De plaat poetsen….

Er worden veel nummerplaten van auto’s gestolen, las ik. Ons is nooit overkomen, dat ze die er daadwerkelijk afhaalden, maar ik ben jaren geleden wel eens door de politie gebeld. De agent aan de telefoon vroeg: “Mevrouw, waar is uw auto?”. Daar schrok ik natuurlijk van, sprintte naar het raam, maar daar stond ons Hondaatje. Gewoon voor de deur. Dat vertelde ik die man en toen zei hij: “Ja, ziet u, er is vannacht een overval gepleegd in Breda met uw auto. Maar als ie alweer bij u voor de deur staat zal dat wel niet zo zijn, hè? U hebt een Honda, nummer zo-en-zo? Nou, dan val ik u niet langer lastig. Ze hebben uw kentekennummer gebruikt. Dag mevrouw”.

We woonden toen in de stad Groningen dus dat ons karretje even ’n uitstapje had gemaakt naar Breda was inderdaad nogal ongeloofwaardig. Ik vond het wel spannend en tegelijkertijd ook geen leuk idee, hoor! Maar we hebben er natuurlijk nooit meer iets over gehoord.

Kennissen van ons zijn in diezelfde tijd hun stokoude Mercedes wel eens wéken kwijt geweest, omdat men maar niet wilde geloven, dat ze écht niks met die misdaad te maken hadden, waarbij “hun” auto als vluchtauto was gebruikt. Die stond n.l. ook gewoon voor de deur. Wij staken natuurlijk onze hand voor hen in het vuur. Keurige lui. Hij werkte nog bij Justitie ook!

Maar in die tijd was het ook wel érg gemakkelijk om nummerplaten te laten maken. Als je tegen je tuinhekje was aangereden en daarbij je nummerplaat had verbogen, ging je gewoon naar zo’n autoshop, waar ze er een bijmaakten waar je bij stond, je kon d’r op wachten. Geen wonder, dat ze ze er nu af schroeven, want dat gaat zo makkelijk niet meer. Ze gaan er nu gratis mee tanken, met je nummerplaten, of overvallen plegen in Breda. En nou kun je wel denken: “In wat voor wéreld leven we toch tegenwoordig?”, maar veel nieuws is er niet onder de zon, hoor! Mijn enorm spannende Hondaverhaal speelde zich af in 1966………..


Rooksignaal…..

Wat wórden er toch een bokkensprongen gemaakt om maar te kunnen blijven roken in je stamcafé. Ik ben geen roker dus ik verbaas me alleen maar. Ik las, dat er zelfs een ‘Rokerskerk’ is gesticht. Dan wordt het opsteken van een sigaret een uiting van religieuze beleving. “Godsdienstvrijheid is een recht in dit land”, zeggen de oprichters.

Nu héb ik mensen wel eens met hun ogen dicht een trekkie zien nemen, maar had eigenlijk nooit het idee dat ze zich daarbij ook biddend tot hun hemelse vader zouden kunnen richten. Hoewel, ze dachten vast wel: “God, was is dát toch lekker, zo’n sigaretje bij de koffie!”. Dat kan. En dat is zonder meer het vastellen van een ‘hemels’ genieten.

Nou, en van dat alles hebben ze dus geprobeerd een religie te maken. Maar helaas, die blijkt niet als zodanig erkend te worden. Dat plan gaat ook in rook op. Moet je, verdorie, toch weer naar buiten in die vermaledeide frisse lucht. Godgeklaagd eigenlijk………


Pas op voor de scootmobiel…….!

Er was vanavond op Omroep Gelderland een mevrouw in een scootmobiel aan het woord. Ze vond de Gelderse winkelcentra en met name het Arnhemse Presikhaaf scootmobiel-rolstoel- en rollatoronvriendelijk. Ze vond bovendien de paden in de supermarkten veel te smal en dat terrassen stoelen hadden staan vond ze helemaal onhandig.

Luister, dat mensen, die zich met een van deze apparaten moeten voortbewegen, soms situaties tegenkomen, die niet makkelijk zijn, dat hoef je mij niet te vertellen, dat zal zo zijn. Maar zoals deze dame van leer trok was zonder meer onaangenaam. Ze ragde een terras op, waar ze met veel misbaar een stoel een oplawaai gaf, omdat ie haar in de weg stond, ze reed door een supermarkt waar ze expres heel moeilijk ging doen, omdat er een plastic krukje stond, waar ze mákkelijk omheen kon.

