Leider…..

toppertje...!

Wat vind ik die Wouter Kurpershoek, die president Bush interviewde voor het Journaal, een goeie, zeg! Behalve dat zijn Engels mooier is dan dat van George, prikte hij ook door al diens voorgeprogrammeerde prietpraat heen en was totaal niet onder de indruk van “de machtigste man ter wereld”, die diverse malen zei: “That’s what leaders do”, als verklaring voor zijn beleid. Het állermooiste vond ik, dat Wóuter het gesprek beëindigde en niet andersom. Hij mag blijven.

En Bush gaat gelukkig na dit weekend weer weg en daar zullen ze in Zuid-Limburg niet rouwig om zijn. Hij ontwricht de hele infrastructuur daar. Maar ja, dat doet hij elders wel vaker…….


Mijn bevrijding…….

kon weer wapperen.....

In navolging van wat onze minister-president gisteren zei tijdens de dodenherdenking ( en let wel, dit is eenmalig, want ik ben niet zo volgzaam waar het de mp betreft), n.l. dat we de geschiedenis levend moeten houden voor ons nageslacht wil ik wel eens vertellen hoe ik “de bevrijding” destijds heb beleefd. In Amsterdam, want daar woonde ik toen. Ik was acht jaar oud.

Dát ik dat was, was mooi, want ik had een jaar daarvoor tijdens een epidemie difterie gehad, waarvoor geen serum voorhanden bleek en mijn pa en ma hebben danig in de rats gezeten of Elsje het wel halen zou. Ik kan me die ziekenhuisopname nog goed herinneren. Ons “ziekenhuis” was een school in de Karel du Jardinstraat en er zijn toen heel wat kindertjes gestorven. Ik heb er zes weken gelegen. Onkruid was ik en ben niet vergaan.

We woonden aan een plein in Oost toen de bevrijding kwam. Er was binnen de kortste keren een buurtfeestcommissie in het leven geroepen, het plein werd versierd, waar de mensen de spullen vandaan haalden was een raadsel, en er werd van alles georganiseerd. Het was feest. Mijn vader, die als hobby eigenlijk alleen maar klassiek viool speelde, was plotseling lid van een krontjong-orkestje en speelde op straat tot in de late avonduren.

Je ging alleen naar huis om wat te eten en dat waren toen droge scheepsbiscuits, waar je je tanden op brak, maar waar je wel lekker lang mee deed. Smaak zat er niet aan, maar het was wel voedzaam. Mijn vader had van die glimmende vierkante blikken onder zijn bureau staan en daar zaten ze in.

Hij was streng, want je mocht er niet teveel van. We hadden behoorlijk honger gehad en hij vond, dat we gedoseerd onze maag moesten vullen. Zoals hij ook altijd restjes schoolbordkrijt mee naar huis nam van de school waar hij les gaf, om boven het “warm eten”, wat dat dan ook mocht zijn, fijn te wrijven, zodat we kalk binnenkregen. Ik heb mijn hele leven nog nooit wat gebroken (afkloppen!) dus het heeft voor mijn botjes in ieder geval wel geholpen.

Bij al de feestvreugde over onze bevrijding was er bij onze benedenburen een heleboel verdriet. Ze kregen juist in die eerste bevrijdingsdagen te horen, dat hun oudste zoon Jan, die in ’43 was opgepakt en naar Duitsland gestuurd, bij de Arbeitseinsatz in een wapenfabriek om het leven gekomen was. Ik herinner me het met grote uithalen huilen van de buurvrouw.

Na een paar maanden bleek evenwel, dat hij daar getrouwd was met een Duits meisje, dat mét hun beider kind op een dag op de stoep stond. Natuurlijk werd er zo vlak na de oorlog vreemd aangekeken tegen die situatie. Alles wat Duits was, was slecht. Onze buren openden echter hun deur, hun armen en hun hart en als je ’t over
integratie hebt, dan was Lottie een turbo-geval. Het wás ook een schatje en met Janneke, haar dochtertje, hebben we als kinderen heel veel gespeeld. Onze buren hebben veel steun aan hun schoondochter gehad en waren dol op hun kleinkind.

