling wisselt, waarbij de buit wordt verdeeld. Als tantes, zussen of dochters weer eens de kast hebben opgeschoond levert dat leuke spullen op. Er wordt door diverse dames redelijk chic ingekocht, zodat het de moeite waard is om bij de show aanwezig te zijn! En we hebben het allemaal kunnen lezen: de Nederlandse economie stagneert een beetje, dus tel uit je winst.

Dat doorgeven van spullen deden we trouwens vroeger ook al, hoor, met de familiaire babybenodigdheden. Boxen, kinderwagens, wiegjes, bedjes en ook kleertjes, waar een beetje baby in een paar weken of maanden is uitgegroeid, daar was zo’n kringloop reuzehandig voor. De kindjes zagen er altijd goed uit en lagen er netjes bij.

Op de middelbare school was het in de tijd van mijn dochters ook heel gewoon, dat je kleren van elkaar leende. Hadden ze ineens een flitsend jasje aan, dat echt niet van het karige zakgeld kon zijn gekocht en dat bijbaantje leverde nou ook weer niet zóveel op, en dan bleek het van een vriendinnetje te zijn. Na een avondje disco ging het weer terug naar de rechtmatige eigenaar. Tot iemand anders weer iets spetterends had gekocht. Je kon het toch niet vaker dan één keer aan, als het érg spetterend was, dus over economie gesproken!

Nu ze ouder zijn vinden ze het “zonde” om iets zomaar weg te doen als het veel geld heeft gekost en zo hoort het ook. Dan geef je het door aan je familie. Na verloop van tijd is het Leger het laatste adresje, nou, dan komt het toch nog helemaal goed terecht…..?


Pinksteren…?

bijbel.gif ? Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Het zal wel erg stom zijn, maar ik kon er gisteren niet opkomen wat Pinksteren in het Engels was. In het Frans weet ik het, in het Duits ook, maar wat is het nou in het Engels? Mijn familieleden vragen hielp ook niet, die wisten ook niet waar Pinksteren eigenlijk voor stond. Ja, twee dagen vrij. Leuk. Mooi weer ook nog, maar verder? Ik heb er een lesje bijbelkennis tegenaangegooid: “uitstorting van de Heilige Geest”, jongelui! Verder weet ik ook alleen maar, dat ik vroeger op school de verhalen van de eenmaal per week verschijnende dominee op de verder openbare school, prachtig vond. Bovendien moest er in het uurtje, dat die man kwam vertellen en je ouders dat niet zo zagen zitten, gerekend worden, dus ik was allang blij. Voor uitleg van de betekenis van Pinksteren voor de mensheid moet je niet bij mij zijn, het is alleen feitenkennis.

Nou, ik heb het woordenboek er maar even bij gepakt: Whitsuntide is Pinksteren in het Engels. Dat klinkt als ’n soort zonnewende of zo en niet zo erg christelijk. Het is vandaag trouwens Whit Monday, weten we dat ook weer.

Gisteren las ik bij Puck, dat je gezellig je datum van doodgaan kunt opvragen bij The Death Clock. Nou, dat leek me ook wel wat. Ik zit er, fysiek gesproken in natuurlijke omstandigheden dichter bij dan zo’n jonge blom, maar mensen, ik heb nog 27 jaar om mijn familie te vervelen! Ze schrokken er niet echt van, maar ik vind het zelf wel een geruststellend idee, want ik heb nog een boel te doen.

Klinkklare onzin , die site, hoe kóm je d’r op! (Ja, door erop te klikken, hè, hè…) Maar ik aarzelde toch even! Wil ik ’t wel weten? Ik voel me kiplekker, dus waarom zou ik? Bij het invullen van het blokje “mode” heb ik optimistic ingevuld, want dat ben ik over het algemeen wel. Dus ik dóe d’r best wel wat aan, hoor! Olijfolie, bruinbrood, niet ál teveel koffie, rauwkost, vitamientjes, beweging, bloeddruk in de gaten houden…nee,…ik red het nog wel 27 jaar……


Je hoéft toch niet alles te kunnen?

daar hebben wij toch helemaal geen verstand van?

