Gestrikt……

zelfbinder.....

Toen onze oudste dochter in de huwelijksboot stapte hadden haar beide broers haar in een geinige bui beloofd om “in pak” te zullen verschijnen. Voor beiden was het de eerste keer, dat ze zich zo’n outfit aanschaften en het hakte er financieel nog aardig in ook, maar…beloofd was beloofd! Behalve dat er bij zo’n pak ’n aardig overhemd hoort moest er ook een stropdas bij.

In ons huis was pa de enige, die wist hoe je zo’n ding moest strikken, hoewel hij zelf er al jaren slechts bij hoge uitzondering een draagt. Maar er werd braaf geoefend en het moet gezegd, de broers zagen er flitsend uit die dag. Gelukkig zijn er ook foto’s van !

De meningen over een stropdas zijn verdeeld tegenwoordig. Veel bedrijven schrijven het dragen ervan voor, omdat het in hun dresscode past, liefst met het logo van de zaak er op. Maar voor veel mensen geldt toch: als het niet hoeft, liever niet. De Claus-opstelling dus. Oscar Wilde schijnt ooit gezegd te hebben: “A well-tied tie is the first serious step in life”. Alsof je dat moet laten afhangen van een dasje…Maar die man is wel van een tijd, waarin veel van uiterlijkheden afhing en wat dat betreft is er niet eens zoveel veranderd!

Nou hoorde ik, dat een stropdas een verzamelplaats is van allerlei bacteriën, omdat ie te weinig in de was komt. Lijkt me eigenlijk wel logisch als je weet, dat er brillen mee gepoetst worden, het de opvangplaats is van as en soepspetters en wie weet wat nog meer. Ik zie nog het gebaar, waarmee mijn opa de as van z’n stropdas sloeg.

Ik las in een medisch artikel ook, dat het te strak aantrekken van een stropdas glaucoom aan de ogen zou kunnen veroorzaken! Nu heb ik jaren in de “ogenbusiness” gewerkt, maar een klant die zijn oogafwijking aan zijn stropdas te danken had, ben ik nooit tegengekomen. Er deed wel een mopje de ronde, waarin onze oogarts tijdens een onderzoek tegen een cliënt gezegd zou hebben: “Ik zie, dat u vanmorgen een zachtgekookt ei hebt gegeten!”, waarop de patiënt vol bewondering zei:”Gôh, dat u dat in mijn ogen kunt zien!”.”Ik zie het op uw stropdas”, zei de arts. Voor dat soort humor is een stropdas handig.

Hier zag ik, dat ze ergens in een café aan “stropdasdrinken” doen! Dat werkt zo: je legt € 10,– in, laat je met je stropdas vastspijkeren aan de bar en je krijgt elke 12 minuten een pils voorgezet. Je mag ondertussen niet naar de wc. Moet dat toch, dan is er een schaar voorhanden, waarmee je je stropdas kunt doorknippen om zo verlichting te kunnen zoeken. Dat je dan niet wint is logisch. Die dure zijden das van de bruiloft van je zus kun je dan maar beter thuislaten………..!


Bot……

toen alles nog eenvoudig was....

We lazen in de krant, dat 80% van de verpleeghuizen volgens onderzoek niet voldoet aan de normen. Over de waarden, die dit kabinet onverbrekelijk aan het woord “normen” verbindt, wordt even niet gesproken. Niet interessant als het over geld gaat.

Tachtig procent, dat is nogal wat! In een radiointerview hoorden we een verontwaardigde verpleeghuismedewerker zeggen, dat het onderzoek is gebaseerd op een “ja/nee-enquête”. Als bijvoorbeeld de vraag was:”Worden uw cliënten bij de maaltijden aan tafel altijd begeleid door het personeel?” dan was het antwoord “nee” , want een nuancering van “sommigen wel en bij anderen is dat niet nodig” was niet mogelijk. Zo is een negatieve uitslag snel verkregen.

