Trots…?

geen gezicht, toch?

Op gevaar af, dat dit een mekkerig stukje wordt gevonden, nou vooruit, dat moet dan maar. Ik las op de website van Het Vondelpark in Amsterdam , dat ze na de zonnige Paasdagen 45.000 liter achtergelaten afval hadden moeten opruimen en daarmee waren ze er nog niet, want er dreef naar schatting ook nog eens zo’n 2.000 liter troep in het water. Of je ’n emmer leeggooit….Nu weet ik wel, dat het Vondelpark een gróót park is en dat er duizenden mensen komen, maar naar verhouding zal het in andere parken niet veel anders zijn.

De ANWB lanceerde in 1916 al de slogan “Laat niet tot dank voor het aangenaam verpozen, de eigenaar van het bos de schillen en de dozen”. Dat is nu kneuterig Nederlands en een kneuterige vermaning en geholpen heeft ’t ook nog eens niet! Bovendien zijn we nu meestal met z’n allen eigenaar van ’t bos, als je d’r zomaar in mag of tenminste lid van Natuurmonumenten, toch? Ook een beetje eigenaar. De rotzooi wordt door de mensen dus in hun eigen bos of park gegooid.

Ik woon op de Veluwe en ben verwend met natuurschoon. Bossen, heidevelden, zandverstuivingen, je kunt hier nog uren lopen zonder veel mensen tegen te komen. Als het tenminste geen Pasen en mooi weer is. Maar frisdrankblikken, snoeppapier in het bos, ik erger me er dood aan. Per ongeluk iets laten vallen dat kan gebeuren, maar dit wordt echt weggegóóid.

Australië is, dat hebben we gezien, een ontzettend schoon land. Er staan hier ook boetes van 300 dollar op het simpele weggooien van een cigarettenpeuk, maar bovendien vinden de mensen je gewoon een hórk, als je dat doet! Australiërs zijn trots op hun land en vinden het heel normaal dat je het dan niet vervuilt. Zelfs op de kassabonnen van de supermarkt staat gedrukt:”Please do not litter” en niemand haalt het in z’n hoofd om zo’n papiertje maar gewoon te laten vallen.

Zou dat het verschil zijn met hier, dat we niet trots genoeg zijn op ons land als plek om te wonen? Alles goed geregeld hier, prima werkplek, maar verder trekken Nederlanders heel makkelijk de grens over naar een ander land of zelfs werelddeel. Oké, meer ruimte, beter weer (eerlijk is eerlijk, heerlijk in Australië!) maar je land blijft je land. Dus hebben wij ondertussen reclamecampagnes nodig, zoals “De maatschappij. Dat ben jij”., waarin een knul een papiertje opraapt van de straat, dat netjes weggooit en vervolgens gehúldigd wordt! En een stándbeeld krijgt! Nou já, zeg!


Een ei hoort erbij

eitje, toch?

Maureen, een van onze nieuwe Australische kennissen, heeft nog maar pas een computer en is daar fanatiek mee in de weer. Ze mailt haar dochter in Amerika, verdere familie en nu ook naar ons. Veel verstand heeft ze er nog niet van, noemde het ding in het begin met overgave BB (oftewel Bloody Bastard), maar nu lukt het en is ze heel enthousiast. Een beetje té enthousiast, zegt ze zelf, want ze brengt hele dagen ( en soms ook nachten) achter de computer door. Nou, zo ken ik er nog wel meer en ik zal ze niet noemen. Ze vergeet de tijd en mailde ons wat dat betreft een mooi verhaal.

Nadat ze een paar uur bezig was geweest met haar computer, rook ze iets branderigs. Onervaren als ze was, dacht ze dat het de computer was, die oververhit was geraakt,en zette het ding dus haastig uit. Ze ging naar de keuken om iets te drinken te maken en ontdekte daar, dat ze een behoorlijk lange tijd geleden een paar eieren te koken had gezet, die inmiddels drooggekookt en geëxplodeerd waren. De hele keuken en de ramen zaten onder de smurrie en de smell was horrible, zoals ze schreef.

