Kleutervermaak…..

kleuterentertainment

Mijn computer was even buiten bedrijf omdat hij niet deed zoals ik gewend ben dat hij doet. Kapot en voor de diagnose had ik even iemand nodig die “Veni Vidi Vici”in zijn vaandel heeft staan en tot mijn grote geluk woont die iemand nog bij mij in huis ook. Hij kwam, zag en overwon inderdaad en daarom kan ik nu ook weer net doen of ik ergens verstand van heb. Dankbaar ben ik.

Onze jongste dochter verwacht haar tweede kind binnenkort en begint behoorlijk last te krijgen van haar laatste loodjes. Ze moet nog ’n week of vier. Ze is met haar gezinnetje, dat dus bijna een gezin is, net verhuisd en rondom het nieuwe huis zijn allerlei lieden nog bezig met de tuin en de bestrating van terras en oprit. Ook de schilders zijn nog niet helemaal klaar. Ze is dus vaak hier om de drukte een beetje te ontvluchten, want ze zijn ook met grote graafmachines bezig. Dat betekent, dat Stijn niet buiten kan spelen, hoewel hij de grootste zandbak van de wereld heeft op dit moment!

Om hem bezig te houden brengen ze dan videobanden mee van Bassie & Adriaan en de Teletubbies en zo. Eerlijk gezegd beginnen opa en oma daár wel een beetje van te balen. Stijn weet precies wat er komt, want hij heeft ze al vaker gezien en als ie die liedjes van B & A meezingt….dat is toch zo schattig, dan heb je het er wel weer voor over, maar opa wil ook wel weer eens een stukkie klassiek horen op de radio na verloop van tijd!

Nou ja, we komen er wel uit, hoor, geen probleem. Maar het is me een business, zeg, die videobanden voor dat kleutervolk! Heb je als volwassene geen idee van.

Ik had op mijn werk een collega, die de kindertelevisie een electrische oma noemde. Hij had gelijk: je hebt als levende oma niks in te brengen. Bássie en Adriaan! Bássie en Adriaan………!!!


Black is beautiful….

b(l)ack to base

Bij de kapper, waar ik vanmorgen weer eens even moest zijn, stapte een donkere jongen binnen. We hebben een AZC in de buurt, dus dat kan maar zo. Het was een knul van een jaar of 20, die aan de kapster achter de balie vroeg of ze zijn haar zwart kon verven. Dat was een vraag waar ze nogal van op keek, want als er iemand zwart haar had dan was hij het wel! Het was dus heel begrijpelijk, dat ze de chef er even bij riep. Die begon meteen in het Engels en dat bleek een gouden greep, want hij begon in die taal, die kennelijk makkelijker voor hem was dan Nederlands uitgebreid uit de doeken te doen wat de bedoeling was. Zijn haar moest geknipt en zwart geverfd.

” Maar jongen, je haar ís toch al zwart?! “,zei de opperkapster, …..en misschien een beetje je nek uitscheren, maar geknipt hoeft ’t ook niet!” Nou, dat was ie helemaal niet met haar eens. In ieder geval kon het best zwarter, zijn haar. De kapster danste om de jongen heen om te zien of ie misschien grijs aan het worden was of zo, voelde eens aan z’n hoofd, maar kwam niet tot een andere diagnose dan dat ie toch echt erg zwart haar had.

De sfeer werd een beetje lacherig, want iedereen, die niet onder de kap zat en de conversatie kon volgen, wilde wel weten hoe een en ander af zou lopen. Tenslotte liep de chef naar achteren om het zwartboek te halen waar alle zwarter dan zwart geverfde haarlokken ingeplakt zaten om hem dat te laten zien. Ze zei: “Well, we have a business here, so you are welcome, but when you’re not satisfied afterwards you can not get your money back! You must realize that!”

Nou, dat was allemaal geen bezwaar, maar hij wou wel even weten hoeveel money dat dan zou zijn. Het “knippen” zou 16 euro zijn en de schilderbeurt 25 euro, dus 41 all together. Maar helaas, er was niet eerder plaats voor hem dan op zaterdag half 10. “In the mórning?! ” zei hij, “that’s too early for me!” Er werd afgesproken dat hij 11 uur wel redden zou en hij vertrok.