Ons “werk” van de afgelopen weken bestond eruit, dat we de gasten van het hotel/pension van onze vrienden aangenaam bezighielden met een muziekprogramma. We hebben met de toevallig aanwezigen een koor gevormd, waarvoor we een programma bij elkaar hadden gebracht van naar ons idee aardige muziek. Geen “kampvuur”-repertoire, want daar houden we zelf niet van en dat spul is zo zoetjesaan ook aardig achterhaald, maar wat cabaret-achtige stukken, waar ook wat acteertalent van de uitvoerenden wordt verlangd. Er zijn ook best wel pittige partijen ingestudeerd en aan het eind van elke week stond er een koor, dat klonk als een klok! Iedereen wist, dat we maar een week bij elkaar waren om iets te doen, dus de concentratie was hoog.

Er was een alternatief voor niet-zangers, omdat ook Dick Tasma uit Nijmegen aanwezig was, beeldend kunstenaar, die aan mensen die wilden tekenen en/of schilderen waardevolle adviezen gaf. Zo hadden we aan het eind van een week een expositie, omlijst met de uitvoering van ons koor. De kinderen hadden hun eigen bijdrage . Elke week een nieuwe groep mensen.

Het was oorspronkelijk de bedoeling, dat wij de kinderen ook onder onze hoede zouden nemen, maar we hebben moeten constateren dat we daar niet goed in zijn. Dat is een vak apart. Wij hebben altijd met volwassenen gewerkt en we weten exact hoe het komt, dat het niet echt lukte: onze kinderen zijn te groot en onze kleinkinderen zijn te klein. Dit volk zat er tussenin. Ze zagen ons als een weliswaar aardige maar toch opa en oma! Dat was even slikken, maar tot ons grote geluk was daar Eline, een meisje, dat haar studie zoekt in de richting van multimedia en theatervormen. Zij vond het een uitdaging om met de kinderen zelf een stuk te maken met muziek als achtergrond. Zij maakte de kinderen enthousiast, had precies de goeie toon te pakken en de kinderen hebben de hele week geheimzinnige vergaderingen en repetities gehouden. De deur dicht, ouders en andere volwassenen kregen niets te horen en het resultaat was enig. Hadden wij met ál onze muzikale ervaring nooit zo gekund. Gezond om te ervaren: je hoeft niet alles te kunnen. We weten onze plaats!


Zwitserland…….

smetteloos

Netjes, o zo netjes. Eigenlijk iets té netjes. Märklin-huisjes, -boompjes, -beestjes, -treintjes. Als je hoog zit en ver weg kijkt, vallen mensen weg, je ziet ze niet. Hoogstens een autootje of busje, geel als het de postbus is, zich langzaam omhoogwerkend naar een dorp van dertig huizen en een kerk. Keurig op tijd, want de chauffeur heeft een Zwitsers precisiehorloge. De natuur is er liefelijk en eeuwenoud. Hier en daar een bergsturz, die voor wat steenrommel zorgt, nou ja, dat moet dan maar, mooi blijft het.

We hoorden verhalen van boerendorpen, die elkaar met hooivorken het bezit van een bergpad betwistten. Vrouwen en kinderen incluis. Als gedenkteken een poortje op de plaats waar de meeste mensen in de pan gehakt waren. Een kerk, waar men in de buitenmuur doodshoofden heeft ingemetseld. Raar idee, Onkel Wilhelm als vierde van rechts. Maar je blijft wel in the picture zo. Piepkleine dorpen, waar de kerk van binnen een pracht en praal uitstraalt, waar je je over verbaast. Met muurschilderingen van eeuwen geleden, maar in prachtige staat. In elke kerk kun je zo naar binnen en anders is er een briefje dat je vertelt waar de sleutel hangt. Een collectebusje naast die deur, van harte aanbevolen, maar dat mag dan ook.

Dorpen, waar je je in de middeleeuwen waant, de mest bij de achterdeur, metershoog. De veroorzakers van die mest klingelend en schuddekontend door het dorp op weg naar hun alpenwei met honderden bloemen, die de plotselinge sneeuwlaag van vorige week dapper overleefden. De honderden jaren oude boerenhuizen, waar kabouters, kinderlijke molentjes en uitgesneden houten dierenfiguren niét misstaan, zoals ze dat bij ons wel zouden doen.

Waar je urenlange, zeer pittige wandelingen maakt, waartoe je jezelf niet in staat achtte. Kortom: we waren in Graubunden, Zwitserland. En nu weer thuis in Holland, een moordland…..


Jodelie, jodelie….!

zwitserse precisie!

