Beestachtig….

superslim

Alweer een dierenverhaal! De Telegraaf las in The Daily Telegraph, dat een zeehond bij de Britse kustplaats Middlesbrough een landhond uit de problemen heeft geholpen door hem met z’n zeehondenneus uit het water op het droge te duwen. Een man, die daar ter plaatse z’n eigen honden uitliet, heeft het ‘m zien doen. Een zeehondenkenner van een opvangcentrum voor die beesten zei, dat deze actie laat zien hoe intelligent zeehonden zijn.

In Amsterdam is een 19-jarige Amerikaanse toerist in het water van de Grimburgwal verdronken, doordat de mensen, die hem te water zagen geraken, de politie gingen bellen. Hoe intelligent zouden ménsen eigenlijk zijn? Zouden ze toch eens een onderzoekje naar moeten doen…….


Apen onder mekaar

Hello, I'm your cousin!

Dat was schrikken! Las ik bij Het Parool de kop: “Ivo heeft ineens een harem!”. Wat? dacht ik, Niehe een harem? Het leek zo’n keurige man! Of gaat het over de Rotterdamse burgervader Opstelten, die zich zó heeft ingeleefd in de allochtoonse bevolking van zijn stad, dat hij er meerdere vrouwen op na gaat houden? Maar nee, bij verder lezen kwam ik er gelukkig achter, dat het over een mannelijke gorilla gaat die in Artis is gearriveerd.

Hij is een vrijgezellenaap, die in het paradijs terecht is gekomen met al die apenvrouwen om zich heen en hij heeft zich er niet eens voor hoeven op te blazen. Hij kwam van Tenerife naar Nederland. De meeste van zijn bijna-soortgenoten gaan dezer dagen van Nederland naar Tenerife om in een paradijselijke omgeving te vertoeven. Het kan gek gaan in de wereld.

Bij het lezen van het artikel, en lees het er maar op na, zag ik veel overeenkomsten met jonge mensenmannen in dezelfde omstandigheden als Ivo. Alleen moeten zij nog wel even een majesteitelijke forse kop en een zilveren rug zien te ontwikkelen!


Mag het een onsje meer zijn?

leeftocht

Dat hoor je niet in de supermarkt. Je kijkt zelf wel of het een onsje meer is. Van de week zagen we bij Andere Tijden, léuk programma trouwens, een aflevering over de verdwijning en de opkomst van respectievelijk de kleine winkeliers en de zelfbedieningszaken. Ik was in die tijd nog niet zo lang getrouwd, pril in het huishoudelijk management, en heb dat dus meegemaakt. We woonden toen in Bussum, een middelgroot dorp met veel winkels, waarvan de uitbater was wat hij heette. De groenteman was inderdaad een man die groenten verkocht en ja, ook fruit en wel tien soorten aardappelen met mooie namen. De bakker was een warme, de melkboer verkocht alleen zuivel en ’n eitje en de kruidenier was voor de rest. En als je bij de slager in de winkel stond, hoorde je hem in de ruimte achter de winkel de biefstukken platslaan. Ik heb in het begin heel bewust mijn boodschappen gedaan bij de diverse winkeliers, hoewel dat veel tijd kostte, want overal moest je wachten, maar toch. Ik vond de branchevervaging maar niks.

De nieuwe tijd sloeg toe in ons dorp, we kregen een grote vestiging van de Hema en de eerste supermarkt heette de Kijkgrijp. Het was de bedoeling, dat de klanten keken en grepen. Omdat er behoorlijk gestunt werd met prijzen hield je het niet echt vol om daar niet van te profiteren en daar gingen de principes! Zo ruim zaten we nou ook niet in onze pegulanten en bovendien was dat jezelf bedienen toch wel sneller, vooral als je kleine kinderen bij je had.

Ik herinner me ook, dat er regelmatig “aanbiedingen” werden omgeroepen in de Kijkgrijp-winkel. Eén daarvan was:”Dames, (veel boodschappende heren waren er destijds nog niet zo) deze week in de aanbieding heerlijke gebraden kippen. Wees er snel bij, want ze vliégen de winkel uit!” En dat onze oudste en toen nog enige dochter, slim als ze ook toen al was, zei: “Mama, hoe kan dat nou als ze al gebraden zijn?”