De kapster, die mij aan het knippen was, zei: “Ach…hij wil een beetje aandacht. En een vrouw, die hem even lekker over z’n bol kriebelt!” De kapper als sensueel/sociaal interactief opvangcentrum. Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat……


Stroeve schroeven…..

burenhulp

De uitdrukking “een goede buur is beter dan een verre vriend” slaat zonder meer op de verhouding, die wij met onze buren hebben. We overlopen elkaar niet en dat bevalt beide partijen uitstekend. We wonen op een hoek dus hoeven we ons maar naar één kant aardig voor te doen en dat scheelt. Onze buurman helpt mijn blinde man bij karweitjes waarvoor hij even een oog moet lenen. Mijn oog is een huis-tuin-en-keuken-oog en bij klussen heb je een technisch oog nodig, dat van de buurman dus. Toch karweien wij op de vierkante centimeter ook aardig wat af met z’n tweeën.

Gisteren hadden we echter een probleem met een glazen zeephouder, die we hadden gekocht voor in het toilet, om verlost te zijn van die losse flesjes met vloeibare zeep, die óf van het fonteintje vallen, óf waarvan het pompje niet werkt, of die er na verloop van tijd niet meer uitzien. Het is zo’n ouderwetse tuimelaar, die als je hem hebt gebruikt vanzelf weer terugvalt in de oude stand. Ik had de gaatjes netjes afgetekend, want dat kan ik, de gaatjes netjes geboord, want dat kan ik ook en we hadden de plugjes er ook al in.

Maar toen moest er geschroefd worden en zat die glazen bol ontzettend in de weg. Je kon er niet goed bij en dat ding heet niet voor niks tuimelaar. Daar was ie ook op aangenomen, maar nu kwam het even niet zo goed uit. We besloten te proberen het ding er tussenuit te halen, maar dat lukte van geen meter. Onze buurman zat in z’n tuin en we vroegen hem om advies. “Laat mij maar even!”, zei hij. Hij had (natuurlijk) het juiste gereedschap én dat technische oog, maar nam vervolgens ook de regie over.

Ging met ons mee naar huis, schroefde het ding aan de wand en ja, natuurlijk zit het keurig! Maar mijn man had dat ook zelf gekund. Hij had alleen de handreiking nodig van dat loshalen van die bol en had het verder zelf kunnen afmaken. Want het is een handige bliksem met een uitstekend ruimtelijk inzicht, hoe raar dat ook klinkt voor een blind iemand! Zulke dingen zijn hem wel vaker overkomen. Dat iemand ( met de beste bedoelingen overigens, laten we dat even voorop stellen!) hem de boel , waar hij mee bezig is, uit handen neemt. Hij moet dus vaak “dank je wel” zeggen, terwijl hij liever had gezegd “hoepel nou maar op, ik kan het nu verder zelf!” Maar dat klinkt niet aardig dus zegt hij dat niet.

Ik heb het ook moeten leren, hoor! Ongeduldig was ik, want als ik het deed ging het toch veel vlugger en misschien ook wel beter. Dat laatste is zeker niet waar gebleken trouwens. Later, toen ik wist hoe het hoorde, ging ik even wat anders doen als hij ergens mee bezig was. Je hebt de neiging om te zeggen : “Geef maar hier!” Maar….niet doen! Laat ze maar klooien, die kneuzen! Als ze je nodig hebben hoor je het vanzelf.

Maar of we dat zo tegen de buurman durven zeggen…? Hij leest gelúkkig geen weblogs, want we kunnen ‘m niet missen!


In het gareel….

nazomerprachtig

Hoewel we niet meer zo op de hoogte zijn van basisschoolvakanties blijkt uit alles, dat morgen de kinderen weer naar school moeten. Er hangen overal spandoeken over de weg, die de automobilisten er op attent moeten maken, dat ze hun zomerse rijstijl weer moeten aanpassen omdat “de scholen weer begonnen zijn”. Er zijn weer drommen niet uitkijkende brugpiepers en aanverwant ander klein volk op de weg.Iedereen hier in de buurt is weer terug van vakantie en de kinderen, die hier spelen, lijken zich bewust van hun laatste vrije dag. Ze zijn druk. ’t Is mooi weer ook nog.

Ik had vroeger altijd een beetje een dubbel gevoel, als iedereen weer naar school moest. Aan een kant wel lekker, alles weer geregeld en dagelijks een paar uur waarin je weer eens wat anders kon doen, dat nodig moest gebeuren en met liefde al die tijd was uitgesteld, maar aan de andere kant dat gezellige “we zien wel”- sfeertje wat betreft eten, slapen, opstaan en het huishouden in het algemeen, dat weer plaats moest maken voor structuur. En het gevoel, dat de zomer voorbij was, ook al was het nog het mooiste weer van de wereld. Net of je daar geen recht meer op had. Het echte vakantiegevoel kwam ook niet meer terug. Het is een mooie maar rare periode, die nazomer.