We wonen toch al in een krakkemikkig land hier, hoor! De brandweer hier ter plaatse en dat zal elders ongetwijfeld niet anders zijn, is niet voldoende op zijn taak berekend. Zeggen ze. We gaan het niet testen. Ze oefenen niet genoeg, want dat kost geld. De politie moet een steeds groter gebied bestrijken. Dan heb je weinig “heterdaadjes”! En zo is er van alles mis, dat vroeger ogenschijnlijk punctueel in orde was. Iedereen klaagt steen en been en dat vinden we wel lekker, denk ik! Volksvermaak nummer één.

Gisteren waren we ergens op bezoek, waar we een échte non troffen, zomaar in het wild. Met nonnenkap en in het zwart, ze bestaan nog. Ze vertelde, dat ze 92 was en al 75 jaar getrouwd met de Heer. Altijd onderwijzeres geweest. Maar de tijden veranderen, ook voor nonnetjes, en nu zat ze samen met andere bejaarde zusters bij elkaar in een klooster, waar de één na de ander het loodje legde. Een letterlijk uitstervend ras.

We hadden het erover, dat vroeger “de kerk”( en dat was niet alleen de Roomse!) heel wat maatschappelijke taken vervulde. Zorgtaken, onderwijstaken en over de manier, waarop ze dat deden, zijn de meningen ongetwijfeld verdeeld, maar ze stonden er wel voor. Daar is nu maar weinig van over en er is te weinig voor in de plaats gekomen. Dat vond zuster Patiëncia ( mooie naam voor iemand van 92!) ook.

Al dat gebied moet dus “van hoger hand”, en dit keer een “aardse”!, anders worden georganiseerd. De verdeling van het geld, nu de kerk minder meedoet, ook. Nou, en dat doe je dan met ja/nee-enquêtes, die niet alleen door de begroting van hun verpleeghuis snijdt, maar ook door de ziel van al die hardwerkende mensen, als zouden ze hun werk niet goed doen! Normering en waardering, lijnrecht tegenover elkaar. Het wordt tijd, dat die weer eens samenkomen………..!


Schuld en boete…..

zoiets dus en dan midden in de winkel.....

Een van onze kleinzoons is drie en hij vindt dat een mooie leeftijd om van alles uit te proberen. Hoever hij met z’n moeder kan gaan bijvoorbeeld. De uitgelezen plek daarvoor is natuurlijk een supermarkt. Veel publiek, lekker de ruimte om in rond te hollen terwijl je moeder je liever een beetje in haar buurt heeft, veel spullen waar je, tegen haar wil, aan kunt zitten, ideaal. Vanwege dat publiek houdt je moeder zich wat in, logisch. Maar er komt een eind aan haar geduld en dan pakt ze je aan.

Bij je onderarm. Dat dát niet het moment is, dat jij je op de grond moet storten, dat weet onze kleinzoon nu. Elleboog uit de kom. Naar de huisartsenpost van het ziekenhuis, waar de dokter een zwaai aan zijn arm gaf en hij floepte weer op z’n plaats. Een heleboel tranen later was het leed geleden, even een onrustig nachtje om het van zich af te dromen en klaar. Hij heeft nergens last meer van.

Dat kun je van zijn moeder niet zeggen! Die is nog steeds op zoek naar haar aureooltje van “goede moeder”. Want ze vóelt zich toch schuldig…..!


Mobiliteit……

de paden op, de lanen in.....

Nu er zoveel te doen is rond de gewijzigde regeling vervoersvergoeding, die sommige chronisch zieken en gehandicapten, nadat ze hun 450 km hebben verbruikt, achter de geraniums houdt, moet ik even wat kwijt. Ik heb jaren gewerkt in een revalidatiecentrum voor blinden en slechtzienden, een groep die er, dacht ik, nog genadig afkomt wat die regeling betreft. Maar in mijn tijd had dat centrum een visie: het vergroten van de zelfstandigheid van mensen zonder visus. Ook op het gebied van mobiliteit.

