Wel een beetje dom……

We hoorden op de radio een vraaggesprek met een ambtenaar van de gemeente Nunspeet. Daar zijn in de afgelopen nacht uit het gemeentehuis maar liefst 64 beeldschermen, nog praktisch nieuwe flatscreens ook, weggehaald door inbrekers. Die namen trouwens ook de ambtsketen van de burgemeester mee.

Er werd door de interviewer gevraagd of dat veel gevolgen had in verband met de dienstverlening aan de burger. Dat viel wel mee, want het was niet druk. In de zomer kom je Nunspeet haast niet door, maar verder is het nóóit druk daar, zeker niet in de winter. Toen gingen ze het hebben over de beveiliging, waar kennelijk niet zoveel van klopte. “Niet alles is hier beveiligd”, zei de man. En nee, een alarm was er niet afgegaan. Op de vraag of dat eigenlijk niet had gemoeten, bleef het een beetje stil.

Weet je, ze willen er in Nunspeet niet aan, dat de Veluwe niet langer een oord is, waar je onbezorgd en niet lastig gevallen door crimineel gespuis je dagen kunt doorbrengen in rustieke pensions. Vrijwel wekelijks zijn er inbraken in de bungalowtjes op de vakantieparken. Men gaat er van uit, dat alles elders gebeurt. En dan het meest in ” ’t west’n” natuurlijk! De mensen laten niet meer hun deur open, zodat iedereen naar binnen kan stappen, maar tot nog maar kort geleden waren er huizen, waar dat nog wel gebeurde.

Vierenzestig beeldschermen weghalen kost toch ook nogal wat tijd en geen mens heeft wat gezien, want er werd geslapen in Nunspeet. De ambtenaar werd helemaal enthousiast toen hij de ambtsketen van de burgemeester mocht beschrijven. Helemaal van zilver met aan de ene kant van de hangende penning het wapen van Nederland en aan de andere kant dat van Nunspeet. “Zit dus geen handel in”, zei de radioman. “D’r is er maar één van”, zei de ambtenaar spijtig, “ik hoop dat de dief hem nog terugbrengt”.

Tsja, ik krijg een Swiebertjes-gevoel als iemand zo praat. Alsof je veldwachter Bromsnor er op af kunt sturen. Ze moeten in Nunspeet maar wakker wórden of wakker blijven……..


APK…..

Een paniekzaaier, dat ben ik. Ik werd gisternacht wakker doordat mijn hart letterlijk in mijn keel zat. Was op hol geslagen en ik voelde me paniekerig, wat de zaak natuurlijk geen goed doet. De dokter van de dokterspost, ’n schatje, (als je ooit eens iets mankeert, mannen!), kon het tempo niet omlaag krijgen en zo ging deze moeder met een ambulance naar het ziekenhuis. Gelukkig ’s morgens heel vroeg zonder publiek, behalve de krantenjongen.

Nog nooit zoiets beleefd en wat zijn er dan toch een boel aardige mensen direct met je bezig. Ik ging aan de hart-ware en al heel snel was het weer aardig normaal. Ik kon wel weer naar huis, dacht ik, maar nee. Er werd bloed onderzocht met tussenpozen van 6 uur en ik werd aan een monitor gekoppeld en ik moest ook fietsen.

Ik heb kennis gemaakt met ongeveer tien verpleegkundigen, want ik kwam toen de nachtdienst er nog was en de dagdienst was een nieuwe lichting. Ik voelde me eigenlijk weer best, maar moest toch alle uitslagen liggend afwachten. Een mooie positie om zo’n afdeling te observeren. Het is er razend druk en ik heb heel wat gillende sirenes gehoord, waarop er direct een haastig geren door de gangen volgde. Dat was wel andere koek dan dat gejeuzel van mij.

Ik begon me steeds meer een uitvreter van de gezondheidszorg te voelen, want de ene goede uitslag volgde na de andere. Mijn bloed was goed, de druk weer normaal, hartslag weer rustig. Zelfs na het berg-op-fietsen, dat dit lijf aardig wat moeite kostte. Wat dééd ik daar eigenlijk, niks aan de hand toch? Waar die ritmestoornis vandaan kwam weet dus niemand. Als je slaapt ben je toch in de meest ontspannen toestand, zou je zeggen. Ik heb niet eens een droom gehad, waar je wel eens moe van zou kunnen worden. Toch was het er en het voelde naar.

