We volgen vanzelfsprekend de Olympische Spelen. Mooi om te zien hoe dromen werkelijkheid worden en hoe ze ook wel eens in gruzelementen vallen. Dat al die emoties tot in den treure uitgemolken worden, nou ja, dat moet omdat al die dure jongens, die daar in Athene verslag zitten te doen hun geld moeten opbrengen.
In de Varagids van deze week staan de herinneringen opgetekend van Frits de Ruijter. Hij was een atleet, die ooit aan de Spelen heeft meegedaan en daarna in de radioverslaggeving verzeild is geraakt, omdat hij er nou eenmaal verstand van had. Hij vertelt over de primitieve manier, waarop de reportages werden klaargemaakt voor uitzending.
Frits de Ruijter had ook een broodjeszaak in Amsterdam, want dat reporter zijn leverde niet veel op. En over die broodjeszaak heb ik nog een mooi verhaal. Ik was een jaar of achttien, woonde in Bussum en werkte in Amsterdam op het handelskantoor van een Zweedse firma op de Herengracht. Elke morgen ging ik met de trein naar het Centraal Station en sprintte dan via Damrak, Dam, Kalverstraat en Spui naar kantoor. Altijd in grote haast, want ik had een “streeftrein” en een trein, die ik ook werkelijk haalde.
Op dat kantoor werkte ook een man, die een soort chef was van de reclame-afdeling. Hij was een oud-marineman, die nog net te jong was om definitief met werken te stoppen, maar het begrip “werken” zeer creatief invulde. Hij hoefde het voor het geld eigenlijk helemaal niet te doen, zat er warmpjes bij en deed daar ook helemaal niet geheimzinnig over. Hij woonde in Den Haag, reisde ook per trein naar Amsterdam en ik trof ‘m dus nogal eens op het station. “Waarom loop je zo hard?”, vroeg hij dan. “Ik ben laat!”, riep ik al hollend. “Ga toch weg! Je bent helemaal niet laat. De dag is net begonnen. We gaan koffie drinken bij Frits”.
En dan moest ik mee naar de broodjeszaak van Frits de Ruijter op de Nieuwe Zijds. Niet, dat ik daar rustig zat natuurlijk! Want hij was dan wel chef, maar niet de mijne! Bovendien nog een “rare” chef ook. Als we dan een half uur later op kantoor kwamen, zei hij: “Ze moest eerst koffie, dat arme kind! Zo kan ze niet werken”. Dan werd er een beetje gelachen, maar het werd nog gepikt ook! Ik heb er nooit iets over gehoord van mijn eigen chef. Terwijl ik me als “protégé” toch behoorlijk opgelaten voelde.
Ik heb nog een boek over het leven van Bach, waar hij voorin heeft geschreven : “Voor mijn confectiedochter”. Tussen de middag gingen we naar concerten in de Engelse Kerk op het Begijnhof en hij heeft me eens voorgesteld aan de organist Simon C.Jansen in de Oude Kerk, terwijl die daar aan het studeren was. Een beroemdheid toen. Allemaal tussen de middag, dus ik was zelden op tijd op m’n werkplek!
De dagen, dat ik hem niet tegenkwam op het station en dus voor de verandering op tijd was, begroette hij het “slavenvolk”, zoals hij de bureaubezetting noemde, met: “Goedemorgen dames, heren en Els”. Een gekke, lieve, bijzondere, erudiete man, van wie ik veel geleerd heb. Hij was er bij toen ik trouwde en dat hoorde gewoon zo. De herinnering kwam weer boven toen ik de Varagids opensloeg en de naam Frits de Ruijter zag.
Een Zweedse firma, al onze kinderen Scandinavische namen en ik ben gek op Ikea, dat móet ergens vandaan komen, natuurlijk……..!