Een gespikkelde kerst…..

We waren gisteren met z’n allen in het huis waar de waterpokken hoogtij vierden. Daar was het eerst nog “matig” gespikkelde jongetje inmiddels érg gespikkeld geworden en hij voelde zich ook niet erg feestelijk. Omdat kleine kinderen echter ergens niet meer van maken dan het is, klaarde hij zo nu en dan even op, vond het wel gezellig dat iedereen er was en zo, maar ja, ziek is ziek, hij voelde zich naar dus hij hield het niet vol. Moest er erg van huilen. Zijn moeder, die zich ook al wat grieperig voelde en niet in topconditie, verdween met hem naar boven , terwijl wij toch maar aan het voorgerecht begonnen van het kerstmaal.

Toen we overgingen op het hoofdgerecht, ging zijn vader naar boven en kwam z’n moeder naar beneden voor haar voorgerecht. Nadat dat op was loste zij pa weer af en zo wisselden ze zo’n beetje per gang. Ouderschap is meesterschap en je hebt ’t er maar druk mee.

Na het dessert en natafelen met koffie met cognac (nee, niet voor mij, hoor, ik ga liever gewoon dood!) was deze overigens geslaagde kerstmaaltijd met hindernissen weer voorbij. Toen ik er vanmorgen even over belde was het een onrustig nachtje geweest aldaar en wel een beetje een ziekenboeg!

Vandaag waren we bij onze andere dochter en schoonzoon te gast om te fonduen. Dat was heel gezellig, maar ook hier was een klein jongetje, dat niet kon slapen vanwege hoesten en verkouden zijn. Waterpokken in aantocht? Ik ben d’r bang voor. Nou ja, dan hebben ze het maar allemaal gehad.

Kinderziektes zijn vervelend, omdat je er als ouders niet even iets van kan overnemen. Ze moeten het helemaal zelf doormaken. De ouders ook helaas, samen met de kinderen. We leven met ze mee. Maar opa en oma gaan naar huis. Ze weten er wel nog álles van! Van zo’n dertig, vijfendertig jaar geleden: gebroken nachten, ongerust zijn over koorts en niet kunnen helpen. Soms alle vier de kinderen tegelijk of nóg leuker: achter elkaar aan……..


Kerstavond……

Sneeuw? Vergeet 't maar.....!

De meisjes van de supermarkt hadden vandaag achter de kassa niet hun bekende geruite bloesjes aan met schort, maar waren op chic. De meesten in het zwart met oorbellen en de haren mooi in krul en kleur. Het stond best feestelijk en hun baas heeft feestelijk verdiend vandaag!

Wat is er veel ingeslagen, zeg! De vakkenvullers konden het niet bijhouden en de bevoorradingsvrachtauto’s reden af en aan. De heer Wellink van de Nederlandse Bank kan tevreden over ons zijn. Er is naar behoren gespendeerd, zoals áfgesproken.

Wij gaan morgenavond met de hele familie aan tafel, waarbij we de maaltijd qua bereiding hebben verdeeld. Eén dochter doet de voorafjes, ik zorg voor het middendeel en de andere dochter neemt het dessert voor haar rekening. De heren zijn vrijgesteld, die mogen voor het vloeibare gedeelte zorgen. Daar hebben ze ook het meeste verstand van.

We hebben een paar kleinzonen met waterpokken, de één is er net af, maar toch nog niet helemaal oké en de andere is, hoewel zeer vrolijk, nog gespikkeld. De jeuk is het lastigst! Maar of ze veel kersthonger zullen hebben is dus maar afwachten.

Dus ik ga nu vlees braden en vast stoofpeertjes stoven dan is dat maar klaar. Echt oma-voer, hè? De rest doe ik dan morgen. Nou, dan wens ik nu iedereen fijne dagen. Doe waar je zin in hebt, eet waar je zin in hebt en geniet ervan, dat je twéé dagen hebt, al heb je die elke week, want een zaterdag en een zondag om kerst te vieren is eigenlijk ongelooflijk slecht geregeld. Maar ja, wie we daar de schuld van moeten geven, ik zou het niet weten……..


Haren en snaren….

daar ligt het dus.....

