Zinvolle tijdsbesteding……

inderdaad....zinvol....

Als je iets nieuws aanschaft in je huis, zoals wij laatst die linnenkast, dan komt van het één het ander. Zo hebben we vervolgens er nog een paar kleine kastjes bijgeknutseld voor aan weerszijden van het bed. En we hebben een klein slaapkamerteeveetje gekocht en een beugel om hem aan de muur te kunnen bevestigen. Het wordt wel wat.

We zijn ook aan het opruimen en weggooien. De grofvuilwagen is al langs geweest tot vreugde van buren, die er ongevraagd ook maar het een en ander bij hadden gezet. Zelf zijn we naar de Kringloop geweest met bejaarde electronica. Het deed het allemaal nog, maar ja, ze zijn graag up to date in dit huis.

Nouja, het is toch een beetje een prutzomer en dan kun je maar beter je tijd goed besteden. Met vakantie gaan doen we toch niet en als je maar vaak genoeg tegen jezelf zegt, dat je van kasten en laden uitmesten de rest van het jaar meer plezier hebt dan van niksdoen op vakantie, dan is dat ook zo. Vanmiddag heb ik administratieve opruiming gehouden en o.a. jaargangen oude giroafschrijvingen weggegooid. Nog wel eens even gekeken en wat geeft een mens een géld uit in een jaar, zeg!

Ik heb ook een niks-nada-niente opleverende loterij opgezegd, want we zijn gelukkiger in de liefde blijkbaar. En zo rommelen we maar wat aan, ’t is net onweer……..


Kinderhand…..

genoeg reddingsboten....?

Wat een schuit, hè, die “Queen Mary 2”! Ik kreeg wel een beetje ’n “Titanic” déjà vu, toen ik ‘m zag op het Journaal. Ook bij deze boot moet je goed in je slappe was zitten als je mee wilt, bejaard zijn en liefst Amerikaan van beroep en dan hopen dat het beter met je afloopt. Een weekje meevaren kost maar liefst € 6.000,- per persoon en daar kun je een aardige badkamerrenovatie van bekostigen, van zo’n bedrag. Maar, eerlijk is eerlijk, ze is mooi om te zien.

Voor het Jeugdjournaal interviewden ze een paar jeugdige Rotterdammertjes, die het schip vanachter een hek stonden te bekijken. Of ze wel eens mee wilden met zo’n boot. Daar hadden ze wel zin in! “Wat zou je dan allemaal gaan doen tijdens de reis?”. “Nou, misschien hebben ze wel een tafelvoetbalspel!”, zei één van de jongetjes.

Vast wel, hoor, knul! In een hoekje van één van de casino’s………!


And the winner is……

 lots of luck.....

Kent iemand het woord tombola nog? Vroeger hield mijn korfbalclub eens in het jaar een feestavond met “bal na”. De kans om een nieuwe jurk te krijgen en je op dansles geleerde kunsten te vertonen met jongens, die beter korfbalden dan dansten. Tussen dat toneelstuk en het dansgebeuren was er altijd de tombola, waarvoor de jeugdleden altijd de lootjes moesten verkopen in de zaal. E.e.a. ten bate van de clubkas.

Mijn ouders waren de beroerdsten niet en kochten er minstens tien en als ik aan het eind van de rit niet alles kwijt was, nam mijn vader het restant. Dat hield wel in, dat mijn moeder altijd van alles won. Een vergiet of een vaas, ze heeft zelfs wel eens het hele bal met een schemerlamp op schoot gezeten, terwijl ook de taart en het fruitmandje haar ten deel waren gevallen, want de club werd gesteund door de middenstand uit de buurt.

Tombola, ik vind het een echt jaren-50-woord. Het hoort bij petticoats en queenies. (Die schoentjes zie ik trouwens weer in de winkels! Leuk, hoor!). De sportclubs zullen tegenwoordig wel een andere manier van fundraising hebben. Ik heb laatst tenminste rondjes gesponsord voor een club, die een letterlijke veldloop hield ten bate van de club. Dus die doen er wel wat voor!