Ik heb wel een paar leuke mensen gezien. Een meisje, dat kwam schoonmaken. Ze had heel mooi lang blond haar en had in de staart, die ze ervan gemaakt had een hele mooie, grote, rode roos en dat stond niét ordinair, maar juist prachtig! Ze moest niezen toen ze de wasbak schoonmaakte. “Allergisch?”, vroeg een langslopende dokter. “Ja, voor werken!”, zei ze.

Omdat alle deuren openstaan kon ik aan de overkant van de gang in een kamer kijken, waar een man alleen lag. Er was op zijn kamer een tl-buis stuk. Daar kwam de technische dienst van het ziekenhuis met twee man voor langs. Met een grote ladder. “Denk je d’r om, Kees”, zei één van de mannen, “dat je die ladder niet laat schieten! Deze meneer mag niet schrikken!”. In de rest van het ziekenhuis kun je ‘m gewoon laten kletteren blijkbaar.

Zuster Suus is van de fietsafdeling. Alsof je Leontien bent die aan haar uurrecord bezig is moedigt ze je aan om door te zetten, niet op te geven, en dat helpt. Dat moet natuurlijk ook wel, anders kun je zo’n test net zo goed laten. Je moet tot het gaatje gaan bij zo’n prestatie. Maar ze doet zo’n twaalf mensen op ’n dag met die fiets en ze blijft maar enthousiast. Leuk mens.

Ik had een raar dagje gisteren, niet ongezellig, maar ik heb m’n familie ongerust gemaakt en dat spijt me, omdat ik niet zoveel blijk te mankeren. Zelf beschouw ik het maar als een soort APK, dat is niet verkeerd op mijn leeftijd…….


Wegens verbouwing geopend….

Dat geldt ook even voor mijn computer. Ik heb WindowsXP voor mijn verjaardag gekregen en de goede gever heeft die ook voor me geïnstalleerd. Bovendien heb ik een nieuwe harddisk gekocht, omdat de oude wat krap bemeten was. Allemaal leuk zo aan het begin van een nieuw jaar, ware het niet, dat ik toch wel erg de weg kwijt ben binnen deze verbeteringen. Ik loop als een blinde te dwalen door mijn nieuwe behuizing, omdat ik niet precies weet wat waar zit en de oude vertrouwde aanblik is verdwenen.

Ik heb nu een scherm waarin ik elk ogenblik verwacht de Teletubbies te zien opduiken en die zie ik door de videobanden van onze kleinzoons eigenlijk wel genoeg. Dat moet dus snel veranderen in een ander genoegelijk achtergrondje. Er moet nog meer overgezet worden en daar heb ik de hulp bij nodig van de technische dienst hier ter plaatse. Ik wil het weer kunnen behappen, zoals het was. Dat ik de titel “kluns van het jaar” verwerf, wat dat betreft, kan me eerlijk gezegd geen donder schelen. Ik kan gelukkig de Thuiszorg nog missen, die hoef ik niet af te zeggen, maar deze vorm van thuiszorg zal me zeer welkom zijn! En die klunzentitel draag ik met ere, het heeft wel wat: het zielige vrouwtje uithangen! Ik heb ook nog nooit een band verwisseld…..


Overdrijvend….

inderdaad....

Als ik naar een conference van Lebbis en Jansen kijk heb ik altijd moeite die jongens bij te houden, zo hakketakkerig als ze bezig zijn. Volbloed adhd. En wat oudejaarsconferences betreft weet ik wel, dat de dagen van Wim Kan voorbij zijn, maar die kon iemand aanpakken zonder te kwetsen en dat schijnt tegenwoordig niet zomaar meer te kunnen.