Logster Hansje van Pinksoup logt soms op bestelling. Geef haar een onderwerp op, zij denkt er diep over na en schrijft een mooi stuk. Geweldig. Nu had ze de opdracht van iemand om te schrijven over de plaats Haren in Groningen en had vervolgens het idee om dat mede door diverse loggers, die daarover iets te melden hadden, te laten doen. Een simultaanlog of zoiets.En dat alles op donderdag, de 23e en dat is vandaag. Leuk idee, ik kén Haren, dus hier is mijn verhaal.

Mijn Friese man is als kind jarenlang gehuisvest geweest op een instituut voor blinde en slechtziende kinderen. Als hij wel eens vertelt over die tijd, en dat doet hij zelden, dan zijn dat niet overwegend vrolijke verhalen. Dat instituut lag in Haren, Groningen aan de Rijksstraatweg. Vanwege die ligging had het veel bewonertjes, die afkomstig waren uit het Noorden van het land.

Mijn eega had de pech, dat hij een zogeheten voogdijkind was; hij heeft zijn ouders nooit gekend. De juffen van het instituut waren niet allemaal even aardig, enkele lieverds niet te na gesproken, maar omdat er voor hem geen ouders waren die wel eens even verhaal kwamen halen bij onregelmatigheden in de opvoedkundige methodes, had ie het niet makkelijk. Hij heeft “straffen” meegemaakt waarvan de haren je te berge rijzen. Maar hij heeft zich er niet onder laten schoffelen, hoor, dat is nog dagelijks te merken!

Later is hij naar het instituut in Huizen gegaan, waar hij goede jaren heeft gehad, goede opleidingen heeft kunnen volgen en last but not least: wij zijn elkaar daar tegengekomen doordat mijn vader donateur was van de schoolvereniging. Jaarlijks was er een toneelstuk met “bal na” en de klarinettist van de schoolband “The Silly Saints”, die de dansmuziek verzorgde, is de man, die net naar boven riep, dat ie alvast naar bed ging. Zo is het gekomen. Hij heeft me gewoon van de sokken geblazen met z’n band, want wat waren ze goed!

We zijn getrouwd en toen we jaren later vanuit het Gooi naar Groningen verhuisden omdat hij daar een baan kreeg, heeft hij als bijbaan muzieklessen gegeven op datzelfde instituut in Haren, waar inmiddels meervoudig gehandicapte blinde kinderen waren ondergebracht. Hij heeft daar erg leuk mee kunnen werken en ouders versteld laten staan, wat hun kind nog allemaal kon. Muziek is zo’n geweldig middel bij zulke kinderen en die werden daar erg gelukkig van. Gelukkiger dan mijn man daar ooit geweest is, denk ik. Hij heeft ’t heel wat jaren gedaan.

Maar als ik ergens Haren, Groningen lees of hoor, dan moet ik altijd denken aan een klein jongetje, dat het daar in z’n eentje moest zien (en dat niet eens!) te rooien. Het is helemaal goed gekomen met ‘m, hoor, en het verhaal van het meisje met de zwavelstokjes is véél zieliger, zo tegen de kerst………


Vieze praatjes…….

optisch schoon, toch?...

Getverderrie, wat is het smerig in Apeldoorn! Je kunt hier ook eigenlijk je huis niet uit, hoor! Gauw over de mesthopen even wat boodschappen doen, als je thuiskomt meteen onder de douche, want je stinkt een uur in de wind natuurlijk. Mondkapjes zouden hier verplicht moeten zijn, want Apeldoorn is zeer schadelijk voor de volksgezondheid.

Ach, zo zielig! Zat onze burgervader gisteravond op de televisie glunderend te wachten tot zijn stad zou worden verkozen tot iets, waarin, dát was al wel bekend, ze éérste geworden was en toen bleken we de smerigste stad van Nederland te hebben! Dat hadden de twee dames van “Hoe schoon is jouw huis” even vastgesteld. Eén van die twee had trouwens wel verklaard, dat ze niet wist wat ze in Apeldoorn vast te stellen hadden dus zo smerig was het nou kennelijk ook weer niet. De dames zijn heel wat gewend. Kortom: wat een flútprogramma, zeg! Gepresenteerd door de vrouw, die pas geleden werd uitgeroepen tot de stijlvolste tv-babe, Bridget Maasland. Blond en docente copulatie-wetenschappen.

ik vind het wel best, maastricht....

