Modebewust…..

Als je dat bent zul je je ongetwijfeld kleden zoals de mode dat voorschrijft. Die verandert steeds, zoals een kleur die ‘in de mode’ is, ook elk jaar wel wisselt. Ik ben dus verre van modebewust. Dat komt mede doordat ik dingen, die nog helemaal goed zijn en lekker zitten niet weg kan doen. Ja, zwabberbroeken met wijde pijpen of zo, die gaan de deur uit. Ik wens niet voor gek te lopen. Maar verder? Als ik een kleur leuk vind en die staat me wel, nou jammer dan, als het geen modekleur is.

Ik zie d’r wel netjes uit, hoor. Vind ik zelf dan. Aan mij heb je qua modebewustzijn helemaal niks. Ik vind alleen iets te kort, te lang of te bloot. Ik let wel op of iets nog wel bij mijn leeftijd past. Je hoeft niet te jolig te doen, hoewel iets je soms wel lekker ‘op kan halen’ natuurlijk. En iets nieuws kopen als je d’r toevallig tegenaan loopt heeft ook wel iets gezelligs zo nu en dan.

Hoe ik nou zo op al dat modegepraat kom is eigenlijk een gevolg van een artikeltje in de krant, waarin stond dat een ontwerpster uit Deventer kleding heeft gemaakt, speciaal voor blinde en slechtziende vrouwen. Met allerlei voelbare frutsels eraan, ritsen in plaats van knoopjes aan een blouse en met een coating van siliconen om vlekken er met een doekje af te kunnen halen. Want vrouwen met een visuele beperking willen ook leuk gekleed gaan, zegt ze.

Nou, dat laatste vind ik logisch, dat willen vrouwen wel vaker, blind of niet. In revalidatielessen bij onze voormalige werkgever spitte ik met cliënten hun hele kledingkast door en inventariseerden we alles op voelbaar, kleur en bij elkaar passend. Meestal wisten ze zelf al hoe of wat, maar soms was er altijd hulp nodig van huisgenoten. In het kader van zelfredzaamheid waren er allerlei merkdingetjes die konden helpen die te bevorderen. En soms hoefden die er helemaal niet aan te pas te komen en iemand er alleen maar op attent gemaakt te worden, dat ergens een labeltje, lusje of knoopje zat waaraan een kledingstuk was te herkennen.

Kleding kopen deden de meeste vrouwen (de mannen trouwens ook) met iemand die zien kon en kon beoordelen of het leuk stond. Ik heb wel eens iemand gehad, die zei: “Ik ga nóóit met m’n zus, die heeft zo’n slechte smaak!” Hoe ze dat wist is me toen ontgaan, maar het was wel lachen! Dat van die blindenkleding zal voor sommige blinde mensen best goed uitkomen, maar voor anderen een stempeltje zijn, dat onnodig is. Die ontwerpster zal hopelijk wat marktonderzoek hebben gedaan.

Ik heb best wel eens een slechtgeklede cliënt gehad destijds. Dat feit had meestal andere oorzaken dan een slechte kledingkeuze. En de knopen die misten aan zijn of haar kleding die leerden ze al revaliderend gezellig bij mij d’r weer aanzetten. Het kwam altijd wel goed met het uiterlijk van zo’n iemand. Alleen al doordat je op een revalidatiecentrum met z’n allen in hetzelfde schuitje zit, van elkaar leert en nieuwe vrienden maakt. Ik heb leuk werk gehad altijd.

Mijn blinde kloris heeft geen siliconentruien, hoor. We wássen de vlekken er wel uit, want vlekvrij, wie is dat nou wel? Ik alvast niet…..


Heden en verleden…..

Wij luisteren op zondagmorgen altijd naar het concert dat AVRO/TROS uitzendt vanuit het Concertgebouw in Amsterdam. Kop koffie erbij, prettig begin van de zondag, vinden wij. Een dag om het rustig aan te doen, maar ja, dat kan in principe bij ons elke dag, uitzonderingen daargelaten. Maar de hele straat doet het op zondag rustig aan. Veel nog gesloten gordijnen en zo.

