Bûter, brea en griene tsiis….

Mijn man Jouke, de naam zegt het al, komt uit Friesland. Heeft derhalve een Friese broer en twee Friese zussen. Die weer getrouwd zijn met een Friese vrouw en met Friese mannen. Het bijzondere van de broers en zussen is, dat ze niet samen zijn opgegroeid. Vader en moeder hebben er kennelijk zo’n rommeltje van gemaakt, dat ze uit de ouderlijke macht zijn ontheven, volledig uit beeld zijn verdwenen en de kinderen door verschillende families zijn opgevoed.

De voogdijvereniging, waar de kinderen onder ressorteerden, heeft wel moeite gedaan om het contact tussen hen in stand te houden, maar dat is niet altijd gelukt.

Toen het oudste meisje ging trouwen wilde ze echter de broers en haar zusje bij de bruiloft hebben en zijn de banden weer aangetrokken. Vanaf dat moment is het contact gebleven. Iedereen trouwde, kreeg kinderen en we werden samen ouder. En werden, ondanks het gemis aan een gezamenlijke achtergrond, toch een echte familie!

Ik vind dat heel apart. Voor hetzelfde geld was dat helemaal misgegaan en hadden we een groot gat gehad, waar je zo’n eng Spoorloos-programma voor nodig had gehad om elkaar te vinden. Als je dat al had gedaan, elkaar opsporen.

Nu hebben we neven, nichten, die ook weer kinderen hebben. Niet, dat je daar nou dagelijks contact mee hebt of wilt, maar het is er allemaal en dat is leuk. Famylje!


Madelief

Als je tijd hebt, moet je morgenmiddag beslist kijken naar de verfilming van Guus Kuijers “Krassen in het tafelblad”. Wordt door de VPRO uitgezonden in het kader van de Kinderboekenweek. Tussen 13.45 – 15.10 u op Ned.3. Erg goeie film en niet alleen voor kinderen. Het opnemen waard.


Kijken en zien, horen en luisteren.

Het schijnt, dat de televisie deze week 50 jaar bestaat. Volgens het blad, dat door veel mensen nog steeds “de radiogids”wordt genoemd. Terwijl ze nauwelijks radio luisteren en soms de televisie als radio gebruiken. In de auto komt het er nog wel eens van, radioluisteren en dan vaak op lange ritten als je toch niks anders te doen hebt. Dus echt lúisteren naar een programma over iets.

Misschien heb ik het helemaal mis, maar ik denk dat jongeren minder naar de radio luisteren op de manier zoals wij dat doen. Hebben daar ook geen ervaring mee, zoals wij. Ik heb de tijd gekend, dat er gewoon geen televisie wás! Of het was er wel, maar we hadden het niet thuis. Per straat was er misschien één familie zo voorlijk of kapitaalkrachtig misschien wel, dat er een televisie in huis was en daar trokken op woensdagmiddag de buurtkinderen heen voor het kinderprogramma. En verder deden we het met Paulus de Boskabouter en Ome Keesje. Dat waren nog eens tijden!:-)

Maar er werd geluisterd! Nu horen ze de radio en dat is het dan. Logisch, hoor, er valt buiten de radio zo verschrikkelijk veel te horen, maar jammer is het wel.

Met de televisie gaat het al aardig dezelfde kant op. Ik ken mensen, die het absoluut niet kunnen: een heel programma afkijken of die een film met moeite uitzitten. Er zijn op die ontelbare andere zenders misschien wel interessantere dingen te zien. Dus ze zien, maar kijken niet.

Wat een verhaal, zeg! De ouderdom zeker. Het zij zo.


