Goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen……

nieuw logo....

In de krant stond een stuk over huismannen. Dat dat er steeds meer worden, naarmate er meer ontslagen vallen. Dat er soms gekozen moet worden, wat het handigste is en dat er dan beslist wordt dat de vrouw blijft werken. Sommige mannen vinden helemaal niet erg om de huishoudelijke taken op zich te nemen, maar anderen zien zo’n situatie toch als zeer tijdelijk en naarmate het langer duurt gaat de kwaliteit van de bedrijfsvoering thuis toch wat achteruit. Dat is niks bijzonders, want dat is nou net waar vrouwen ook wel eens last van hebben!

Er is zoveel veranderd in de loop van de jaren, dat de traditionele rolverdeling eigenlijk nauwelijks nog bestaat of je moet daar bewust voor gekozen hebben, dat kan ook. In mijn tijd werd een vrouw, al was ze nog zo goed in haar werk, als ze trouwde automatisch ontslagen of ze nam zelf ontslag. Ze begon gewoon aan een nieuwe baan: de huwelijkse staat. Mijn baas was modern. Ik hoefde niet weg toen ik trouwde en omdat we vanwege woningnood erg klein woonden, stelde mijn huishouding ook niet zoveel voor.

Ik was in die tijd receptioniste/telefoniste bij een zuivelfabriek en dat was een drukke baan. Het was nog een echte telefooncentrale met letterlijk toeters en bellen en veel lijnen. Toen op een gegeven moment onze dochter in aanbouw was, werd ik “uit het zicht” gepromoveerd naar een andere afdeling, want ze stonden als zuivelbedrijf wel dicht bij de natuur met al die koeien, maar een zwangere aan de balie ging toch wat te ver. Maar ik mocht nog steeds blijven. Ik heb kunnen werken tot zes weken voor de geboorte en dat was in die tijd best uniek.

Ons kind was ook zo aardig om precies op de uitgerekende datum te arriveren, zodat ik de volledige zwangerschapsuitkering heb kunnen genieten. Daarna ben ik wel gestopt met buitenhuis werken en ik heb daar nooit spijt van gehad. ’n Leuke tijd in ons kleinschalige bedoeninkje. Toen onze dochter groter werd was daar het grote huis met tuin van oma, waar ze wat meer speelruimte had en toen ben ik, ook omdat we de pegels goed konden gebruiken, wel weer wat gaan werken. Bij de thuiszorg vanwege de flexibele uren. Je moest daar een wit schort voor en de cliënten noemden je “zuster”. Ook dat was weer een leuke tijd.

Zo hebben wij altijd maar een beetje aangerommeld met de rolverdeling. Man had échte baan en vrouw een zo-zo-baantje. De huishouding en het kind deden we zo’n beetje samen. Er kwam een tijd , toen we inmiddels vier kinderen hadden, dat mijn man leuk studeerde, náást zijn werk weliswaar en daar heb ik heus wel respect voor gehad, maar ik was thuis bij de kinderen ( en dat had ik ook weer niet willen missen!) en van tijd tot tijd stinkend jaloers ! Dat mag je best weten!

Toen de jongste naar de kleuterschool ging ben ik weer begonnen bij de thuiszorg, nog steeds vanwege de te regelen uren. Muzieklessen gegeven bij mensen thuis, dat was op een gegeven moment ook een aardig praktijkje, waar niemand thuis last van had. Daarna rolde ik in de baan, waar ik ruim twintig jaar erg veel plezier in heb gehad bij het revalidatiecentrum waar mijn man ook werkte.

Een raar arbeidsverleden, maar wel tekenend voor een tijd waarin vrouwen het zelf een beetje moesten uitzoeken als ze naast “het huishouden” ook nog iets anders wilden. Verder hebben we aardig de Franse kreet “vrijheid, gelijkheid en broederschap” in praktijk gebracht naar mijn idee. Nu we samen thuis zijn nog steeds. De was wordt vrijwillig door ons beiden in broederschap gedaan. “Doe je ‘m zo even in de droger, schat…..?”.


Gezocht….

rust...