De beste stad van Nederland is Maastricht met ook nog eens de beste burgemeester! (We hoorden vanmorgen op de radio, dat ze het daar op de Vinkenslag niet helemaal mee eens zijn, maar dat kan). Hij was blij met de verkiezing, de burgemeester. Nou vínd ik Maastricht ook leuk, hoor, pas nog geweest, maar zo’n stemming is toch onzin.

Ik neem aan, dat elke stad en elk bestuur zijn best doet als het op de leefbaarheid aankomt. Maar je bent wel afhankelijk van de welwillendheid van je bewoners en dat zal niet altijd meevallen. Apeldoorn is trouwens in nóg iets eerste geworden, maar dat werd, wegens tijdgebrek, niet vermeld. We hebben hier het best gevoerde jeugdbeleid. Lijkt me toch wel vermeldenswaard. Ik ben toch een beetje kriebelig. Nou ja, kom allemaal maar kijken in Apeldoorn, d’r is niks van waar. Als de diftar-containers, die je met een plastic kaartje moet openen het even niet doen en de mensen hun zak vuilnis niet mee terugnemen naar hun flat, maar er naast zetten, ja dan wil het er wel eens wat rommelig uitzien, maar dat zijn kinderziektes van het systeem. Daar moet je niet over zeuren, gewoon in de parken gaan kijken of in de binnenstad of op ’t Loo. Daar vegen ze élke dag, echt waar……….


Schot in het doel……..

huiswerkbegeleiding.....

Voetbalclub ZVV hier in Apeldoorn heeft een prachtig initiatief ontwikkeld, waar iedereen heel enthousiast over is! Na schooltijd gaan kinderen naar de club om “naast het ballenhok”, zoals het in de krant omschreven stond, hun huiswerk te maken. Er lopen vrijwilligers rond, die de zaak begeleiden en in de gaten houden en als ze klaar zijn mogen ze, afhankelijk van het weer, buiten op het veld of in de sportzaal sporten. Voetbal, maar ook andere sporten zoals hockey of volleybal, zodat de kinderen te weten komen, dat er nog meer is dan alleen maar voetbal.

Dat deze werkwijze kinderen helpt structuur aan te brengen merken ze op de scholen al. Onderwijzers zijn enthousiast. Je kunt het klantenbinding noemen van zo’n voetbalclub, maar doordat ze ook andere sporten aanbieden kun je ze daar niet van betichten!

hollen maar.......!

Ik vind het geweldig. Hoeveel kinderen zijn er niet die thuis geen rustige plek hebben om hun huiswerk te maken of van wie de ouders het niet zo belangrijk vinden wat ze in de tijd na school uitspoken? Wel vind ik, dat dit initiatief een flinke bak geld mag krijgen, want het is toch een vorm van buitenschoolse kinderopvang! Deze kinderen hangen alvast niet verveeld rond in een winkelcentrum of voor de televisie, toch? Nee, deze oma ziet het hélemaal zitten, hoor……!


Vriendendienst…..

je beste kameraad.....

Een scholier had dezer dagen dikke pech! De politie is hier tegenwoordig flink aan het controleren . En dan niet alleen te hard rijdende automobilisten of gasten die met een flinke slok op achter het stuur zitten, maar ook jongetjes die zonder licht op hun fiets door het duister rijden.

Als ze je aanhouden kost je dat € 7.50. Dat vinden jongetjes zonde van hun zakgeld en dan geven ze een andere naam op aan de agent dan die ze van hun ouders hebben gekregen. Het jochie, waarover ik las, zei dat ie Gijs heette.

Erg vervelend voor hem was, dat op dat moment een schoolvriendje lachend langsreed en riep: “Hé, Pieter! Dat is balen, hè?”. Waarop de agent zijn wenkbrauwen optrok en een boete van € 35,- uitschreef wegens het verstrekken van valse gegevens! Van je vrienden moet je het maar hebben.

Hoewel ik een dubbele boete zou willen opleggen aan ouders, die hun kinderen op een onverlichte fiets naar school laten gaan, maar da’s teveel “normen en waarden”-geklets waarschijnlijk……


Uw koninkrijk kome……

electronica.....