Zaterdag gaan we voor twee weken naar Zwitserland. Voor mijn gevoel zijn we net thuis, maar het was al lang geleden afgesproken dus komt het nu eenmaal zo uit. Het is een soort werkvakantie in het pension van vrienden van ons, waar we met de gasten, volwassenen én kinderen, een creatief programma gaan doen, waar van alles inzit. Drama (hoewel ik oprecht hoop, dat het geen drama wordt, maar het heet nou eenmaal zo), handvaardigheid, tekenen en muziek. Dat laatste nemen wij voor onze rekening. Als thema is het werk van Annie M.G.Schmidt gekozen. Voor veel volwassenen pure nostalgie en voor de kinderen waarschijnlijk nieuw, na Kinderen voor Kinderen en de schoolmusicals van Harrie Geelen. Het ligt er een beetje aan hoe oud de kinderen zijn. Maar Jip en Janneke kennen ze zeker, al was het maar van het HEMA-ondergoed.

Er zal ook nog wel tijd overblijven om wat te lopen en buiten te zijn daar, dus het lijkt me leuk. We hebben er nog een zangweek achteraan. Dat hebben we al een paar keer eerder gedaan en dan is het verwonderlijk wat je met een groep mensen, die elkaar nog nooit eerder heeft gezien en waarvan je niet weet wat er voor talent in zit, kunt bereiken in één week. Mensen schrijven gericht in op zo’n activiteit, dus kun je er van uitgaan, dat je gemotiveerde mensen hebt en dat werkt leuk en snel.

We gaan vrijdagnacht pitten bij Lars, want die woont tegenover het Jaarbeursplein in Utrecht, waarvandaan de bus zaterdagmorgen om kwart over acht vertrekt. Hoeven we niet zo vroeg uit Apeldoorn weg en hij heeft z’n huis niet voor niks laten verbouwen. Logeerruimte aanwezig tegenwoordig. Op dit moment ben ik een beetje grieperig, moet dat nog even weg zien te werken voor zaterdag en de zuivere berglucht moet dan de rest maar doen. Jodelie! Tot over twee weken dan maar weer.


Front van irritante mensen….

dit ben ik niet, hoor! Maar Merel bedoelt er zo één!

Meestal schat men mij jonger dan ik in werkelijkheid ben. Daar doe ik geen moeite voor, je bent nou eenmaal wie je bent. Als twintigjarige had ik al jochies van zestien achter me aan en dat was best vervelend ook nog, dus dat is mijn hele leven al zo, dat jonger lijken. Mijn ega is helemaal grijs, dus dat helpt ook. Aan lijnen heb ik nooit gedaan, wat kilo’s minder zou gezonder zijn wellicht, maar ik heb er geen last van en ik denk, dat mijn humeur er al hongerend niet beter op wordt. Dus wat is dan belangrijker? In mijn werkleven kwam ik collega’s tegen die constant met de weegschaal en diëten in de weer waren en die werden daar niet gezelliger van. Ik geef mijn haar, net als iedereen, een kleurtje, omdat ik geen zin heb in grijs. En als er iemand met een grijs permanentje in de auto voor me rijdt, ben ik op mijn hoede en houd afstand. Dat heb ik trouwens ook met mannen met een hoed op en een sigaar. Dat is raar, want ik begin zelf ook zo zoetjesaan qua leeftijd tot het zo treffend door Merel beschreven front van oude vrouwtjes te behoren. Ik voelde me aangesproken, verdorie! Hoewel ik nóóit voordring.

Ik heb namelijk ook wel eens yuppige dertigers zien voordringen, omdat ze dubbel geparkeerd stonden. “Ja, sorry, mág ik even?” Haast, haast, de rest van de wereld had het nou eenmaal minder druk dan zij. Dat was nét zo irritant, hoor! Dat heeft dus niets met leeftijd te maken, lieve mensen!

En o ja, ik erger me ook aan mensen, die liefst met twéé rollators in het gangpad van de supermarkt een buurpraatje gaan staan houden, terwijl dat ook buiten kan. Of die de boodschappen doen op de drukste uren, terwijl ze de hele dag de tijd hebben. Of hulpeloos dóen, terwijl ze dat niet zijn, alleen omdat ze ouder zijn. Of áltijd wat te klagen hebben, ook als het allemaal wel meevalt. Die behoren samen met die yup gewoon tot het front van irritante mensen. Punt.