“Ik heb er recht op om makkelijk te kunnen winkelen”, zei ze “ik ben ook een mens”. Ze dacht assertief over te komen, maar ze was een agressief, naar mens. Jammer voor de doelgroep, zo’n iemand.

De voorzitter van de winkeliersvereniging stond de reporter heel vriendelijk te woord, zei dat de winkeliers hun best doen om het ál hun klanten naar de zin te maken, maar zou het aankaarten. Als ze dan ook even aankaarten en als het kan dan ook meteen maar landelijk, dat scootmobielen een maximum snelheid krijgen voorgeschreven in een voetgangersgebied, zodat je niet hoeft weg te springen als je van de sokken dreigt te worden gereden. Voetgangerssnelheid bijvoorbeeld, zo’n kilometertje of vijf. Net als iedereen…….


Paradijsvogels……

Onze krant meldde, dat het Naturistenpark Flevo-Natuur in september, als vervolg op de eerste succesvolle bijeenkomst in juni, weer een ‘blote’ kerkdienst belegt in Zeewolde. Een hele kerk vol met in Adam- en Evakostuum gestoken mensen. Terug naar Genesis, zogezegd. Met je blote billen in de kerkbank. Als je nou een houten achterwerk wilt oplopen is het toch zó wel. En zou zoiets de devotie nou bevorderen? Ik kan me er niks bij voorstellen, of nou ja, van alles, maar ik zou hartstikke afgeleid zijn, dat weet ik wel zeker.

De pastor zou trouwens aangekleed zijn, stond er. Die in juni de dienst leidde had toen totaal geen moeite met haar naakte gemeente, maar die kwam dan ook uit Utrecht en niet van de Veluwe. En in Utrecht zijn ze wel wat gewend, hoor!

Ik mag niet bidden om een vroeg invallende winter, hè? Nee, dat is niet aardig…..

Ik las nog meer christelijks in de krant trouwens. In Elburg woont een echtpaar, dat christelijke rompertjes verkoopt voor baby’s. “Een gat in de markt!”, zeggen ze. Voor wie niet zo thuis is in het babycircuit: een rompertje is een soort bodysuit op miniformaat. Op de voorkant van zo’n kledingstuk kun je dan je boodschap kwijt. Een christelijke boodschap in dit geval.

Zo laat men bijvoorbeeld weten, dat het kind “Handmade by God” is. En er zijn rompers met “Jesus loves me”en “Ik ben een Koningskind”. In de reacties, die bij het artikel op de internetsite van de krant stonden, las ik dat iemand vond “dat je niet vroeg genoeg met de indoctrinatie kunt beginnen”.

Het bedrijfje, dat ‘Babyblessings’ heet, loopt trouwens als een trein. De mensen, die het beheren, doen dat in hun vrije tijd en de opbrengsten gaan naar goede doelen, die te maken hebben met zwangere vrouwen en baby’s. Dat lijkt wel positief dus.

Maar zoals ik ook wel eens bezwaren heb wanneer mensen T-shirts bedrukken met allerlei kwalijks, vind ik dit ook wel ’n beetje eng. Het kind wordt gebruikt, zonder dat het daar enige zeggenschap in heeft. Als een reclamebord langs de snelweg. En een ‘koningskind’, dat zou iedere pasgeborene toch moeten zijn, christelijk of niet? Jij en ik weten, dat dát lang niet altijd het geval is……


Sporen…….

Een jarige kleinzoon vandaag. Of eigenlijk is hij mórgen jarig, maar een beetje kind doet er vandaag de dag drie dagen over om jarig te zijn. Gistermiddag het kinderfeestje met de vriendjes van school, vandaag dus de familie omdat die op zondag de tijd hebben en morgen trakteren op school op z’n échte verjaardag. Daar zal de klas wel voor ‘m zingen, denk ik. Dat is van alle tijden.