We zagen in het nieuws Thom de Graaf, minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties, een glaasje heffen op het 50-jarig bestaan van het Koninkrijksstatuut. Dat ondertekende Koningin Juliana in 1954 om de verhoudingen met de rijksdelen officieel vast te leggen. Ze vinden daarginds dat er maar eens wat moet veranderen aan dat statuut en na 50 jaar mag dat ook best eens. Plannen zijn al ingediend en er staat, dacht ik, ook nog een referendum op stapel. We zien het wel.

Wat we ook zagen was vanavond een programma van Cor Bakker, de pianist die, met een keyboard onder z’n arm, gesponsord lekker de hele wereld over reist. Meestal naar jaloersmakende ambiances. Hij pingelt daar dan mee met de plaatselijke muzikanten en dat doet ie uiteraard goed. Het programma op zich is belachelijk kort, maar dat komt natuurlijk omdat de aftiteling zoveel sponsors toont, dat ze daar een beetje tijdig aan moeten beginnen. Het duurt dan ook maar een klein half uurtje of zo. Het is eigenlijk een wat uitgelopen reclamespotje.

Maar vandaag was ie op Curaçao! Daar was het leuk. Mooi weer natuurlijk, prachtige omgeving en de mooiste, zorgeloze, lachende mensen, die muziek maakten of ze nooit anders deden en waarschijnlijk is dat ook zo. Cor mocht natuurlijk mee doen.

Grappig was wel, dat de muzikanten hun muziek maakten met behulp van flessen, waar ze een laagje water in deden om de toon te vormen, met een bongo, gemaakt van twee witkalk-emmers, een keukenrasp, waar je hele leuke dingen mee kan doen en meer van dat soort spullen. Wij zouden zeggen: armoe troef. Maar verdorie, wat klonk dat lekker! Die Antilliaanse ritmes, goeie stemmen, niks mis mee!

En dan Cor, met zijn elektronische toverkist met allerlei toeters en bellen. Het leek op een koninkrijksrelatie. Omdat hij zich aangepast had door zijn instrument op een register te zetten, waarmee hij een steelband (Engels s.v.p.!)imiteerde, klonk het prima bij elkaar.

Hij was ook nog even op Aruba voor een liedje met een meneer met een gitaar en hij ontmoette Edsilia Rombley en dat mens zong de sterren van de Antilliaanse hemel. Gôh, we moeten maar lekker veel muziek maken in ons koninkrijk, dan wordt het nog wel wat én ik wil een keer naar Curaçao: die leuke gekleurde huizen, dat strand, die zee, dat wéér! Nou ja, eerst maar eens even een kruik maken……..


Eenvoud, kenmerk enz…….

 geen gezicht...........

Het voordeel van je huis eens helemaal op z’n kop is, dat je dingen terug vindt. Ja, die kerstboomballenhaakjes even niet, die ben ik nog steeds niet tegengekomen. Maar op ons pleintje is een “winkel van sinkel”, die er trouwens in januari mee ophoudt, die had ze nog en ik kreeg nog “opheffingskorting”ook. Dus zit ik wat kerstboomballenhaakjes betreft voorlopig wel weer goed. Als ik ze niet te goed opberg tenminste.

Ik heb dus in een kastje, dat heel moeilijk bereikbaar is, behalve als je huis op z’n kop staat, allerlei spelletjes teruggevonden van toen onze kinderen nog kindjes waren. Waaronder een memoryspel waar onze jongste zoon ontmoedigend goed in was, weet ik nog. Waar ik dan heel gelukkig van word is, dat het nog helemaal compleet blijkt te zijn! Het originele doosje ontbreekt, maar dat zal aan de kwaliteit daarvan hebben gelegen. De kaartjes zijn, heel verstandig van deze moeder, in een houten kistje gedaan en zijn nog puntgaaf. Moraal van dit verhaal is dus dat je dingen in moeilijk bereikbare kastjes moet opbergen als je wilt dat ze goed blijven.

Onze kleinzonen, die even bij ons gestald waren omdat hun moeder een nieuw slot in de achterklep van haar auto moest laten zetten, vonden de kaartjes leuk. En dat zijn ze ook, omdat de afbeeldingen zijn wat ze voorstellen, eenvoudig. Een slak is een slak, een kastanje is een kastanje, een vlinder is een vlinder. En niet versierd met rare oogjes of kleuren die niet kloppen.