Als je ‘m nog niet had ( veel mensen wilden er ook eigenlijk niet aan, hoor!) kreeg je eerst een blindenstok aangemeten, waarmee je stoklooplessen kreeg. Onder begeleiding van een mobiliteitsleraar werd eerst het terrein van het centrum verkend, daarna de nabije omgeving en weldra was je toe aan “het Zwolse rondje”, waarbij de zeer drukke Zwolse weg in de route was opgenomen. Dan begon je al aardig bedreven te raken.

Dan was de volgende stap: de bushalte naar de stad, waarbij je ook echt de bus moest nemen naar het centrum van Apeldoorn. De Hoofdstraat met al z’n obstakels: mensen, reclameborden, kledingrekken en lawaai een paar keer op en neer, dit alles met die mobiliteitsman op je hielen. Dat leverde een zwetende revalidant eens een tikje op z’n schouder op van een ongeruste Apeldoorner, die zei:”Meneer, ik weet, dat u het niet kunt zien, maar u wordt al een hele tijd gevolgd door een hele enge man. Ik dacht, ik zég ’t maar even!”. De mop van de dag natuurlijk!

Maar ik bedoel maar te zeggen: er werd destijds de mensen geleerd met de bus te reizen, met de trein, de weg in hun eigen woonomgeving en niet bang te zijn om in een vreemde stad hulp te vragen. Kortom: zelfstandig te zijn in hun mobiliteit. Die aanpak kostte tijd en in sommige gevallen veel tijd. Vanwege opgelegde bezuinigingen was die tijd er op een gegeven moment niet meer. Revalidaties werden in tijdsblokken geperst en de mobiliteitsmensen gingen ineens “bewegingsagogen” heten. Cliënten, die meer tijd nodig hadden voor hun mobiele zelfstandigheid konden die niet meer krijgen. Wat ze wél konden krijgen was een taxi-vergoeding!

Iedereen gelukkig, want wat is er makkelijker dan voor je huisdeur in een taxi te stappen en de mobiliteitslessen konden worden beperkt. Van je huis naar de supermarkt en weer terug. Het lag zogenaamd aan niemand, die verschraling, maar de “visie” was weg en de motivatie van de klant eveneens. Misschien overdrijf ik vreselijk in de zucht naar “alles was vroeger beter”, maar erg ver zit ik er niet naast.

Op maandagmorgen zaten de taxichauffeurs soms met zes man tegelijk aan de koffie bij ons, voordat ze met hun lege limousine weer terug moesten naar Groningen, Zuid-Limburg of de Randstad. Gouden handel, die ritten! Geen wonder dus, dat er iets moest gebeuren aan die vervoersregelingen. Alleen zijn ze volgens mij aan de verkeerde kant gaan kappen……..


Oranje boven…..

te zuinig ingekocht......

‘k Moet zeggen, dat ik, na al dat gehannes rond Nico deze zomer, erg benieuwd was naar de nieuwe presentatie van “Eigen Huis en Tuin”. Verfrissend, vind ik. Aan de toneelstukjes van het oude team zijn ze gelukkig nog niet toe en ik bid, dat ze het ook zo houden. Nu was het de eerste keer dus je weet niet hoe het gaat worden, maar het zag er leuk uit. Die poenige boerderij d’r uit, ook een goed idee.

De vrouwelijke presentator, vraag me niet hoe ze heet, want dat duurt bij mij altijd even, bevond zich op een gegeven moment in een “retro-winkel” met jaren vijftig-zestig-zeventig-spullen. Déjà vu, zeg, we hebben het állemaal gehad! Ik zie ons nog de biezen tegels aan elkaar zitten naaien voor onze eerste doorzonkamer. Goedkope vloerbedekking, helaas niet duurzaam, want als er een naadje losraakte kon je zomaar een doodsmak maken, maar léuk zag het er uit! De knaloranje lampen, zoals wij die hadden, zijn weer helemaal in. Het woeste behang met grote patronen is er weer en de dito gordijnen!

Ik zou er nu niet meer tegen kunnen. Toen wel, want toen onze jongste geboren zou worden vond ik op het laatste ogenblik, dat onze slaapkamer, waar het gebeuren moest plaatsvinden, toch nog even opgeknapt moest worden voor de kraamvisite. Daartoe wilde ik de muur achter ons bed oranje verven. Kamer op het noorden dus dat leek me wel vrolijk.