We hebben dus het branchegericht kopen op moeten geven, het loopt aardig door elkaar tegenwoordig en de super-en megamarkten doen hun naam alle eer aan. Maar bij de warme bakker, die nog zelf bakt hier bij ons in de straat, staan op zaterdag de mensen tot buiten de winkel te wachten en ik vind de tomaten van de Turkse groenteman op het pleintje tóch lekkerder. En dan mag het best een onsje meer zijn! Onze tijden, terug naar de andere?


Schakelaartje….

zo'n knopje b.v., wel 'n red button....

Soms heb je van die tijden, waarin er in je omgeving van alles gebeurt. En dat houdt je zodanig bezig, dat er weinig ruimte is voor iets anders. Je krijgt het gevoel een beetje geblokkeerd te zijn, waardoor er weinig uit je handen komt en je gedachten blijven malen om die gebeurtenissen. Je zou willen, dat er een knopje zat, ergens aan je lijf, dat je voor een poosje óm kunt zetten.

Je hoort wel eens, dat artiesten ondanks gebeurtenissen in hun persoonlijk leven, tóch die voorstelling laten doorgaan. Die dat knopje dus kunnen vinden kennelijk. Dat vind ik knap. Misschien is dat ook hun behoud: the show must go on. Hoef je eigenlijk geen artiest voor te zijn, dat geldt voor iedereen.

Jeetje, en het weer werkt ook al niet mee en als klap op de vuurpijl kreeg ik op mijn vraag naar een “ouderensite” bij Google een verwijzing naar een open monumentendag. Daar word je als oudere toch ook niet vrolijker van…..


Theorie en praktijk

einde auto_weg!

Onze auto is een nuttig ding. Gistermiddag even door de wasstraat geweest en hij glimt weer als de bekende keutel in de maneschijn. De binnenkant moet nog wel even ontdaan van kruimels, zand, dorre blaadjes en andere ongerechtigheden, maar dan is ie weer spic and span. Vorige week ook nog z’n grote beurt gehad in de garage dus hij kan er even tegen.

Omdat mijn man om begrijpelijke redenen, hij ziet niks, de rechterstoel bezet houdt, ben ik degene die de auto rijdt. En al zeg ik het zelf, dat doe ik netjes. De no-claim nog op het maximum, dus ik bedoel maar. Ik heb mijn rijbewijs al meer dan veertig jaar en ben wel met het verkeer meegegroeid. Toch zou ik niet graag op dit moment theorie-examen doen! Dat hoor ik trouwens wel van meer mensen. Ook mensen, die hun rijbewijs tientallen jaren korter hebben dan ik.

Dat de rechts-heeft-voorrang-regel is ingevoerd voor fietsers, nou ja, dat weet ik natuurlijk, brommers op de rijbaan, ook duidelijk, al was het maar vanwege het feit, dat ze je met hoge snelheid links passeren, rechts ook trouwens. Je komt er wel achter dat ze er zijn. Maar die kleine weetjes, die doen het ‘m. Onze oudste zoon, die jarenlang beroepschauffeur was, voordat hij deed wat ie nu doet, tikt me wel eens op m’n vingers en bij nakijken heeft hij natuurlijk áltijd gelijk.

Ze gaan de eisen voor het rijbewijs aanscherpen, las ik. Zal zeker nodig zijn, maar zou het ook niet handig zijn om al die al-zo-lang-rijders, zoals ik, eens te verplichten een opfriscursusje te doen? Het gebeurt hier in de buurt al door diverse seniorengebonden clubs, maar op vrijwillige basis en als ik naar mezelf kijk, nou, het komt er niet van. Ik moet wel een stok achter de deur hebben, weet ik. Het gaat al zo lang goed.

Ik voel me prima in de auto, scheld nog zeer vrolijk op medeweggebruikers (net als Elisa met haar A12-verhaal, waar ik erg om heb moeten lachen!), maar geef ook galant iemand de ruimte, die er al zo lang graag tussen wil. Het dankbare wuifje, daar doe ik het natuurlijk voor. Net zoiets als bij de supermarkt met je muntstuk in de hand de kar van iemand overnemen, zodat ie niet helemaal terug hoeft om ‘m in de rij te zetten. Je voelt je dan zó’n vréselijk goéd mens, de EO is er niks bij. Mooi, toch? Maar bij dat “er tussen laten” moet er natuurlijk niet nóg iemand met een rotgang er óók tussen willen, want goedheid kent z’n grenzen, die zet ik klem. Ja, kóm!

