Bloemen houden van mensen……

lente....!

Gisteren kwamen we in de avondschemering langs het park bij ons in de buurt. Over het bruggetje liep een jong stel met een hondje. De jongen had een flinke bos narcissen in zijn hand, waar hij genietend zijn neus in stak. Lente, nietwaar?

Omdat die narcissen helemaal openstonden en je ze zo onverpakt niet in de bloemenwinkel koopt, die trouwens op dat uur niet eens open was, verdenk ik met mijn wantrouwende geest het stel ervan, dat ze die bloemen even geleend hebben uit het park. De jongen deed geen moeite ze te verbergen, hij had gewoon liefde voor de natuur. Zeg d’r maar es wat van. Lichtgetint, die narcissen……..


Hartenjagen…….

hartaanval....?

Zaterdagmiddag hoorden we in een actualiteitenrubriek op de radio een mevrouw vertellen dat ze niet langer langs de deuren wil om te collecteren voor de Hartstichting. Ze was boos. Jarenlang had ze de coördinatie en collectantenwerving verzorgd, geheel op vrijwillige basis en nu had ze gehoord, dat de twee directeuren van de stichting respectievelijk honderdzeventigduizend en honderdtwaalfduizend euro per jaar verdienden. Dat vond ze erg veel om langs de deuren te moeten ophalen en daar deed ze het niet voor, vond ze. Meer collectanten waren van plan het bijltje erbij neer te gooien. Met de landelijke collecteweek in het vooruitzicht een zeer schadelijke ontwikkeling voor de Hartstichting, lijkt me.

In een telefoongesprek met een van die directeuren vanuit de studio, dat mevrouw ook kon volgen, werd om uitleg gevraagd. De directeur vond dat het percentage dat naar de directie ging erg weinig was en dat kwalitatief goede deskundigen veel geld kosten, omdat hun collega’s nou eenmaal óók veel verdienen. Het is op dát niveau geen vrijwilligerswerk! Dat is ook zo. Er moeten miljoenen euro’s worden beheerd en verdeeld over activiteiten en dat is verantwoordelijk werk. Maar is het héél gek, dat ik die mevrouw ook heel goed kan begrijpen? Ze was na het gesprek dan ook niet overtuigd. Misschien strijkt ze haar hand nog over haar hart……..


Voetbalhumor

stabiel....

De voetbalkijkende mannen in mijn familie kunnen toch zo gééstig uit de hoek komen! Omdat Arsenal en Manchester United 1 – 1 gelijk speelden vinden ze dat Manchester aan “beckham-instabiliteit” lijdt…….!


Annie, hou jij me tassie effe vast…..

Er was op Omroep Gelderland een meneer, die verstand had van tassen
én van vrouwen. Hij kon aan de tas van een vrouw zien wat voor type ze was. Lijkt me niet zo moeilijk eigenlijk. Hij werd geïnterviewd in een drukke winkelstraat in Arnhem en tassen genoeg daar. Rug-, schouder-, hand-, pols- en heuptassen én boodschappentassen natuurlijk, want zulke vrouwen zijn er ook.

Omdat hij er verstand van had nam hij de kijkers ook mee naar een tassenwinkel waar ze de laatste mode op tassengebied hadden. Hij vond een prijs van € 140,- voor een tas een “redelijke” prijs. Dan had je wel een merktas natuurlijk. Esprit, Boo, Nathan of Louis Vuitton. Van die laatste had ik wel eens gehoord van die modetante bij Boulevard. Je moet een beetje bijblijven nietwaar? Maar voor de prijs van een tas haal ik drie keer de weekendboodschappen, in een boodschappentas van € 3,95.

Je hebt vast al begrepen dat ik niet zoveel met tassen heb. Ze worden hier regelmatig van de schouders van vrouwen van mijn leeftijd gerukt, door de duopassagier van een langsscheurende scooter. Als je geluk hebt vind je ‘m later terug in de struiken, wel zonder je portemonnee met de foto’s van de kleinkinderen, maar ja, jammer dan.

Omdat ik nooit een tas bij me heb laat ik die, de keren dat ik hem wél bij me heb, prompt ergens staan. Moet ik op een holletje terug en tot nu toe is het nog goed gegaan, maar het is de goden verzoeken. Naar een theater moet het wel omdat je je spullen niet in de garderobe in je jas wilt laten, maar verder: een tas? Mij niet gezien!