Ik weet nog hoe ongemakkelijk ik me voelde als ze dat voor mij deden op mijn verjaardag. Je moest dan op een stoel staan en ik wou alleen maar dat het voorbij was. Eigenlijk vond ik dat het vervelendste van mijn hele verjaardag. En dan moest je nog de klassen rond met een traktatie voor de juffen en meesters. Die meesters heetten bij mij op school trouwens ‘meneer’. Zal wel Montessoriaans geweest zijn. Maar dat rondgaan was de tweede grote klus. Ik was als kind erg verlegen en dan moest je zo’n klas in, iedereen keek op van waar hij mee bezig was en naar mij en dat vond ik ook niet leuk. Maar goed, je werd gefeliciteerd, de traktatie werd aanvaard (veel bijzonders kan het niet geweest zijn, want het was oorlog in mijn lagere schooltijd, dus een glimmend gepoetst sterappeltje of zo) en dat was het dan.

Je mocht altijd iemand uitkiezen, die met je mee mocht op de rondgang en daar waren vriendinnetjes al dagen van tevoren voor aan het lobbyen. Ik had altijd wel steun aan zo’n meeloper, dat dan weer wel.

Ja, de verjaardagen waren in mijn tijd wel anders en dat kwam niet zo zeer door de oorlog, want mijn moeder was best creatief. Maar een kinderfeestje kan ik me niet herinneren en volgens mij kwam alleen mijn oma op bezoek en verder niks. Ik kreeg altijd een boek en ik kan me nog een doos met hele kleine kraaltjes herinneren, die ik ’n keer heb laten vallen, zodat ik ze tussen de naden van de houten vloer moest uitpulken. Ik ben best wel een geduldig mens als ik iets pietluttigs moet doen en dat stamt vast uit die tijd. Touwtjes uit de knoop halen, schroefjes uitzoeken, dat soort werk.

Onze kleinzoon kreeg trouwens een ‘ouderwets’ cadeau van zijn ouders en de rest van de familie: een elektrische trein. De basisuitrusting daarvan, mooi spul om te zien en zijn vader is aangesteld als stationschef, een belangrijke functie zolang zijn zoon nog enige begeleiding nodig heeft bij het beheer van het emplacement. En zo vreemd, hij vindt dat helemaal niet erg en doet ’t onbezoldigd.

Maar heerlijk, we kunnen met dit cadeau met z’n allen járen vooruit bij verjaardagen, want wat kan daar als aanvulling niet allemaal bij, zeg! Wagonnetjes, spoorbomen, seinlampjes, bergen, dalen, tunnels, kerkjes, mannetjes, huisjes, boompjes, beestjes……..


De sjaals van oma……

Naar een begrafenis gaan is niet iets waar je naar uitkijkt, maar soms kun je na afloop zeggen, dat je toch een mooie dag hebt gehad. Omdat de sfeer goed was, het afscheid natuurlijk verdrietig, maar het leven van de overledene mooi herdacht en weergegeven.

In dit geval ging het om de schoonmoeder van mijn zus. Ze is 89 geworden en dan zeggen ze, dat dat een ‘gezegende’ leeftijd is. Ze heeft vele jaren een ‘living apart together’-verhouding gehad met het gezin van mijn zus en zwager, omdat ze in een gezellig klein huis woonde, dat bij hen in de tuin stond. Ze aten altijd gezamenlijk, maar verder was het : er voor elkaar zijn als het nodig is. Oma ( en toen hij nog leefde ook opa) hoefde dus niet naar een bejaardenhuis en heeft altijd zelfstandig kunnen wonen, al was er in de loop van de jaren wat meer hulp nodig. Er kwam een zuster helpen douchen elke dag en oma’s huishoudelijke hulp kwam sowieso al 25 jaar. En ze kwamen allemaal graag, want oma was een bijzondere vrouw met humor.

Ze werd het laatste jaar minder ambulant en vier weken terug kwam ze akelig te vallen en dat kan een broos mens van 89 beter niet overkomen. Het werd haar einde. Ze is moeder van vijf, grootmoeder van twaalf en overgrootmoeder van achttien nazaten. De aula was dus vol gisteren, ook met de vele vrienden en kennissen die oma had. De zusters, sommigen met hun uniform aan omdat ze eigenlijk nog met hun werk bezig waren, ze waren er allemaal.