…en gevonden, wat François René Duchable als toegift speelde, maandagavond! Je blijft toch zoeken, hè? Het was een Impromptu van Schubert, opus 90 nr.3 in ges groot. Mijn muziekcollega op m’n werk vroeger speelde die zo prachtig, dat hij altijd is blijven hangen. Die Impromptu dan, hè! Wat een rust, dat we het nu weten, we kunnen weer verder met ons leven……


Onbeperkt beperkt….

'n gastvrij bakje....

Er wordt binnenkort in Apeldoorn een “gasterij” geopend. Een leuk woord voor een leuk initiatief! De zaak wordt namelijk gerund door bewoners van Groot Schuylenburg, een instelling voor verstandelijk beperkte mensen. Ze hadden al een cadeauwinkeltje “De Maeckery” in de Marktstraat en dat wordt nu uitgebreid met een restaurant “De Binnentuin”, waar je thee, koffie of een frisje kunt gebruiken en waar je kunt lunchen. We gaan er beslist eens heen.

Tijdens een vakantie in Frankrijk zijn we ook eens op een camping terecht gekomen, die gedreven werd door mensen van een dergelijk instituut. En gedreven waren ze, want het zag er pico bello uit allemaal. We hebben toen ook gegeten in het restaurant dat er bij hoorde en dat een eindje verderop lag. De kok was niet gehandicapt en de bedrijfsleider ook niet, maar de bediening en de keukenhulp waren helemaal in handen van mensen van de instelling en dat liep als een trein zo ingewerkt als ze op elkaar waren.

Toen het op afrekenen aankwam en we het meisje, dat ons bediend had, om de rekening vroegen, zei ze: “Er komt zo iemand anders bij u, want ik kan niet rekenen!” Gewoon een mededeling, terwijl ze handig de tafel afruimde. We vonden dat destijds prachtig. Doen, wat je prima kunt en wat niet lukt, nou, dat doet gewoon iemand anders! In Apeldoorn doen ze ’t dus ook zo….Leuk!


Met de muziek mee….

met de Franse (aan)slag....

We zijn gisteren met Lars naar een concert geweest in Vredenburg. Wij waren daar nog nooit geweest, maar Lars heeft een abonnement en is er kind aan huis. Ik was onder de indruk van de zaal, gewend als wij zijn aan de akoestiek van Orpheus, waar ze met schotten op het podium moeten werken om de zaal met veel pluche alom een beetje goed te laten klinken. Vredenburg is andere koek, dat hebben we wel gemerkt!

Het was een Beethovenprogramma: het vijfde pianoconcert en de zevende symphonie. Het orkest was het Orchestre des Champs-Elysées, de dirigent Philippe Herreweghe en de solist François René Duchable. Toen ik diens foto zag vond ik ‘m enorm op Heinsbroek lijken, maar ik neem aan, dat die niet zo goed piano speelt! Philippe Herreweghe is een boeiende dirigent, die geen stokje nodig heeft om zijn orkest te laten weten wat hij wil. Mooi om te zien ook.

Het was een prachtige uitvoering. Het dankbare publiek kreeg nog een toegift van de pianist, waarbij, en dat tekent de eenvoud van de man, Philippe Herreweghe gezellig op het randje van het paukenistenverhoginkje ging zitten om te luisteren. De pianist speelde een stuk, dat heel bekend klonk, maar niet werd aangekondigd en ik kan het nú nog zo terughalen en toch weet ik niet wat het is. Het leek me Schumann, maar ja, Schubert kan ook of Beethoven. Zeer hinderlijk, Lars is thuis nog cd’s gaan nazoeken na afloop, maar we kwamen er niet achter. Het toeval zal het moeten uitwijzen.