Maar over het concert van vandaag. Dat viel bij mij sowieso in het pulletje, want het werd uitgevoerd door de Marinierskapel der Koninklijke Marine. Ik hou erg van de klank van een blaasorkest. Mogen ze me voor wakker maken.We hebben in Deventer ooit al eens een concert bijgewoond, waarin de Marinierskapel dat gaf samen met The Dutch Swingcollege Band en dat was geweldig. Het swong de pan uit, zal ik maar zeggen.

Wat ze nu op het programma hadden deed dat trouwens ook, want het was The Rhapsody in Blue van Gershwin. En wie was de pianosolist? Gershwin himself ! Die heeft in 1925 een pianolarol ingespeeld en met een pianola en een soort voorzetapparaat, dat heel precies werd gemonteerd op een Steinwayvleugel was hij de solist bij het marineorkest. Wonderbaarlijk, toch?

Er was natuurlijk wel iemand nodig die kundig met verstand van muziek de pianolarol kon bedienen en dat was Jan Bouman, die ook hoornist is. Hij kon ook nog iets doen met de dynamiek, heel bijzonder. Hoe je zo’n iemand nou moet noemen weet ik niet, maar een pianolist lijkt me wel wat..Het scheelt maar twee letters met de pianosolist Gershwin.

De Marinierskapel hield George perfect bij, want die zette er behoorlijk de sokken in 1925. Het was een bijzondere ervaring die combinatie van heden en verleden te horen en de zaal was terecht zéér enthousiast. Geweldig om zoiets eens te doen. Georganiseerd door het Concertgebouw en het Pianolamuseum. Dirigent Arjen Tien krijgt van mij samen met z’n mariniers trouwens ook een tien.

Dit is toch wat anders dan André Hazes jr. met z’n als hologram geprojecteerde overleden pa te zien en horen zingen. Dat is zo erg ‘heden’. Maar ik hou niet van Hazes, dat scheelt ook…..


Januariblues…..

Daar kun je na twee keer een uitvaart binnen veertien dagen uiteraard last van hebben. Met bovendien een zus en een neef die in een brandend werelddeel wonen. En als je een hevig verlangen hebt naar de sneeuwklokjes en de krokusjes. Maar dat heb ik elk jaar.

Hoewel de natuur al weken voor ligt op “normaal” om deze tijd van het jaar. Knoppen in de struiken, vogels die het eigenlijk ook niet precies meer weten. Volgende week zitten we qua temperatuur weer in de dubbele cijfers. Ja, klimaatverandering, net wat u zegt. Mijn kloris wil wel weer een lekker warme zomer, zegt ie. Laat het dan eerst maar even flink regenen.

We wachten het maar af, hoe alles loopt. Er is altijd wat. Maar met de economie komt het gelukkig wel goed, want de koning is naar Oman. Vanwege de goede betrekkingen. Ja, naar een uitvaart, die al geweest is. Kan ook. Zo is er altijd wat, waar je de blues van kan krijgen.

Kloris kwam met een uitdrukking, die hij zijn Friese pleegmoeder vroeger hoorde zeggen. ” ’t Is altijd wat. Kriebel aan de benen en jeuk aan ’t gat!” Nou, daar is nog wel overheen te komen. ’n Mooiere relativering van een januariblues kun je niet bedenken…..!


Vooruitkijken…..

Onze krant komt vandaag met een vooruitblikkend artikel. Dat gaat over hoe over honderd jaar deze regio eruit ziet. Héél anders, dat staat vast. Er wonen om te beginnen veel meer mensen, want de zeespiegel stijgt dus de Randstad wordt onveiliger omdat het daar laag is. En wij zitten hier hoog. Nu al. Hoeven we weinig aan te doen. Nou ja, de rivieren moeten breder, de IJssel bijvoorbeeld moet twee keer zo breed worden. En het IJsselmeer moet uitgediept, want dat moet het Randstadwater opvangen.