De kleinzoons, die de kist begeleidden droegen allemaal de sjaal, die hun oma voor ze gebreid had. En niet eentje hetzelfde, hoor, ze hield van afwisseling. In de speeches van de oudste dochter en de oudste kleinzoon werd ze treffend herdacht. En bij het graf lieten de achttien achterkleinkinderen allemaal een witte ballon de lucht in vliegen voor “omie-pomie”, zoals ze door hen genoemd werd. Net op het moment dat ze dat deden brak de zon door de regenwolken. Toeval, dat weet ik ook wel, daarom heet ’t ook ‘wisselvallig’, ’t weer, maar toch was het mooi.
Ze zal heel erg gemist worden, deze oma.

Dat er zoveel kinderen bij deze uitvaart waren zorgde natuurlijk voor onrust, maar ik vond ’t prachtig. Onze kinderen hebben geen begrafenissen meegemaakt toen ze klein waren. Mijn man was ouderloos toen ik hem leerde kennen en ook mijn vader hebben ze nooit gekend. Mijn moeder wel, maar toen zij overleed zijn ze niet mee geweest. Mijn moeder werd gecremeerd en ik vind voor kinderen, als het dan toch moet, een begrafenis mooier en makkelijker te begrijpen. Elk kind heeft wel eens een vogeltje of wellicht de poes of hond mee helpen begraven en dan is een oma eigenlijk niet eens zo’n groot verschil. Het ligt natuurlijk ook aan de leeftijd van een kind. Maar ondanks dat ik een paar heel erg verdrietige kinderen heb gezien, gisteren, denk ik dat het goed voor ze was, dat ze er waren………


Licht uit….

De straatverlichting is uitgevallen in onze buurt. Zal de bliksem wel gedaan hebben. Ik reed net na een avondje oppassen naar huis, regelrecht de duisternis in. Het was al laat dus in de meeste huizen was ook geen licht meer en het deed me denken aan de spertijd in de oorlog. Spannend om dan tóch in het donker ergens heen te sluipen, terwijl je niet buiten mocht zijn.

Dus eigenlijk hád ’t wel wat, zo als een dief in de nacht in het donker thuiskomen. Nou weet ik hier de weg en ik was niet dronken dus dat scheelt. Overigens zouden ze best aardig wat kunnen bezuinigen als zo’n stroomuitval vaker gebeurde, bedacht ik me. Maar ja, die dieven in de nacht, dat wordt ’t probleem natuurlijk…….


Evert…..

Hij zegt zelf altijd dat ie ’n nuchtere Drent is, Evert ten Napel, maar tijdens verslagen, die hij deed tijdens het EK voetbal, barstte hij, als er een doelpunt viel, geregeld uit in een Zuid-Amerikaans geloei, dat beslist niet past bij een nuchtere Drent van zijn leeftijd. Wat een idioterie, zeg! “Góóóóóóóóóóóóóal!!!!” en dat dan een minuut lang of zo lang leek ’t in ieder geval. Wat een uitsloverij, Evert nieuwe stijl of zo. Ik heb me doodgeërgerd en ik vond het altijd zo’n nette man. Wel een, die het altijd beter wist dan de scheids, die er bovenop stond, maar toch.

Nou ja, we kunnen weer verder met ons leven. Spanje heeft terecht gewonnen en is kampioen. Ik weet in ieder geval één iemand, die daar heel tevreden over is. Mijn Spaanse collega bij revalidatiecentrum Het Loo Erf, inmiddels helemaal “ex” , want hij is inmiddels ook op zijn lauweren gaan rusten, net als ik. Hoewel, hij is beeldend kunstenaar en die rusten doorgaans niet zo op lauweren.

Als er Europees of Werelds gevoetbald werd kwam hij altijd aanzetten met een enorme Spaanse vlag, die hij voor het raam van zijn lokaal spande, waardoor het zicht naar buiten werd geblokkeerd, maar voor het merendeel van zijn visueel beperkte klanten was dat toch geen enkel bezwaar. Er waren er, die dat gele daglicht in de ruimte zelfs erg geslaagd vonden. Voor José (Gossé Olé Olé heette hij dan) was het alleen maar om te laten zien:”Hier huist een Spanjaard en wij gaan winnen!”. Dat je het maar wist. Als ze er dan toch uit lagen was het even kommer en kwel natuurlijk. Als Nederland er dan beter voor stond was ie ook wel weer voor ons, hoor en andersom, wij ook voor hem natuurlijk.