Weet je trouwens wat volgens die tassendeskundige de meest handige en meestgebruikte tas was? Die van Blokker, Albert Heijn, de Edah, V&D, Hema, C1000, Super de Boer en de Plusmarkt. Er is wel een trend: die van de Bijenkorf, luchthavens en dure boekwinkels doen het ook érg goed……..


Nostalgia de luxe……

zo zie je ze niet meer.....

Met al die opgegraven filmfragmenten uit voorbije jaren, die verband houden met Juliana, raak je als je veel zelf hebt meegemaakt wel behoorlijk nostalgisch, hoor! Dat is niet ernstig en gaat ook wel weer over, maar je komt wel in zo’n stemming van : “weet je nog wel, oudje”?”. En je wordt met je neus op de feiten gedrukt, dat “oudje” niet alleen op Juliana slaat!

En dan draaien ze, terwijl ik onderweg ben in de auto, ook nog het adagio uit “Spartacus” van Khatchaturian. Inderdaad, ja, het thema van de “Onedin Line”. Dat zegt de omroepster, die misschien nog maar net geboren was toen die serie werd uitgezonden, er ook nog bij! Je ziet in gedachten weer dat prachtige schip, de blonde lokken van Peter Gilmore, die James Onedin speelde en captain Baines, de ruwe zeebonk. Mooie serie.

Als we het nu toch over televisie in de oudheid hebben: ik hoorde gisteren in Boulevard, dat ze een filmversie gaan maken van ” Bewitched”.

en dan wiebelde ze met d'r neus de afwas weg....!

Dat was een van de eerste comedies uit Amerika. In 1965 begonnen. Het ging over een heks, Samantha, die getrouwd was met een gewone sterveling. Tegen de zin van haar moeder Endora, ook heks, die de term ” lastige schoonmoeder” dan ook heel stereotiep maakte.

De man van de heks wilde niet dat ze nog heksig deed, in de zin van ” toveren”. Als ze dat een jaar volhield werd ze ook een gewone sterveling. Waarom ze dat überhaupt zou willen was mij toentertijd een raadsel, want ze hoefde alleen maar even met haar neus te wiebelen om van alles voor elkaar te krijgen. Een aanrecht vol met afwas wegwerken, een rommelige kamer opruimen, hoewel ze dat dus niet mocht van d’r man: wiebel- de- wiebel met haar neus en klaar was Kees!

Wat was ik jaloers! Het leek me zo heerlijk om op die manier je huishouden te doen. Gedroomd heb ik er van! Ik ben benieuwd wat ze van die film gaan maken, want zo volgzaam als de vrouwen in de jaren zestig misschien waren ( ik had een tante die altijd zei, dat ze van haar man niet mocht werken!) nou, dat is wel voorbij. Trouwens Juliana was ook niet zo volgzaam, toch……?


Tot stof zult gij wederkeren…..

Toen ik het fotootje van Juliana na gebruik weer wilde verwijderen vroeg de computer: “weet u zeker dat u “juliana”wilt verplaatsen naar de prullenbak?”. Ach….zielig! Maar ik heb ’t wél gedaan……ondankbare onderdaan die ik ben!


Kroongetuige……..

moeder......

Toen ik vanmorgen hoorde, dat Juliana was overleden ( en zij zal voor mij altijd kóningin Juliana blijven, maar daar moet je voor van een bepaald bouwjaar zijn, hoor!) dacht ik terug aan 6 september 1948. Dat was de dag dat zij aan haar regeringsperiode begon. Ik was elf en zat in de hoogste groep van de 5e Montessorischool in de Watergraafsmeer in Amsterdam.

Omdat ik het oudste meisje was “mocht” ik samen met de oudste jongen van de school naar de Dam op de dag van de inhuldiging. Dat was een hele eer, maar omdat ik nogal verlegen was kon me die hele eer eigenlijk gestolen worden, maar ja, toch een eer, vond mijn moeder ook. Die jongen was een mietje en ik vond hem eigenlijk niet aardig. Hij heette Hennie en was een moederskindje. De klas stookte hem op, dat hij zich Henk moest noemen, want hij was al twaalf en moest maar eens aan zijn moeder laten zien, dat hij geen Hennie meer was. Hij wou het zijn moeder niet aandoen.

