Etiquette……

zoals het hoort.....

Onze kleinzoon van vier was even met buurvrouw Dieneke mee een boodschapje doen. Dat vindt buurvrouw leuk en hij ook. Toen ze na de boodschap de winkel uitgingen zei ze: “Nou, zeg maar dág tegen die mevrouw”, daarbij doelend op de dame achter de toonbank. “Nee!”, zei Niek. Hij was niet tot groeten te bewegen.

Toen ze buiten stonden zei Dieneke: “Dat was niet erg aardig. Waarom zei je nou niet even goeiendag?”. “Ik ken die mevrouw niet”, zei Niek.

Dat weten we dan. Hij wenst vóórgesteld te worden……..


Kooltjes……

diepvriesspruitjes....

Het zal jullie vast en zeker geen moer kunnen schelen, maar we eten vanavond voor de eerste keer weer eens spruitjes. In de aanbieding bij de supermarkt, vandaar. Want eigenlijk wil ik het eten van spruitjes altijd zo lang mogelijk uitstellen. Het is zo’n teken van : nou, jongens, de zomer is voorbij, óp naar de kerst. En ik vind de zomer nog allesbehalve voorbij! Ik moest vanmiddag echt even uit de zon omdat het me veel te warm was.

Spruitjes waren vroeger bij ons thuis “zondagseten”. Tenminste, dat zei mijn moeder altijd, ik weet ook niet waarom, want zo wild op spruitjes waren we niet. Dat deerde haar niet: op zondag aten we spruitjes. Heel vaak.

Mijn kinderen waren ook niet zo gek op spruitjes, maar wij hadden de afspraak: zoveel jaar als je bent, zoveel spruitjes moet je eten. Tot een bepaald aantal jaren natuurlijk, anders zaten pa en moe wel érg lang aan tafel. Tegen de tijd dat het aantal jaren opliep lustten ze ze meestal wel of schepten zelf op, zodat we er geen zicht meer op hadden.

Spruitjes hebben een zielig imago, vind ik. Kneuterig, oer-Hollands en als mensen het in commentaren of zo hebben over “spruitjeslucht”, meestal in combinatie met “hoekstenen van de maatschappij” en “de jaren vijftig”, dan hebben ze het over bekrompenheid. Nou, dat vind ik niet leuk voor de spruitjes. Dat hebben ze niet verdiend.

Als ze in december weer een marathon-zesdaagse organiseren voor de schaatsers, dan strijden die om het “spruitenpak”. Volwassen mannen in een spruitenpak. Het ziet er niet uit, maar ik vind het wel een hommage aan de spruit.

Zo, ik ga ze maar eens even snoeien, mijn spruitjes. En als je een paar leuke recepten wilt………..


Icoon….

joop doderer....

Ach, nou hoor ik net, dat Swiebertje dood is! Weer een icoon minder uit een tijd, dat alles zoveel eenvoudiger was. Of léék in ieder geval. Zwart/wit, zoals de televisie van die dagen.

Hij had een respectabele leeftijd (84) en, dat heb ik nou eenmaal, dat bepaalt je weer eens bij je eigen jaartal. Het scheelt namelijk niet eens zóveel. Kom, ik heb ’t nog veel te druk en helemaal geen tijd voor andere tijden.

Maar ik vind het wel leuk om hier gewoon een fotootje neer te zetten van Joop Doderer en niet van Swiebertje. Want de man heeft nog zoveel andere dingen gedaan en heeft jarenlang in het buitenland moeten wonen en werken om van het eeuwige Swiebertje-imago af te komen.

Want zo zijn wij Hollanders dus: een keer succesvol in een rol, dan week je dat etiket er niet zomaar af. Dan moet zo’n acteur niet ineens van allerlei anders willen. Daar zijn wel meer voorbeelden van, denk ik.

Hij ruste in vrede. En ik ga maar eens een kopjen koffie met een koekjen tot me nemen. Je kunt het toch niet laten, hè? Arme Joop……


Apenootjes……

dit is een halfaap....líjkt er toch niet op?

De apen van de Apenheul worden aanstaande zaterdagmiddag voorzien van cultuur. Dan gaat een orkest, dat bestaat uit Apeldoornse muziekdocenten, een concert geven bij de halfapen, ook wel lemuren genoemd, die van Madagaskar komen. Die zijn bekend om hun ijselijke geschreeuw en men denkt dus, dat die tijdens het concert luidkeels hun partijtje zullen meeblèren! Daar verwachten ze veel van. Een hele nieuwe muziekstijl misschien wel! Dan krijgen we : “concert voor halfaap en orkest in C grote terts”.

Ik was altijd al benieuwd naar de andere helft van een halfaap. Wanneer is een aap een halfaap? Als mens, je bent toch familie van ‘m, zeg je ook wel eens: “Gôh, ik ben maar een half mens vandaag!”, maar dan weet je tenminste wel zeker, dat de andere gelijkwaardige helft nog aanwezig is, maar gewoon even niet functioneert. Zo’n toestand is tijdelijk, meestal meer mentaal dan fysiek en die andere helft komt er na een poosje, als je geluk hebt, de zon schijnt en de koffie is niet op, vanzelf wel weer bij.

