Zachtmoedig…..

beginnersauto van velen...!

Het volgen van het programma “Terug op de werkvloer”, ook al zijn het herhalingen en hebben ze het nog over guldens als ze het over de investeringen hebben, is aardig. Deze week was er een directeur van een beveiligingsbedrijf, die eens aan den lijve ging ondervinden wat zijn ondergeschikten dagelijks aan hun lijven ondervinden.

Omdat de politie het parkeerbeheer in Amsterdam aan zijn bedrijf heeft overgedragen moest hij ook bonnen schrijven en wielklemmen aanbrengen. Daar was hij niet voor in de wieg gelegd. Te soft, te bang en te aardig. Bij elke bekeuring, die hij onder de ruitenwisser schoof, zei hij : “Sorry, meneer, mevrouw, het is niet anders!”.

Hij liet zich geweldig in de luren leggen door een reus van een vlot pratende Antilliaan (denk ik) met een wel zo verschrikkelijk doorzichtige rotsmoes, hij kreeg zelfs een hand van de man, dat zijn “collega-voor-één-dag” er hoofdschuddend bijstond. Hij vond z’n baas maar een watje.

Die maakte de blits bij een paar buitenlanders, die úren te laat bij hun auto terugkwamen, omdat ze, dé smoes voor toeristen, de weg niet wisten in Amsterdam. “Have a nice holiday!”, zei hij. “Van mij hadden ze ’n bon gekregen!”, zei de collega. “Ach, ik heb wel een paar toeristen gelukkig gemaakt!”, zei z’n directeur. De VVV is er blij mee en als directeur kun je dat doen.

Nee, dan die politie-agenten elders, die een quotum moeten halen van 300 bekeuringen per jaar, omdat het anders gevolgen voor ze heeft! Maar na afloop van zijn werkweek had de directeur wel veel respect voor zijn werknemers, vanwege de agressie en boze mensen die ze tegenkomen tijdens hun werk. “Ik ben een held op sokken”, zei hij.

Mijn zus, die nu in Australië woont, is zo’n twintig jaar geleden parkeerwacht geweest in Utrecht voor een poosje. Na de gedegen opleiding uniformpje aan, een, volgens haar, belachelijk eivormig hoedje op en daar ging ze. Ze vond het maar niks, bonnen schrijven, maar daar was ze toevallig wel op aangenomen. Wat ze het engste vond waren grote Mercedessen, omdat daar ook grote mannen met grote vrienden bijhoorden. Dus “schrijven” en dan met grote spoed en stijve kuiten de hoek om. Dat was de strategie.

Bij deux-chevautjes en Morris-minortjes ging ze eerst nog even een blokje om en dan kijken of ze al weg waren, want die vond ze lief. Laten wegslepen moest ze ook doen en dat was ook eng, vanwege de agressie van de eigenaar. En dat zal er in die twintig jaar niet beter op geworden zijn. Maar daarvoor is ze niet geëmigreerd, hoor………..!


Moord…..

mooi huis.....

Toen ik vanmorgen de keukendeur openzette kwam ik tot de ontdekking, dat ik, toen ik ‘m gisteravond dichttrok en op het nachtslot deed, een paar naaktslakken heb vermorzeld. Ze zaten, verworden tot een ondefinieerbare grijze slijmerige massa, tussen de drempel hun familienaam “weekdier” vreselijk eer aan te doen. Met keukenpapier heb ik ze verwijderd en ter groenbak besteld. Zijn ze toch nog een beetje waar ze horen en hij wordt morgen geleegd. Mijn slachtoffers waren als naaktslak toch al de daklozen van de slakkenwereld .

Ik heb een haat/liefdeverhouding met slakken. Ze vreten je hosta’s en jonge plantjes op, maar hebben ook van die mooie huisjes. Er zijn zoveel verschillende ook en dan vooral in ónze tuin. Ik heb wel eens van die slakkenkorrels gestrooid, ecologisch zeggen ze, maar daar heb ik ondertussen ook alweer andere verhalen over gehoord. Slecht voor de vogels, die er ziek van worden of dood gaan. En van vogels houd ik nog net een ietsje meer dan van slakken. Dus ik strooi niet meer en daar varen ze allemaal wel bij als je de hosta’s niet meerekent.