Geen oververhitte computer, maar een oververhitte gebruikster van de computer. “I am cured”, zegt ze. Ze gaat paal en perk stellen aan de uren achter de computer. Met behulp van een kookwekker. Die had ze ook voor de eieren kunnen gebruiken natuurlijk!


Hij, zij, het….?

toch wel een snoepie,hoor!

‘k Moest echt nog op gang komen, zeg! We dachten geen last te hebben van de zogeheten jetlag, vonden dat maar interessantdoenerij van bereisde figuren, maar we hebben het nu toch zelf ondervonden. Was je net lekker bezig en ineens was het over. Zitten, liggen, slapen. Nou, die fase hebben we nu wel gehad en dat het hier zulk ongelooflijk lekker weer is, helpt beslist mee!

We hebben een hondje op bezoek van een tante, die nu met haar zoon richting Australië is vertrokken. Het is een cairn-terrier, een echt schoothondje, ook qua model. Hij wíl ook steeds op schoot, maar daar heb ik ten eerste geen zin in en ten tweede geen tijd voor. Hij krijgt vorstelijk te eten van ons, het voer dat tante meegegeven heeft, lust ie ineens niet meer. Dus moesten we aan de Cesar, dat lust hij wel. En hij krijgt uiteraard het benodigde aantal knuffeltjes per dag, want hij is, net als onze tante, al een oud beestje. Zij hebben samen zo hun ritueeltjes en dat is best, maar bij ons klopt dat niet zo.

Bovendien zeggen wij “hij” tegen de hond, terwijl het een “zij” is. Tante houdt dat consequent vol, de hond heet Keetje Tippel, een prima naam voor een vrouwtjeshond. Hoe het komt, dat je dan toch “hij” zegt, kan ik niet verklaren. Ik vind het altijd een beetje melig als mensen hun hond “zij” noemen, al is dat volkomen terecht. De hond, die wij jaren hebben gehad en de onzijdige naam “Goochem” had, was ook een vrouwtje, maar in de wandelgangen een hij-hond. Als de uiterlijke kenmerken van een hond erg duidelijk waren, je moet tenslotte op je kop staan om iets te zien, was het wat makkelijker misschien.Bij een koe weet je tenminste waar je aan toe bent.

Nou ja, Keetje is een lief dribbeltje, maar we zouden haar(!) type niet hebben uitgezocht. Wel hebben we het idee, dat hij hier wat levendiger is dan bij tante, die op een flat woont. Hij kan hier de tuin in en is reuzenieuwsgierig naar wat je allemaal aan het doen bent. En voor ons is het handig om uit te vinden of de al jaren spelende vraag: “Weer een hond?” een antwoord brengt. Eigenlijk wéét ik het antwoord al……..


Van links naar rechts…..

nationaal symbool!

We zijn weer terug uit kangeroeland! Het was een fantastische vakantie, wat een land en dan dat wéér! En mensen, wat een zit om er te komen! Maar, het was de moeite waard. Mijn zus, voor wie we in eerste instantie gingen, verkeerde in goede gezondheid en heeft ons als doorgewinterde Australische geïntroduceerd in het dagelijks leven daar, dat wel wat relaxter is dan hier. De levensstijl van een volk wordt beslist beïnvloed door het klimaat, dat is ons wel duidelijk geworden. Ze is dus meer doorgezomerd dan doorgewinterd. In een land, waar nu eens de blánke mensen op blote voeten over straat gaan en dat is beslist niet omdat ze geen schoenen hebben.

Mijn zus woont in New South Wales bij de Nothern Beaches. Geen armlastige buurt overigens, hoewel mijn zus het bescheiden houdt in haar flatje. Ze heeft wel kennissen, die het breed kunnen laten hangen en niettemin toch aardig zijn. Dat is een leuke combinatie. We hebben heel wat mooie Hollywoodachtige huizen van binnen gezien, aan veel prachtige stranden gezeten, genóten van het heerlijke weer en zijn dan ook al voorgebakken voor een hopelijk mooie zomer hier.