Ik haalde een bus verf, die mij wel voldoende leek. Voor ik begon zette ik met grote letters (er werd toch overheen geschilderd dus wat gáf dat nou?) de tekst: HIER MAFFEN JOUKE & ELS. Geintje. En de waarheid. Ik begon met overschilderen, maar op driekwart van de muur begon ik te merken, dat ik het met dat ene busje niet halen zou. Want het dekte ook niet helemaal, je zag die letters er nog doorheen. Het zou in ieder geval nog een keer over moeten. Verf bijhalen dus. En toen hádden ze die kleur niet meer! Wat wil je, oranje. Hartstikke populair in de seventies! Het kon wel een paar weken duren voordat de voorraad was aangevuld, maar het kwám wel weer, hoor!

Maar mijn kind kwam ook en dat duurde geen weken meer! Ik kocht in een andere winkel een bus verf die enigszins in de buurt kwam. Het was wel afwijkend, maar ik maakte het laatste kwart van de muur ermee af en probeerde de letters wat te camoufleren. Als je het niet wist, tja, dan zag je het misschien niet, maar helaas wist ik het wel! Een poster of schilderij er over heen was ook geen optie, want de tekst zat zowat tegen het plafond. Stom, stom, stom! Doe ik eens iets leuks!

Ons kind was zo’n schatje ( nog steeds!) en moeder zo blij, dat het zwangerschapskarwei er op zat, dat al dat oranje gewoon diende om ons te laten stralen. Dus kwam het toch nog goed, maar peentjes heb ik gezweten tijdens het schilderen van die muur en die zijn ook al oranje…….


Ouders van nu…..

je hébt ouders......

Met een herhalingsreceptje was ik vanmiddag even bij de apotheek. Ik ben, vanwege die herhaling, geen frequente, maar wel een regelmatige bezoeker. Omdat mijn driemaandelijkse voorraad geneeskrachtige middelen wat administratief en etiketteer-werk met zich brengt, moet ik altijd even wachten. Ik doe dan een stapje terug van de balie of ik bekijk even de schappen, waarop de smeersels liggen waarmee ik mijn verouderende huid en dito gewrichten op peil zou kunnen houden. Dat zijn veel soorten en merken en ik kan niet kiezen dus ik laat het maar zo.

Een eindje verderop stonden een vader en zijn zoon eveneens te wachten. Vader einde dertig, begin veertig, zoon een jaar of zestien, zeventien. Beiden sportief, gebruind, zelfde kapper, zelfde kledingmerk. Een oudere en een jongere uitvoering. “Hé, condooms!”, wees de zoon.”Effe kijken wat ze kosten. Scheelt niet eens veel!”. Met wát? De automaat in Spanje, waar ze zo onhollands bruin, net vandaan kwamen? “Ja, maar die moet je niet nemen!”, sprak vader, “dan stink je een uur in de wind naar rubber, jôh! Helemaal als het warm is!”. “Zie je wel”, dacht ik, “Spanje!”. “En je moet ook opletten, hoe dik ze zijn”, zei de man. Aanschouwelijk onderwijs, ik ben d’r altijd een voorstander van geweest.

Aan de andere kant van de winkel stond een apotheekmevrouw met een moeder en een tienerdochter. Dochter had last van bobbeltjes, die hevig jeukten. Ze werd er gek van, zei ze. De apotheekster keek en dacht, dat het wel eens een zonne-allergie zou kunnen zijn en daar had ze wel een zalfje voor. Dat was dan geregeld.

Maar de moeder dacht: “We zijn hier nou toch en het scheelt me een ritje naar de dokter!” en ze zei:”….en ze valt ook nogal eens flauw!”. “Mám!!”, riep het meisje geschrokken. De apotheekmedewerkster reageerde professioneel. “Dat kan allerlei oorzaken hebben, mevrouw, daar moet u voor naar de huisarts”. Het meisje was érg boos. Ze liep alvast naar buiten, terwijl haar moeder afrekende.