Als ik wel eens meekijk met de kleuterprogramma’s, waar treinen kunnen praten en bruine beren in blauwe huizen wonen, snap ik niet dat die kleintjes dat allemaal aardig doorhebben. Maar dat zal wel aan mijn eenvoudige geest liggen.

We leven in een wereld waar niets is wat het lijkt, daar moeten zij in opgroeien en daar kun je je waarschijnlijk niet vroeg genoeg bij aanpassen………


Haakjes……

dit is een haakje van niks....

Dit jaar had ik er zin in om de kerstboom al vroeg neer te zetten. Ik ben niet de enige als ik zo rondkijk op straat. Donkere dagen, winterse temperaturen, het werkt allemaal mee. De benedenverdieping van ons huis is zover klaar en de rest, hebben ze beloofd, in ieder geval voor de kerst. Daar kijken we gewoon even niet.

Dus haalden we de dozen en doosjes, waar de kerstspullen inzitten naar beneden, we zetten Beethoven, die als borstbeeld op onze piano staat, zoals elk jaar zijn kerstmuts op, waar hij, echt waar, ineens veel minder chagrijnig van gaat kijken, en we gingen aan de gang. Na de nodige tegenslag met de boom, de lampjes, de snoertjes en de stekkers, niks bijzonders, want dat is élk jaar zo, komt het leukste. Ik vergeet elk jaar wat we ook alweer aan toeters en ballen hebben qua versiering dus dat is steeds weer een verrassing. Ik koop haast nooit iets bij, want ik hou van een nostalgische ouderwetse boom met de kleuren die volgens mij bij kerst horen.

Ik heb zelfs een vogeltje op zo’n knijpertje met een veren staartje dat nog van mijn moeder komt. Het beestje moet tientallen jaren oud zijn en je moet hem goed vastknijpen aan een tak, want anders hangt ie binnen de korste keren ondersteboven. Ik koester hem en pak hem na gebruik altijd zorgvuldig in papier. Vandaar dat ie nog leeft. Ik hoorde in een programma over “styling”, dat de kleur “lime” het helemaal gaat maken dit jaar. Ook voor kerstballen. Dat staat dus niet bij mijn vogeltje.

Maar ik had meer tegenslag, want ik heb de kerstboomballenhaakjes, die ik altijd netjes terugdoe in het doosje, zo goed opgeborgen, dat ik ze nérgens meer kan vinden. Ik moet dus wachten tot morgen als de kerstboomballenhaakjeswinkel weer open is. Onze boom heeft nu dus alleen maar lichtjes en een vogeltje. Mooi eigenlijk wel……….


Kookpunt…….

 een farce......

De “geen fratsen”-kruidenier heeft momenteel een geinige reclamespot. Staat er een mevrouw een joekel van een kalkoen klaar te maken. Ze volgt keurig het recept. Dan zegt de voice-over: “Farceer nu de kalkoen”. Ze draait het beest een paar keer ondersteboven, kijkt verwilderd in de camera, want ze heeft geen idéé wat ze moet doen. Zoals veel mensen waarschijnlijk, die zo’n opdracht zouden krijgen.

Nou, ik kan best koken, mijn familie leeft nog, maar echt recepten volgen doe ik eigenlijk sporadisch. Ik ben meer van de snufjes, scheutjes, beetjes en handjes. En je doet wel eens aardige vondsten doordat je kookt met wat er toevallig in huis is. Of omdat er spullen óp moeten of omdat de diepvries nodig ontdooid moet. Geen haute cuisine in ieder geval.

Het moet er wel altijd lekker uitzien. Als je niet precies kunt zien wat het is vind ik het al niet geslaagd. Ik hou van kleur en daarom vind ik salades opmaken het leukste dat er is.

Ik kan me de wanhopige blik van die kalkoenmevrouw echter heel goed voorstellen. Mij weerhoudt de kookterminologie in recepten vaak om ze te gebruiken of ik geef er mijn eigen draai aan. “Farceren” heb ik even opgezocht: dat is vullen met gehakt vlees, truffels of vis. Dat weten we dan weer. Ik ga maar eens ’n kookwoordenboek kopen, als dat bestaat, want je moet toch niet op een wóórd te vangen zijn als huis-tuin-en keuken-voedseldeskundige………..