Maar ik heb ’t eens even nagelezen, maar die halve aapjes zijn niet zielig, hoor! Omdat ze op Madagaskar op ’n eiland zaten zijn ze niet opgejaagd in hun evolutie door andere apensoorten. Ze horen wel bij de apen, maar zijn nog “onderweg” om een echte aap te worden. Hun snuit is spitser, ze hebben wel een heel goed reukorgaan, zijn vegetarisch op ’n enkel insectje na en hun hersenen zijn wat kleiner en eenvoudiger uitgevoerd. En, of het een nou het gevolg is van het ander, maar in de groepen zijn de vrouwen de baas. De mannen verhuizen om onder de dominantie uit te komen zo’n beetje elk jaar naar een andere groep.

Nou, en bij die dieren gaan ze dus zaterdag klassieke muziek spelen. Hopelijk kunnen die beesten een beetje wijs houden………


ANWB Verkeersinformatie……

lid van de club.....

Wat heb ik toch een hekel aan reclames, waarbij bedrijven of instellingen hun concurrenten min of meer afkraken om te vertellen hoe goed ze zelf zijn. Dat mág, geloof ik, niet eens van de reclamecodecommissie, maar het gebeurt wel. Zoals die bank, die zegt niet zo’n mooi hoofdkantoor te hebben als die andere bank, maar het dientengevolge wel veel beter voor te hebben met jouw geld. Alsof ze een filantropische instelling zijn.

En ik blijf, alleen al omdat ik de reclame van Route Mobiel zo ongelooflijk onsympathiek vind, ijzerenheinig lid van de ANWB. De Kampioen, “het blaadje dat u tóch niet leest”, spel ik tegenwoordig tot de laatste letter. Uitsluitend vanwege die rotopmerking. De keren, dat we de Wegenwacht nodig hebben gehad, niet zo heel vaak meer, doordat onze automobielen gelukkig steeds betrouwbaarder werden door de jaren heen, werden we fantastisch geholpen.

Zoals die keer, dat onze jongste dochter de boot naar Engeland moest halen, die uit Vlissingen vertrok en we pas bij Utrecht waren. We stonden met een kapotte koppeling, maar dank zij de ANWB háálde ze ‘m. Wel op ’t nippertje, maar toch. Een Reis-en Kredietbrief is een rustgevend bezit. En als je sores hebt in het buitenland met auto of zieke familieleden dan is daar het ANWB-steunpunt. In Lyon, in Barcelona, you name it.

Het is ook het gevoel van : het was er al toen mijn vader zijn eerste auto kocht. Hij had er zo’n metalen embleem op: lid van de Wegenwacht. Dat was geel en lid van de ANWB: dat embleem was blauw. Dat stond degelijk als je dat had. Ik vond dat mooi.

Het gaat niet echt goed met de ANWB, zeggen ze. Route Mobiel is met die autootjes in de (gepikte) kleur geel snel en goedkoop, zeggen ze. En de praatpalen worden overbodig vanwege de mobieltjes, weet ik allemaal wel. Maar toch veranderen we niet. Een soort nostalgische hondentrouw, noem het maar zo……


Briefwisseling…….

brievenbesteller.....

Het leven is er niet overzichtelijker op geworden. Had je vroeger gewoon één uitvoerder voor een bepaalde dienst, nu rijst het aantal de pan uit. Je kunt bijvoorbeeld niet meer roepen: “Zeg, is de post al geweest?”, want wat of wie is “de post”? Voor mij is dat nog steeds de ouwe PTT oftewel TPG Post oftewel, vanaf volgend jaar, de Koninklijke TNT Post, compleet met nieuwe brievenbussen in knaloranje. Dat wordt wennen in het landschap. Wel makkelijk met WK’s en zo.

Wij krijgen hier de post bezorgd door TPG dus, maar ook door Selekt, door Sandd, de Stadspost en dat op tijden, waarop je beslist de klok niet meer gelijk kunt zetten. Bovendien gaan vanaf volgend jaar de sociale werkplaatsen ook nog postbezorging regelen.

Reclame krijgen we bezorgd door kinderen, bejaarde mannen, huisvrouwen en luidruchtige pubers. En tot in de avonduren kleppert de brievenbus. Een van onze buurmeisjes, die als bijbaantje een huis-aan-huisblad bezorgt, krijgt voor het laatste blokje huizen wel eens hulp van Timo ( die lieverd van het vorige postje, weet je wel?), die nog niet echt vlot lezen kan, maar “Nee/Ja” lukt al aardig. Hij vindt het leuk als hij mag helpen en is dus al in opleiding.

Misschien is het, als hij groot is, niet zo’n rommeltje meer en wordt ie gewoon postbode of directeur natuurlijk. Je kent het verhaal toch: “van krantenjongen tot miljonair”……


Dure liefhebberij……

dat je 't maar weet.....