Behalve alles goed horen kun je in Vredenburg ook alles goed zien omdat het orkest in een soort “piste” zit. Dat is leuk. Al die “huishoudelijke” dingetjes: de blazers die het overtollige vocht uit hun instrumenten moeten wegwerken, het stemmen, als de hoboïst zijn A blaast waarop iedereen moet afstemmen, de handtasjes van de vrouwelijke orkestleden, die weggemoffeld moeten worden onder de stoel. De paukenist was ook een vrouw en het was erg leuk om haar aan het werk te zien. Als je in een “rijenzaal” zit zie je dat niet zo. Beethoven, dus ze had het druk. Vooral in de symphonie. Toen de dirigent na afloop wat extra aandacht vroeg voor wat orkestleden kreeg zij een zeer enthousiast applaus.

Ook het orkest gaf nog een toegift. Wat? Ik zou het niet weten, maar het was mooi. Ik ben een concertbezoeker van niks. Er zat bijvoorbeeld ook een meneer met de partituren op schoot mee te bladeren. Waarom doet iemand dat? Moet er iemand op een fout betrapt worden? Interessanterigheid? Je ziet mensen zoiets ook wel eens doen bij de Mattheuspassion. Daar kan ik me nog iets bij voorstellen, want dat is een hele zit en dan weet je tenminste zo’n beetje waar ze zijn. Hoewel….nou ja, laat mij maar gewoon luisteren én kijken! Ik heb genoten gisteravond. En Lars had na afloop goeie wijn, die ook geen krans behoefde…..!


Met huid en haar….

vet gaaf....

Doorgaans ben ik blij met een cadeautje. Iets krijgen waar je niet om gevraagd hebt en dan ook nog gratis ( je blijft een Hollander, nietwaar?) is meestal best leuk. Er is één uitzondering die, althans bij mij, ergernis oplevert.

Er zitten tegenwoordig in met name vrouwenbladen proefzakjes met shampoo, anti-rimpelcrème, vitaliserende vitaminesmeersels en weet ik wat nog meer, vastgeplakt op een binnenpagina. Als je ze wilt verwijderen beschadig je het blad. Dat vind ik niet leuk. Bovendien: ik kan ze niet weggooien, die zakjes! Dus liggen ze in de rondte op de wastafels in huis en bij de douche. Vooral onder de douche blijkt dat je ook nog eens een schaar nodig hebt om zo’n zakje open te maken, omdat openscheuren met natte glibberige handen niet lukt.

En wás ik nou maar niet zo “van voor de oorlog” dan mikte ik ze gewoon weg of liet ze zitten in het blad, maar dan denk ik weer, dat ’t dan niet bij het oud papier kan. Kortom, klein leed waar ik niet om gevraagd heb. En denken ze nou, dat ik na gebruik van enkele milliliters van zo’n verpakkinkje naar de winkel sprint om dat spul te kopen? Want ik neem toch aan, dat je wat meer nodig hebt om resultaat te zien!

De oude vertrouwde blauwe ronde doos met Nivea, al jaren te gebruiken bij alle huidproblemen heeft onder andere gezelschap gekregen van Nivea Bath Care met aquasoftformule, melkproteïnen en vitamines E+PP. En dat alles voor een rimpelloos bestaan. Nou, ik kreukel wel van nature, dat is goedkoper, maar wat ik nou met al die zakjes aanmoet….?


Natuurschoon….

daar krijg je toch dorst van....

Het was een lekker dagje vandaag, dat we grotendeels in de buitenlucht hebben doorgebracht. Wat boodschapjes gedaan en verder heerlijk in onze tuin gezeten, die er al mooi bij staat. Er is veel te zien en vanwege de vogels, die druk bezig zijn om te zorgen dat er ook in de vogelmaatschappij hoekstenen van de samenleving komen, is er ook veel te horen.

Toen we zo zaten hoorden we op de radio iemand Willem Kloos citeren: “Wat is de natuur toch mooi, maar ik heb er graag wat bij te drinken!”. Helemaal mee eens dus we nemen er nog een……


Kruidvat Filmfestival…..

couperusdrama...

Soms móet je gewoon even reageren op een voordelige aanbieding. Wij halen op die manier nogal eens erg goeie klassieke cd’s bij het Kruidvat vandaan tegelijk met de shampoo en de toiletreiniger. En deze week hadden ze maar liefst vijf Nederlandse speelfilms op dvd voor nog geen zes euro per stuk.