Het waren rare dagen, zo vlak na de bevrijding en na het wegebben van de euforie. Er was eigenlijk nog niks te krijgen, hoewel dat steeds beter werd langzamerhand. Ik herinner me de chocola, de pindakaas en de eerste banaan. En de muziek! Mijn moeder was voor de oorlog nogal gek op Zarah Leander en Marika Rökk, van die zwoele Duitse zangeressen. Ze had daar ook muziekboeken van. Die verdwenen onder in de kast, want dat kon niet meer. We hoorden via de draadomroep veel Engelse, Amerikaanse en ook Nederlandse liedjes en ik vond dat wel gezellig als kind. Mijn vader luisterde op de zondagmiddag weer naar concerten.

Als kinderen moesten we weer wennen aan het gareel, nadat we een schoolleven hadden gehad van dan weer wel en dan weer niet naar school. We hadden dan hier, dan daar of geen les en dat was wel aardig eigenlijk. De Duitsers hadden in onze school gezeten en hadden die niet netjes achtergelaten, zullen we maar zeggen. Maar wij moesten weer netjes naar school, want we waren immers vrij……..!


Afdeling prietpraat……

Onze kleinzoon van drie zat met z’n ouders in een van Apeldoorns mooie nieuwe stadsbussen, die de instap zo breed en comfortabel laag hebben, dat het voor mensen met rijdend materieel heel makkelijk is om binnen te komen. Hij vond het mooi, dat “grotemensenkinderwagens” oftewel rolstoelen nu ook met de bus meekonden……..


De wegen van de eend zijn ondoorgrondelijk……

dit is hun thuisbasis, het Mheenpark.....

Ons winkelcentrum ligt tegenover een mooi park en zoals in elk park zijn daar eendjes. Daar zijn zelfs liederen over geschreven: “Alle eendjes zwemmen in het water, falderalderiere enz.”. Dat laatste had er noodzakelijkerwijs niet bij gehoeven, maar het gaat er om, dat iedereen goed weet, dat eendjes bij of in het water horen.

Maar dat is niet aan alle eenden besteed. Apeldoornse eenden gaan winkelen. Ze steken met hele families de drukke weg over. Die is extra druk, omdat overal wegwerkzaamheden zijn met omleidingen en zo, maar tot nu toe halen ze met z’n allen ongeschonden de overkant. Vader eend is er niet altijd bij. Die laat moe en de kinderen alleen de boodschappen doen. Maar dat doen mannen wel vaker.

Het is een leuk gezicht, hoor, die kleine bruine en gele bolletjes die achter hun moeder aanscharrelen. De buurtkinderen, die in deze vakantietijd ook achter hun moeder aan moeten scharrelen, vinden het prachtig. Je moet wel uitkijken waar je loopt, helemaal als je met een fiets of een winkelwagentje bent.

Wat ik alleen niet begrijp: waarom doet zo’n eend dat? Er is in het winkelcentrum geen water en er is niets te halen voor ze. Ik heb tenminste nog niemand z’n versgekochte bruine bolletjes zien offeren. Pas als mensen het niet meer kunnen gebruiken dan krijgen ze het oudgeworden brood. Zo werkt het. En wat leren de kleintjes nou van zo’n levensgevaarlijk uitstapje?

Ze moeten toch ook weer dat hele end terug naar het park, want dáár zijn de oma’s met kleinkinderen die ze komen voeren. Dát zou ma eend ze moeten leren. Aan verkeersles hebben ze niks. Toch is het schattig om te zien, hoor, dat kleine grut, echt lente, maar ze hebben wel een uilskuiken als moeder………


Enquête……

vouwen of proppen...?

In de krant stond, dat Edet een onderzoek heeft laten doen naar het gebruik van toiletpapier. Ze wilden weten wat we er precies mee deden: proppen of vouwen. Ik zou toch gek opkijken, hoor, als iemand mij zou interviewen over zo’n persoonlijk onderwerp.