Duistere praktijken

We waren deze zomer bij mijn broer, die een huis in Frankrijk heeft. Het is een erg oud huis uit de 15e eeuw of zo, met de ruïne van het bijbehorende kasteel nog in de achtertuin. Ze hebben het huis al goed aangepast aan de moderne eisen en veel werk verzet om het prettig bewoonbaar te maken. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de vele vrienden en familieleden, die al dan niet op doorreis (er blijft nogal eens iemand hangen!), hun prachtige plek aandoen. Het is zo’n huis, waar je met z’n tweeën kunt zijn, maar waar een gezelschap van 15 man elkaar echt niet in de weg zit.

Mijn broer en schoonzus huldigen het standpunt, dat ze niet “entertainen”. Iedereen treft elkaar bij de maaltijden, die als het even kan (en het kan váák!) in de openlucht worden genuttigd, wat al iets heel gezelligs heeft. Verder gaat iedereen z’n eigen gang en dat is prima geregeld.

Er zijn delen van het huis, die nog moeten worden aangepakt, gróte ruimten soms, waar een projectontwikkelaar wel raad mee zou weten voor een appartementje, maar waarmee mijn broer en z’n vrouw helemaal geen haast hebben. De deur dicht en je ziet er niks van. Die ruimten hebben nog de geheimzinnigheid van vroeger tijden. Prachtig!

Ik was in het huis wel eens de weg kwijt. Sloeg links af als het rechts moest zijn en kwam ergens anders terecht dan ik dacht. Zo ook op een avond laat, toen iedereen al naar bed was, ik nog even een toiletbezoekje bracht en tot de ontdekking kwam, dat mijn broer, denkend dat híj de laatste was, ál het licht had uitgedaan. Nou, dan is het donker, ontzéttend donker! In huis, maar ook buiten, zodat noch een raam noch een deur ook maar enige indicatie gaf waar ik me bevond. Want dat ik me weer eens vergist had in de richting was al snel duidelijk.

Ik heb tientallen jaren gewerkt met blinde mensen en dacht me aardig te kunnen voorstellen, wat zo iemand meemaakt. Ben zelfs met een blinde getrouwd! Als dát geen liefde voor je werk is! Grapje, want hem kende ik eerder dan mijn werkgever.

Ik heb heel wat keren mensen, die tijdens hun revalidatie bij mobiliteitstraining het terrein moesten verkennen, uit de struiken geplukt met de opmerking “dat de tuinman al geweest was”. Die mensen waren dan soms volledig in paniek, omdat ze echt niet meer wisten hoe ze daar terecht waren gekomen. Iets van die paniek maakte zich van mij meester in dat donkere huis! Schuifelend kwam ik een stoel tegen, die zacht aanvoelde. Er stonden meer van dergelijke stoelen, dus welke wás het nou? Wel woonkamerstoelen, zover was ik al. Maar die kamer is, pak ‘m beet, 8 x 8 meter, misschien nog wel meer!

Opeens: de digitale cijfers van de radio! Daarnaast zat de deur naar de gang en in de gang zat het reddende lichtknopje, wist ik. Ik schrijf het nu even gauw op, maar dit hele gedoe heeft zo’n twintig minuten geduurd! Békaf was ik. En wat een léérmoment! Hád ik nou nog maar gewerkt, wat hádden al die revalidanten het dan goed gehad bij mij, zonder “grapjes” over de tuinman en zo. Nu heb ik één blinde, die profijt kan hebben van mijn belevenis, maar ja, die kent mij te goed en wordt vast erg achterdochtig als ik ineens soft ga doen over z’n handicap!


Averij

Soms vraag ik me wel eens af: zou het aloude kofschip nog wel varen? Of zou het met averij ergens in een dok op restauratie liggen te wachten? Op geen andere manier is het te verklaren, dat er zo frequent wordt gerommeld met de voltooid deelwoorden, een “t” waar het een “d ” moet zijn en andersom, of soms allebei tegelijk. En nu heb ik het niet over een gehaaste e-mailer of een briefje van oma aan tante Sjaan, maar over gedrukte lectuur.