Bovendien gaan de naaldbomen vervangen worden door loofbomen, want die houden water beter vast. De kerstbomen worden hartstikke duur, daar kun je op rekenen. Akkerbouw gebeurt op de Flevolandse klei. Veeteelt alleen nog mondjesmaat, dus weinig tot geen belasting van het milieu. Vanwege al die mensen die hier naar toe komen, ze rekenen op een aanwas tot 20 miljoen, worden de steden hier groot. Apeldoorn ook. Niemand zal meer zeggen: “Ik moet nog even naar ’t dorp”, als ze naar het centrum willen.

Groen wordt en blijft het hier wel. Dat vind ik een geruststelling voor mijn nazaten. Hoeven ze niet meteen te verkassen naar die nieuwontdekte planeet TOI 700 d, die nogal op de aarde lijkt, zeggen ze. Het openbaar vervoer zal d’r wel niet op vliegen, want hij is 100 lichtjaar verwijderd, maar je weet het niet. ‘Beam me up’ kan misschien inmiddels ook wel over 100 jaar !

Leuk om te lezen, hoor, zo”n verhaal, dat door de Wageningse Universiteit een wetenschappelijk tintje krijgt. Regeren is vooruitzien. Maar tjee, wat zullen er veel vergunningen en regeltjes nodig zijn om het zover te krijgen. Alleen al zoveel huizen die ze voor al die mensen moeten bouwen, want in een plaggenhut zullen ze wel niet meer willen. Ik ben blij, dat ik dat niet hoef mee te maken, want dat lijkt me het enige feit dat vast staat.

We moeten morgen alweer naar een uitvaart. Een vriend van ons is in zeer korte tijd aan het eind van zijn leven gekomen. Een te laat ontdekte kanker is hem na ‘vage klachten’ fataal geworden. Hij was iets jonger dan wij, maar zo gaat het met generaties mensen. Het is de natuur die het regelt. En dat ‘beam me up’ is een kwestie van geloof en vertrouwen voor veel mensen Onze vriend had beide…..


Kerstwens met ’n wolk erboven…..

Natuurlijk wens ik iedereen een goede kerst. Vier het zoals je zelf vindt dat ’t goed is. Dat doen wij ook met onze club. Ik verklaar even die wolk . In de nacht van zaterdag op zondag jongstleden overleed mijn jongste broer.

Hij had Parkinson, was lichamelijk zeer beperkt, zijn situatie was niet best en werd, ondanks liefdevol veel moeilijk geregel rond huisvesting, alleen maar slechter. Hij is in zijn slaap overleden en dat heeft ons getroost. Ik vind het heel naar, maar ik kan niet treuren. Rouwen wel, hij was mijn kleine broer, we schelen zeven jaar en als je kinderen bent is dat best veel. Later niet meer, maar dan gaat inmiddels ieder zijn weg.

De uitvaart wordt over de kerstdagen heen getild naar de volgende week. Iedereen van de familie viert dus kerst met zo’n wolk erboven. Praten over hem, halen herinneringen op en dat zijn goede herinneringen.

Dat een oud mens nou eerst zo moet aftakelen is slecht geregeld, maar het leven van mijn broertje heeft een vredig eind. Doe mij ook maar zoiets over tig jaar…..


Drukwerk…..

Gisteren, zaterdag, was ik met onze oudste dochter op stap, want voor m’n verjaardag had ik een kussentje voor de bank gevraagd en ze vond dat ik maar zelf mee op jacht moest ernaar. Het is een grijze hoekbank en we zijn zelf al zo grijs, dus hij kon wel wat opleuk gebruiken. Geslaagd, hoor! Yysk had ze. Ik zeg “ze”, want ik kreeg er drie! Grote bank, dus dat staat prima.