Ik beschouw het knipje op de deur, dat je afsluit van de rest van de wereld, als erg prettig. Even: ik ben er niet.

Ik denk, ik lees of ik “log” in het wc-schrift. Dat kan dan ook rustig twintig minuten of langer duren. Soms komt iemand vragen of ik nog leef. Dat is puur uit bezorgdheid, want we hebben boven nog een toilet. Ik zit niemand in de weg.

Maar of ik dan vouw of prop, dat gaat geen mens wat aan. Ze zorgen van Edet maar dat je er niet doorheen prikt en dat hadden ze helemaal zelf kunnen bedenken……..


Read my lips…….

deze is niet moeilijk: hij zegt au.......

Gisteravond bij dat concert op de Dam, waarbij de koningin tijdens een orkeststuk op een groot scherm een compilatie van filmfragmenten van 25 jaar Beatrix te zien kreeg ( ze bleef lachen, maar wat érg lijkt me dat!) begonnen ze met haar te paard langs het strand te laten draven. Geen snelheidslimiet, ze had er flink de sokken in. Vervolgens waren het hoeden en jurken bij de diverse gelegenheden en ze sloten die film weer af met dat paardengedraaf langs de zee. Toen ze dat zag, zei ze: “Daar gáán we weer!”.

Dat las ik lip. Want dat wil ik beter leren. Het is leuk om te “lezen” wat voetballers roepen op het veld. Daar leer je trouwens niet zo veel van, want dat is een beperkt woordgebruik van éénlettergrepige woorden, maar wel handig voor een beginnend liplezer. Lezen wat trainers en hun assistenten tegen elkaar zeggen is ook leuke oefenstof. Uit het verloop van de wedstrijd kun je wel alvast opmaken in welke richting de opmerkingen gaan. De scheids- of grensrechter en de vierde official meestal!

Bij Kopspijkers, weet je nog?, maakten ze wel eens gebruik van een échte liplezer, als ze iets wilden weten, dat op afstand was gezegd. Dat vond ik wel geinig bedacht. Maar ja, dat wás Kopspijkers. Tjee, wat moeten we nou vanavond? Zappen is zinloos. Toch maar de stad in? Er zal wel vuurwerk zijn en oranjebitter. En we hebben in ieder geval de komende week zo’n 150 Canadezen te gast in Apeldoorn vanwege de Bevrijding. Allerlei activiteiten en veel Mapleleaf-vlaggen.

Nou ja, ik feliciteer nu maar iedereen, die écht jarig is vandaag. Leuk toch, al die vlaggen en al die drukte, speciaal voor jullie…..?


Een goed gesprek……

ze zeggen niet veel terug....

In een écht grote stad kijken ze er niet van op natuurlijk, maar hier valt het nog wel op, iemand die zich wat vreemd gedraagt. Hij zag er niet uit als een mafkees, netjes in de kleren en zo, maar toch als iemand staat te roepen door de gleuf van een oudpapiercontainer en geen kind meer is, tja, dat loopt wel in de gaten. Hij stond echt te discussiëren met de inhoud van de bak. “Ja, bekijk het even, zeg! Zó doen wij dat hier niet! Nee, nee, nee, dat kun je nou wel vinden, maar daar ben ik het hélemáál niet mee eens!” En zo ging hij maar door. Hij was boos!

Het winkelend publiek liep met een boog om hem heen, keek elkaar met opgetrokken wenkbrauwen veelbetekend aan en wie papier had weg te gooien deed dat in de verst afgelegen bak. Niemand sprak hem aan om te vragen wat ie nou eigenlijk aan het doen was. Ik ook niet, hoor! Ik ben ook van het soort dat denkt: leven en laten leven, vrijheid van meningsuiting en zo.