Kortom, ik gedraag me voorlopig nog als de gemiddelde Nederlandse automobilist en die opfriscursus, ja, dat moet maar eens. Verder heb ik aan iedereen in de familie gevraagd om, zodra ze maar vermoeden, dat moeders niet zo alert meer is, me van de weg te halen. Maar jongens, dat duurt nog wel een poosje! 27 jaar of zo.


Papier(geld) hier….!

háp! zegt de Efteling

Met 180 mensen en mensjes in vier bussen naar de Efteling en dan een akelig ongeluk krijgen, dat is nou niet wat je je voorstelt van een schoolreisje. Het is gelukkig aardig goed afgelopen daar in Brabant, maar het is wel schrikken. Het is ook wel een onderneming, zeg, met zoveel kinderen tegelijk op stap of eigenlijk op rit. Een kostbare onderneming ook nog, want toen wij privé met onze kinderen naar de Efteling gingen kostte het nog f 11,– de man en dat was een beste rib uit ons lijf met ons zessen. Tegenwoordig is het € 21,– voordat je er in mag. Dan hou je dus geen ribbenkast meer over.

De schoolreisjes van onze kinderen waren wel wat eenvoudiger. Op de naburige hei en in het bos werden grote spelen georganiseerd. Daar was iedereen maar druk mee. De kinderen gingen wel met de bus, want als je terugkwam aan het eind van de dag, moest je je toch onder de bank kunnen verstoppen om de wachtende ouders de indruk te geven dat de bus léég was! Waar waren ze gebleven hun bloedjes van kinderen? De buschauffeur speelde dat ie vertwijfeld was en er écht niks aan kon doen. Dan met z’n allen overeind springen, elk jaar hetzelfde grapje, met steeds hetzelfde toneelstukje: waar wás je nou, ik was zó ongerust! Roetzwarte kleverige kinderen mee naar huis, die na de douche sliepen als rozen. Op de middelbare school gingen ze zelfs naar het buitenland, de schoolreizen, maar op de basisschool hielden ze het rustig qua kosten.

In mijn eigen schooltijd hadden we elk jaar hetzelfde Amsterdamse “schoolreisje”. Naar Artis. Met de klas liepen we ( dat waren nog eens tijden, nietwaar?) van de Watergraafsmeer naar de Plantage Middenlaan. In je tas de boterhammen voor tussen de middag met een bekertje drinken en voor de dieren stukjes komkommer, worteltjes en als ze er waren pinda’s voor de apen. Die heten tenslotte niet voor niks apenootjes.Het was een best eind lopen dus de komkommerstukjes hebben menig keer de beestjes niet bereikt. Mensen zijn ook dieren. Je probeerde het wel, hoor, om niet alles zelf op te eten, maar het was moeilijk.

In de hoogste klas zijn we ook nog een keer drie dagen naar een huis geweest van het VakantieKinderFeest in Valkeveen. Er was een speeltuin bij en het was er erg mooi qua natuurschoon. Het huis staat er, geloof ik, niet meer en de speeltuin is een pretpark geworden. Verder kan ik me er niet zoveel meer van herinneren. Alleen dat ik al die bomen zo mooi vond en later wel zo mooi zou willen wonen. Nou, dat is in ieder geval wel uitgekomen. Bomen zat hier in Apeldoorn!


Lege nest syndroom…..

vader merel

Als je merel bent en je kinderen gaan het huis uit, dan beleef je spannende tijden. De merelfamilie bij ons in de heg heeft vier nakomelingen, net als wij. Keurig verdeeld twee jongens en twee meisjes, net als wij. Dat kun je bij merels al meteen zien, de jongens keurig in ’t zwarte pak en de meisjes in een grauwbruin assepoesterjurkje. Verschil moet er wezen.