Nou ja, ik kreeg een nieuwe jurk, oudroze met witte kantjes langs de mouwen en ’n wit kraagje. Ik voelde me zeer opgedirkt, maar volgens mijn moeder kon deze gelegenheid niet anders dan opgedirkt. Ook Hennie kreeg een nieuwe bloes met, o griezel, een vlinderstrikje. We werden in een open taxi naar de Dam gereden, uitgezwaaid door de hele school en ik voelde me zeer opgelaten. Op de Dam was het vol met vertegenwoordigers van alle scholen in Amsterdam en erg vol. Zo vol, dat ik, niet zo erg groot van stuk, geen moer gezien heb van wat zich bij het paleis afspeelde en aan Hennie had ik ook niks, want hoewel hij groter was en meer zag, zei hij niks. Ook verlegen.

Heel erg veel kan ik me dan ook niet herinneren van die happening, of we nog moesten zingen of zo. We kregen een herinneringsboekje, maar dat kregen alle kinderen op school, dus daarvoor hadden we er niet heen gehoeven. We moesten later op school in de gymzaal verslag doen van onze belevenissen. Wat we daarvan gemaakt hebben weet ik ook niet meer. Verdrongen waarschijnlijk.

Maar ik heb koningin Juliana altijd een aardig mens gevonden. En ik vond het jammer, dat het defilé op haar verjaardag op Soestdijk werd afgeschaft met Dick Passchier als verslaggever. Dan zag je ze nog eens, maar op een gegeven moment was het ook wel erg passé, helemaal met dat gerommel in de familie. Dan weer wel schoonzoons, dan weer niet.

Moeder des Vaderlands vind ik van al de mij bekende koninginnen nog het best bij Juliana passen. Beatrix past die titel minder, hoewel ze ‘m wel graag wil. Maar die is wel haar moeder verloren vandaag en koningin of niet, dat voelt voor iedereen hetzelfde, denk ik…….


’n Papegaaitje mét……

bemoeial.....

Dat er ook nog wel eens wat geinigs in de krant staat tussen alle sores bleek vanmorgen! In Venlo is een frietzaak waar ze een papegaai hebben, die Joey heet. Hij is twee jaar oud en al van jongs af aan aanwezig in de zaak. Hij kent dan ook de hele snacklijst uit z’n hoofd en praat als Brugman. Hij doet, als ze niet opletten, ook bestellingen, zodat er in de drukte nogal eens iets in het vet verdwijnt, dat niet door een klant blijkt te zijn besteld, maar door de vogel. “Broodje bal graag!”, roept ie dan en bij Duitse klanten, die daar in die contreien ook nog wel eens binnenlopen, bemoeit hij zich ook met de order. Als ze in het Duits iets bestellen, herkent hij die taal en roept alvast: “Mit Mayo?”. Ze schamen zich dood voor hem. In Duitsland hoort de mayo namelijk gewoon bij de patat, maar hier moet die apart betaald worden, vandaar de vraag.

De plaatselijke jeugd probeert stiekem Joey’s vocabulaire wat uit te breiden door hem schunnige taal te leren. “O shit!” was al gelukt. Maar dat willen zijn baas en bazin niet dus is Joey in ieder geval in de avonduren verbannen naar achteren. Bovendien werd de frietmevrouw gestoord van het aantal klanten dat bezorgd naar de gezondheid van Joey informeerde en het erg verstandig zou vinden om maar eens naar de dierenarts te gaan met ‘m, want dat hoestje was toch niet best! Maar het was haar eigen rokershoest die werd geïmiteerd! Een reden wellicht om maar te stoppen met paffen, lijkt me! Ook wat frisser voor de klandizie misschien…..?


Teatime……..

daar wil je toch de tearoomtango wel mee dansen...?

Hoewel ik vind dat ik daar nog niet aan toe ben, was ik vanmiddag in een bejaardenhuis. Mijn man en zijn vriend speelden daar als “strijkje” of liever gezegd “blaasje”, want een saxofoon strijkt wat moeilijk, bij een door het recreatieteam van het huis georganiseerde “high tea”. Ik was mee als chauffeur en hulpje. Ik mocht op zoek naar stopcontacten, plugjes in gaatjes doen, snoeren uitrollen etcetera, want waar mijn ega zijn koffer opent, een riedeltje blaast om te horen of alles het nog doet aan zijn instrument, heeft zijn collega meer werk met het aansluiten van al zijn electronica. Hij speelt toetsen met veel toeters en bellen. Ik ben een pianospeler, ben ook meer een klepopener, snap dus niet waarom het allemaal zo moeilijk moet met die toetsen, maar ik doe mijn best om van nut te zijn.