Ik zag later in het winkelcentrum zowel pa met z’n zoon als de moeder met haar dochter. De één met een gemoedelijk “ouwejongenskrentenbrood”-sfeertje om zich heen, dat aanmerkelijk gezelliger aandeed dan dat rond de dames. Hevig in discussie. Ouders, je hebt ze in soorten, maten en kwaliteiten…….


Duur schuim…..

schuimend sop....

Het is eigenlijk raar, dat achter het woord “reclame” in het woordenboek zowel de uitleg: “aanprijzing” als “beklag” staat. Zo wordt het natuurlijk nooit wat met die reclames. Ze hebben onderzocht, las ik, hoeveel effect het vaak herhalen van steeds dezelfde reclameboodschap heeft op consumenten. Ze gaan er in ieder geval niet spoorslags door naar de winkel of meteen telefoonnummers bellen als die er bij staan. En na drie keer, zeker als dat kort na elkaar is, veroorzaakt de reclame al ergernis.

Bij ons in de krant staat tussen de advertenties wel eens de aanmoediging, bestemd voor adverteerders: “Herhaling is de kracht van reclame!”. Dat blijkt dus niet waar te zijn. Mensen krijgen er de kriébels van. Ik ben, denk ik zelf, een kritische consument. Denk redelijk vaak: “Ja, hoor, dat zal allemaal wel!” als iets wordt aangeprezen als zijnde onmisbaar in mijn bestaan.

Maar nu ben ik toch wel mooi ergens ingestonken. En omdat het om een schoonmaakmiddel voor het toilet gaat is dat nog aardig toepasselijk ook. Hád ik nou maar eerst de Consumentengids gelezen, die ik anders altijd aardig doorneem, dan had ik gezien, dat ze aan dat artikel een levensgrote “min” toekenden. Het gaat om de Harpic Ready Brush, die ik bij Blokker kocht, omdat die mevrouw op de televisie haar toilet zo blij stond te poetsen ermee en ook omdat ie in de aanbieding was, want zo ben ik dan ook wel weer: graag voor een dubbeltje op de eerste rang.

Een Consumentenbond-testpanel kon er gemiddeld 8 keer de pot mee schoonmaken en dat vonden ze al niet veel, maar ik kwam niet verder dan vier keer. Toen was ie leeg. Nou ben ik een royaal type, hoor, dus daar kwam het ook van. De keren, dat ik met de hand een afwasje doe, knijp ik ook te ruim in de fles en rijst het schuim de pan of de gootsteen uit. Ik ben daarom blij met de vaatwasser, die met een afgepast blokje wasmiddel vaatwast, want dat scheelt ons huishouden handenvol met geld.

Maar koop hem maar niet, die Harpic-snelreiniger, want zelfs als je minder kwistig schoonmaakt dan ik ben je gauw uitgesprietst en hij blijft natuurlijk niet herhaald in de aanbieding. Blokker is niet gék, zeg…….!


Zoetwaren……

zoethouder.....

Toen ik vorige week las, dat CSM zijn snoepdivisie in de verkoop doet, omdat die niet genoeg oplevert, bedacht ik me, dat het woord “snoep” in de loop van de jaren een ongunstige klank heeft gekregen. Zoals wij vroeger thuis een snoeptrommeltje in de kast hadden, zul je dat in veel moderne gezinnen in die vorm toch niet meer tegenkomen. Bij ons zaten er soms ulevellen, toffees, boterbabbelaars met van die ruitjes erop in of amandelbonen. Die laatste dingen waren best groot, glad en keihard en het mag een wonder heten, dat er nooit een kind in is gestikt. Van al die snoepjes weet ik niet eens of ze nog bestaan.

In mijn tijd kwam zo’n beetje de schooltandarts in de mode en ik neem aan, dat die hard nodig zal zijn geweest. Vlak na de oorlog zeker. Mijn moeder kreeg overigens elke week “het snoepje van de week” bij de boodschappen, die ze bij De Gruijter deed. Mijn grootmoeder in Den Haag had ook een snoeptrommel. Van haar kregen we maar één snoepje, volgens de Haagse methode, en dat noemde ze dan “een zoet mondje”. Dat kreeg je er ook van, je zoog er heel zuinig op, want je kreeg gewoon niet meer en was kennelijk tevreden.