Vandaag, misschien wel omdat het zulk lekker weer was, niet eens voorspeld, vonden de ouders het tijd worden, dat het gebroed het nest maar eens uit moest. Er werd niet meer frequent gevoerd, pa en moe bleven in de buurt, maar ze zaten geluiden te maken, die, naar mijn idee, nog het best vertaald konden worden konden worden naar: “Nou, vooruit, probeer es wat! Ja, aan dat gefladder hebben we niks, niet zo bang zijn. En we hebben nou lang genoeg voor pizzabezorger gespeeld. Kom op, trek je van die mensen maar niks aan, die kunnen toch alleen maar koffie leuten en een kat hebben ze ook niet meer, dus vooruit, komt er nog wat van?”

Het moet gezegd, de jongens hadden meer lef dan de meiden. Die waren zo weg, terwijl de meisjes nog lang bibberend op de rand van het nest zaten als kindertjes, die bij de eerste zwemles het water niet in durven. Maar ze gingen toch. Het is nu donker dus waar ze precies gebleven zijn weet ik niet. Ik heb het ook nog nooit van zó dichtbij gezien, dit uit het leven gegrepen gevogel. Dat kijken kost wel tijd, maar is ook uniek, hoor! Ik zal ze missen.

Maar wat is dit grootbrengen van een paar vogelkinderen eigenlijk efficient, zeg! Een paar weken werk je je werkelijk te pletter als vogelouders, maar dan heb je het ook gehad. We hebben het niet geklokt, maar om de paar minuten werd er gefourageerd en keurig om beurten, hè! Ma legt de eieren, maar verder is het een zeer geëmancipeerd gebeuren. Kunnen veel mensen iets van leren. Ik herinner me van lang geleden, dat mijn ega (bij wijze van grapje, tenminste dat zéi hij….)als één van de kinderen huilde zei: “Je kind huilt. Doe er wat aan.” Ja, láng geleden. Merelouders denken alleen maar aan het in stand houden van de soort en verder hebben ze er niet zoveel gedoe omheen als wij. Ik hoop, dat het ze alle zes goed gaat. En nu kunnen we de heg knippen, eindelijk!


Bart en Bart

wie is wie?

Hoewel we helemaal niet van plan waren de grote Bart de Graaff-memorial-uitzending te gaan bekijken vanavond, kwamen we er na wat gezap toch terecht. Iedereen, die met hem heeft gewerkt en dat waren er nogal wat, vertelde daarover. We zagen fragmenten met Bart als heel serieus mens, als superirritant manneke, als, naar mijn smaak, vér over de schreef gaand figuur, maar ook als erg leuk, adrem en grappig. Hij deed het toch allemaal maar met dat rottige lijf van ‘m. Durfde van alles en ging maar door. Paar maanden ziekenhuis en daar wás ie weer!

Maar je mag best weten, dat ik een poosje een gloeiende hekel heb gehad aan dat koppie! Wat nu bij mij overheerst is respect. Voor het doorzetten van z’n plannen, zijn meest krankjoreme ideeën, waar hij zelfs de politiek glimlachend in mee kreeg. Iedereen, die je over hem hoorde vertellen, zal hem best missen daarom. Ik ben geen BNN-fan, die leeftijd voorbij ook, maar ineens viel me op hoe ze op elkaar lijken: Bart de Graaff en Bart Simpson. Ze kunnen wel model gestaan hebben voor mekaar, de Bartjes!


Nieuwe buren

Werken in de zorg!

De familie Turdus Merula is op nog geen 50 centimeter afstand van onze keukendeur in onze heg komen wonen. Inderdaad, een nest merels. Hoe die beesten het in ’s hemelsnaam in hun koppies hebben gehaald om hun kroost op zo’n onrustige plek te huisvesten is ons een raadsel. Helemaal nu het mooi weer is staat de deur vaak open. Bovendien hebben we een hordeur, die, als je ‘m een beetje onhandig laat schieten en dat gebeurt me nogal eens, met een harde klap terugslaat. De aanvliegroute is ongelukkig gekozen, want wij zitten aardig in de weg als we buiten koffiedrinken en buitenom vliegen is ook niet echt een optie, want we wonen op een hoek en er is langsrijdend verkeer, spelende kinderen en andere drukte.

