Wachten op de beurt…..

garagekoffie.....

Onze auto moest naar de garage voor ’n kleine beurt. Vanwege dat kleine konden we er op wachten, zeiden ze. Het bedrijf zit ook op een plek waar je niet zomaar weg kunt als je je auto niet hebt. Dus ze hebben er een riante wachtmogelijkheid met lectuur, koffie én uitzicht op de nieuwste Ford-modellen. We gaan dan ook altijd even “droogzwemmen”, waarop er strijk en zet een verkoper komt vragen of hij ons van dienst kan zijn. Hij weet natuurlijk niet hoe weinig kilometers we nog maar op de teller hebben staan. Als we uitgezwommen zijn lezen we even de krant en maken we nog een cryptogrammetje. We komen de tijd wel door.

Of we raken, zoals vanmorgen, aan de praat met een medeklant. En dan verbaast het me vaak hoe mensen in korte tijd hun hele hebben en houden aan je vertellen. Zo wisten we van deze mevrouw binnen vijf minuten: dat haar man met hartklachten in het ziekenhuis lag, best wel ernstig, want hij moest naar Utrecht voor nieuwe kleppen waarschijnlijk, hartkleppen dus, dat zij nu de auto voor de winterbeurt moest brengen , terwijl ze vrijwel nóóit reed, maar nu haar man er niet bij was het eigenlijk beter ging dan als hij er wel bij was, dat ze de snelweg meed, want ze kon niet goed invoegen, dat ze nogal afgelegen buiten Apeldoorn woonde, want ze had geen buren, vertelde ze. Nou, dan woon je ruim, denk ik. Maar ze maakte toch ook een wat ontheemde indruk en ik had wel met haar te doen. Zo helemaal alleen van alles te regelen.

Maar iemand van de garage (de verkoper, want die had ons toch niks te verkopen) bracht haar even naar het centrum, zodat ze vanmiddag bij haar man op bezoek kon en dan haalden ze haar vanmiddag als de auto klaar was ook weer op uit het ziekenhuis. Dat vind ik een geweldige service. En wij hadden een rammeltje in de auto, vreselijk irritant en dat is er ook uit. Fordgarage Gerritsen, Apeldoorn. Onthoud die naam……….


This is radio, man….!

boem is ho...!

In ons huis wordt veel naar klassieke muziek geluisterd, maar zo nu en dan staat er een zender op, waar jongelui het programma presenteren. En nou wil ik niet vervelend doen, hoor, maar ik heb soms het idee, dat die zichzélf zo graag horen! De grappen en grollen zijn niet van de lucht en het lijkt erg ontspannen allemaal. Ze hebben de toekomst natuurlijk, dat scheelt.

Vanmiddag hoorde ik een meisje zwijmelen over een videoclip, die ze had gezien, al even geleden, zei ze, en waar ze helemaal wég van was! Je moet mij niet vragen welke, want ten eerste heb ik er geen verstand van en ten tweede hoor ik zo’n zender wel, maar ik luister niet echt.

Wat ik wel hoorde was, dat ze zei:”Kom, jullie weten vast wel, welke clip ik bedoel! Als iedereen in de auto nou even z’n ogen dichtdoet en naar de muziek luistert, dan zie je ‘m zó voor je!”.

( O, er gaat net een vrachtwagen naar links? Hè, da’s nou vervelend……….!)


Leesvoer…….

sloofje....

In de wachtkamer van de tandarts liggen redelijk recente tijdschriften. Leuke tijdschriften ook en een beetje van niveau. ( Dat is zijn rekening ook, maar dat terzijde). Anders dan bij de Chinees, waar de blaadjes voor de grootste gemene deler van de bevolking liggen: Story, Weekend en de Panorama. Bij de kapper hebben ze de leesmap, dus voor iedereen wat en onze dokter legt de krant van die dag, medische folders, tijdschriften van patiëntenverenigingen en zo nu en dan de Margriet van zijn vrouw in de wachtkamer.

Wachten bij de tandarts vind ik dus het leukst en veel te kort, want hij heeft ook mooie woonbladen liggen. Vanmiddag zag ik daarin de aanprijzing van een keukenschort. Het was verpakt als magnetronmaaltijd met de aanduiding: houdbaar tot 2021. Op het schort stond een tekst.

” Het huwelijk. Ik heb je alles gegeven: een gedicht, mijn maandsalaris, een kind. Kun je nu even kijken of het eten klaar is?”. Vroeger noemden ze een schort ook wel eens een sloof. Maar dat is ouderwets overdreven in dit geval. Als het zo netjes gevraagd wordt….?


Wacht u voor de hond…..