Ben ik de enige, die zich daaraan ergert? Overigens: als ergens iets wordt aangeboden en men schrijft: “Drie halen en u betaald er maar twee!”, dan ga ik niet eens kijken. Kan nooit wat zijn.

Zelfs in het taxatierapport, dat wij van een makelaar kregen betreffende ons huis, stond een dergelijke fout. Misschien ben ik gewoon allergisch…….


Bruiloft

‘k Las bij mijn naamgenoot Whiskas, dat ze bruiloften leuk vindt. Ik ook. Wij zijn aan het begin van deze maand naar de trouwerij van een nichtje van ons geweest. Ze trouwde in Coevorden. Ons nichtje is van Koreaanse afkomst, geadopteerd samen met haar twee zusjes door mijn broer en schoonzus.

De meisjes hebben gestudeerd hier, zijn vanwege de “roots”, toen ze tieners waren, met hun adoptief-ouders samen, teruggeweest naar Korea, maar zijn behalve hun uiterlijk, zo Hollands als het maar kan.

Daarom was het heel bijzonder, dat de Koreaanse familie bij het huwelijk aanwezig was. Haar moeder, een zus en een broer. De laatsten met hun echtgenoten. Moeder was gekleed in traditionele kleding, een klein vrouwtje in het wit met mooi geborduurde randjes langs de jurk. Alleen de brúid was mooier!

De broer was de enige, die wat Engels verstond, dus was de communicatie moeizaam en van de plechtigheid hebben ze waarschijnlijk niet veel meegekregen. Ondanks dat de ambtenaar de gang van zaken in het Engels toelichtte en de broer verzocht een en ander te vertalen voor de familie. Dat hadden we wel eens willen horen! Maar hij knikte vriendelijk, zei “thank you”en deed het vervolgens niet!

Die ambtenaar was trouwens een bijzondere man. Behalve, dat hij zich dus in het Engels had voorbereid, was hij erg geestig en (we schrokken ervan!) hief hij aan het eind luidkeels een lied aan richting het bruidspaar. En dat in Coevorden. Leuk!


Kleine wereld

Gisteren was ik een dagje bij m’n zus. We spreken elkaar niet zo heel veel: zij heeft een druk sociaal leven en ik heb ook zo het nodige te doen. Als we bij elkaar zijn halen we de schade ruimschoots in en wordt het nachtwerk, waarbij de respectievelijke mannen van armoe maar vast naar bed gaan.

We hadden telefonisch afgesproken dat we samen naar Amsterdam zouden gaan, onze geboortestad. We zijn allebei de stad ontrouw geworden en zo nu en dan moeten de banden weer es aangehaald. We wilden naar de Noordermarkt, naar de tentoonstelling van 75 jaar Hema in de beurs van Berlage (veel van die 75 jaar hebben we toch meegemaakt!) en verder zouden we wel zien.

Het begon al, dat we , na ons nachtwerk, veel te laat wakker werden om een vroege trein te nemen, ook nog eens hoorden van bommeldingen in tunnels en ons al zagen wachten op een trein, die misschien helemaal niet kwam. Bovendien had m’n zus onze andere zus, die in Sydney woont aan de telefoon en die zei: “De Noordermarkt? Die is er toch helemaal niet op donderdag?”. Daar had ze gelijk in. En dan te bedenken, dat ze echt al heel lang in Australië woont, niet bepaald om de hoek. Kleine wereld.

We zijn niet naar Amsterdam geweest, hebben allergezelligst gewinkeld in Ede, op ons gemak enkele horecagelegenheden bezocht, gechineesd met de familie en ’s avonds nog de opening bezocht van Cultura, het cultureel trefpunt van Ede.

Dat alles op drie minuten lopen van mijn zusters huis.Onze kleine wereld.


Vakantiegevoel

Het voordeel van niet meer deelnemen aan het arbeidsproces na dat heel lang en ook meestal met plezier wel te hebben gedaan, is, dat je niets meer hoeft en niets meer moet. Dat is een gevoel, dat vroeger alleen maar bezit van je nam in vakanties en soms het weekend.