Over lootjes gesproken: bij het postagentschap in ons winkelcentrum, waar ze ook tijdschriften, boeken, verslavende rookwaar en alle soorten (wellicht ook verslavende) loterij-briefjes verkopen, stond vanmiddag een bordje voor de deur, waarop geschreven stond: “Tulin had hier vandaag €500,–op haar kraslot!Ze gaat een tv’tje kopen!”. Nou, leuk toch, voor Tulin? Even krassen en tv-kijken is gelukkig ook niet zo vermoeiend……


Inburgeren op kleuterniveau……..

bob bouwt......

Gistermorgen deden we de wekelijkse supermarktboodschappen en toen was er een prachtig geklede Somalische mevrouw in de winkel. Ik vind dat zulke mooie mensen en daarom was het heel vervelend voor die mooie mevrouw dat ze een, om te zien, schattig jongetje van een jaar of vier bij zich had, dat op z’n Hollands gezegd strontvervelend was. Hij liep door de winkel te rennen, te schreeuwen, te klieren en zijn moeder was ten einde raad.

Ze liep nog net niet te huilen, maar holde achter het kind aan tussen de schappen door, in het Somalisch roepend, waarschijnlijk dat ie op moest houden met z’n getreiter. Het was een hele drukte. Hij liep ook te schreeuwen in het Somalisch tót……hij bij de schap met speelgoed Bob de Bouwer ontdekte. “Mama, Bob de Bouwer! Bob de Bouwer!”, riep hij. Dat klonk érg Nederlands. We hebben ‘m daarna niet meer gehoord, dus zal hij dat speelgoed wel gekregen hebben. Hollandse moeders lossen dat ook vaak zo op met strontvervelende kinderen. Dat joch komt er wel qua inburgering……


Wraakneming…….

vieze pootjes maker.....

Je hebt hondenmensen en je hebt kattenmensen. En als je een hekel hebt aan katten is dat vaak niet ’n béétje hekel, maar een grote. Ik had een collega, die ook zo bang was voor ze , dat ze verstijfd op visite zat ergens als ze wist, dat zich in dat huis een kat bevond, ook al was hij helemaal niet in de kamer. Ik vind katten geweldig en val als een blok voor ze. Dat onberekenbare, eigenwijze, onafhankelijke in hun karakter spreekt me erg aan. Het onafhankelijke laten ze net zo makkelijk even varen tegen etenstijd, want als het kon maakten ze het liefst zelf de blikjes open, maar kom, je moet het personeel te vriend houden dus spinnen en kopjes geven tegen de benen van de voedselverschaffer dat moet dan maar even. En wat willen we graag te vriend gehouden worden, ongelooflijk!

Er zijn veel webloggers met katten en die schrijven er ook over, want ze zijn niet alleen foto-maar ook verhalengeniek. Dat kunnen mensen, die niks hebben met katten niet begrijpen. Maar lees het stukje van Puck van gisteren er maar op na. Zij beschrijft perfect hoe het werkt met katten en hoe je op een gegeven moment toch plat kunt gaan voor ze. Terwijl je zelf niet snapt hoe dat kan.

In onze Apeldoornse krant schrijven ze ook over katten. Hoe mensen in een buurt ze afschieten met een buks. Omdat ze een hekel hebben aan het gedrag van een kat. Hij loopt los rond en komt dan in je tuin, terwijl je dat niet wilt. Want hij dóet wel eens wat en begraaft dat heel netjes. Dat heb ik overigens een hond nog nooit zien doen en z’n baas nog minder. Maar als je net nieuwe bloemetjes in je tuin hebt gezet dan vind je dat niet leuk. Dat kan ik heel goed begrijpen, maar een paar keer een plens water over z’n harige bast en dan ben je écht wel een boze buurman, hoor! Dan mijdt hij je tuin heus wel. Geregeld zonder buks.

De allernieuwste uiting van kattenhaat las ik vanmorgen. Iemand had een pvc-buis schuin in de grond gegraven met een lekker kattenhapje onderin. Daar was een kat op af gekomen en die was fataal klem komen te zitten. Na een ongetwijfeld afschuwelijke strijd om los te komen was het beest dood. De eigenaar van de kat had de dader aangesproken op zijn handelen en die had zijn excuus aangeboden. Alsof zoiets te verontschuldigen is! Hij vertelde, dat het ook nog de verkéérde kat was, die hij te grazen had genomen! Hij moest een andere buurkat hebben, want die maakte altijd “vieze pootjes”op zijn auto!