Fransen doen gekke dingen met slakken. Behalve dat ze ze eten, (daar hoef je trouwens geen Fransman voor te zijn en het woord escargots klinkt minder vies dan slakken, zolang ik maar niet hoef!) houden ze ook wedstrijden slakkenspugen! Alain Jourden, 43 jaar, heeft zondag in Bretagne het kampioenschap gewonnen. Daartoe nam hij een levende slak in zijn mond, nam een aanloop van 20 meter en spuugde zijn slak 9 meter en 38 centimeter ver. Het wereldrecord, ook op zijn naam, staat op 10 meter 40. Hij had dus zijn dag niet.

Er deden 110 deelnemers uit veertien landen aan mee. Beschaafde landen als België, Engeland en Duitsland o.a. Er waren 2000 toeschouwers uit alle windstreken. Het wordt nog wel wat met de wereld. Sport verbroedert……….


Krappe kraplap……

marken.....

Bij Cockie las ik over haar avonturen op Marken. Nou, die heb ik ook beleefd, hoor! We hadden vroeger bij mijn ouders thuis een meisje, dat mijn moeder hielp in de huishouding. Ze heette Jannetje Uitdam en kwam van Marken. Ze reisde elke dag met een bootje, want er was nog geen dijk, van Marken naar een steiger bij het Centraal Station in Amsterdam en stapte dan op de tram naar ons in Oost.

Ze was helemaal in klederdracht en wij vonden dat wat onhandig, maar wel prachtig. Mijn jongste zusje was toen een jaar of drie en die heeft ze eens helemaal aangekleed met een meegebracht Marker costuumpje van háár zusje. Het leek wel een pop. Ergens moeten er nog foto’s zijn.

’s Winters, als de Gouwzee dicht lag, reed ze op de schaats naar Monnickendam en ging vandaar verder. Hartstikke stoer vonden we dat. Ik ben ook eens een weekend met haar mee geweest naar huis. Gelogeerd in zo’n huis op palen. Ze woonde op de Kerkbuurt. In dat weekend hebben ze mij ook in zo’n dracht gehesen. Er was echter een probleem: de kraplap. Marker klederdrachtmeisjes zijn plat van voren en Amsterdamse meisjes niet. Die kraplap moest over de borstpartij en er zijn heel wat spelden aan te pas gekomen en nog liep ik behoorlijk in de gaten.

Want het zondagse vertier was lopen langs de dijk, de jongens en meisjes loerend naar elkaar. Ik was ’n jaar of vijftien en ik vond het best eng. Er was een Hervormd looprondje en een Gereformeerd. Twee keer naar de kerk en verder was er niks te doen.

Sijtje Boes was in die tijd de koningin van het eiland met haar souvenirwinkel. Er werd over haar gesproken, want ze had centen en sprak Engels. De grootste wens van Jannetje was om “in burger” te mogen, maar in de tijd dat ze bij ons was mocht ze dat niet van thuis. Marken…’t kwam weer helemaal terug bij het zien van Cockie’s foto’s. Maar jeetje, er is wel meer te beleven zo te zien……!


Nul zes…….

nee, dit kennen we niet in Achtertuinia......

We zijn met vakantie in ons eigen huis. In onze eigen tuin eigenlijk. Het is zó stil in de buurt vanwege het feit, dat iedereen vertrokken is, dat het zeer dorps aandoet. Onze naaste buren zijn er wel, maar dat zijn geen lawaaischoppers. Onze buurman kwam zich van de week zelfs even verontschuldigen omdat hij iets te zagen had en dus wat herrie ging maken! Hem valt de stilte in de buurt dus ook op en hij wil die niet verstoren.

Onze dochters zijn met hun gezinnen dit weekend op vakantie gegaan. In het drukste weekend met honderden kilometers file. Het weekend van “zwarte zaterdag” en dat vond ik érg naar klinken. Maar van allebei hebben we al een telefoontje gehad, dat ze goed zijn aangekomen en dat het erg was meegevallen. Met zulke kleine kinderen in de auto weet je het maar nooit. Heel erg ver weg zijn ze gelukkig niet gegaan, de één naar Duitsland ter hoogte van Luxemburg en de ander naar Bretagne. De vakantieplek was leuk en ze waren aan het genieten.