Maar toen wilde ik ook nog graag even naar de Intratuin! Dat was op deze zaterdag misschien een iets minder goed idee. Tjee, zó druk! Lars, onze Utrechtse zoon, die even een ’t loodje gelegde plant wilde vervangen daar, vertelde dat er verkeersregelaars bij de Utrechtse vestiging ingevlogen waren! Hier in Apeldoorn niet, maar de winkelkarretjes waren wel schaars.

Ja, Sint het land uit, dan is het kerst. Wen d’r maar aan. Nou, er was op dat gebied weer heel wat te zien en te koop. Kerstbomen in soorten en maten, echt of kunst, zoek maar uit. Ik ben blij dat ik al zoveel kerstspul heb, bijeengegaard in vele, vele jaren. Met herinneringen en al. Dus ik hoefde niet zoveel. Heb een boompje met ledlampjes gekocht voor in de voortuin en wat sneeuwachtige vloerbedekking voor m’n kerstdorpje, ’n trappetje voor het kerkje, want dat staat altijd boven op een ‘ingepakte’ speakerbox, die moeilijk weg kan, en hoe de kerkgangers dan naar boven moesten was al jaren een probleem. Ja, al klunend, maar nu dus niet meer met die treedjes.

Een paar nieuwe slingers voor de kerstboom ook, want de ouwe bestonden uit stukken die moeilijk te leiden waren en dat was geen gezicht. Dus we vernieuwen nog wel iets, hoor. Komende week wordt dus wel kerstfrutselweek, ben ik bang. Ik zag dat de familie aan de overkant van ons huis, de kerstboom ook al aan het versieren waren. Ze liepen met de slinger brandende lampjes door de kamer daardoor zag ik ‘t. Ik ben dus niet de enige met een kerstafwijking.

Bij Intratuin stond buiten trouwens ook een oliebollenkraam. Die staat als erg goed bekend, dus stond daar een lange rij mensen op hun beurt te wachten. Vroeger kon je er alleen maar contant betalen, flappen voor de flappen, maar ze gaan met hun tijd mee, de oliebollenbakkers. Pinnen kan ook. Graag zelfs. Onze andere dochter kreeg vanavond visite van een paar collega’s in haar nieuwe flat en had ons gevraagd of we wat oliebollen voor haar wilden meenemen van die goeie “Oudhollandsche” oliebollenkraam, dat woord staat er op . Dat deden we dus. Oudjaar is ook niks speciaals meer. Zelfs niet als ’t oudhollands is.

Ik heb in mijn dorpje ook een oliebollenkraampje. Staat leuk. Ik heb wel wat met oliebollen, zolang ik ze niet meer zelf hoef te bakken. De kinderen vroegen vroeger altijd: “Ga je nog oliebakken bollen?” Toen waren ze nog klein, hoor. Ze zeggen nu gewoon: “Waar haal je de oliebollen, dit jaar?”…..


Verjaard…..

Dat ben ik weer eens. Iedereen mag best weten, dat dat gisteren voor de 82e keer was. Ik ben nu dus 83. Niet alleen ver-jaard, maar ook nog eens behoorlijk be-jaard. Dat kan me trouwens geen moer schelen. Met een moertje hier of daar had ik misschien een beetje minder last van mijn rug, maar zolang ik in beweging blijf en zoals dagelijks gebeurt zo’n keer of zes á acht de trap op en af ga, valt dat eigenlijk best mee.

Op zaterdag wordt er door de familie ook gewerkt en gesport, maar we hebben met elkaar gegeten en dat is altijd gezellig. En kleinzoon Stijn, die keeper is van zijn voetbalelftal, had met 8-1 gewonnen en was heel tevreden, dat ie d’r maar één had doorgelaten. Kijk, dat zijn leuke dingen voor de mensen. Oma heeft iedereen dus weer gezien en is uitgebreid gezoend, geknuffeld en verwend met leuke verrassingen.