Vorige week in het nieuws: In Engeland merkten de medewerkers van een dierenopvang, dat de honden, die ze de avond tevoren netjes in hun hokken hadden gedaan, als ze ’s morgens kwamen allemaal los rondliepen! Ze dachten aan een actiegroep. Omdat ze toch wel wilden weten hoe een en ander in z’n werk ging werden er camera’s opgehangen en wat bleek?

Er was één slimme hond, die zijn hok wist open te maken, naar de keuken ging om zich te goed te doen aan het klaarstaande hondenvoer ( hoé slim was hij om dat eerst te doen!) en daarna al zijn medegevangenen uit hun hokken bevrijdde. Hij was erg populair onder zijn soortgenoten, dat was de medewerkers al opgevallen. Een soort Hondenkoning eigenlijk.

Er stond niet bij wat voor merk hond het was, maar ongetwijfeld zal hij het formaat hebben gehad van Vasco de visitehond van Misdruk over wie ze dezer dagen schrijft en van wie ze mooie foto’s maakt!

En als we nou toch in de hondenhoek bezig zijn: ik las een verhaal over mensen van wie hun hond thuiskwam met het buurkonijn. Het beest zat onder de modder en was helaas al overleden. De buren waren een weekendje weg en de bazen van de hond zaten erg in hun maag met de hele toestand en de hond kreeg op z’n falie. Ze besloten het konijn maar te wassen met shampoo, het droog te föhnen en netjes terug te leggen in zijn hokje, zodat het leek of het een natuurlijke dood was gestorven.

Bij thuiskomst van de buren hoorden ze de schrikreactie in hun tuin. “Logisch, als je je konijn dood in z’n hok vindt”, dachten ze nog. Maar het dier had al vóór het weekend het loodje gelegd en was al met veel égards begraven geweest! De buren dachten aan een wonderbare opstanding, hoewel het beest wel erg dood bleef. Er viel een deurtje verder het een en ander uit te leggen. Die hond heeft een goeie neus, dat is zeker…..


Normvervaging……

........

Er is vorige week een 11-jarige jongen met fatale afloop onder een trein gekomen. Dat was in een plaats hier niet zo ver vandaan. Vréselijk uiteraard. Ritsen advertenties in de krant van familie, schoolvriendjes, buurtgenoten, de voetbalclub en andere contacten die een elfjarige jongen doorgaans heeft. In iedere annonce stond: “we missen je”.

In het krantenbericht over het voorval stond, dat de politie had gemeld, dat het om een zelfdoding ging. Toen ik het las dacht ik:” Waarom moet dat bekend worden?”. Afgezien van het feit of het werkelijk zo is krijgt het tragische gebeuren een sensationele nadruk. Waar ongetwijfeld veel mensen van zullen smullen, dat staat wel vast.

Onwillekeurig ga je er toch over nadenken hoe het kan, dat een kind van die leeftijd tot zo’n daad komt. Zat het thuis niet goed? Werd ie gepest op school? Dat bleek uit al die advertenties niet. Hoe stellen ze trouwens vast, dat het zijn eigen keus was om op zo’n manier de dood te zoeken? En wat heeft de rest van de wereld daar überhaupt mee te maken? Dat het joch niet meer leeft is al erg genoeg.

Er was een tijd dat, als iemand van een flat sprong (en dan moet je Herman Brood even niet meerekenen), een bericht daarover niet in de krant kwam. Piëteit noemden ze dat. Bij de melding over dat jochie hadden ze die ook wel even mogen betrachten, maar ja, dat vind ik dan…..


Zakken……

stress...?

Bij Renesmurf las ik over de perikelen, die mensen hebben of hebben gehad bij het behalen van hun rijbewijs. De gigantische bedragen, die er mee gemoeid zijn en de verhalen over de machthebbers, de examinatoren. Met je instructeur moet je ook boffen natuurlijk, maar dat heb je nog enigszins in eigen hand: als ie niet bevalt ga je naar een ander. Lijkt mij.

Ik was twintig toen ik rijles had en dat was ook nog in een tijd, dat je als vrouw meewarig werd aangekeken, zo van :”Ach gossie, meisje, ga je het ook eens proberen. Nou, veel succes hoor. Dat is de rem en daar zit het gas”. Ik reed in Hilversum, want daar werkte ik toen. Ik had les in mijn middagpauze, die toen nog een uur duurde. Ik werkte bij een zuivelfabriek, waar ik receptioniste was. De instructeur haalde mij dus voor de deur op en dat liep in de gaten. De chauffeurs van de melkauto’s zorgden er als het even kon voor dat ze net een ritje hadden rond die tijd en reden dan achter me aan.