Toch vliegen vader en moeder merel ijverig langs ons heen om de hongerig piepende kleintjes met wormpjes en zo de bekjes te snoeren. Ik heb ze ook al gezien, de jonkies, want door een takje weg te buigen kun je ze zo zien zitten, die pluizige bolletjes. Leuk. Maar eigenlijk moet de heg nodig geknipt worden. Nou, dat moet in ieder geval maar even wachten tot de familie is uitgevogeld, want dat kunnen we ze niet aandoen. En als het de merel is, die tegen de schemering zo prachtig zat te zingen in onze berk, dan zijn we hem wel wat verplicht!

Ik denk, dat we de laatste tijd teveel van huis zijn geweest en zo de indruk hebben gewekt, dat onze tuin een rustig oord was, waar je ongestoord een nest kon bouwen op anderhalve meter van de grond en een halve meter van die nu veelgebruikte achterdeur. Het worden vast neurotische adhd-vogelkindertjes met al dat geloop van ons zo dichtbij. Maar ja, om nou elke keer als we in de schuur moeten zijn via de voordeur heen en weer te moeten, dat is ook weer zo wat. We zijn al lid van de dierenbescherming, hoor, dat moet maar genoeg zijn. Pa en moe Turdus geboren Merula zijn daar tenslotte zelf gaan zitten, toch?


Verhuizen is leuk?!

als ik maar niet hoef nu!

Aan de overkant van onze straat zijn maar liefst twee huizen naast elkaar verkocht. De hele winter te koop gestaan, maar toch, vandaag verhuisde de laatste familie. In het andere huis zijn de mensen al weken bezig het hele huis te schilderen en te behangen. Meestal in de avonduren en in het weekend. Het ziet er ijverig uit allemaal en als je ziet met hoeveel precisie de randjes van de ramen worden geverfd, tong uit de mond bij de schilders, hoofd aandachtig scheef gehouden, het moét gewoon wel goed worden, kan niet anders. Het werkt wel lekker in een leeg huis, schilderen in een bewoond huis is veel lastiger. Waar laat je de boel en waar laat je de mensen?Het ziet er best gezellig uit aan de overkant. Plastic tuinstoeltjes in de kamer, er wordt regelmatig pauze gehouden met ’n pilsje en zo te zien is er veel hulp. Ik gluur niet, hoor, maar ja in zo’n “doorzichtig” huis zie je wel es wat!

Wij wonen in ons tiende huis. Een respectabel aantal adressen versleten dus. In dit huis wonen we alweer 17 jaar, het langst van al onze huizen. We heten Pasveer, maar werden in de kring van vrienden en collega’s de familie “Verkasweer” genoemd. Ja, dat krijg je d’r van. Arme kinderen, vaak naar een andere school. Hoe erg ze dat hebben gevonden, weet ik niet echt. Deze pagina zou ons echt geholpen hebben, maar ja, we deden ons best. Het heeft de leerprestaties niet echt beïnvloed, een keertje zittenblijven had er toch wel ingezeten misschien. Zo maak ik mezelf maar wijs. Je moet toch wát. Ze hebben zich steeds goed aangepast en het is een keer voorgekomen, dat ze zelfs weer terugkwamen op hun oude schooltje.

Toen we 25 jaar getrouwd waren hebben collega’s een stuk opgevoerd op ons feest, waarbij we van de ene kant van de zaal naar de andere werden gesleept, samen met allerlei dozen en verhuisspullen, omdat ze wilden aangeven hoe dat verhuizen van ons ze de keel uithing, want de “verhuisploeg” kwam wel altijd uit hun gelederen!

Verhuizen, hoewel het feit, dat we zo váák verhuisd zijn niet altijd met leuke omstandigheden te maken had, ik heb het eigenlijk altijd wel aardig gevonden. Het weer inrichten van je nieuwe stek met je weliswaar ouwe spullen, die ergens anders toch weer net even anders uitkwamen, nieuw verfje, nieuwe gordijnen (want de oude pasten nooit), ik vond het wel wat hebben.

Of het nog eens zal gebeuren, ik weet het niet. Een bejaardenhuis, daar krijgen ze me niet in en misschien bestaan die over een tijdje wel niet meer wegens personeelsgebrek. Weet je wat? Zet mij maar als een ouwe indiaan onder een boom in het bos tegen die tijd……..