Dan ben ik ook vele malen telefonisch gefeliciteerd. Door wat-verder-weg familie. Die vaak ook op leeftijd is. Daar is Fries stamboek bij. Oud, wat stram, maar helder van geest. Ik heb ook familie gesproken waar het niet zo goed mee gaat, hetgeen logisch is als je hoort wat men allemaal mankeert. Daar word je niet vrolijk van, zelfs op een verjaardag niet. Maar het is niet anders en het is geweldig dat men, ondanks alles, aan je denkt op je verjaardag. Ik stuur good vibrations die kant op, wat vaak het enige is dat wij er aan kunnen doen. En contact houden, ook belangrijk.

Ik was op zaterdag jarig en vierde het ook op die dag en niet op zondag. Dus heeft iedereen lekker kunnen uitslapen. Cadeautje, hè, jongelui? En ik had gisteren mijn nieuwe trui aan. ’n Oud-roze uiteraard…..!


Koud, hè…..?

Kwaliteit en plezier!

Nee, het vroor niet gisteravond, maar het was toch wel een beetje kleumen geblazen toen onze oudste dochter en ik naar de wintermarkt, die je nog geen kerstmarkt kunt noemen, hoewel er al wel veel glitter te zien was, in Beekbergen gingen.

Onze jongste dochter trad daar op met haar koor, dat heel toepasselijk “Ons- Koor” heet. Het was voor haar een verrassing dat we er waren en dat vond ze leuk. We wisten hoe laat ze zouden zingen en waren keurig op tijd. Konden zelfs de auto goed kwijt.

Het was redelijk druk en gezellig. Overal vuurpotten voor de koukleumen, maar dat hebben wij niet nodig natuurlijk. Het is een goed koor en het is een plezier om naar ze te luisteren. Allemaal gemotiveerde vrouwen, die mede door hun ‘strenge’ dirigent Lex van Diepen tot prima resultaten komen. En dat is te horen.

Alleen vind ik dat optreden wat ondankbaar op zo’n avond. Iedereen loopt op zo’n markt langs, blijft soms even staan, er zijn veel kraampjes waar etenswaar en bier wordt verkocht en het wordt naarmate de avond vordert steeds lawaaiiger. En echte aandacht voor wat die dames staan te doen is er maar sporadisch. Ze hadden nog wel een opwekkend praatje om nieuwe leden te werven. Er had zich al één iemand gemeld!

Het zou om negen uur afgelopen zijn, het winterfestijn. Dus toen Karin en ik de markt nog even over wilden na het concertje, ook om de kleum er even uit te lopen, waren veel kraamvrouwen al aan het opruimen. Jammer maar helaas. Mijn dochter zei, dat haar echtgenoot heel trots op haar zou zijn: ze had niks gekocht.

Maar het was leuk om er te zijn, zoals ik zulke dingen in een dorp sowieso mooi vind. In de zomer draait alles om de toeristen. Ook mooi, maar toch anders. Dan hebben ze wekelijks, zes weken lang, een Veluwse markt met oude ambachten en zo. Voor bijenkorven vlechten was het nu te koud. Voor hamburgers niet…..


Nooit te oud om te leren…..

Procrastinatie…..ik had er nog nooit van gehoord. En ik blijk er nota bene kampioen in te zijn! Ik las het woord bij Irene, van Anderzijds en moest het dus opzoeken. Wikipedia legt uit, dat het woord in het Nederlands te maken heeft met “uitstelgedrag”. Als je dat vertoont verwacht je, dat een taak die eigenlijk wél moet, de oorzaak zal zijn van stress en sowieso moeilijkheden. Daarom stel je ‘m uit.

Bij mij slaat het eigenlijk alleen maar op kasten, zolder en schuur opruimen en dingen wegdoen. Hoe ouder je wordt, hoe meer last je krijgt van procrastinatie. Goh, dat er zo’n mooi woord voor is…..


Gezellig…..!