Ze hadden, omdat de ouders al aangekondigd hadden naar de rechter te gaan, de mop, die ze hadden over dat ontvoerde meisje uit Oldeberkoop, er al uit gelaten. Moest misschien ook wel van de Vara, weet je veel. Advocaten zijn duur. Maar het schijnt dat ze het over het uiterlijk van dat kind hadden willen hebben. Nu namen ze Marjon de Hond maar op de korrel. Dat weervrouwtje van de NOS, nou ja, weervróuw. Jansen had het erover, dat ze nou maar eens echte vrouwenkleren moest gaan kopen en noemde haar achterwerk ruim bemeten, zal ik maar zeggen.

Dat was leuk, láchen! Ik vond van niet. Zo op iemands uiterlijk attenderen zou ik zeker niet doen als ik een uitgemergelde brillemans was met blauw geverfd haar. Maar als je op haar website kijkt www.marjondehond.nl kun je zien, dat het voor haar een overdrijvend wolkenveld was en blijkt ze stormvast. Ze kan d’r tegen. Ik zal met nog meer plezier haar weerpraatjes volgen. Voor mij was het in een overigens aardige conference een atmosferische storing en een westelijke stroming van goedkoop succes……


Skutsjesilen over de snelweg….

glaasje op, laat je rijden...!

Zeg, ik moet helaas mijn positieve verhaal over de Friezen van een paar dagen geleden éven bijstellen. Dat kan wel even, hè? Vier automobilisten hebben namelijk in hechte samenwerking op de snelweg tussen Apeldoorn en Arnhem een stómdronken vrachtwagenchauffeur uit Kootstertille, in Friesland, ja!, achter zijn stuur vandaan gesleept.

Hij slingerde van de ene kant van de A50 naar de andere, schampte daarbij zelfs een paar maal de vangrail. Die deed waarvoor hij was aangenomen, maar wat had er niet kunnen gebeuren!

Deze Fries bleek een promillage van 3,5 in z’n bloed te hebben! Je kunt dus veel van ze zeggen, maar het is een sterk ras. Hij had al hartstikke dood moeten zijn. Nou ja, dit was één zeer niet-nuchtere Fries en er zijn er vanavond vast wel meer. Maar die zijn zo verstandig om niet in een auto te stappen. Daar vertrouw ik op. Voor dat verstand hoef je trouwens niet per sé van Friese afkomst te zijn, hoor! Ik wens iedereen een gezellige, veilige avond en maak er vooral een mooi volgend jaar van….!


Verval…..

zo'n glimlach dus, alleen lijkt ze er niet op, mocht ze willen......ha, ha!

Mijn zus in Australië is pas verhuisd naar een oord aan de Sunshinecoast, naar Queensland. Ze kan daar goedkoper leven dan in Sydney, zegt ze, en het is er rustiger. Eigenlijk is het ’t Spanje van Australië. Er wonen veel oudere mensen, die in een prettig klimaat hun botten laten doorwarmen.

Maar wat daar wel belangrijk is : er wordt gekeken hoe je er uit ziet. Toen we zelf in Australië waren was me dat al opgevallen. In ieder geval in de kringen waarin mijn zus verkeerde. De facelifts en aanverwante chirurgische “jobs” waren aan de orde van de dag en daar werd niet eens moeilijk of geheimzinnig over gedaan. De echtgenoten betaalden vlot voor zoiets, want ze hadden daar zakelijk gezien ook plezier van. Een “executive’s wife ” is een deel van de zakelijke onkosten. Misschien nog wel aftrekbaar ook en zie zelf maar, hoe je dat uitlegt. Hier ruilen ze overigens gewoon met Hollandse zuinigheid een oud lijk in voor een jonge blom. Kan ook.

Mijn zus mailde me, dat ze naar de tandarts moest, want er was een tand uitgevallen. Gelukkig niet in the front, maar ze moest toch al een zeer mysterieuze glimlach á la Mona Lisa ontwikkelen en daar was ze druk op aan het oefenen. Lachen, gieren, brullen was er even niet bij. Bij de dentist kreeg ze te horen, dat de rest van haar gebit, hoewel nog aardig ogend, op korte termijn eenzelfde lot was beschoren. Wel een financiële aderlating, want ook daar zijn die lui niet goedkoop. En zij heeft niemand die haar oplapactiviteiten bekostigt. Ze heeft ook al van dat moeilijke haar, klaagt ze. Dat behoeft ook professionele begeleiding. Verder moet er behoorlijk gesmeerd worden met al die zon, maar dat is het dan, wat mijn zus betreft en dat is allemaal al duur genoeg.