We hebben Sydney uitgebreid bekeken, samen met heel veel andere toeristen, the Operahouse natuurlijk, de Harbourbridge, die jarig was deze maand: 70 werd ie, The Rocks, waar de huisjes staan van de allereerste bewoners van Sydney. We hebben met de ferry rondgevaren overal heen, dat is prachtig geregeld daar, we hebben het Waratah Park bezocht en de kangeroes gevoerd en zijn in de Taronga Zoo van Sydney geweest, die in het mooiste decor van de wereld gesitueerd ligt.

Mijn zus heeft ons in haar auto rondgereden in dat enge linkse verkeer (je zit zelf op de bestuurdersplaats en mag niet sturen, gek hoor!), waarin ze stevig meerijdt om het maar zacht uit te drukken. Op een van de eerste dagen, dat we er waren, wilden we een strandwandeling maken. Daarvoor moesten we de weg oversteken. Ik keek naar links, daar kwam niks aan, ik keek naar rechts, ook daar kwam niks aan. Uiteraard niet! Het ging echt maar nét goed allemaal. Dat engeltje op je schouder bestaat dus echt, want bijna was het een zeer korte vakantie geweest. Stom, stom.Een man, die net van het strand kwam met z’n surfboard onder z’n arm, schreeuwde dat we “bloody idiots” waren en daar had ie natuurlijk gelijk in. En wat al de mensen in die auto’s van ons vonden, dat wil ik liever niet weten! Nou ja, we zijn weer rechts georiënteerd. Dat bevalt beter ( in het verkeer dan).


Bye bye!

tot in de pruimentijd!

Omdat ik heel ontspannen (nou……?) op reis wil, niet te laat naar bed en zo, schrijf ik hier alvast maar mijn voorlopig laatste berichtje. Ik heb veel zin in de reis, maar ben nog nooit zó ver weg geweest! Ik moet mijn ogen (in stereo) goed de kost geven, zodat mijn ventje ook veel plezier aan deze trip beleeft en we gaan er van uit, dat we heel veel leuke mensen tegen komen onderweg.

Goede raad hebben we al veel gehad van mensen, die meer bereisd zijn dan wij en die doen net alsof het reizen per vliegtuig eenvoudiger is dan met de Nederlandse Spoorwegen. Nou, daar kan ik me wel iets bij voorstellen. We zien het allemaal wel.

In ieder geval wordt het op deze plaats wat rustig en heb ik over een maand heel wat te vertellen. Tot zo lang dan maar!


Invisible zakmes

Gezellige zondag vandaag. Behalve, dat het mooi weer was, hadden we ook allerlei gezellig bezoek, dat ons een goeie reis kwam wensen. Het komt inderdaad steeds naderbij, ons vertrek naar Aussieland. Dinsdagmorgen redelijk vroeg naar Schiphol, want je moet voor een intercontinentale vlucht maar liefst drie uur van tevoren aanwezig zijn. Nou, dat doen we dan maar. Wat we behalve inchecken en de bagage afgeven al die tijd moeten doen, weet ik niet, maar er zal genoeg te zien zijn. Voor mij dan, want mijn ega zal het met een ooggetuigeverslag moeten doen. Maar daar ben ik in getraind. Als ze maar koffie hebben daar, dan hoor je mij niet klagen.

De vorige keer, dat we op Schiphol waren is alweer wat jaren geleden, toen we met de familie een weekendje naar Londen gingen. Toen we op een gegeven moment met z’n allen door de poort van de metaaldetector moesten, ging het ding af toen Jouke er doorheen ging. Welk een paniek! En dat was nog niet eens, omdat de detector afging, nee, de mevrouw die er in uniform bijstond begon zenuwachtig tegen haar collega’s te roepen:” Deze meneer is visueel! Deze meneer is visueel!” Daar waren we heel blij mee, want op stap met the invisible man, dat hadden we niet zien zitten. Niet zien staan ook, trouwens.