Hoewel er veel juist in het weekend gedaan moest worden, omdat het er anders niet van kwam. En nu heb ik het over de tijd, dat een wapperende was op zondag écht niet kon. Onzichtbare was wegens droogtrommelbezit was er nog niet.

Behalve met het normaal rekening houden met de buren: geen pianospelen of boren op rare uren, hebben we ons niet zoveel aangetrokken van wat men van onze activiteiten vond. Toen ik begon was ik in onze buurt ook de enige moeder, die tijdens de schooluren niet thuis was vanwege werk buiten de deur. Dat is nu gelukkig wel anders en zijn de slimme meiden op hun toekomst voorbereid.

Als je werkt heb je noodzakelijkerwijs wel structuur in je leven en dat is iets, dat je, als je werkleven over is, weer te pakken moet zien te krijgen. Ik heb daar wat moeite mee gehad. Een huishoudelijk wonder was ik niet en ik bén bang, dat het er ook niet meer van komt. Maar je hebt dingen, die nou eenmaal regelmatig moeten. Opruimen, of dingen zodanig verplaatsen, dat het opgeruimd líjkt, kan ik goed. Poetsen en soppen vind ik wat minder, omdat het zulk ondankbaar werk is: een week later is het wéér zo. Bij ons is het echter optisch schoon. Ik weet wel beter, maar daar heeft niemand last van. Bovendien heb ik een blinde man, die meer gebaat is bij opruimen dan bij poetsen. Zo nu en dan heb ik de geest en dan kan iedereen beter zorgen dat ie uit de buurt is.

Nu we allebei thuis zijn, hebben we taken verdeeld. Ik hoef alleen maar te zorgen, dat er geen rooie sokken tussen de witte was zitten en het wasmiddel te doseren en Jouke doet de rest. Tot en met het vouwen na het droogproces. Dat vindt hij nog leuk ook. Stofzuigen doet hij veel beter dan ik: systematisch. Ik hark.

Ik zorg voor het eten en iedereen leeft nog. We zitten in het ziekenfonds dus dat komt altijd goed. Ik hanteer de ouderwetse “schijf van vijf” en trek me maar niet teveel aan van berichten over waar je nou weer kanker van krijgt.

Ik heb overigens diep respect voor mensen, die écht kunnen koken en daar veel tijd aan besteden en dan bedoel ik niet een Joop Braakhekke, die ik meer clown vind dan kok. En hij doet soms van die viéze dingen….! Lepels aflikken en er dan gewoon mee verder roeren! Of spugen in de olie om te kijken of die al op temperatuur is! Daar moet ik toch niet aan denken, ondanks het ziekenfonds.

Maar om het begin van mijn verhaal terug te komen: ik worstel met structuur in mijn dagen en het vakantiegevoel….dat blijft maar toeslaan. Perfect geregeld! Sorry, jongelui, nog éven volhouden!


Strepen

‘k Heb iets heel stoms gedaan: de glazenwasser beledigd. Hij kwam z’n geld innen en ik vond, dat de ramen wat streperig waren. De zon stond er vol en laag op, dus was e.e.a. goed te zien. De glazenwasser begon met te zeggen dat het niet kon, want hij had ze zelf gewassen en niet “één van de jongens”.

Hij kwam even mee naar binnen, keek en sprak toen: “Zit aan de binnenkant”. En even wrijven over zo’n streep met m’n wijsvinger wees uit: inderdaad.

Ik heb me uitgeput in verontschuldigingen, wel tien keer “sorry” gezegd, een aardige fooi gegeven en hem met veel omhaal uitgelaten, maar ik ben bang, dat hij wel is aangetast in zijn glazenwassers-eer. En gelijk heeft ie.

Nu maar hopen, dat hij nog terugkomt.


Dank

Iedereen hartelijk dank voor het warme welkom!