Maar hoe komt iemand zo ver, dat hij zijn heil zoekt in het converseren met ouwe kranten? Aan zijn teksten te horen had hij weerwoord nodig. Was ie net ontslagen? Mocht hij zijn kinderen niet meer zien? Was hij net bij de belastingdienst geweest? Of wat voor ellende kan een mens tegenwoordig niet allemaal overkomen! Ik vond het wel triestig, terwijl het eigenlijk ook heel komisch was om te zien. Sketchje voor één heer en een papiercontainer.

Toen ik na het boodschappendoen mijn winkelwagentje weer terug had gebracht zag ik, dat hij zich van de papiercontainergleuf had verplaatst naar de gleuf van de lege flessen en daar doorheen stond te schreeuwen. Waarschijnlijk paste de geur van lege alcoholflessen beter bij zijn stemming dan die van drukinkt…………


Ondernemingsgeest…..

doe het zelf voor het te laat is....

In Apeldoorn zitten ondernemers met gevoel voor gaten in de markt. Een bedrijf heeft namelijk bouwpakket-doodskisten bedacht. Door een eenvoudig kliksysteem zet je met een paar klappen een kist in elkaar. Een verhuisdoos eigenlijk. Dat zou een nettere opbergmanier zijn dan in bodybags, waarin mensen, als ze bijvoorbeeld na rampen op identificatie moeten wachten, er niet op hun voordeligst gaan uitzien. De firma heet EveryBody b.v. en ook dat is een vondst.

De directeur hoopt op klandizie van oorlogvoerende regeringen en het Rode Kruis. Het Nederlandse Rode Kruis heeft al laten weten geen klant te zullen worden. Ten eerste omdat ze zich meer met de overlevenden willen bemoeien en ten tweede omdat ze de getroffen lokale bevolking niet ook nog eens van een broodwinning willen beroven.

De fabrikant liet trouwens ook weten dat er 580 kisten gestapeld kunnen worden in een container. Aan alles is gedacht qua maatvoering. Een gat in de markt voorafgaand aan het gat in de grond. Ik vind het luguber.

Ik weet trouwens nog, dat een van onze kinderen voor school eens een virtuele firma moest verzinnen met alles er op en er aan. Voor economie, geloof ik. Hij had toen een bedrijf bedacht, compleet met vertegenwoordigers, productielijnen, infrastructuur, administratieve afwikkeling enzovoort, dat in doe-het-zelf-doodskisten handelde. Verkrijgbaar o.a. bij Gamma, Formido en Praxis.

Ik kan me niet meer herinneren hoe hij het bedrijf had genoemd, maar dat klonk ook nogal luguber. Met wervende slogans in de trant van :”Steek uw kop niet in het zand! Maak van het in elkaar knutselen van opa’s kist een familiegebeuren! Goedkoop en succes verzekerd!”of iets van gelijke strekking. Hij had zelfs bedacht, dat er reclamezuilen zouden komen met afbeeldingen van de verschillende uitvoeringen in diverse prijsklassen. Wat ie er voor cijfer voor gekregen heeft, weet ik niet, maar we hebben er destijds wel om moeten lachen. Maar toen was ik wel veel jonger natuurlijk………


Kippig……

over die haan moet ik nog even nadenken.....

Kippen vind ik erg leuke beesten. Eigenlijk heb ik m’n hele leven al kippen willen hebben, maar ja, er zijn dingen in je bestaan, die je maar van je af moet zetten, omdat ze nooit zullen gebeuren. Dat komt ook, doordat ik die kippen dan niet in ’n hok zou willen hebben, maar los zou willen laten rondscharrelen. Ze alleen ’s avonds even opbergen om ze ongestoord op stok te kunnen laten gaan. Lekker slapen en gezond weer op tot de volgende scharreldag. Dat lijkt mij het ideale kippenleven.