De grapjas had zijn zakmes in z’n broekzak laten zitten en vandaar dat gepiep. Het was erg komisch allemaal, niet vanwege dat zakmes maar door de reactie van die beambte op het zien van een blinde. Die háár niet eens zag staan! Je zou denken, dat ze op Schiphol wel wat gewend zijn, maar het is blijkbaar toch een apart ras, die blinden……


Gewichtig doen

koetje

Onze personenweegschaal, die maar heel weinig gebruikt wordt voor het doel waarvoor hij is aangeschaft, namelijk het wegen van personen, komt bij het pakken van een koffer goed van pas. Die mag net als wij niet te zwaar worden. Het is een hele sociale weegschaal, die we hebben. Als je aan de voorkant met je voet tegen ‘m aantikt zegt ie: “Please, step on the scale”. Daarna is het een poosje stil, omdat hij uit moet rekenen hoeveel je nóu weer weegt. Dan noemt hij het gewicht, dat je niet horen wilt en zegt: “Have a nice day!” Of je dat ook hebt ligt natuurlijk aan de melding, die je net gehoord hebt. Omdat wij graag elke dág een nice day willen, wordt de weegschaal niet zo vaak gebruikt. Zo blijft het gezellig in huis.

Laatst was er ’s nachts boven Apeldoorn een behoorlijk zwaar onweer. Ineens klonk vanonder ons bed, waar de weegschaal staat: “Have a nice day!”. Zeer bizar, zo midden in de nacht. Ik heb niet zoveel verstand van electronica, maar waarschijnlijk kreeg het ding een pulsje of zo vanwege het onweer. We gaan nu wel anders met ‘m om, nog niet echt vertrouwelijk, maar eigenlijk moet “iets” dat zomaar uit zichzelf praat een naam hebben, op z’n minst.

We hebben jarenlang een wekker gehad, die ons ook alleraardigst wekte en zelfs na vijf minuten “Please, hurry!” riep. Die hebben we James genoemd, een echte butlernaam. Maar de weegschaal vertelt ons nu of onze kóffer overgewicht heeft en ook die wenst ie een “nice day”…..Aardig toch.


Startrek

de tijd vliegt....

We hebben net ontdekt, dat we als we naar Australië gaan, een dag overslaan. Dan gaat 6 maart letterlijk aan ons voorbij. Dat ging het toch al, want we komen niet even terug om te gaan stemmen, wat we anders wel gedaan zouden hebben. Wel na veel gepieker over de partij waarop.

Het is een gek idee, die tijdzones. We vliegen tegen de tijd in, omdat we over Amerika gaan en het daar dus vroeger is. Ik krijg een beetje een Startrek-gevoel. In die serie zaten ze ook aldoor te rommelen met tijdzones en dan wel meteen met duizenden jaren tegelijk. Dan is dat ene dagje van ons minder spectaculair natuurlijk.

En dan te bedenken dat ik al moeite heb met de zomer- en wintertijd! Er is mij vaak uitgelegd hoe het zat, maar sinds iemand zei:” Onthoud nou maar: vóórjaar….vóóruit!” gaat het beter. De meeste mensen weten alleen maar dat ze een uur korter mogen slapen en zijn overdreven blij met dat ene uurtje langer in het najaar.

Nou, wij vertrekken dus op 5 maart en komen 7 maart in Sydney aan, terwijl we toch “maar” één etmaal in het vliegtuig zitten. Lang genoeg, dacht ik zo. Als ik zie, hoe vermoeid die schaatsers op Schiphol aankwamen na “alleen maar” uit Amerika te zijn gekomen. Maar die hadden wel meer reden om moe te zijn natuurlijk: hard schaatsen en hard feesten. Je kruisband scheurt d’r van af………


Vakantiewerk

Australia, here we come...