Vanavond hebben we “Eline Vere” gekeken. Dat had ons anders ’n paar jaar geleden een heleboel afleveringen televisiekijken gekost. Behalve “Eline Vere” hebben we Couperus’ “Van de koele meren des doods”. Verder nog “Een zaak van leven en dood”, dat verhaal ken ik niet , “Een vlucht regenwulpen” en “Help!De dokter verzuipt”, toch ook een klassieker met Martine Bijl , Willeke van Ammelrooy en Piet Bambergen toen ze respectievelijk nog mooi en niet dood waren.

Ik wou dat ik in mijn middelbare schooltijd een paar van die films had kunnen zien, dat had veel leeswerk gescheeld. Er deden toen wat uittreksels de ronde, maar ik was altijd bang, dat die toch te veel uitgetrokken waren en durfde het er niet op te wagen! Ik ben nog uit de tijd dat je voor het examen de Camera Obscura moest lezen, Arthur van Schendel en Frederik van Eeden. Zwaardere kost dan tegenwoordig, neem ik aan. Maar “Eline Vere” was mooi…..dank zij het Kruidvat!


Sport met mayonaise….

de FC patat...

We hadden vanavond zin in frieten dus ben ik die even gaan halen bij de snackbar in het winkelcentrum. Het was er niet druk. Er stond een oudere man te praten met de baas van de zaak en ze hadden het over voetbal.

De man bleek de leider te zijn van het voetbalelftal van de zoon van de frietbakker. “Ik ben van ’t weekend eens even komen kijken, maar hij loopt ze d’r allemaal uit, hè, die knul van mij! Stond ik van te kijken, man! Zo was ie hier en zo was ie daar, geweldig!”. “Hij kan aardig meekomen”, zei de coach, “leuk voetballertje”.

Pa ging nog even door: “Hij heeft het ook over niks anders, hoor! ’t Is voetballen wat de klok slaat!”.”En jij? “, vroeg de man, “hou jij van voetballen?”. “Ik heb d’r helemaal niks mee! Geef mij maar Formule-I of tennissen op tv, dat vind ik machtig mooi. Maar ik ga zondag met een paar vrienden wel naar Barcelona om voetballen te kijken, dat vind ik dan weer wel mooi!”.

“Ja, ja…leuk tripje!”, zei de leider van zijn zoon, die waarschijnlijk al jaren geheel vrijwillig zijn vrije tijd steekt in het begeleiden van voetballertjes zoals patatbakker junior.

Zijn bestelling was klaar en hij verliet de winkel. Bij de deur zei hij: “”Nou, de mazzel en doe de groeten aan Kluivert…..!”


Onder invloed…..

Idol?

Wisten jullie dat? Dat Barbie zo’n invloed heeft gehad op de Nederlandse samenleving? Volgens een artikel in onze krant heeft de introductie van dat popperige wezen de weg vrijgemaakt om ons vertrouwd te maken met “The American Way Of Life”! Gaat u even zitten!

Barbie had een slee van een wagen, een mobil home, een real American kitchen, een paard en niet te vergeten een vriend, Ken! Die is er bij mijn dochters trouwens nooit ingekomen. Ze vonden ‘m waarschijnlijk een engerd. Barbie had bovendien een Dolly Parton-boezem waar je ú tegen zei, lange benen en een lijntje waar menige Amerikaanse alleen maar van kan dromen, als ik het wel heb. The American Way Of Wishful Thinking….

Mijn dochters hadden, toen ze een jaar of elf, twaalf waren wel een paar van die mini-schoonheden, maar ik kan me bij de invloed die dat op ze heeft gehad weinig voorstellen. De accessoires: avondjurken, tasjes, laarzen en zo waren nogal aan de prijzige kant.(Dat zijn ze nóg, geloof ik, ik zit er niet meer zo in en met alleen maar kleinzonen zal dat er ook wel niet meer van komen!) Dus werden er zelf “jurken”gewrocht en omdat die qua maat vaak niet zo erg klopten, werden er, om ze aan te trekken, nogal eens weelderige hoofdjes gesloopt, er sneuvelde ook nog wel eens arm hier en daar, maar ach, je plopte dat er zo weer in. Geen probleem. The Dutch Way Of Playing, zullen we maar zeggen.