Ik vind het altijd fijn als ze even bellen. Dat kan zo makkelijk tegenwoordig, hoewel je de tarieven maar even bij je vakantiebudget moet optellen! Maar de oproepen van de ANWB-alarmcentrale hoor je al bijna niet meer. Dat waren altijd van die ellenlange opsommingen van familienamen, autonummers en vage omschrijvingen van waar mensen zich zouden moeten bevinden. “Maak van thuisblijvers geen spoorzoekers” kreeg je toen als slogan, want er waren hele volksstammen die vertrokken zonder ook maar iemand te laten weten welke kant ze opgingen. Misschien wel expres! Maar nu ben je meestal wel te traceren. Prettig geregeld voor de mensen in Achtertuinia, Balkonia en Terrassia……….


Typen op de piano…..

zo zagen de typemachines er uit toen....

Gisteravond zagen we in “Het uur van de wolf” een documentaire, uit 1999, over Frieda Belinfante. Een in 1904 in Amsterdam geboren celliste, die later dirigent werd. Een heel bijzondere positie voor een vrouw in een ongeëmancipeerde tijd. Als je leider bent van een orkest als vrouw moet een heel stel mánnen doen wat jij wilt! Nu was ze, zoals uit de film bleek, gezegend met een groot aantal mannelijke hormonen, zodat ze , na een huwelijk geprobeerd te hebben zoals gebruikelijk, verder alleen maar relaties heeft gehad met vrouwen.

Omdat ze half-joods was heeft ze in de tweede wereldoorlog behoorlijk wat meegemaakt. Ze hief haar orkest op omdat ze weigerde lid te worden van de Kulturkammer en werd actief in het verzet. Ze vluchtte na veel omzwervingen in haar eentje naar Zwitserland, waar ze in een vluchtelingenkamp terechtkwam. Na de oorlog en na een weinig enthousiaste “ontvangst” terug in Holland emigreerde ze in 1947 naar Amerika. Daar zijn haar in haar culturele loopbaan door haar vrouwzijn én haar geaardheid flink wat (mannen-)voeten dwars gezet. De vrouwenbeweging hield haar overeind. Ze is 91 geworden en in 1995 overleden. Een boeiend verhaal over een boeiende vrouw, die zich niet liet onderschoffelen!

De naam Belinfante is mij zeer bekend, want mijn eerste pianolessen kreeg ik op de muziekschool van Martha Belinfante in de Watergraafsmeer. Volgens mij waren ze geen familie. Maar éigenlijk kreeg ik de allereerste lessen van Tootje Jansen, een op het accountantskantoor van mijn vader werkend meisje. Zij speelde tussen de middag ( het kantoor was bij ons aan huis gevestigd) altijd zo prachtig op onze piano, dat ik als tienjarige niet bij haar was weg te slaan.

Mijn vader vond, dat ze voor mijn muzikale educatie de typemachine wel even kon verruilen voor de piano en zo kreeg ik twee keer in de week, als het werk het toeliet natuurlijk, ’s middags na school een uurtje les. Totdat Tootje zei, dat ik nu maar écht les moest krijgen en toen ging ik naar de Belinfante-muziekschool. Maar zo gezellig les als bij Tootje heb ik nooit meer gehad…….!


Hou je in……

ach, hier wil ik wel huppelen....

Mijn echtvriend is een spontane man. Dat is een leuke eigenschap, maar soms ook ergerlijk. Het is als vrouw van een dergelijk spontaan figuur moeilijk om hem in bedwang te houden als hij midden in de Apeldoornse Hoofdstraat zegt: “Zullen we even huppelen?”. Dan heeft hij het naar z’n zin en dat moet er dan even uit. Ik vind dan dat hij dat maar anders moet uiten en in ieder geval niet mij er bij moet betrekken. Ik ben daar te oud voor. Hij ook, maar hem kan ’t niet schelen.

Bij concerten is hij na afloop soms zo enthousiast over de uitvoering, dat hij zijn applaus het liefst zou begeleiden met een krachtig “bravo!” of zoiets. Dat hoor je via de radio nog wel eens als ze iets uitzenden vanuit zuidelijke regio’s, omdat het daar heel gewoon is. Vooral bij opera’s! Hij weet van mij, dat ik dat niet zo leuk vind dus heeft hij zijn reactie al wat teruggedraaid, maar eigenlijk is dat zot. Van mij dan. Dat ik hem daartoe aanzet, omdat ik het te opvallend vind.

We waren in de jaren zeventig eens bij een optreden van Miel Cools. In die tijd een populaire luisterliedjeszanger. Hij is nog ouder dan wij dus het is “ouwe hap”, hoor! Wie kent hem nog?

toen was ie niet grijs...!