In de tuin loopt de boel ook een pietsie uit de hand, hij is rotzooierig. Moet je nou die Oost-Indische Kers, die woekert als een gek, maar nog mooie bloemen heeft er al uithalen? Ik hou erg van goudsbloemen maar ze staan nu echt óveral. Het onkruid tiert nog welig en zorgt er duidelijk voor, dat ik volgend jaar wéér veel onkruid zal hebben. Er moet nodig eens gesnoeid, want de struiken zijn deze zomer met al dat water en de warmte wel erg enthousiast aan de gang geweest. De asters komen er ook alweer aan, de ultieme aankondiging van herfst. De heide bloeit trouwens overal práchtig dit jaar!

Cockie is ook al poëtisch aan het nazomeren. It doesn’t make me cry, maar net als zij heb ik ook wel moeite met die bolchrysanten vanwege het ons opgedrongen herfstgevoel. Dat maken we zelf wel uit. Rob van Eigen Huis in Puin was gisteren ook al zo commercieel aan het goochelen met bolchrysanten. Met de mededeling, dat je ze maar moest beschouwen als een bos bloemen, als ze uitgebloeid zijn: wegmieteren. Jij mag de stervensbegeleiding doen.( Waarom kijk ik nog naar dat programma?)

Nou ja, back to business, als je dat al niet was. Geen depressie, want het duurt nog even voordat de blaadjes gaan vallen. Tegen die tijd zien we wel weer.


Kunst op grote hoogte

oefenen voor het kunstwerk!

Wij kijken altijd graag naar programma’s als Villa Achterwerk, Het Klokhuis en het Jeugdjournaal. Het kind in de mens, zullen we maar zeggen. De programma’s sluiten vanaf zo’n kwart over zes op elkaar aan en ze zijn leuk, niet alleen voor kinderen dus.

Van de week zag ik in het Jeugdjournaal een onderwerp over een kunstenaar, die als “kunstwerk” op zo’n drie à vier meter boven straatniveau aan de muur stoelen had bevestigd, waarop hij bejaarde mensen had gezet. De één zat te breien en een ander zat z’n krantje te lezen. Het zag er gezellig uit en ze hadden een mooi uitzicht over het winkelend publiek, dat er ook van opkeek. Dat moest ook wel anders zag je ze niet zitten.

Het was eigenlijk een veredeld soort paalzitten, maar dan comfortabeler. We hoorden, dat ze er elke twee uur even af mochten, want je moet wel een hele goeie blaas hebben natuurlijk, anders ben je ongeschikt voor het kunstwerk. Je kan niet gaan lekken. Op je ouwe dag nog een kunstwerk worden! Dat heeft wel wat. Maar ook zonder kunstwerk: als ze dit systeem zouden gaan uitwerken, wat een mogelijkheden zou dat bieden! Ook voor familie van bejaarden! Wil je oma een poosje kwijt, omdat ze wat lastige trekjes gaat vertonen, dan meld je haar gewoon aan voor het hoogzitproject! Hoewel….dat geeft waarschijnlijk weer wachtlijsten en die waren we nou juist aan het wegwerken.

Je kunt dan natuurlijk het aantal stoelen uitbreiden, veel personeel is er niet voor nodig en muren zijn er genoeg. Voor de die-hards, zoals ex-piloten, oud-parachutespringers en gewezen ballonvaarders zouden ze stoelen aan die joekelige kantoorgebouwen kunnen hangen! Vooral als die gebouwen langs een snelweg staan biedt dat leuke mogelijkheden voor de verkeersinformatie! “Hallo, hier is Harrie! Ik zit hier uit te kijken over de A1 tussen Amersfoort en Hilversum en mensen, het is hier hartstikke druk! Als ik jullie was nam ik de toeristische route!” Er zijn altijd wel mensen, die nog naar de wijze raad van een oudere luisteren en zo los je en passant ook nog even het fileprobleem op. En die snelwegen noemen ze toch ook kunstwerken, past er allemaal mooi bij. Nou, ik zie dat kunstproject wel zitten, hoor!


Politie overbodig!

opa's auto (dat zou ie wel willen!)

Er staan berichten in de krant, die niet zo grappig zijn en dan achteraf weer wel heel leuk! Want het is niet leuk als je voor de deur geparkeerd staande auto wordt gestolen, maar wel leuk als je, zoals die man in Bergen op Zoom, een eindje gaat toeren met je kleinzoon van twee, van armoe op de fiéts, en dat die vervolgens vanuit z’n fietsstoeltje roept, dat ie opa’s auto ziet staan! Dat scheelt weer een blik agenten.