Ik ben gezegend, dat ik dat allemaal niet hoef. Natuurlijk snoeit de kapper mijn haar bij, dat ben ik aan mijn omgeving verplicht en ik zal ook nooit zonder een beetje kleur op mijn gezicht de deur uit gaan. Maar de verplichting, die vele mensen hebben om zich fanatiek op hun uiterlijk te moeten concentreren en die niet zichtbaar ouder mogen worden, terwijl iedereen wéét hoe oud ze moeten zijn, lijkt me op z’n minst vermoeiend. Dan hoor je, dat ze “veertig jaar in het vak zitten”, nou reken dan maar uit! Mooi vervallen is een kunst. Ik ken mensen die ik, nu ze ouder zijn, interessanter vind dan toen ze nog ongerimpeld waren.

Nou ja, mijn zus, van wie ik trouwens toestemming heb om over haar sores te schrijven, hoor, zit er maar mee. Ik heb mijn medeleven betoond, maar ik moet er ook wel om lachen, ’n beetje dan. Ze lopen er daar ook nog eens veel bloter bij dan hier en dan vallen de rimpelige nekjes natuurlijk nog meer op. Geen coltruien en hooggesloten bloesjes om e.e.a. te verhullen, want daar is het veel te warm voor. De stakkers. Ik ben blij, dat ik hier woon en in ieder geval iets minder snel uitdroog dan al die Australische upperten-dames met hun verplicht uiterlijk vertoon. Ze hebben mooi weer, maar elk voordeel heb ze nadeel……


Fries stamboek…….

fries raspaardje.....!

Er loopt sinds vandaag hier in huis iemand naast z’n sloffen! Dat komt door een berichtje in de zaterdagkrant. Daarin stond, dat bij relatie- en datingbureaus een stijgende vraag is naar Friese partners. Ze zijn in trek, omdat ze nuchter zijn, (ik weet uit ervaring, dat dat absoluut niet altijd het geval is!) omdat je van ze op aan kunt en ze hun afspraken nakomen.

“Je weet wat je aan ze hebt en ze bedonderen je niet”, zegt een woordvoerster van een relatiebureau in Joure. Die zelf Postma heet waardoor haar woorden als behoorlijk chauvinistisch kunnen worden uitgelegd. De rest van Nederland zou zich dus zorgen moeten maken over hun volksaard. Ik ben in Amsterdam geboren en afkomstig van een Haagse moeder en een Rotterdamse vader. Daar zitten dus heel wat onbetrouwbare randstadgenen in en het resultaat daarvan vind ik zelf wel meevallen eigenlijk.

Maar wat waar is, is waar: mijn Friese echtgenoot is een man, die wat hij in zijn hoofd heeft zitten, niet ergens anders opslaat. Dat kun je met gemak ook “drammen” noemen, hoor! Maar hij krijgt wel van alles voor elkaar altijd en nog snel ook en daar heb ik al vele jaren van geprofiteerd, van die eigenschap. Nuchter is ie ook, maakt ergens niet méér van dan het is en daar heb ik nogal eens ’n handje van. Dus dat is ook goed voor mij. Als je iets met hem afspreekt, kun je er van op aan, dat het gebeurt of dat ie je tijdig laat weten waarom niet. Hij laat je niet in het ongewisse.

En iemand bedonderen zou niet in ‘m opkomen, hij zou niet weten hoe dat moet, denk ik…hoewel….Nou ja, hij zou het niet doén! Dit is toch wel een erg mooi Fries portretje, dat ik aan het schilderen ben, zeg! Ach, onze kinderen hebben een mix van Leeuwarden/Amsterdam en dat lijkt me een mooie cocktail……..


My home is my castle….

iets kleiner mag ook wel....