Niet veel mensen, denk ik. Maar enfin, we zaten op de voorste rij van de Groningse Schouwburg. We hadden in die dagen weinig geld dus Miel zal het wel waard geweest zijn. Mijn man vond het een geweldige voorstelling en applaudisseerde na elk nummer erg enthousiast. Miel had dat snel in de gaten en “speelde” een beetje op hem. Liep steeds zijn kant op en keek dan naar ‘m. Dat mijn man hém niet zag vanwege zijn blindheid viel niet op, het was gewoon erg leuk, die interactie. Als ik hem toen meteen had verteld over dat “oogcontact” had ie zich misschien ingehouden en dat was niet leuk geweest. Dat vertellen deed ik dus pas na afloop van de voorstelling! Ik hield me bij die gelegenheid dus in.

Spontane opwellingen zijn leuk. Niet altijd en zeker niet bij iedereen, want ze pakken wel eens verkeerd uit. Maar meisje Webkim moet vooral onder die spetterende fontein doorlopen, net als haar buurkinderen. Tuttige vrouwen, die niet willen huppelen, dat zijn de enigen die dat niet doen……..


Gevorderden…..

conceptcar/rollator voor de toekomst...

Er is weer veel te doen over de bejaarde automobilist. Ik moet eerlijk toegeven niet ten onrechte. Ze doen soms rare dingen. En beperkten ze zich nou maar tot racen op Zandvoort in een scootmobiel, zoals ik gisteren op het Journaal zag. Een beetje slalommen om oranje pilonnen, bejaardenhuizen tegen elkaar strijdend om het kampioenschap van Nederland. Dan kan het allemaal geen kwaad.

Maar er gebeuren teveel ongelukken, waarbij je leest, dat er bestuurders van vergevorderde leeftijd bij betrokken zijn. Als slachtoffer, maar ook als veroorzaker.

Of ze rijden het huis van de overbuurman binnen, omdat de rem ineens op de plaats van het gaspedaal lijkt te zitten. Hoewel, op ons pleintje vond vorig jaar een van onze buren een, nét z’n rijbewijs behaald hebbende, buurjongen met auto en al in de schuur. Had ook wat moeite met gas en rem. “Ach”, zei de buurvrouw, “dan ruim je weer es op”.

In Friesland had een bejaarde man, die al drie maal voor zijn verplichte herexamen was gezakt, eigenhandig het geldigheids-jaartal van zijn rijbewijs veranderd. Hij dacht het wel tot 2006 te kunnen volhouden. Maar hij viel op door zijn ruime bochtenwerk en het niet kunnen volgen van de rechte lijn op de snelweg. Toen was ie z’n rijbewijs én z’n auto kwijt en zijn familie mocht ‘m komen halen op het politiebureau.

Nederland vergrijst en grijs Nederland hecht aan zijn mobiliteit, net als iedereen. En aan zijn zelfstandigheid en onafhankelijkheid en dat kun je ze niet kwalijk nemen. Ik ben ook op leeftijd en zal over een jaar of wat ook moeten bewijzen, dat ik nog meekan in het verkeer en geen gevaar ben op de weg. De auto is voor ons vrijheid en die opgeven zal niet meevallen. Toch hoop ik voldoende gezond verstand te hebben tegen de tijd, dat ik dat moet gebruiken.

Maar ze zeggen, dat de oplossing voor het probleem zal liggen in het uitdenken van veilige, slimme auto’s! Die je waarschuwen voor van alles en nog wat en dan liefst tijdig dus. Daar kunnen al die krasse heren en dames hun voordeel mee doen dan. En zij niet alleen, dacht ik zo. Nou, kom maar op met die toeters en bellen…..!


Het grijze circuit….

inderdaad....grijs

Vanmiddag was mijn ega weer een paar uur fietsen met een voorrijder, die zo’n vijfentwintig jaar jonger is dan hij. Dat is een feit, maar hij doet qua uithoudingsvermogen beslist niet voor ‘m onder, dat moet gezegd. De conditie valt lang niet tegen! Transpireren en verlangen naar een verkoelend drankje doen ze allebei na zo’n rit en ik zorg dan ook snel voor de ravitaillering. Dat heet zo bij wielrenners, toch?