Dat jochie had trouwens ónze kleinzoon kunnen zijn, want waar die het vandaan haalt weet niemand, maar hij weet van iedereen, die hij kent het bijbehorende merk auto. Zelfs als de auto die hij ziet rijden een heel andere kleur heeft! Dat is ‘m niet geleerd, maar hij herkent ze gewoon! Terwijl zijn oma vrijwel alleen de auto herkent, waar ze op dat moment zelf in rijdt. Waarschijnlijk omdat zij niet en hij wel in auto’s geïnteresseerd is. Maar het zijn kleine Petertjes R.de Vriesjes, die kleuters! Ze komen er aan in 2022 of zo…..


Eetiek…..

aan tafel!!

Sinds we niet meer een complete verzameling schoolgaande en werkende eters rond de tafel hebben elke dag, zoals dat vroeger wel het geval was, verlopen in ons huis de maaltijden “zoals het uitkomt”. Geen vaste tijden of in ieder geval erg flexibel, zullen we maar zeggen. Ontbijten bijvoorbeeld is iets, dat bij ons alleen in naam bestaat. We zijn geen ontbijters en dat hebben we gemeen met 20% van de Nederlanders las ik in de Volkskrant. Een deel van de mensen eet in de auto of in de trein.

Ik kon, voordat ik naar mijn werk ging vroeger, ’s morgens niks door mijn keel krijgen. Het eerste, dat mijn keelgat passeerde, was de koffie op mijn werkplek, samen met de collega’s het begin van de dag. Gezelliger dan ontbijten. Onze cliënten druppelden binnen en schoven ook nog even aan, hoewel zij wél een ontbijt achter de knopen hadden, want dat staat in een intramurale instelling vanaf half acht keurig voor je klaar. Ja, en dat heb je thuis niet. Dus toch gemakzucht ook, want bij iemand anders en in vakantiesituaties ontbijten we wel. Maar dan lunchen we weer niet, het blijft kwakkelen.

Een warme maaltijd per dag vind ik wel moeten eigenlijk vanwege de vitamientjes en mineraaltjes, hoewel er, zeker in de zomer, ook wel eens een boterhammetje met ’n gebakken ei of ’n patatje tegenaan gaat.In principe hoef je niet zoveel tijd aan koken kwijt te zijn als je daar niet voor in de stemming bent. Veel groente is al schoongemaakt te koop in handige porties, hoewel Bieslog in zijn unieke sperziebonenonderzoek heeft aangetoond hoe duur je dan uit bent.

Ook in Trouw stond, dat ons eetgedrag is veranderd in de loop der jaren en dat is zo, maar niet alleen wát we eten maar ook hóe we eten. Wie at er vroeger met z’n bord op schoot? “Aan táfel !!”, riep mijn moeder als alles dampend klaar stond. Bij ons regisseert de televisie nogal eens: voetbalwedstrijd? Bord op schoot. Journaal zien en nog niet gegeten? Bord op schoot. Dat heeft ook wel iets gezelligs, maar of je bewust eet als je zit te kijken of dat mooie doelpunt nou eens komt en áls het komt verslik je je misschien ook nog. Zo eten is misschien ook nog wel zielig voor degene die gekookt heeft…..


Voor de goede orde……

paperwork

Ik ben de dochter van een accountant/belastingconsulent, maar ik kan ons eigen belastingformulier niet invullen, omdat ik daar niets van snap, hoe makkelijk ze het ook maken. Die genen waren even een straatje om toen ik in aanbouw was. Het is waarschijnlijk ook wel zo, dat ik het niet wíl snappen en weet dat het voor iemand anders een fluitje van een cent is en ja, dát is een ander verhaal, natuurlijk.

Het is met wel meer dingen makkelijk, want als je bijvoorbeeld zegt, dat je niet weet hoe de wasmachine werkt, dan hoef je als kerel nooit te wassen. Een zogenaamd “moeilijk” koffiezetapparaat ( en laten we wel wezen: wát is er nou moeilijk aan een koffiezetapparaat?) verlost je van het moeten zetten van een kopje koffie.Want dat kan je niet.

Om op de administratie terug te komen: ik kan wel goed bankafschriften op volgorde leggen en in een mapje doen en verzekering bij verzekering doen en garantiebewijsjes bewaren ( groter dan een kassabonnetje zijn ze tegenwoordig niet meer, dus je moet nog goed opletten dat je je garantie niet weggooit in de opruimwoede!) en alles over het huis en de hypotheek: ik kan het allemaal zo tevoorschijn toveren. Het is meer een kwestie van opruimen en daartoe heb ik een la, waar de binnengekomen post in gaat. Als die dreigt niet meer dicht te kunnen dan moet ik weer.