Er is gelukkig aangifte gedaan bij de politie. Ik wou, dat ik een straf mocht verzinnen. PVC-buis om armen en benen voor, wat zullen we zeggen?….een weekje of vier…..?


Radioactief…….

mooi drenthe.....

Neneh raakt, zo vertelt ze, per auto rijdend van afspraak naar afspraak voor haar werk, gemixt met de fietsers van de Drentse Rijwielvierdaagse. Een evenement, dat al heel lang bestaat. In de tijd, dat wij in Groningen woonden, had ik een echtgenoot (ja, dezelfde als vandaag) die allerlei sporten beoefende. Aan het “uitproberen” was eigenlijk, want behept met een visuele beperking, wilde hij wel eens weten wat er ondanks dat nog mogelijk was.

Dus heeft hij een poosje geroeid, een tijdje paard gereden, een blauwe maandag hard gelopen en dus samen met een náást hem rijdende maat, die hem soms even aan zijn schouder bijstuurde of waarschuwde voor de scherpe bochten, gefietst op een racefiets. En zo deden ze ook mee aan, jawel, de Drentse Rijwielvierdaagse!

We hadden toen vier kinderen in jeugdige leeftijden dus moeder bleef thuis. Ik vind dat nu ’n beetje lijdzaam klinken, maar zo was het nu eenmaal geregeld in die tijd en het handigst. Ik vond het niet erg, want ik gunde ‘m zijn sportieve plezier. Terzijde: ‘k ben wel eens jaloers geweest op de leuke studie, die hij deed naast z’n volledige baan en dat voor ons aller toekomst, hoor, laten we wel wezen! Maar dat kriebelde weleens, mag je best weten!

Maar…de Drentse Rijwielvierdaagse kwam op de radio! Een reportage! Mijn man belde op: “Zet de radio aan! Ik ben geïnterviewd! Het wordt zo uitgezonden!”. En ja, hoor! Zo’n keurig sprekende reporter: “Ik ben thans in gesprek met een visueel gehandicapte deelnemer uit Groningen. En meneer, vindt u dit een geschikt evenement voor andere blinden om aan mee te doen?”. Want daar ging het natuurlijk om, hè, fietsers genoeg daar, maar een blinde in het wild, dat was iets bijzonders.

En daar klonk pappie door de ether, heel ontspannen en losjes, maar toch zenuwachtig, maar dat hoorden alleen wij natuurlijk: “Jazeker, zonder meer!”. Die uitdrukking gebruikte hij nóóit: “zonder meer”! Nou, verder bla, bla, bla, wat hij nog meer zei weet ik niet meer en het duurde natuurlijk ook maar een halve minuut, maar toch. De Drentse Rijwielvierdaagse zal voor altijd verbonden blijven met het radio-optreden van ons vader……..


Lekker weg in eigen land…..

Goudkust.....

We zapten net langs de Postcode-loterij en zagen hoe een ouder echtpaar een prijs won. Martijn Krabbé kwam ‘m brengen en hij zei, dat meneer en mevrouw maar eens even op de bank moesten gaan zitten. Hij begon met te vragen hoelang ze al meededen. Nou, dat was al vanaf het begin. Niet om te winnen, maar omdat er veel zielige kinderen waren die geholpen moesten worden. En dat méénde die man, dat zag je. Ze hadden dan ook zeven loten.

Op elk van die loten was zoiets als tweehonderd-drie-en-twintigduizend euro gevallen en op één ervan ook nog eens de jackpot! Ze wonnen bij elkaar opgeteld een bedrag van ruim drie-en-een-half miljoen. Ze waren er stil van en mevrouw keek eigenlijk alleen maar ongerust naar haar man om te zien of hij die mededeling wel aankon. Voor Martijn kon er nog wel een kusje af als dank, maar daar moest hij wel om vragen! Hij vroeg ook nog of ze wisten wat ze gingen doen. Meneer leefde helemaal op en zei, dat het goed uitkwam allemaal, want ze hadden net een reis geboekt! “Waar naar toe?”, vroeg Martijn. “Naar Appelscha!”, zei de multimiljonair…………Ach, lief, hè?


Kast van een huis….

zoiets dus...