Een heel verschil met de mega-zakken snoep, die tegenwoordig in de schappen liggen. De gróótste mega-zak vind ik trouwens Peter Jan Rens, die eens moet ophouden met snoep te promoten voor Haribo op een Meneer Kaktus-manier, die niet meer bij zijn leeftijd past. Hoewel:” Haribo macht Kinder froh und Erwachsene ebenso!”. Het zullen wel dure spotjes zijn geweest met die ouwe snoeper.

En kan die “bijzonder” melige opa ook eens ophouden met dat gemekker tegen zijn kleinzoon over die Werther’s Echte? Als er iets ónEcht is, is het die reclame wel…….!


Amy……

jong geleerd......

Een neef en nicht van ons hebben een zogeheten “groepsrestaurant” in Bennekom. Geen gewone horecagelegenheid, maar een die gespecialiseerd is in wat grotere gezelschappen, waar mensen die iets te vieren of te vergaderen hebben, de enige gasten zijn en die dan hun specifieke culinaire wensen vervuld kunnen krijgen.

Nu is deze maand hun eigen specifieke wens in vervulling gegaan: ze kregen een prachtige dochter, Amélie Henriëtte Louisa, kortweg Amy. Vanmiddag stond bij de ingang van het restaurant een groot bord met de tekst “Welkom op mijn feestje! Amy”. En maakten we kennis met het, voor mij althans, nieuwe begrip “babyborrel”. Familie, vrienden en kennissen waren uitgenodigd om het bor(r)elingske te komen bewonderen en op haar gezondheid het glas te heffen. Trotse vader en moeder natuurlijk en ook de opa’s en oma’s liepen te glimmen.

Heel veel mensen hebben aan de uitnodiging gehoor gegeven en het was ook best een leuk uitje voor de zondagmiddag! Zoveel is er in Bennekom niet te doen! De cadeautafel deed nauwelijks onder voor die van Máxima en Willem A. bij de presentatie van hún Amalia. Amy liet de drukte maar rustig over zich heen gaan. Ik ben blij voor haar, dat een kind op die leeftijd nog geen weet heeft van al die “oh”en “ah” roepende koppen boven haar wagen. Op een laptop lieten ze een slideshow draaien met de allereerste foto’s dus aan alles was gedacht.

Het was erg gezellig. We hebben weer veel familieleden en bekenden gezien. Veel kinderen ook, die inmiddels de maat van Amy waren ontgroeid, maar van wie de moeders zich met weemoed de tijd herinnerden, dat ze niét liepen rond te rennen en zich ongevraagd aan de snaaierij liepen te vergrijpen! Voor alles is een tijd. Amy hield zich trouwens aan haar eigen babyborrel, van Nutricia of daaromtrent…….


Singing the blues……

olifantenblues......

Apeldoorn heeft een Bluescafé , waar regelmatig live muziek te horen is. Omdat mijn dochter en schoonzoon elkaar daar hebben “ontdekt” is het voor hen wel een aparte plek en gaan ze, als er bijvoorbeeld op zaterdag- of zondagmiddag iets te doen is, met de kinderen wel eens even luisteren.

Onze kleinzoon houdt erg van muziek, maar zo’n live band vindt ie vaak wel een beetje teveel van het goede. Zijn moeder heeft dan ook altijd oordopjes paraat voor ‘m. Toch vertelde hij vorige week, dat hij, “als hij net zo groot is als papa” gaat zingen in het Bluescafé.

Op de vraag wat hij dan dacht te gaan zingen tegen die tijd zei hij: “Olifantje in het bos”, want dat is zijn tophit, stijgend met stip. Als ze het dan toch in hun hersens halen om hem uit te fluiten in dat Bluescafé, nou, dan krijgen ze met mij te doen…..!