Toen ze gingen spelen liep onderwijl de zaal vol met bewoners van het huis en kon ik op een stoeltje achteraf leuk de boel bekijken. Véél rollators, veel stokken, veel rolstoelen, maar iedereen had er zin in. Er was gevraagd of de dames zich wilden tooien met een hoed, want het moest Ascot-Engels zijn. Velen hadden dat ook gedaan. Strooien hoeden, lentehoedjes met bloemetjes( en wat een bijpassend weer hadden die!) en je kon zien wie er kerks was, want dat was meer het degelijke soort hoed. Ik ben geen hoedenmens. Vind het altijd vermakelijk om te zien wat voor frutsels de dames bij de Troonrede op hun hoofd hebben, maar vanmiddag vond ik het heel schattig.

Er was veel werk gemaakt van het culinaire gedeelte. Er werd thee gedronken uit beeldige Engelse porceleinen kopjes en gesmikkeld van de sandwiches, muffins, scones, petitfourtjes en bonbonnetjes. De muziek was leuk gedateerd en viel goed in de smaak. Het was gezellig.

We hoorden trouwens ook nog een mooi staaltje van bezuiniging in de zorg, dat Hoogervorst deugd zal doen. Dat prachtige Engelse serviesgoed was bijeengekocht op rommelmarkten voor een prikkie. Na de handafwas, want het kon met al die gouden randjes en tere motiefjes niet in de vaatwasser van het tehuis, ging het in een kist en die werd verhuurd aan andere huizen, die ook zo’n activiteit wilden houden. “We hebben het er al bijna uit!”, zei de mevrouw die deze middag de leiding had. Recreatief en creatief! Wat vanmiddag ook weer eens duidelijk werd was, dat een huis als dit nérgens zou zijn zonder de vrijwilligers, die vanmiddag actief waren en na afloop dus nog aan de afwas moesten…..met de hand……!


Nep……

van roze strikjes hield mijn buurvrouw ook....!

Wij hebben, doordat we nogal eens verhuisd zijn, diverse soorten buren gehad. We hebben gelukkig altijd prima met iedereen kunnen opschieten en hebben met sommigen, al zijn er vele jaren verstreken sinds we op elkaars lip zaten, nog steeds contact. Zo hebben we in Groningen naast mensen gewoond wier grootste passie was om ’s zomers op een camping te verblijven, waar de caravans op kaveltjes van postzegelgrootte dicht opeen naast elkaar stonden.

Je kon je buurman horen snurken en misschien nog wel meer, maar je kon er ook ruiken wanneer je buren de koffie klaar hadden. En dat was gezellig. Alles was gezellig. De bingo, de campingvoetbal ( niet “het”, maar “de”) en het feit, dat de meeste mensen er al járen stonden. Bovendien was het maar een half uurtje rijden van het stenen huis. “Lekker buiten”, zei onze buurvrouw.

We zijn wel eens bij ze op bezoek geweest en hoewel we zelf altijd kampeerders zijn geweest kon ik me hier niets bij voorstellen. Maar deze lieve mensen vonden het ’t einde dus waar hebben wij het dan over? Ik waterde de plantjes als dat nodig was en wij letten een beetje op hun huis.

Naar aanleiding van Neneh’s verzuchting, dat ze foto’s had gemaakt, die echt waar net “nep” leken moet ik over deze buurvrouw van ons nog even wat vertellen! In de tijd, dat de azalea’s bloeiden en in de aanbieding waren, zo omstreeks deze tijd van het jaar, denk ik, had mijn buurvrouw een prachtig exemplaar in haar huiskamer staan.

Ik heb respect voor mensen, die goed zijn met azalea’s, want bij mij laten ze knoppen vallen ondanks dat ik ze toespreek, dompel en bemest. Ze leiden binnen de kortste keren een armzalig bestaan. Cyclamen, ook zoiets. Dat wil niet. Verder wel aardig groen, hoor, die vingers, maar ja, een mens kan niet alles hebben. Enfin, toen ik haar complimenteerde met haar prachtige plant sprak zij: “Ja, móói, hè? Net kunst…..!”.