Ze kwamen vanmiddag op de terugweg ter hoogte van het woonwagencentrum De Haere tussen Vaassen en Apeldoorn langs een man, die met een fles drank naast zich aan de kant van de weg zat. Die man riep tegen mijn echtgenoot: “Hé, val d’r niet af, opa!”. Nou had mijn man vandaag een grijs shirtje aan en dat bij een grijze baard, ja, dan krijg je dat. Ik zal er op letten de volgende keer, want hij heeft best wel rooie en blauwe shirts dus dat kleurt wat beter. Een oranje zelfs, maar daar staat “Hup Holland” op en dat klopt niet meer zo.

Hij vertelde het voorval vanmiddag als een grapje en ik moest er erg om lachen, maar de boer met kiespijn was niet ver bij ‘m uit de buurt! Maar verder moet dat drankorgel daar langs de weg maar naar zichzelf kijken. Waar bemoeit ie zich mee? Laat ie gaan fietsen……..


Wat is er dan, schatje….?

úrenlang...!

Terwijl wij vanmiddag even lekker achter het huis in het zonnetje zaten, vond een naburig kleuterkind het nodig om langdurig te drenzen. We zijn lang genoeg ouders en grootouders om het gehuil te herkennen van een kind, dat écht iets mankeert of van één dat z’n zin niet krijgt. En dan zijn toevlucht neemt tot de tactiek van de langste adem. Die van hun moeder of die van henzelf. Ik had vanmorgen de vader al horen roepen: “En nú hou je op!!!”. ’t Kind had dus duidelijk zijn dag niet.

Ik kan me van vroeger niet zo goed herinneren of wij met onze kinderen dergelijke krachtmetingen hadden. Verdrongen misschien, weet je veel. We hádden d’r eentje, die altijd zei, dat ze “baas van zichzelf” was. Dat heb ik op zich altijd een uitstekende gedachte gevonden: iedereen baas van zichzelf. Dat had ze zelf zo verzonnen.

Onze andere dochter deed het weer anders. Toen die een jaar of drie was had ze ook eens zo’n dag, dat er geen land met haar te bezeilen was. Blèren om niks! Urenlang, echt om niks. Tot ze ineens ophield en met van die traanoogjes zei: “Wat doe ik gék, hè?”. Ze moest vréselijk lachen, rolde om van de pret en het was over. En toen zijn we maar samen boodschapjes gaan doen.

Ik heb er nog wel eens aan moeten denken als ik zelf wel eens zo’n dag had. Stampij maken om…ja, wát eigenlijk? “Wat doe ik gék, hè?”. Want ik heb ook nog eens ’n man, die nou nooit es zal roepen: “En nú hou je op!”. Tsja, baas van mezelf, dan moet je het ook helemaal zelf doen……..


Op een klein stationnetje……

inderdaad....service

Op het Apeldoornse station is geen reizigersloket meer. Als je een kaartje wilt kopen, zonder tussenkomst van een kaartjesautomaat, moet je aansluiten bij de rij mensen, die in de hal van het station bij de kiosk een bekertje koffie of een snackje koopt. Als bijproduct hebben ze daar dan ook spoorkaartjes. Dan moet je bestemming niet al te moeilijk zijn, want ze hebben meer verstand van koffie.

Het blijkt nog niet zo best te lopen met de vernieuwde vorm van dienstverlening van de NS, las ik in de krant. Zo was er een oude mevrouw uit Zoetermeer, die niet zo best met de kaartjesautomaat overweg kon en daarom aan het loket een kaartje wilde kopen, zoals ze dat altijd deed in het rustieke Apeldoorn. En die haar trein miste, omdat de koffie voorging. Er wordt dus gemord door de reizigers.

Er was ook een opgewonden verhaal van een man uit Epe, die met zeven man een evangelisatiereis ging maken naar Marokko. Ze wilden kaartjes vanaf de grens naar Brussel, want vanaf daar gingen ze vliegen. Tót de grens hadden ze al vervoersbewijzen. Bovendien wilden ze retourtjes, die bij terugkomst ook nog geldig zouden zijn. Een ingewikkelde bestelling, waar de kaartjesautomaat dan ook moeite mee had.

Dus óp naar de koffiedames. Die wisten het ook even niet en het evangelisatieclubje dreigde behalve de trein ook het vliegtuig te missen in Brussel. Dat is vervelend natuurlijk, maar hallo! Dat regel je toch van tevoren? Je reist niet naar Staphorst, maar naar Marokko! Daar ga je het evangelie brengen, nota bene! Dat is toch wel een beetje erg veel vertrouwen op de Heer, hoor! En op de service van de Nederlandse Spoorwegen………!