Er verschenen gelukkig ook placebo’s op de markt, die een stuk goedkoper waren en ik zag, behalve in mijn portemonnee, weinig verschil. De kleur van de kleding was hoogstens een beetje verre-oosten-achtig: turquoise en fuchsiaroze of zo. Mijn meisjes hebben niet geleden onder mijn zuinige speelgoedaankoopbeleid en het heeft ze niet beïnvloed. Ze hebben vandaag de dag een praktische auto, een niet-mobiel huis en een keuken met Europese inbouwspullen en de mannen in hun leven líjken in de verste verte niet op Ken. Alles is goedgekomen……


Bergafwaarts…..

wapen van Waltensburg, Graubünden met dappere ridder....

Zijn we weer! Zwitserland is een mooi land en met mooi weer nog mooier. We zijn hartstikke bruin geworden. We hadden een balkon op het zuiden aan de voorkant van het hotel/pension. Onze gastvrouw geeft ons altijd dezelfde kamer, recht tegenover de trap, zodat mijn ega zonder hulp zijn weg vindt door het pand. Het is grappig om te zien hoe de andere gasten reageren op zijn blindheid. Eerst wordt een beetje de kat uit de boom gekeken, maar als dan blijkt dat je leuk met hem praten kunt en hij verder gezond van lijf en leden en mentale vermogens is, komen de vragen over “hoe dat nou is”. Dat is heel leuk, want de meeste mensen zien weinig blinden in het wild, natuurlijk.

Ons muzikale kunstje had weer succes en daar doen we vanzelfsprekend ook altijd ons best voor, net als de kunstschilder die aanwezig is en de gasten met adviezen op teken- en schildergebied begeleidt.

Het was gezellig, maar twee weken Zwitserland is voor ons precies genoeg, want behalve veel wandelen en het natuurschoon, waar een blinde weinig oog voor heeft ondanks dat ie er op ’n andere manier best wel veel van meekrijgt qua sfeer, is er niet zoveel te beleven in dit boerendorp van nog geen 400 mensen. Ze houden hier koorrepetitie op zaterdagavond, de “uitgaansavond”. Het is een heel goed koor trouwens, waar ruim 10% van de bevolking bij betrokken is!

Er ligt bij het dorp een ruïne van een burcht, die is gerestaureerd voor zover dat van toepassing is op een berg zeer oude stenen in een bepaalde formatie. Maar ze hebben de historie helemaal nageplozen en gereconstrueerd en je kunt je een goede voorstelling maken van hoe een en ander is geweest en hoe vechtjassen mekaar vanuit de torens, spiedend over de Rijn, letterlijk in de gaten hielden. Ze gebruiken de open ruimten tussen de oude muren om “theater”- en kooruitvoeringen te geven, die regionaal veel mensen trekken en van goede kwaliteit zijn. Heel bijzonder toch in deze tijd van televisie vanuit je luie stoel!

De tijd staat hier niet écht stil, maar het tempo is behoorlijk anders. Als je een berg op wilt kán dat ook alleen maar langzaam! Dat is wat ons Hollanders ook de das omdoet de eerste dagen van je verblijf hier: je zwóegt naar boven, terwijl je met kleine stappen heel rustig lopend jezelf niet uit de naad werkt. Duurt even, voordat je dat (weer) door hebt. Dat doen die Zwitsers dus beter!

Eventjes “gedwongen” rustig aan is wel prima en doet je goed, maar na een poosje gaat ’t kriebelen. Tenminste bij mij. Dus zijn we tot ons genoegen weer thuis, terug in ons eigen tempo, dat je zo rustig kunt maken als je zelf wilt. Bovendien zijn we van onze jongste kleinzoon van 8 weken een kwart van zijn leven weggeweest en dat is láng, hoor! Maar hij lacht zo lief tegen z’n oma en dat deed ie veertien dagen geleden nog niet….!