Rekeningen betalen we automatisch of via de Girofoon van de postbank, een prachtig telefonisch systeem, waar mijn blinde echtvriend verschrikkelijk handig mee is. Iedereen krijgt daardoor bij ons op tijd z’n geld.

Dus zulke stapels als bij Luna die kan ik me nog zeer wel herinneren van vroeger, maar door mijn aan maten gebonden laatje word ik tijdig herinnerd aan onze “administratie”. Het is niet mijn grootste liefhebberij, maar toch, het staat wel interessant al dat papier verspreid over de tafel. Waar zie je dat nog tegenwoordig?


Feestje….

verantwoord grootouderschap....

Gisteravond hebben we op onze kleinzoon van twee-en-half jaar gepast, omdat z’n ouders naar een verjaarsfeestje gingen. Omdat ze afgelopen donderdag net verhuisd zijn, had ik gedacht dat het wel moeilijk oppassen zou zijn vanwege nog niet gevonden slaapritme van de kleine man in het nieuwe huis. Nu had ik al wel gehoord, dat dat erg meegevallen was en hij al twee nachten prima geslapen had in zijn nieuwe kamer, die flink wat groter is dan z’n kamer in het oude huis. Hij blijkt dus stressbestendig.

Maar tegen de warmte van gisteren was hij minder bestand. Hij sliep al een poos toen zijn ouders om half negen naar hun festiviteit vertrokken, maar om zo’n uur of negen hoorden we via de in de kamer opgestelde babyfoon een onrustig gemiemel, waarvan we even hebben afgewacht of het zich zou ontwikkelen tot een echte huilbui. Toen ik toch maar even boven ging kijken hoe hij er bij lag bleek, dat hij zo ongeveer zijn bed uitdreef, ondanks ventilator en zonwering, die de hele dag al in aktie waren. Geplakte haartjes en een kreeftrood gezichtje, dat echter helemaal opklaarde toen hij zag dat oma d’r was.Gezellig, gezellig, hij was er helemaal klaar voor!

Daar ben je dus als grootouder niet tegen bestand. Iemand, die je zó graag ziet verschijnen! Elk gevoel voor verantwoordelijkheid rond het slaapgedrag van het kind verdwijnt als sneeuw voor de zon, dat regelen ze morgen maar weer zelf. “Ga je even mee naar beneden naar opa?” Gôh, is die d’r óók dan? Het feest was compleet! Dus zaten we even later met een glaasje limonade t.v. te kijken op de (nieuwe) bank. Stijn was niet meer zo warm en begon steeds meer de leuke kanten van een avondje opa-en-oma te zien.Begon een beetje rond te lopen in de kamer en de keuken, die nog vol staan met onuitgepakte verhuisdozen. Bij Studio Sport blijkt, dat hij al veel van voetballen weet. “Die zat er bijna in!”, riep hij. Hij praat al zo geweldig veel en ik hoor z’n vader én z’n moeder in veel dingen die hij zegt. Ze moeten verdomd, sorry, verdrááid goed op hun woorden letten!

Op een gegeven moment stak hij z’n duimpje in z’n mond en kwam es even gezellig bij oma zitten. Even later was ie onder zeil. We zijn er met z’n tweeën maar een beetje makkelijk bij gaan zitten tot z’n ouders thuiskwamen, die hem met een ervaren greep in z’n bedje legden. We hebben een reuze gezellig feestje gehad met z’n drietjes, opvoedkundig volkomen onverantwoord, maar z’n ouders hebben naar alle waarschijnlijkheid vanochtend wel kunnen uitslapen na hún feestje! Kunnen ze er weer helemaal verantwoord tegen aan!


Blij, blij, blij….!

horizonnetje, hè?

Opluchting, dankbaarheid en weer lekker in m’n vel, dat zijn de termen waarmee ik mijn gemoedstoestand van dit moment wil beschrijven. Want de gezondheidstoestand van mijn lieve schoonzus heeft zich ten goede gekeerd! De complicaties zijn verdwenen en hoewel ze natuurlijk van de operatie, die een behoorlijke ingreep was, moet herstellen, zit ze in de lift naar boven en wordt ze elke dag sterker. Zoals mijn broer het aan de telefoon zei: “We zien weer horizon!” Geweldig!

Het is of er een gordijntje in je hoofd is weggeschoven. Dat hoofd is weer helder en in staat te bedenken, dat je eigenlijk eens zou moeten stofzuigen en nagaan wat we moeten eten morgen. Ik vond dat soort dingen volkomen onbelangrijk, maar we worden weer normaal. Mijn schoonzusje moet nog even geduld hebben, samen met ons, maar ze komt er aan!