Omdat wij nooit in dergelijke scharrelkipvriendelijke omstandigheden hebben gewoond, is het er dus nooit van gekomen. Ik romantiseer en idealiseer het hebben van kippen ook steeds meer natuurlijk. Dan denk ik aan zomerse middagen en aan van die tevreden keelgeluidjes van mijn kippen, als ze op zoek zijn naar een lekker wormpje. Terwijl ik ze in een gemakkelijke stoel, genietend van de zon en mijn kopje koffie, gadesla.

in zo'n mooi hokje op stok met z'n allen.........

Die omstandigheden zullen zich wellicht, nou, laten we niet kinderachtig doen, twintig keer per jaar voordoen. Verder moet je ze voeren, want op die wormen alleen kunnen ze natuurlijk niet leven, het slaaphok schoonhouden, er voor zorgen, dat je nog wat tuin overhoudt door ze niet álles te laten omploegen, als je geluk hebt moet je eieren rapen, dat is dan wel weer aardig, maar het is dus niet helemaal zonder zorgen, dat weet ik ook wel. En dat hou ik me maar voor ogen, want eigenlijk wil ik kippen.

Als je in Diest woont, een Vlaamse gemeente, kun je, als je dat wilt, drie kippen krijgen van het gemeentebestuur. Dat vindt het inzamelen van het gft-afval te duur worden en biedt de inwoners de kippen aan om hun gft-afval op een natuurlijke manier te laten verwerken. Wie geen kippen wil, moet meer betalen voor de verwerking van het huishoudelijk afval.

Ik vind het een ludiek idee. Hopelijk zijn er veel kippenvrienden in Diest. De kippen komen trouwens uit een legbatterij dus alleen daarom al moet heel Diest aan de kippen. Die gaan dan zeker een beter leven tegemoet dus als iedereen nou een beetje meewerkt daar……..


Oud, maar niet bang voor muizen….!

piep.....

We waren vanmiddag getuige van het openen van een internetcafé in een tehuis voor ouderen, waar mijn man met z’n collega voor wat achtergrondmuziek zorgde. Ik was mee voor het vervoer van de spullen, het uitrollen van de snoertjes en het nathouden der muzikanten. Zo’n tehuis heet tegenwoordig geen bejaardenhuis meer. En als je de riante entree en de entourage van zo’n huis bekijkt (en dit huis ligt ook nog eens gezellig in een woonwijkje tussen de eengezinswoningen) dan heeft het niets meer weg van het gesticht waar vroeger de oude mensen werden opgeborgen.

Niet alleen zo’n huis is veranderd, maar ook de mensen die er wonen. Natuurlijk zijn ze op leeftijd, anders woon je niet zo, ze zullen ook hulp en zorg nodig hebben en het sterft er van de rollators, maar als je ziet met hoeveel interesse ze vanmiddag met die computers bezig gingen, helemaal in voor iets nieuws, geweldig!

Het was echt een feestelijk gebeuren, de start van dat nieuwe internetcafé. In Apeldoorn al het vijfde in een dergelijke omgeving. Gesponsord en van de nodige kennis, service en technische begeleiding voorzien door Apeldoornse bedrijven, die zichzelf daardoor ook voorzien van een sociaal betrokken imago. Dat is nuttig, leuk en zo kan het dus. Er zijn vrijwilligers, die in het café de mensen zullen begeleiden en wegwijs maken op het wereldwijde web.

De coördinatrice van de diverse huizen in Apeldoorn, een vriendin van ons, had familie van de bewoners gevraagd om naar het nieuwe adres te mailen en zo kwam het dat een oma zomaar in tranen voor het scherm zat, omdat ze ineens via een doorgemailde foto haar kleinkinderen in kleur zag verschijnen. Ze was zeer verguld, dat ze hem ook nog even voor haar uitgeprint hadden, die foto.

Ik vond het enig om te zien en het wordt beslist een succes. De krant was er om een foto te maken van de mevrouw, die zich als eerste had aangemeld voor deelname en die dan ook de, nog even gauw over de monitoren gedrapeerde, doek mocht wegtrekken. Deze mevrouw had veel moeite om uit haar woorden te komen vanwege een spraakstoornis, maar daar heb je op een toetsenbord geen last van. Mooi toch……