Dit wordt een weekje van inpakken, maar nog niet wegwezen. Ik ben een mens van lijstjes maken, dat heb ik m’n hele leven al gehad. Het is gewoon een vorm van gedachten op een rijtje zetten, teneinde niet rond te rennen als een kip zonder kop. Het is dus nodig dat ik dat doe en heeft weinig met vorderende leeftijd te maken, want die noodzaak was er ook al toen ik jong was. Het was toen de enige manier om huishoudelijk een beetje in de pas te blijven.

Het voordeel van vakantielijstjes is, dat je niks vergeet, in ieder geval geen dingen die niet te overkomen zijn. Je schrijft het als je nog niet in de last-minute-rush zit. Maar, morgen over een week gaan we al naar Australië en dat is best gauw. We blijven een maand weg en dat is de langste vakantie, die we ooit hebben gehad.

Dat geeft wat denkwerk i.v.m. administratieve zaken, hoewel de meeste betalingen wel automatisch gaan tegenwoordig, maar we beseften ook ineens, dat de belastingaangifte voor 1 april moet. Nou hebben we daar een hele kiene schoonzoon voor, maar die moet natuurlijk wel de gegevens hebben om zo kien te kunnen zijn!

Ik moet ook de tuin nog even opruimen, want als we terugkomen is die al een stuk minder kaal dan ie nu is en hopelijk heeft dan niet alleen het onkruid z’n best gedaan. Dat mis ik wel als we weg zijn, dat elke dag even kijken wat er nu weer opgekomen is (en wat het ook alweer was!) We hebben maar een kleine tuin, maar er is altijd wel wat te zien. Nou ja: verrassing! Ook leuk.

En ik heb nú al, dat elke keer als ik mijn kleinzoons zie en dat is best vaak, ze alwéér veranderd zijn. Zo gauw groeit dat volkje. Dan is een maand ook lang. Nou vooruit, deze globetrotter gaat nog maar eens kneuterig een wasje regelen, want dat moet ook nog mee volgens mijn lijstje……….


Nachtblind

fluisteren in het donker

Een wat langere autorit, vooral in de avond is best gezellig. In de beslotenheid van zo’n rijdend huisje kun je lekker kletsen in het donker. Omdat je niet kunt reageren op de gezichtsuitdrukkingen van je gesprekspartner, praat je makkelijker. Bovendien is het voor de bestuurder en zijn passagier(s) wel aan te bevelen dat hij zijn blik op de weg houdt. In het donker durven mensen meer te zeggen, daar ben ik van overtuigd. Veel mensen zullen die ervaring hebben. Ik herinner me tenminste gesprekken, die behoorlijk diep gingen, terwijl we in het pikkedonker op zomeravonden in Frankrijk voor de tent zaten. Of letterlijk dichter bij huis gewoon achter op het terras als niemand zin had om licht aan te doen. Als de temperatuur een beetje meewerkt en er een prettig drankje aan te pas komt wordt het altijd laat, het stemvolume daalt, je wilt de sfeer niet verbreken, gouden uren zijn dat.

Mijn blinde man praat altijd in het donker. We hebben bij dezelfde instelling gewerkt en bij vergaderingen kon hij dingen aan de orde stellen, die gevoelig lagen. Hij zag de uitwerking van zijn woorden toch niet op de gezichten van de collega’s, die rood werden of wit wegtrokken. Had ie totaal geen last van, hij ging ijzerenheinig door. En dat was soms erg nodig. Omdat we vaak samen bij die vergaderingen zaten was het genieten voor mij. Later vertelde ik wel hoe iedereen gekeken had, maar dan waren meestal de spijkers met koppen al geslagen!

Lijkt me wel een leuk idee bij moeilijke beslissingen in de Tweede Kamer: de helft van de geachte afgevaardigden de vergadering geblinddoekt bijwonen. Voor de eerlijkheid op toerbeurt. Moet je eens kijken wat dát de besluitvaardigheid zal bevorderen. Gewoon elkaar even niet zién zitten!