Er doet dezer dagen een reclamespot de ronde, waarin een ouder echtpaar zijn boerderij-achtige woning te koop aanbiedt. Een yuppenstel komt die bezichtigen. Het ziet er allemaal wat gedateerd uit en dat ze dat vinden steekt het span niet onder stoelen of banken. Subtiel gaat dat allemaal niet. Opmerkingen als “dat kan d’r allemaal uit” en “O, geen bad?” en de schuur buiten levert “mooi veel openhaardhout!”. Als aan ze gevraagd wordt of ze koffie willen, zegt de vrouw van het jonge stel: “O, ja, lekker, cappucino!”, terwijl ze ziet, dat de koffie nog ouderwets wordt gezet. De bitch.

Als ze vertrekken en die knul met zo’n nonchalant gebaar van afstand z’n dure leaseauto van ’t slot doet, kijken die oudere mensen elkaar aan en trekken resoluut het “Te Koop”-bord uit de grond. Ze verkopen hun huis niet. Als een ander jouw huis, jouw plek zo loopt af te branden, dan wil je niet dat ie het krijgt.

Ik heb ook eens zoiets bij de hand gehad. We woonden in Groningen in een heel gezellig straatje, de huisjes waren klein en het werd na ons derde kind dan ook te krap voor ons. We konden naar een groter huis , moderner ook en ik verheugde me op de ruimte die we zouden krijgen. Maar ons oude huis was ons eerste échte huis, nadat we jaren op kamers hadden gewoond. We hadden eraan geknutseld, geschilderd, er twee kinderen geboren laten worden. We hadden er maar twee stopcontacten, één boven en één beneden. Klonten driewegstekkers, die nu terecht verboden zijn. ’n Douche was er niet, maar het gebadder was best gezellig, al kun je je daar nu geen voorstelling meer van maken. We hebben er gouden jaren gehad en de luxe, die we nu hebben, toen absoluut niet gemist.

De vorige bewoner van ons nieuwe huis had wat spullen ter overname, gordijnrails, vloerbedekking en zo en kwam dat even regelen. Hij kwam binnen, keek rond en sprak toen de onvergeeflijke woorden: “Mevrouw, wat hebt ú hier een rothuis!”. En ik wás me toch beledigd! Over subtiel gesproken. Ja, vergeleken bij wat toen nog zijn huis was, was ons huis klein en ongeriefelijk, maar het was wel óns huis en we hadden het er goed gehad altijd.

Ik heb heel ijzig gedaan, de man betaald wat we hem volgens afspraak schuldig waren en heb ‘m zonder koffie de deur uit gewerkt. Wat dacht ie wel, een beetje mijn huis afkraken! Ik heb ‘m niet meer hoeven zien gelukkig. We gaan binnenkort op bezoek in Groningen bij onze oude buurvrouw, die er nog steeds woont. De huisjes zijn nu aangepast aan de moderne tijd en gerenoveerd, maar ik ben benieuwd hoe klein ík ’t nu vind…….


And the winner is…..!

volgens de Belgen de vis van het jaar....

‘k Heb eens even zitten turven, zeg, wat en wie er allemaal verkozen zijn tot “iets” of “iemand” van het jaar. Dat is nogal wat. De site, het woord, de coach, de sport-man, -vrouw, -ploeg, voetballer, Afrikáánse voetballer, de roeier, de kunstenaar, de reclamespot, het speelgoed, de zakenvrouw, het boek, de foto, de secretaresse, de radioman, attractiepark, ondernemer en de lokale omroep van het jaar. Dat was trouwens Omroep Groningen.

Ook in Groningen hebben studenten de huisjesmelker van het jaar gekozen. Dat deden ze niet voor niks, want hij onderhield zijn huisjes niet zo best en molk des te beter. De prijs werd uitgereikt door Zwarte Piet, maar de man was wel zo sportief om ‘m aan te nemen. Of hij beterschap heeft beloofd, weet ik niet. Het “studentenhuis” van het jaar staat in Den Haag, een stad zonder universiteit. Iedereen heet tegenwoordig ook maar student.

De Belgen hebben een vis van het jaar gekozen. De koolvis, behorende tot de kabeljauwfamilie. Die zal qua quota wel het gunstigst te vangen zijn. Je kunt wel wat bedenkingen hebben ook bij een verkiezing. Zo is de reddingboot van het jaar gekozen! Je mag toch verdorie wel hopen, dat ál die reddingsboten oké zijn?