Natuurlijk……de schuld van de computer!

kan zó de prullebak in!

Een paar weken geleden ontving mijn echtgenoot een verzoek om mee te doen aan een panel, dat zich bezighoudt met een onderzoek naar de werkomstandigheden van personeel in de verpleeg- en zorginstellingen. Daar is hij langdurig werkzaam in geweest als agogisch medewerker. Met de nadruk op gewéést, want hij is al bijna twee jaar uit het arbeidsproces. Omdat hij dus niet meer meedraait in de dagelijkse gang van zaken, leek het hem beter het schriftelijke verzoek terug te sturen met de mededeling, dat ze beter iemand konden nemen, die nog daadwerkelijk op de werkvloer aanwezig is. Dat leek hem relevanter. Vanmorgen kreeg hij echter het verzoek om nou toch eens te antwoorden op de vraag om mee te doen aan het panel, want dat was zo belangrijk, bla, bla, bla…. Bij Cadans, waar dit onderzoek van uit gaat, lezen ze dus geen ingekomen post en kijken al helemaal niet in de computer om te zien of iemand (van die leeftijd) eigenlijk nog wel ergens werkt! Ze hebben daar je hele arbeidsverleden in de computer zitten. Moet toch een programmaatje voor zijn om dat na te kijken.

Met dezelfde postbestelling kregen we een brief van de Staatsloterij. Dat ziet er altijd spannend uit, vooral omdat ie op naam was gesteld. Je wéét ’t toch nooit! Nou, het was een brief met de vraag of we mee wilden doen aan het maandelijks ontvangen van een lot, dat automatisch van je giro wordt afgeschreven. Als leuke verrassing kreeg je dan een “drijvend” staatslot, n.l. een luchtbed in de vorm van een lot, wit met oranje opdruk. Daar wil je toch niet mee gezien worden! Ik ben dan ook blij, dat dat niet hoeft, want we spelen al jaren op deze manier mee. Ook deze brief hadden we dus niet hoeven krijgen. Ze kennen ook bij de Staatsloterij hun bestanden niet. Moet toch een programmaatje voor zijn om dat na te kijken.

Wat dat allemaal niet kost, die onnodige post, want we zijn vast de enigen niet. Kunnen ze bij Cadans beter de zorg mee spekken en bij de Staatsloterij de kleine prijsjes mee uitbreiden. Winnen we misschien weer es wat!


Generatiekloof?Nee toch?

familieportret

Wij zijn net terug van een wandeling. Even wat post op de bus gedaan en een rondje door ons mooie park hier in de buurt en dan kom je heel wat opa’s en oma’s tegen met een kleinkind in het wandelwagentje. Wat dat betreft zijn wij niet zulke leuke grootouders. Onze dochters hebben de dure hulp moeten inroepen van een kinderdagverblijf. Daar heb ik me wel schuldig over gevoeld, mijn ega wat minder. Als de nood aan de man is dan zijn we er natuurlijk altijd, maar structureel wilden we ons toch niet binden en graag wat vrijer zijn. Het is ons, denk ik en hoop ik, niet kwalijk genomen.

Als voorbeeld heb ik mijn buurvrouw, die nadat ze zelf zes kinderen had grootgebracht, het zoontje van haar carrière-dochter vanaf zijn negende week dagelijks thuisbezorgd kreeg. Waarop mijn buren weer terug waren bij af en alleen in de vakanties van de ouders samen iets konden ondernemen. Ik weet, dat met name mijn buurman dat niet altijd leuk vond en vrijer had willen zijn. Het jochie is inmiddels op school en is alleen de vrijdagmiddag nog bij z’n opa en oma, maar toch. Ik moet wel altijd denken aan andere culturen, waar grootouders en dan vooral de grootmoeder, een belangrijke functie heeft in de kinderopvang en de kinderen soms helemaal opgevoed worden door de oudere generatie.

Ik wil er graag zijn voor mijn kleinkinderen, maar de opvoeding laat ik toch maar liever aan de jongelui over! Wij staan erbij en kijken er naar en op ons commentaar zitten ze heus niet te wachten! Waarop ik niet kan wachten is dat ze wat groter zijn en je echt dingen met ze kunt gaan doén: lezen, tekenen, dingen maken en muziek maken. Dan zullen ze hun opa en oma helemaal leren kennen, reken maar! Ook leuk, toch?