Ondanks dat het weer niet meewerkt is het een romantische dag vandaag. Ten eerste vanwege deze liefdevolle mededeling, die op een schuurmuurtje staat op onze parkeerplaats. Levensgroot, ter inspiratie. Ik hoorde, dat een zusje dat geschreven heeft over haar broertje. Ze zijn nog niet zo groot, broer en zus, dus er kán subtiel nog wel wat veranderen in de onderlinge betrekkingen, maar dit hebben ze toch maar mooi alvast te pakken met z’n tweeën.

En dan las ik ook nog in de krant dat een, hier in Apeldoorn in opleiding zijnd, onderwijzeresje tijdens haar les gestoord werd door een bloemenman, die haar 300 rode rozen kwam bezorgen van een aanbidder! Driehónderd!

zoiets dus en dat dan x 10....

Daar komt een gemiddeld stel in geen driehonderd jaar aan toe! Wij zeker niet, zelfs niet als ik alle rozen meereken, die ik zelf heb moeten kopen. Het is niet anders.

De schooljuffrouw wist ook nog van wie ze kwamen, die rozen. Dat is natuurlijk mooi, anders zit je maar te dubben. Juf vertelde, dat ze de afzender zonder die rozen ook al heel leuk vond, de kat nog even uit de boom wou kijken, maar nu echt niet meer om ‘m heen kan.

De foto in de krant was leuk: zij tussen al die rozen en de kinderen van haar klasje er omheen. Die kregen een lesje: hoe versier ik een leuke schooljuf? oftewel een lesje “ware liefde”. Als ze er iets van opsteken is dat meteen een opsteker voor de landelijke rozenkwekers……


Help!……

het fregat...dat vlaggetje.... lief, hè.....?

In het journaal zag ik een groep mariniers, die naar het Katrina-rampgebied in Amerika was gestuurd door onze regering, om te helpen de rommel op te ruimen. Ze liepen rond in Biloxi, een behoorlijk zwaar getroffen stad. Ze moeten het daar hebben van het toerisme en er wonen heel wat mensen, die niet tot de armste bevolkingsgroep behoren.

De mariniers staan onder bevel van hun Amerikaanse collega’s, die het beste weten wat ze hen kunnen laten doen. Dat is goed geregeld natuurlijk, structuur moet er wezen. En er is aardig wat op te ruimen daar. Er werd gefilmd in het huis van een blanke mevrouw, die als meest prangende vraag had: “Where are you from, guys? Hólland! Wow, I’ve been there a few years ago! Had a wonderful time, beautiful country!” en meer van die prietpraat. Maar ze apprecieerde zeer dat ze er waren, de redders.

Maar sorry, hoor, zijn die mariniers van ons nou niet een béétje verkeerd gedropt? Of wilden de Amerikanen de meegekomen filmers liever de blanke slachtoffers laten zien en niet de mensen, die te arm en te zwart waren om op tijd New Orleans te verlaten? Ik had ze liever daar gezien.

In de Telegraaf van vandaag stond een foto waarop onze marineboys in een droog huis supergevaarlijk met een bureau liepen te sjouwen, terwijl op de achtergrond in de boekenkasten langs de muur alle boeken nog keurig op een rijtje stonden. Of weer, dat kan ook, ze waren tenslotte aan het opruimen.

De hulp van de Nederlanders is ongevraagd en werd zomaar geaccepteerd door de Amerikanen. Heel bijzonder, werd gemeld, want het is zó’n trots volk! Dank je de koekoek. Het fregat Van Amstel ligt keurig buitengaats, het kleine broertje dat mag meehelpen hoeft dus geen onderdak en eten doet ie aan boord. Dát zou namelijk een reden zijn, waarom de Amerikanen hulp afsloegen, geen trots, welnee, die hulpverleners moesten onderdak en eten en het was : eigen volk eerst in dit geval. Als het waar is, is dat mooi.

Maar ik heb zo’n vervelend gevoel over deze actie. Zo’n zelfde gevoel als ik laatst had toen ik Balkenende zag, die mócht ontbijten met Bush, die er een week over deed voordat hij zich liet zien in New Orleans. Op de website van de stad Biloxi betuigt de burgemeester zijn dank aan George W., omdat hij er zo snel was.

Nederland haalt weer eens een wit voetje bij Bush, die lak heeft aan de zwarte…….


Zeg ’t met bloemen…..

doe mij maar 'n kaktus.....

Een beetje gerelateerd aan mijn postje van gisteren: ik las vandaag, dat iemand een nieuwe dienst in het leven (!) heeft geroepen. Je kunt via internet een bloemetje op iemands graf laten neerleggen. Als je ’t zelf te druk hebt met in leven zijn. “Een gat in de markt!”, zegt de bedenker.

Als het mij overkwam zou ik een of ander medium, Char of Jomanda of zo, je hebt ze voor het uitzoeken tegenwoordig, laten zeggen: “Láát maar! Je wordt bedankt…….. ”