En dan kreeg ik commentaar.”Dat was weer niks, hè? Nog nooit van voorsorteren gehoord zeker? Je moet ook es een beetje doorrijden, dat gesukkel!”. En mijn bochtenwerk was ook matig. Nee, échte supporters had ik. Als ik door de fabriek liep zeiden ze: “Kijk uit, daar komt het racemonster! Heb je je Eend al besteld? Wij zullen ‘m wel voeren!” en meer van dat flauws.

Ik leste in een Opel Rekord met stuurschakeling. De instructeur was best een aardige man, een beetje zijig. Een uur samen in één auto was net voldoende. De theorie kreeg je in de auto, drie kwartier rijden en een kwartier op een parkeerplaats theorie.Omdat ik thuis braaf leerde ben ik daar ook in één keer voor geslaagd. Dat examen was op dezelfde dag dat je afreed, in een bovenzaaltje van een café. Maar het praktijkexamen moest nog een keer over.

In die tijd was ook het korps examinatoren niet zo groot, zodat je van te voren ook hoorde: “Nou, als je díe krijgt, maak dan je borst maar nat!”. De eerste keer had ik dan ook een “gevreesde” man. Hij zat onderweg ongeïnteresseerd te fluiten en daar werd ik zeer zenuwachtig van. Hij vond ook duidelijk dat autorijdende vrouwen een slechte ontwikkeling waren. Ik was zó blij van hem af te zijn, dat ik bij terugkomst op de parkeerplaats zonder in de spiegels te kijken uitstapte, waarop hij zei: “Zo. En als er nu eens iemand naast de auto was geweest? U bent gezakt, juffrouw!”. Dat zeiden ze toen nog tegen je, hè, juffrouw.

Mijn instructeur vond het zielig voor mij, maar niet voor zijn business. Ik betaalde tenslotte zés gulden per uur, gouden handel. De tweede keer, een paar weken later, trof ik een examinator van het vaderlijke type met pijp. Ik moest de drukke ‘sGravelandseweg oversteken en dat duurde maar en dat duurde maar. Mijn knie begon te trillen van de zenuwen en het ingedrukt houden van de koppeling. Hij zei: “Kom, we gaan even doordrukken. Rij maar op, ik zeg wel of het kan”. Door die liefdevolle benadering van mijn examenstress slaagde ik verder met glans. En ik kan nog steeds goed “doordrukken”als het een beetje lang duurt, wel netjes, hoor, maar toch. Ik kijk wel zélf of het kan……..


Spaart u ook zegeltjes….?

geen fratsen...???

Als vervolg op mijn eerdere verhaal kan ik nu verslag doen van hoe het is om met een vólle boodschappenwagen gebruik te maken van de caissièreloze betaalmogelijkheid bij onze super. Nou, het was een zóótje!! En dat is nog mild uitgedrukt.

Ten eerste wilde iedereen wel eens meemaken hoe dat nou ging met zo’n apparaat. Vooral de mannen! “Laat mij maar”, zeiden ze dan tegen hun vrouw. En “hoe scan je een krat bier?”, belangrijke vraag met een voetbalavond in het vooruitzicht. Al met al waren de rijen dubbel zo lang als die bij de meisjes.

Als je de kar leeggescand hebt sta jij met je kar aan de ene kant van het apparaat, terwijl je betaalde boodschappen verweesd aan het eind van de band liggen. Er was maar één doorgang. Dus de hele rij moest achteruit en jij door al die mensen heen om verenigd te worden met je koopwaar.

“Uw boodschappen bevinden zich op band 4c” stond er op de kassabon. Voor het geval je ze niet meer herkent of erg kort van memorie bent.”Hé, had ik tompoezen? Lekker!”. Er zit geen afscheiding tussen de diverse banden dus als je tijdelijke buurman zin in tompoezen heeft kan ie ze zó meenemen. “Daar gaan we nog iets aan doen”. zei de nog niet ontslagen medewerkster, die even meehielp. Er komen schotjes tussen of zo.

C1000 heeft een actie lopen, waarbij je zegeltjes moet sparen voor een doos boodschappen. Maar die zegeltjes moet je aan een aparte balie halen en als je prijs stelt op je statiegeld moet je dat ook daar regelen. Boodschappen doen wordt dus hard werken voortaan.

Ik moest trouwens wel erg lachen om een meneer, die zijn spullen had gescand, routineus met zijn kassabon voor de scanner had gezwaaid om het hekje te openen en die vervolgens met z’n lege kar buiten stond. Hij was z’n boodschappen vergeten!

Een mevrouw, die met een rood bezweet hoofd de hele procedure had gevolgd, riep: “Dat was eens, maar nóóit weer!”. Ik ben bang, dat ze ongelijk krijgt. De eigenaar van deze winkel was ooit ook de eerste met een volautomatische retourette. Daar heeft ie zelfs een prijs voor gekregen. Zo’n ondernemer is het. Maar de rijen bij de caissières schoven vandaag probleemloos door, statiegeld keurig verrekend en mét zegeltjes…….