Maandagmorgenblues.

wasje

Maandagmorgen. Ik denk, dat er veel mensen zijn, die ‘m zouden willen overslaan. Helemaal als het regent . Je zou er depressief van worden. Mijn moeder hield wasdag op maandag. Dat betekende, dat op zondagavond de was al in de week werd gezet of, nog erger, werd uitgekookt. Dat was ons begin van de week. Gelukkig mocht je naar school en als je thuis kwam was het ergste alweer voorbij en was het mooi weer, dan hing de was schoon aan de lijn. Een moeder met verwarde haren en verhit gezicht, maar het was weer gebeurd. Voor een week.

Als het regende was het vervelender, want dan kreeg ze de was moeilijker droog. Wasrekjes over slaapkamerdeuren, in de winter een houten wasrekje rond de kachel. We woonden achter het accountantskantoor van mijn vader, niet al te ruim met in die tijd vier kinderen. Met die wasrekken erbij werd het er niet gezelliger op.

Later, in een ruimer huis in Bussum, had mijn moeder , supermodern, een soort kunststoffen uitneembaar wasmachientje, dat ze in het zogeheten lavet, ook al zoiets moderns, kon zetten om mee te wassen. Dat was al een hele vooruitgang. Een moderne Bruynzeelkeuken hadden we daar ook. We moesten in het begin over de planken naar binnen in het huis, want we waren de eersten die er woonden in die nieuwbouwbuurt. Ik weet nog, dat ik het gevoel had, dat het zo niet blijven kon, dat we weer terugmoesten naar Amsterdam, dit was te mooi, zo’n modern huis.

Vanaf toen heb ik ook geen bijzondere herinneringen aan maandagmorgen overgehouden. Het kon maar zo, dat mijn moeder op dinsdag waste. Revolutionair! De nieuwe tijd, net wat u zegt.


Waar heb dat nou voor nodig?

is het wel nodig?

We zijn alweer een poosje thuis en dan kijk je eens rond in je huis en vindt, dat er toch wel eens iets moet gebeuren op het gebied van schilderen en behangen. Ik deed dat voorheen altijd zelf. Een hoop gedoe, maar ik vond het best leuk. Het was ook goedkoper om het zelf te doen, destijds een niet onbelangrijke reden. Het gebeurde allemaal allesbehalve perfect, maar het knapte er altijd van op. We hebben nog eens een keer een bijklussende collega gehad, die het houtwerk voor ons heeft geschilderd en wat muren gesausd, maar dat is ook alweer heel wat jaren geleden.

Bij mij is de zin verdwenen. Onvoordelig, maar waar. Er wordt in dit huis niet gerookt en dat scheelt wel een paar jaar, maar toch: het is zover. We moeten op zoek naar een schilder/behanger. We hebben alleen helemaal geen zin in wat er allemaal, afgezien van het ambachtelijke werk, moet gebeuren! Want er liggen door het hele huis snoeren van netwerken, je weet hoe dat gaat, ze kijken hier niet op een snoertje meer of minder. Er was een tijd, dat ik me druk maakte over de zichtbaarheid van zo’n kabeltje, maar die ligt inmiddels ver achter mij.

Als er behangen en geschilderd moet worden, moet de kamer leeg of er moet op z’n minst met van alles geschoven worden, zodat ze er bij kunnen. En we waren zó blij, dat we de piano op z’n plaats hadden, nadat het nieuwe parket was gelegd…Oh hemel, dat moet natuurlijk ook afgedekt….Alle apparatuur moet worden afgekoppeld….In de keuken, waar het plafond en de muren gedaan moeten worden, moet alles van de muur en het in open kastjes en op planken opgestelde serviesgoed moet tijdelijk worden opgeborgen….

We gaan eind april eerst nog twee weken voor een werkvakantie naar Zwitserland, al lang geleden afgesproken. Nou, dat gaan we eerst maar eens doen. Ja, ja, uitstel van executie! En waarschijnlijk denken we dan wel: “Is het eigenlijk wel zo nodig? Kan het niet nog een jaartje mee?” Zeker als het mooi weer is als we terugkomen, vinden we het buiten zijn en de tuin misschien wel belangrijker. Een winterschilder is ook voordeliger, zeggen ze. En ach…er zijn ook lenteschilders en zomerschilders en herfstschilders…..