Nu moet ik toch éven melden dat de linnenkast staat! Na veel geheister, maar toch. Onze oudste zoon heeft wel even laten zien, dat hij, behalve van computers, ook erg veel verstand van zelfbouwmeubelen heeft. Hij kan namelijk van die tekeningen lezen en snapt ze dan ook. Daar heb ik drie volledige studiedagen voor nodig. Dan kom ik er ook best wel uit, het duurt alleen wat langer.

De moeilijkheden begonnen echter toen we moesten vaststellen, dat onze slaapkamer te klein is om “ter plekke” een zelfbouwkast in elkaar te zetten, want hij bleek uit erg veel gróte onderdelen te bestaan. Uiteraard hadden we onze oude kasten verwijderd om plaats te maken voor dit nieuwe exemplaar, maar dat bleek niet voldoende. Er was te weinig vloerruimte eigenlijk en de wastafel zat in de weg, maar toen na passen, meten en in elkaar schroeven het ding rechtop gezet moest worden was het plafond te laag om te kunnen manoeuvreren.

Ons bed moest uit elkaar en gedeeltelijk de kamer uit! We hebben namelijk een groot bed. Qua bed horen we eigenlijk in een kasteel te wonen, maar ja, dat is er nooit van gekomen en het was dus even behelpen. Maar toen de kast eenmaal langs de muur stond: geweldig! Wat er niet allemaal in kan! Misschien kunnen we nu nóóit meer verhuizen, maar dat is van later zorg.

Morgen moeten we nog even de laden van de kast in elkaar deuvelen en lijmen, maar voor vandaag was het even genoeg zo. We hadden tenslotte ook nog een bed in elkaar te zetten. In alle knutseldrukte hadden we ook gemist wie de Tour-etappe had gewonnen vandaag, kun je nagaan. Maar we zijn weer bij en zullen straks lekker slapen.

Trouwens, alle schroeven, handgreepjes, glijders en deuveltjes waren er en alle voorgeboorde gaatjes zaten op de juiste plaats en we hebben maar één verkeerd gemonteerde plank hoeven losschroeven, goeie score, toch? En we mogen elkaar ook nog steeds……


Liefde……

liefde is...samen zonder heibel een kast in elkaar zetten...

Onze jongste dochter kwam vanmiddag met haar jongens even een kopje koffie halen. Toen ze de dozen van het linnenkast-bouwpakket zag en hoorde van onze plannen om het e.e.a. in elkaar te gaan zetten, zei ze bij het weggaan: “En dénk erom, hè? Jullie houden héél veel van mekaar!”. Nu maar hopen, dat de handleiding klopt en alle schroefjes aanwezig zijn……


Vroege vogels…..

op losse schroeven.....

Het feit, dat wij ons niet meer elke morgen naar een werkkring hoeven spoeden maakt dat we, en ik zeker, er soms een rare dagindeling van maken. Ik kan laat naar bed en hoef ook niet vroeg op. Laat wordt het eigenlijk elke avond wel. Dat is niks nieuws, want dat heb ik m’n hele leven al gehad. Gewoon een nachtbraker. Toen de kinderen nog klein waren was ik er ‘smorgens ook nog eens vroeg uit en heb daar nooit last mee gehad. Veel uren slaap waren kennelijk niet nodig.

Vanmorgen echter werd er om even over achten gebeld. En nog eens gebeld. Pratende mannen voor de deur. Vraagtekens in ons nog wazige hoofd. “Wie is daar zo vroeg?”. Nou, ze kwamen een zelfbouwlinnenkast brengen. Ja, zélf besteld, ook bericht van gehad, maar totaal vergeten. We hebben een kaartje gekregen waarop stond, dat we vanaf 8 uur konden bellen om te vragen hoe laat we in de rit zaten. Dat bellen hoefde dus niet meer, want dat stonden ze zelf al te doen.

Het waren vrolijke en vooral wákkere jongens, die bezorgers, die onze slaperige koppen wel geinig vonden. “Wat zijn jullie vróeg!”, zei mijn man. “Ja, meneer, we moeten érgens beginnen! Wilt u hier even tekenen? Veel plezier d’r mee! Goeiemorgen!”. En weg waren ze.

In onze gang staan drie grote en vooral zware pakken en dat moet dus een linnenkast worden. D’r kan geen mens meer in of uit bij de voordeur, maar dat is niet erg. We hebben nog een achterdeur. En dan moet die kast in elkaar gezet. Maar daar gaan we eerst even een nachtje over slapen……