Apeldoorn vooruit……

pinnen.....

Ze kunnen van mij niet zeggen, dat ik niet met m’n tijd meega. Zeg nou zelf: ik heb vanmiddag mijn boodschappen gescand in de supermarkt zonder caissière. De eigenaar van onze buurtsuper C1000 heeft twee van dergelijke kassa’s aangeschaft. Inderdaad gaat het lekker snel.

Nou had ik vanmiddag ook niet zoveel: een zak boerenkool, twee rookworsten en een paar Monatoetjes dus hoe het zaterdag gaat met een volle kar dat moeten we nog maar es zien. Om het “scangebied” te verlaten moet je met je kassabon langs een apparaat wapperen en dan gaat het hek voor je open. Er schijnt absoluut op geen enkele manier mee te sjoemelen te zijn. Dat lazen we al in de krant.

Dus als je spruitjes afweegt kun je er niet na het bonnetje opplakken nog gauw een handje bijdoen, want dat merkt de kassa aan het gewicht. Elk artikel moet je apart op de band leggen en dan is het net de bagagescanner op Schiphol. Je ziet je boodschappen pas aan het eind van de band weer terug. Er zit een zogeheten servicemedewerkster, die de boel in de gaten houdt en van haar kreeg ik vanmiddag een bos bloemen omdat ik op deze nieuwe manier mijn boodschappen had afgerekend.

De caissières die er (nu nog) zitten en van wie we de meesten kennen, omdat er in al die jaren haast geen personeelsverloop is geweest, zullen weinig aanspraak hebben aan hun nieuwe collega’s. Maar hun baas zal die niet hebben aangeschaft vanwege de hondentrouw van zijn personeel. Mooi hoor, die nieuwe ontwikkelingen, maar gezellig? Ik heb nog even gezwaaid naar de kassameisjes, nu kan het nog……….


The winner is……

the best.....

Het kan aan mij liggen, maar we hangen tegenwoordig wel van “awards” aan elkaar, zeg! ‘k Vind het er wel een beetje véél worden. De gouden en zilveren beelden, griffels en harpen vliegen je om de oren. Filmprijzen, televisieprijzen, beste acteur, beste regie, beste dit, beste dat.

Kijk, als een schrijver of een ander kunstzinnig persoon al een hele poos bewezen heeft van een constante kwaliteit te zijn, nou, dan mag hij of zij best eens merken, dat dat gewaardeerd wordt. Als ze d’r tegen kunnen en niet aan het eind van hun feestje naar het ziekenhuis hoeven, prima. Maar dat is dan een oeuvreprijs. Daar heeft zo’n iemand lang over gedaan om ‘m te verdienen.

En met aanmoedigingsprijzen heb ik ook helemaal geen moeite, want het geldbedrag, dat daar aan vast zit kan de aangemoedigde in de meeste gevallen zeer goed gebruiken.

Het is het gevoel van “als jij mij kietelt, dan kietel ik jou!”dat aan veel van die awards kleeft, dát zit me ’n beetje dwars. Daar mogen ze op bezuinigen. Ik kijk waarschijnlijk te veel naar Boulevard, dat zal het ook zijn……..


Goodbugs…..

wacht u voor de goodbug.....

Gisteren zag ik Tineke Verburg weer eens ouderwets in haar rol als World Trade Center-babe. Ze ondervroeg allerlei slimme mannen over hun succesvolle handel. Het ging deze keer over groenten en fruit. Daar moeten wij allemaal respectievelijk 200 gram en 2 stuks dagelijks van nuttigen om gezond van lijf en leden te blijven. Dan storten wij niet in en de handel ook niet. Dat je het maar weet.

Omdat het vandaag Dierendag is vond ik het wel toepasselijk om te horen, dat ze hier te lande allerlei diertjes kweken om te exporteren. En dan geen koeien en varkens, maar hele kleine beestjes die moeten helpen om plagen in gewassen te bestrijden. Sluipwespen en lieveheersbeestjes en zo. En dan kweken ze ze ook nog zo, dat een diertje geschikt is voor het land waar hij wordt ingezet. Dus een Hollands lieveheersbeestje kun je geen Japanse bladluis voorzetten, want dat werkt niet. Dat luistert heel nauw.

Ik vond het fascinerend. Er gaan miljoenen om in dat bedrijf. En het was natuurlijk weer een Hollandse opa-tuinder, die dat heeft ontdekt. Had geen zin in chemische bestrijdingsmiddelen op z’n tomaten en dacht na. Je moet er waarschijnlijk wel een mierenneuker voor zijn, excusez le mot.Waar een klein land groot in kan zijn! Groot in kleine beestjes. Ik krijg er wel jeuk van……..