Daar heeft volgens de krant Petra Vethman een boek over geschreven. Dat gaat er dus over wat we hier in ons kleine ‘kikkerlandje’ van bloembollen, molens en klompen gezellig vinden. Zo blijken wereldburgers ons doorgaans nogal eens te bekijken. Alsof wij geen wereldburgers zijn, zeg! Ik denk, dat er veel meer van oorsprong Nederlanders buiten de grens wonen dan erbinnen. Gezellig, toch?

Maar het boek, dat ik (nog) niet heb gelezen, hoor, gaat over de binnenlandse gezelligheid. Dan rekenen we de vakanties even niet mee, want dat is de gezelligheid die we veertien dagen lopen uit te dragen in het buitenland. Toen wij in Devon waren noemde onze cottagemevrouw ons “the lovely people from Holland”. We lieten het huis zo netjes achter, zei ze. Gezellig, toch?

Petra noemt de gezelligheid in huis. We houden van frutsels en kaarsjes. Nou, bij mij klopt dat wel. Dus ik ben een Nederlander. Dan het gezellig samen eten. Dat doen wij ook best vaak en dat is ook gezellig. Maar zoals die Italiaanse families dat doen, hele volksstammen rond de tafel, daar moet hier toch minstens een buurtfeest voor georganiseerd worden of een schoolontbijt. Of er iemand moet 80 worden, zoals Kloris laatst!

Verjaardagen gaan hier eigenlijk ook altijd wel gezellig. Hoewel de familie lang niet altijd compleet hoeft te zijn. Even gezellig bellen is ook prima. De ‘herinnering’van Facebook, daar erger ik me wezenloos aan. Alsof je zelf niet aan iemands verjaardag hoort te denken. ‘Kringverjaardagen’ hebben we wel eens bezocht, hoor. Ook bij niet-familie. En die waren lang niet altijd zonder meer gezellig. Er werden dan aangeschafte autos besproken of vakanties in verweggistan. Allebei in een prijsklasse waarvan wij dachten: (zonder jaloezie, hoor, dat moet je maar geloven) Gezellig?

Wij waren in die tijd kampeerders. Dat schijnt ook iets typisch Nederlands te zijn. Men houdt hier van kamperen. Gezellige campings vinden de mensen leuk. Hele families verhuizen in de zomer naar een kampeerterrein, terwijl vader gewoon aan het werk gaat. Soms al jaren lang met daar steeds dezelfde buren. Het kleinschalige van een tent vonden wij vroeger sowieso leuk. Fijn voor de kinderen. ( Tot een bepaalde leeftijd, want dan vonden ze d’r niks meer aan!) Maar koffie zetten ruikt nergens zo lekker als bij een tent! Gezellig dus.

Ik kom er nooit, maar bruine café’s schijnen het gezelligst te zijn. Dat kan ik me wel voorstellen. De lokatie zal ook belangrijk zijn. Uit de dorpen is van alles verdwenen, de dokter, de dominee, de school, het postkantoor, politiepost, de winkels, maar de kroeg is er nog. En daar bloeit het dorpsleven dan. De harmonie oefent er, de biljart-en dartclub heeft er zijn competities. Tja, roken moet buiten, daar wordt het café niet bruin van, maar binnen is het gezellig!

Als er iets sportiefs op het nationale vlak gesteund of gevierd moet worden dan is Nederland landelijk érg gezellig. En érg oranje! We zijn ook best goed in sport. Met de nadruk op “we”. Dan zijn we familie van de helden en heldinnen die ons op de kaart zetten. We worden ineens zeer nationalistisch. Voor even, want als ze verliezen is het weer over. Dan zoeken we naar ‘hoe dat nou gekomen is” én wie we de schuld kunnen geven! Gezellig, toch?

Ik gebruik in mijn stukjes érg vaak het woord gezellig. Want ik hou wel van gezellig, ben nou eenmaal een frutselig mens. Zou best een euro per keer willen, dat het woord voorkomt in die achttien jaar bloggen. Daar kunnen we dan best iets leuks van gaan doen met z’n allen. Gezellig, toch…..?