Ik ben ondertussen wel fan geworden van Dione de Graaff. Ik las een interview met haar en ze moet de hele zomer nog door. Voetbal is nu dan over, maar Wimbledon, de Tour de France en niet te vergeten de Olympische Spelen, dat moet allemaal nog. Natuurlijk mag ze, als vrouw, nergens heen. Ze mag thuis op de winkel passen, de mannen gaan wel op pad en gezellig op lokatie verslag doen. Zij mag dan van de winter het schaatsen weer doen. Ook leuk, zegt ze.

Je moet dus van sport houden, deze zomer. En dat doe ik, al val ik er geen onsje van af…….


Stoeterij…..

Ja, ik weet het, er zijn leukere onderwerpen te bedenken dan een rouwstoet, maar iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad in het verkeer. Minister Eurlings van Verkeer wil het “hinderen” van een rouwstoet, dat tot 1990 een verbod was en toen werd afgeschaft, weer strafbaar maken. “Dat heeft te maken met waardigheid”, zegt hij. Opvallend is, dat hij niet het tot in den treure doorgezaagde woord “respect” gebruikt, maar “waardigheid”. Vind ik wel mooi eigenlijk. Maar die stoet moet zich dan wel aan de regels houden, mag niet door rood en moet stoppen bij een voorrangsweg. Dat lijkt me logisch, anders krijg je te maken met belangenverstrengeling binnen de branche.

Het herkennen van een rouwstoet is trouwens best lastig soms. Vroeger was het zo dat de personenauto’s, die in de stoet meereden achter de als zodanig herkenbare rouwauto’s aan, die de familie in verband met de kosten graag zo beperkt mogelijk in aantal hield, hun verlichting aandeden om kenbaar te maken, dat ze er bij hoorden. Maar nu iederéén, ook zonder crematie-of begrafenisdoel, zelfs min of meer ter voorkóming daarvan, met z’n koplampen aan rijdt, is het moeilijk te zien.

Wij zijn ook wel eens achterop geraakt bij zo’n stoet, doordat iedereen al door het stoplicht was en wij moesten wachten. Dan raak je toch een beetje gestresst, hoor, vooral als je de weg niet weet. Op een dorp gaat alles te voet, soms moet je tweemaal het dorp rond, vanwege de traditie om de boze geesten op een dwaalspoor te brengen en is het een hele wandeling, maar waardig is het wel dan. Tegenwoordig delen uitvaartondernemers vanwege de herkenbaarheid bij een gemotoriseerde begrafenis zwarte vlaggetjes uit voor op je auto.

Dat van die “waardigheid” vind ik best wat hebben, maar het is overal zó druk geworden, dat het vanwege de veiligheid soms moeilijk zal blijken om het “doorsnijden” van een stoet te voorkomen. Je wilt toch niet nog meer dooien. En de boete daarvan verhalen op de desbetreffende overledene, nou, dat doe je niet. Dat is niet waardig. Nee, dat wordt nog een heel gepuzzel. Begraven kan straks alleen nog maar buiten de spits……


Wiedergutmachung……

Op vrijdag 13 juni, toen alles nog goed ging, weet je nog? hebben verschillende huishoudens ten westen van de Loolaan hier in Apeldoorn, juist gedurende de wedstrijd Nederland-Frankrijk te maken gekregen met een storing in de kabelverbinding van de televisie. Gôh, wat zúllen er veel mensen het woordenboek hebben voorgelezen op dat moment, zeg! UPC, de kabelexploitant vond het ook heel erg. ’t Kwam na een poosje wel weer voor elkaar, maar men heeft toch een behoorlijk stuk van de wedstrijd gemist, geloof ik.

Gorkink, een bloemenzaak alhier, kreeg niettemin een uitermate leuke opdracht. Zaterdag zijn ze de hele dag bezig geweest om bij meer dan 1000 huizen oranje bloemen, en geen kinderachtig bosje, zo te zien, te bezorgen, als goedmakertje. Op dat moment was natuurlijk nog niet bekend dat het meteen een bos troostbloemen zou zijn. Nou ja, het is een goeie bloemenzaak waar ze vandaan komen dus ze zullen nog wel een poosje staan.

UPC zegt in een persbericht wel, dat ze er geen gewoonte van gaan maken om voor elke storing bossen bloemen rond te brengen. Dat zou misschien ook wel een beetje in de papieren gaan lopen wellicht……