De accountant van het jaar is voor het laatst gekozen in 2001, las ik. Die hebben zeker ook wat anders te doen. De “sigaar” van het jaar is nóg langer geleden: in 1994 voor het laatst. Doet die antirooklobby toch z’n werk. Opvallend, dat in de auto- en botensector een auto of boot voor het komende jaar 2004 wordt gekozen. Dus vóór het jaar en niet ván! Anders worden ze niet gekocht, slim, hoor!

Alweer in België hebben ze nog iets leuks gedaan. In mei kozen ze de leerkracht van het ( naar ik aanneem: school-)jaar. Er waren duizend genomineerden en die wonnen alle duizend! Dat is niet Belgisch, omdat ze niet konden kiezen, maar omdat die duizend symbolisch wonnen voor al hun collega’s. Dat vind ik leuk.

Ik blijf het een heel gedoe vinden, hoor, al die uitverkiezingen en ik ben er vast nog veel vergeten ook. Maar laat iedereen maar gewoon doen, waar ie goed in is. Als je dan je baan mag houden val je al vanzelf in de prijzen, toch…..?


In hart en nieren……

vignet donorregistratie...

Wie weet wat van elkaar? Dat vroeg ik me af toen ik dat steeds tegenkwam als vraag: “Weet u het al van elkaar?”. Inmiddels ben ik er achter, dat het er over gaat of je beschikbaar wilt zijn als donor als je onverhoopt zelf geen beschikking meer hebt over je lijf en leden. En dat je familie wéét dat je wel wat kunt missen. Ondanks dat ze elke nacht samen in hetzelfde bed slapen of in ieder geval dezelfde voordeur delen, blijken weinig mensen van elkaar te weten hoe ze daar tegenover staan!

Vooral in de tijd, dat Els Borst onze minister van Volksgezondheid was (in mijn ogen de beste, die we ooit gehad hebben, al was ze niet van mijn club!) is dat onderwerp van gesprek geweest in ieder huisgezin, zou je toch denken. Iedereen heeft toch met dat registratieformulier in z’n handen gestaan en er over na moeten denken, al dan niet griezelend. Uit het feit, dat er relatief weinig registraties hebben plaatsgevonden, kun je opmaken, dat mensen de beslissing erover voor zich uit hebben geschoven. Inmiddels zo’n vijf jaar, want dat met die formulieren was in 1998.

Ik heb dat registratieformulier ook nooit ingestuurd. ‘k Weet niet waarom niet. Slordigheid, want ik was er voordien al uit. Ik heb al jaren zo’n rood codicilletje in mijn portefeuille bij de autopapieren. Leek me wel een logische plaats. Niet, dat ik wat van plan ben, maar je loopt in je blikken jas toch wat meer risico. Je vergissen in een traptree kan ook trouwens. Van mijn echtgenoot weet ik, dat ze hem ook mogen hebben, maar van de kinderen weet ik ’t niet. Destijds waren er twijfelaars en dat vind ik wel logisch als je nog zo jong bent.

We zagen vrijdagavond bij Ivo Niehe (die we nogal eens Ivo Nihil plegen te noemen, maar vanwege het onderwerp nu even niet….) het verhaal van een klein ziek meisje van drie, dat een gezonde nier van haar moeder kreeg. Alles goed gelukt, iedereen blij. Wat de dokter, die hen geopereerd had, wel vertelde was, dat ze over 10, 15 jaar wéér een nier nodig zal hebben. Dat is de tijd dat een donornier meegaat.

Daarom voeren ze actie, de Nierstichting, want er zijn nu al te weinig donoren en ze hopen, dat dat in de toekomst beter zal worden. Dat de mensen er in ieder geval eens over na zullen denken en er over praten al is het geen onderwerp voor de kerstdagen als je aan de kalfsniertjes zit. Mag volgend jaar ook wel, natuurlijk. Ik hoop trouwens, dat ze aan zo’n stel ouwe nieren als die van mij nog wat hebben! Ze zijn evenwel nog in uitstekende conditie. Als u me éven wilt excuseren……!